Prinsjesdag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Ridderzaal in Den Haag is de plaats waar de troonrede wordt uitgesproken
Prinsjesdag, (verjaardag van Stadhouder Willem III op 14 november), door Jan Steen
Opening van de Staten-Generaal op 15 september 1925
Minister van Justitie Van Schaik arriveert in ministersuniform bij de Ridderzaal op Prinsjesdag 1934
De Gouden Koets op Prinsjesdag 2007
De Gouden Koets op Prinsjesdag 2011
Koning Willem-Alexander beantwoordt het geneigde vaandel bij aankomst bij de Ridderzaal op Prinsjesdag 2013.

De derde dinsdag van september is een belangrijke dag voor de Nederlandse politiek en wordt Prinsjesdag genoemd. Op die dag spreekt het staatshoofd in de Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden in verenigde vergadering bijeen de troonrede uit. Daarin geeft de regering aan wat het regeringsbeleid zal zijn voor het komende jaar. Prinsjesdag is een dag die met veel rituelen gepaard gaat.

Artikel 65 van de Grondwet bepaalt dat op de derde dinsdag van september (...) door of namens de Koning in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid wordt gegeven. Artikel 105 lid 2 van de Grondwet voegt daaraan toe dat dit samenvalt met de indiening van de begroting.

Hierop volgen in de Tweede Kamer de algemene beschouwingen, waarna ook de Rijksbegroting wordt besproken (miljoenennota).

Geschiedenis

De benaming 'Prinsjesdag' werd al in de 17e en 18e eeuw gebruikt voor de viering van de verjaardagen van de Prinsen van Oranje. Na het Tweede Stadhouderloze Tijdperk en de geboorte van Willem V op 8 maart 1748 en vooral in de patriottentijd werd zijn verjaardag, aangegrepen om demonstraties van Oranjegezindheid te houden.

De eerste 'Prinsjesdag' in de betekenis waarin wij die nu kennen, vond plaats op 2 mei 1814. Hoewel de staatkundige verhoudingen sindsdien sterk veranderd zijn, is het principe van deze dag gelijk gebleven: Prinsjesdag is de dag waarop de Koning(in) ten overstaan van het parlement de troonrede uitspreekt. Tot de grondwetsherziening van 1848 was de inhoud van de troonrede officieel een zaak van de Koning; na 1848 bepaalden de ministers wat de Koning(in) zou zeggen. Het duurde echter tot na de Eerste Wereldoorlog voordat de troonrede zijn huidige karakter kreeg, een schets van de stand van zaken en een presentatie van de plannen voor het volgende parlementaire jaar. Het voorlezen van de troonrede is gelieerd aan de opening van de zitting van de Staten-Generaal, die sinds 1888 plaatsvindt op de derde dinsdag van september.

Vanouds is in de Grondwet bepaald op welke dag Prinsjesdag valt. In de eerste helft van de negentiende eeuw werd de zitting van de Staten-Generaal aanvankelijk op de eerste maandag in november geopend, en later op de derde maandag in oktober. Toen in 1848 een eenjaarlijkse begroting werd ingevoerd, wilde de Kamer meer tijd hebben om deze begroting te behandelen. Daarom werd het zittingsjaar van het parlement verlengd door de openingsdatum nog een maand te vervroegen, naar september.

De maandag was echter geen ideale dag. Voor een groot aantal Kamerleden uit afgelegen delen van het land, was het moeilijk om op maandag tijdig in Den Haag te zijn. Om te voorkomen dat zij op zondag moesten reizen, (zondagsrust), werd bij de grondwetswijziging van 1887 de maandag vervangen door de dinsdag.

De benaming 'Prinsjesdag' voor de opening van de zitting der Staten-Generaal raakte rond 1930 in zwang. In 1931 werd de Prinsjesdag voor het eerst gefilmd. De microfoon stond naast de zetel van de Koningin.

De jaarlijkse zitting van het parlement werd niet alleen verlengd door haar vroeger te openen, maar ook door haar later te sluiten. Uiteindelijk reed op maandag, daags voor Prinsjesdag, de minister van binnenlandse zaken in een hofrijtuig naar de Ridderzaal om de zitting te sluiten. Minister De Gaay Fortman ging gewoon in zijn dienstauto, maar zijn opvolger Hans Wiegel herstelde de koets in ere en trok zelfs een negentiende-eeuws uniform aan, compleet met steek.

Sinds 1983 spreekt de Grondwet niet meer over de zitting van de Staten-Generaal. Deze hoeft dus ook niet meer geopend en gesloten te worden. Sindsdien is deze dag in de Grondwet gehandhaafd als de dag waarop de troonrede wordt uitgesproken.

Ceremonie

Voorafgaand aan de troonrede trekt er een koninklijke stoet door Den Haag. De Koning en de belangrijkste leden van het Koninklijk Huis maken een rijtoer met de Gouden Koets respectievelijk Galaglasberline van Paleis Noordeinde naar de Ridderzaal. Dit gebruik stamt uit 1912; voor die tijd werd gebruikgemaakt van de Glazen Koets, die thans wordt gebruikt bij de generale repetitie van Prinsjesdag.

De stoet vertrekt om 12.50 uur en komt aan om 13.15 uur, waarop het voorlezen van de troonrede begint. Om circa 14.00 uur begeeft de stoet zich weer terug naar het Paleis Noordeinde. Bij het vertrek van de Koning groet hij het vaandel van het krijgsmachtonderdeel dat bij het paleis is opgesteld en wordt het Wilhelmus gespeeld. Vervolgens stapt hij in de gouden koets.

Route

De route gaat niet langs de kortste weg van Paleis Noordeinde naar het Binnenhof. De gebruikelijke route is: Noordeinde, Heulstraat, Kneuterdijk, Lange Voorhout, Tournooiveld, Korte Vijverberg, Binnenhof, bij elkaar ruim een kilometer. Deze route is in gebruik sinds 1925, toen door een verhoging van de straat het niet langer mogelijk was om onder de Stadhouderspoort aan de voorzijde van het Binnenhof door te gaan - de gouden koets komt nu via de Mauritspoort en de Binnenpoort het Binnenhof op.[1]

Koninklijke stoet

De koninklijke stoet gaat vergezeld van veel militair vertoon en bestaat achtereenvolgens uit:

(Prins(ess)en van 18 jaar en ouder mogen meerijden)

N.B.: de Stalmeester van de Koning te paard heeft een vrije plaats binnen de stoet

Erewacht

Langs de route staan erewachten en orkesten van alle delen van de krijgsmacht. Voor Paleis Noordeinde staat de Koninklijke Luchtmacht, met de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht en voor de Ridderzaal het Korps Mariniers met de Marinierskapel. Deze muziekkorpsen spelen het Wilhelmus wanneer de Koning het paleis verlaat en wanneer hij bij de Ridderzaal arriveert. Verspreid over de route staan verscheidene detachementen van het Korps Nationale Reserve en andere parate eenheden zoals de Luchtmobiele brigade.

De burgerbevolking wordt in de erewacht vertegenwoordigd door groepen van verschillende studentenweerbaarheden. Tevens is er ieder jaar een burgerdeputatie uit een van de provincies.

Minuutschoten

Vanaf het vertrek van de Koning van Paleis Noordeinde tot het moment van zijn terugkeer worden minuutschoten afgegeven vanaf het Malieveld door het Korps Rijdende Artillerie.

Troonrede

De troon in de Ridderzaal waarop het staatshoofd plaats neemt om de troonrede voor te dragen

Bij aankomst van de Koning bij de Ridderzaal groet hij het vaandel van het krijgsmachtonderdeel dat is opgesteld en wordt het Wilhelmus gespeeld. Vervolgens wordt hij ontvangen door de commissie van in- en uitgeleide, die het koninklijke gezelschap naar hun zitplaatsen begeleidt. De voorzitter van de Verenigde Vergadering maakt de komst van het staatshoofd bekend door het roepen van de woorden "De Koning!" Alle aanwezigen gaan hierop staan. Zodra de Koning op de troon heeft plaatsgenomen, gaat iedereen zitten. De Koning leest vervolgens de troonrede voor, die traditioneel begint met de woorden: "Leden van de Staten Generaal..." Na het lezen van de troonrede roept de voorzitter van de Verenigde Vergadering: "Leve de Koning!", waarop alle aanwezigen antwoorden met "Hoera! Hoera! Hoera!" Vervolgens vertrekt de Koning met zijn gevolg naar de naastgelegen Koninginnekamer. Om circa 13.50 uur vertrekt de stoet weer naar het Paleis Noordeinde.

Balkonscène

Nuvola single chevron right.svg Zie Balkonscène voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na terugkomst in Paleis Noordeinde volgt om 14.00 uur de balkonscène, waarbij de aanwezige leden van het Koninklijk Huis op het balkon van het paleis door het volk worden toegejuicht. Deze balkonscène is om veiligheidsredenen in de jaren zestig ingevoerd - voordien stapte de familie, als het weer het toeliet, na terugkomst in het paleis van de Gouden Koets over in een open koets die met dravende paarden door Den Haag reed.

In het begin kwamen alleen de koningin en haar gemaal op het balkon, in 1985 kwam prins Willem-Alexander erbij en in 1988 de drie prinsjes. In 2013 en 2014 kwamen koning Willem-Alexander, koningin Máxima, prins Constantijn en prinses Laurentien naar buiten.

Prinsjesdagstukken

De Prinsjesdagstukken bestaan uit de miljoenennota, de rijksbegroting, het Belastingplan en het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen.

De minister van Financiën draagt een koffertje met het opschrift "Derde dinsdag in september", met - naar men zegt - de miljoenennota. In werkelijkheid is de miljoenennota op papier veel te volumineus om in het koffertje te passen, maar tegenwoordig staat de miljoenennota op een cd. De miljoenennota wordt officieel tot Prinsjesdag geheimgehouden (maar eventueel wel onder embargo verstrekt aan de media), al lekken delen ervan doorgaans uit. In 2008 werd de miljoenennota al op de voorafgaande zaterdag in NRC Handelsblad gepubliceerd.[bron?]

Rol van het staatshoofd

Prinsjesdag ontleent een groot deel van zijn luister aan de rol van de Koning en zijn Huis. Maar onomstreden is die rol nooit geweest. Al in 1872 uitte Abraham Kuyper in De Standaard kritiek op het voorlezen van de troonrede door de Koning. Gezien de in 1848 ingevoerde ministeriële verantwoordelijkheid diende volgens hem een der ministers deze taak uit te voeren; zij hebben de troonrede geschreven. Ook tegenwoordig denken veel mensen nog dat het staatshoofd de troonrede zelf schrijft.[bron?] In zijn regeerjaren heeft Kuyper de traditie echter in ere gelaten.

Honderd jaar na Kuyper kwam Kamervoorzitter Vondeling met een voorstel tot wijziging van het scenario: de Koning zou voortaan bij het uitspreken van de troonrede niet worden omringd door de leden van zijn Huis, maar door de leden van zijn regering.

Incidenten

2001

In 2001 viel Prinsjesdag een week na de aanslag van 11 september in de Verenigde Staten. Als gevolg hiervan werd besloten geen muziek te spelen tijdens de rijtoer. De Gouden Koets heeft bij het passeren van de Amerikaanse ambassade aan het Lange Voorhout enkele ogenblikken stilgestaan om een groet aan de Amerikanen te brengen. Dat is zeer ongebruikelijk, want volgens het protocol hoeft het staatshoofd nooit te wachten.[2]

2010

Op 21 september 2010 werd tijdens Prinsjesdag de stoet van de Koningin licht verstoord. Een 29-jarige man wierp vanuit het publiek een ruim 600 gram wegende glazen waxinelichthouder tegen de ruit van de Gouden Koets. De verdachte man werd vrijwel meteen door omstanders overmeesterd en overgedragen aan de politie. Onderzoek in het Pieter Baan Centrum wees uit dat de man aan een waanstoornis lijdt.[3] De rechtbank achtte hem op grond daarvan volledig ontoerekeningsvatbaar en legde hem op 16 september 2011 de maatregel op van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van maximaal één jaar.[4] In hoger beroep werd hij door het Gerechtshof op 1 februari 2013 veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf. Het Hof verwierp de ontoerekeningsvatbaarheid van de man, die daarmee niet hoefde te worden opgenomen in een psychiatrische kliniek.[5]

Trivia

  • Veel vrouwen die het uitspreken van de troonrede bijwonen, dragen naar gebruik van de laatste jaren opvallende hoeden, die later in de media worden besproken. Deze traditie ontstond in 1977, toen Kamerlid Erica Terpstra naar eigen zeggen de grijze massa wilde veranderen.[6][7]
  • In 1897 werd, geheel spontaan, voor de eerste keer na het "Leve de Koningin" door André Donner driemaal "Hoera" geroepen. Koningin was de toen 17-jarige Wilhelmina; de troonrede werd voorgelezen door Koningin-regentes Emma.[8]
  • De deelname van de studentenweerbaarheden aan de route is niet geheel zonder controverse. In 1990 presteerde de delegatie van de Leidse weerbaarheid het om zonder geweren aanwezig te zijn, en de delegatie uit Delft verscheen zelfs in brasjas in plaats van in ceremonieel tenue. Daarbij zouden de Delftse studenten tevens liederen uit hun groentijd hebben aangeheven (over drankmisbruik en dames van lichte zeden) bij het passeren van de Gouden Koets. De Koningin was niet te spreken over het gedrag van beide weerbaarheden. De gemoederen liepen zo hoog op, dat de beide verenigingen hierop haast bij Koninklijk Besluit voor een jaar geschorst werden van deelname aan de ceremonie op Prinsjesdag, en voor even kwam zelfs de deelname van studentenweerbaarheden überhaupt aan de erewacht ter discussie te staan.[bron?]

Zie ook

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties
  • Een deel van de informatie op deze pagina is afkomstig van Postbus 51. Overname toegestaan met bronvermelding.