Prinsjesdag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
De Gouden Koets op Prinsjesdag
De Ridderzaal is de plaats waar de troonrede wordt uitgesproken.

Prinsjesdag is een belangrijke dag voor de Nederlandse politiek. Hij vindt elk jaar plaats op de derde dinsdag in september. Op Prinsjesdag spreekt het staatshoofd, thans is dat Koningin Beatrix, de troonrede uit. Daarin geeft de regering aan wat het regeringsbeleid zal zijn voor het komende jaar.

Artikel 65 van de Grondwet bepaalt dat op de derde dinsdag van september (...) door of namens de Koning in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid wordt gegeven. Artikel 105 lid 2 van de Grondwet voegt daaraan toe dat dit samenvalt met de indiening van de begroting.

Hierop volgen in de Tweede Kamer de algemene beschouwingen, waarna ook de Rijksbegroting wordt besproken (miljoenennota).

Prinsjesdag gaat met veel ritueel gepaard. De koningin maakt een rijtoer met de Gouden Koets door Den Haag, van Paleis Noordeinde naar de Ridderzaal, en de minister van Financiën draagt een koffertje met het opschrift "Derde Dinsdag In September". Hierin bevindt zich de miljoenennota. De inhoud hiervan wordt officieel tot Prinsjesdag geheim gehouden (maar eventueel wel onder embargo verstrekt aan de media), al lekken delen ervan doorgaans uit. In 2008 werd de miljoenennota al op de voorafgaande zaterdag in NRC-Handelsblad gepubliceerd.

Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

Het woord 'Prinsjesdag' werd al in de 17e en 18e eeuw gebruikt voor de viering van de verjaardagen van de Prinsen van Oranje. Vooral die van stadhouder Prins Willem V leidde tot grote volksfeesten. Dat kwam er ook voor zijn zoon toen die in 1813 door een opgetogen bevolking na zijn ballingschap werd ingehaald en tot koning gekroond. Mensen zijn het woord Prinsjesdag toen gaan gebruiken voor elke feestelijke gebeurtenis van een Oranje. Verjaardagen, bruiloften en dus ook voor de opening van de Staten-Generaal.

De eerste 'Prinsjesdag' in de betekenis waarin wij die nu kennen vond plaats op 2 mei 1814. Hoewel de staatkundige verhoudingen sindsdien sterk veranderd zijn is het principe van deze dag gelijk gebleven, Prinsjesdag is de dag waarop de koning(in) ten overstaan van het parlement de troonrede uitspreekt. Tot de grondwetsherziening van 1848 was de inhoud van de troonrede officieel een zaak van de koning, na 1848 bepaalden de ministers wat de koning(in) zou zeggen. Het duurde echter tot na de Eerste Wereldoorlog voordat de troonrede zijn huidige karakter kreeg, een schets van de stand van zaken en een presentatie van de plannen voor het volgende parlementaire jaar. Het voorlezen van de troonrede is gelieerd aan de opening van de zitting van de Staten-Generaal, die sinds 1888 plaatsvindt op de derde dinsdag van september.

Vanouds is in de Grondwet bepaald op welke dag Prinsjesdag valt. In de eerste helft van de negentiende eeuw werd de zitting van de Staten-Generaal aanvankelijk op de eerste maandag in november geopend, en later op de derde maandag in oktober. Toen in 1848 een eenjaarlijkse begroting werd ingevoerd, wilde de Kamer meer tijd hebben om deze begroting te behandelen. Daarom werd het zittingsjaar van het parlement verlengd door de openingsdatum nog een maand te vervroegen, naar september.

De maandag was echter geen ideale dag. Voor een groot aantal Kamerleden uit afgelegen delen van het land, was het moeilijk om op maandag tijdig in Den Haag te zijn. Om te voorkomen dat zij op zondag moesten reizen (zondagsrust), werd bij de grondwetswijziging van 1887 de maandag vervangen door de dinsdag.

In 1931 werd de Prinsjesdag voor het eerst gefilmd. De microfoon stond naast de zetel van de koningin.

De jaarlijkse zitting van het parlement werd niet alleen verlengd door haar vroeger te openen, maar ook door haar later te sluiten. Uiteindelijk reed op maandag, daags voor Prinsjesdag, de minister van binnenlandse zaken in een hofrijtuig naar de Ridderzaal om de zitting te sluiten. Minister De Gaay Fortman ging gewoon in zijn dienstauto, maar zijn opvolger Hans Wiegel herstelde de koets in ere en trok zelfs een negentiende-eeuws uniform aan, compleet met steek.

Sinds 1983 spreekt de Grondwet niet meer over de zitting van de Staten-Generaal. Deze hoeft dus ook niet meer geopend en gesloten te worden. Sindsdien is deze dag in de Grondwet gehandhaafd als de dag waarop de troonrede wordt uitgesproken.

De benaming 'Prinsjesdag' voor de opening van de zitting der Staten-Generaal raakte rond 1930 in zwang. Oorspronkelijk was Prinsjesdag de feestelijk gevierde verjaardag van de stadhouder Prins Willem V (8 maart). In de patriottische tijd werd Prinsjesdag aangegrepen om demonstraties van Oranjegezindheid te houden. Waarschijnlijk is op grond hiervan later besloten de dag van de plechtige opening van de Staten-Generaal ook Prinsjesdag te noemen.

[bewerken] Koninklijke stoet

Voorafgaand aan de troonrede trekt er een koninklijke stoet door Den Haag. De koningin en de belangrijkste leden van het Koninklijk Huis maken een rijtoer met de Gouden Koets respectievelijk Galaglasberline van Paleis Noordeinde naar de Ridderzaal. Dit gebruik stamt van 1912; voor die tijd werd gebruik gemaakt van de Glazen Koets, die thans wordt gebruikt bij de generale repetitie van Prinsjesdag.

De koninklijke stoet gaat vergezeld van veel militair vertoon en bestaat achtereenvolgens uit de Koninklijke Militaire Kapel "Johan Willem Friso", uit verschillende eenheden te voet en te paard van de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Marechaussee. Vervolgens komen de koetsen, het eerste rijtuig met daarin een Kamerheer van de Koningin en de Ceremoniemeester van het Hof en daar achteraan het tweede rijtuig met daarin de grootmeester en grootmeesteres. Vervolgens komt de Galaglasberline met daarin prinses Margriet, Pieter van Vollenhoven, Prins Constantijn en Prinses Laurentien en de Gouden Koets met daarin Koningin Beatrix, kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima. Prins(ess)en van 18 jaar en ouder mogen meerijden.

Langs de route staan erewachten en orkesten van alle krijgsmachtdelen; Het Korps Mariniers staat voor de Ridderzaal, voor Paleis Noordeinde staat de Koninklijke Luchtmacht, die het Wilhelmus speelt terwijl de koningin het paleis verlaat. De burgerbevolking wordt in de erewacht vertegenwoordigd door groepen van verschillende studentenweerbaarheden, die op het Binnenhof langs de route staan. De deelname van de studentenweerbaarheden aan de route is overigens niet geheel zonder controverse. In 1990 presteerde de delegatie van de Leidse weerbaarheid het om zonder geweren aanwezig te zijn, en de delegatie uit Delft verscheen zelfs in brasjas in plaats van in ceremonieel tenue. Daarbij zouden de Delftse studenten tevens liederen uit hun groentijd hebben aangeheven (over drankmisbruik en dames van lichte zeden) bij het passeren van de Gouden Koets. De Koningin was niet te spreken over het gedrag van beide weerbaarheden. De gemoederen liepen zo hoog op, dat de beide verenigingen hierop haast bij koninklijk besluit voor een jaar geschorst van deelname aan de ceremonie op Prinsjesdag, en voor even kwam zelfs de deelname van studentenweerbaarheden überhaupt aan de erewacht ter discussie te staan.

[bewerken] 2001

In 2001 viel Prinsjesdag een week na de aanslag van 11 september in de Verenigde Staten. Als gevolg hiervan werd besloten geen muziek te spelen tijdens de rijtoer. De gouden koets heeft bij het passeren van de Amerikaanse ambassade enkele minuten stilgestaan.

[bewerken] Plaats van het staatshoofd

Prinsjesdag ontleent een groot deel van zijn luister aan de rol van de Koningin en haar Huis. Maar onomstreden is die rol nooit geweest. Al in 1872 uitte Abraham Kuyper in De Standaard kritiek op het voorlezen van de troonrede door de Koning. Gezien de in 1848 ingevoerde ministeriële verantwoordelijkheid diende volgens hem een der ministers deze taak uit te voeren. Zij hebben de troonrede immers geschreven. Ook heden denken veel mensen dat de Koningin de troonrede zelf schrijft. In zijn regeerjaren heeft Kuyper de traditie echter in ere gelaten.

Honderd jaar na Kuyper kwam Kamervoorzitter Vondeling met een voorstel tot wijziging van het scenario: de Koningin zou voortaan bij het uitspreken van de troonrede niet worden omringd door de leden van haar Huis, maar door de leden van haar regering.

In 1897 werd, geheel spontaan, voor de eerste keer driemaal 'Leve de Koningin' geroepen. Koningin was de toen 17-jarige Wilhelmina, de troonrede werd voorgelezen door Koningin-regentes Emma.

[bewerken] Trivia

Vrouwen die het uitspreken van de troonrede bijwonen dragen naar gebruik van de laatste jaren opvallende hoeden, die later in de media worden besproken.

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

Een deel van de informatie op deze pagina is afkomstig van Postbus 51. Overname toegestaan met bronvermelding.

Persoonlijke instellingen
in andere talen