Hoed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Hoed (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Hoed.
Koningin Elisabeth II draagt een dameshoed
Mannequins showen voorjaarshoeden 1931
Een vilthoed (fedora) vervaardigd door Borsalino
Een kardinaalswapen met daarboven de galero

Een hoed is een soort hoofddeksel. Een hoed heeft vaak, maar niet altijd, een rand. Zowel mannen als vrouwen kunnen een hoed dragen, de hoed voor vrouwen is doorgaans kleuriger en gevarieerder van vorm.

Een hoed kan gedragen worden

  • als bescherming tegen weersomstandigheden,
  • als versiering,
  • als hoofdbedekking in kerken,
  • als kenmerk van een groepsidentiteit en
  • om een bepaalde stand of formele functie aan te duiden.

Religieus gebruik[bewerken]

In de Rooms-katholieke Kerk is het nog steeds gebruikelijk dat vrouwen hun hoed ophouden tijdens het misbezoek, maar mannen hun hoed afnemen. In vele oude kerken kan men dit gebruik terugzien aan het verschil in de vorm van de banken voor mannen en vrouwen. Ook in bevindelijk gereformeerde kerken worden vrouwen nog steeds verzocht het kerkgebouw te betreden met een hoofddeksel op. Dit omdat een vrouw een macht op haar hoofd dient te hebben.[1]

Gebruik in het staatsrecht[bewerken]

In veel steden was het gebruikelijk om met behulp van een speciaal daarvoor vervaardigde " keurhoed" en een aantal zwarte en witte bonen burgemeesters en andere functionarissen aan te wijzen. In Groningen zijn keurhoed en bonen bewaard gebleven. Zij zijn in bruikleen gegeven aan het Groninger Museum.

In veel Britse en Schotse plechtigheden spelen hoeden, die op- en afgezet worden of juist worden opgehouden een grote rol. De driekante hoed van de baronnen wordt nog steeds gedragen door de leden van de rekenkamer en de "Queens remembrancer", de functionaris die de feodale schattingen int waarop de Britse kroon recht heeft.

De hoed in de heraldiek[bewerken]

In de heraldiek komen hoeden vooral in Duitse wapenschilden voor. Een voorbeeld is het wapen van de graven Holtrop waarin een rode muts met omgeslagen bontrand als helmteken is afgebeeld.

Als teken van hun rang droegen de keurvorsten van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie een hoed. Deze keurhoed (Duits: "Kürhut") was van rood fluweel en met bont gevoerd. De hoed onderscheidt zich van een koningskroon omdat het geen diadeem heeft. Duitse vorsten dragen een vorstenhoed (Duits: "Fürstenhut"). Duitse hertogen dragen een hertogshoed, een hoed van rood fluweel met een omgeslagen rand van bont. Deze hoed is, als ware het een kroon, ook versierd met beugels en een rijksappel. Voor 1795 voerden de prinsen in de Zuidelijke Nederlanden ook prinsenhoeden. Ook een aantal Italiaanse prinsen wier titels van Duitse herkomst zijn draagt prinsenhoeden.

In de kerkelijke heraldiek heeft iedere priester recht op een hoed met een bepaald aantal kwasten. Kardinalen dragen als teken van hun rang een rode hoed met een brede rand.

Jodendom[bewerken]

In het jodendom moeten de mannen hun hoofd bedekt houden uit eerbied voor God (vanaf twee meter afstand van het bed en niet bij het douchen of baden). Joden dragen daarom buiten vaak een hoed, in plaats van (of over) een keppel die binnenshuis gedragen wordt. Ook bij het bezoeken van een sjoel (synagoge) en een Joodse begraafplaats worden Joden en ook andere volwassen mannelijke bezoekers verondersteld een hoed of keppel te dragen.

Engeland[bewerken]

In Engeland droeg een gentleman in het verleden meestal een hoed.

Statussymbool[bewerken]

In Engeland dragen de vrouwen op "Hatting day" tijdens de paardenraces van Ascot in officieuze onderlinge competitie de meest extravagante hoeden. De oorspronkelijke functie van de hoed, het bedekken van het hoofd, raakt hierbij geheel op de achtergrond. Een hoofddecoratie die het hoofd niet bedekt wordt een fascinator genoemd. Een Nederlandse, minder extravagante competitie vindt plaats op Prinsjesdag, als koningin Beatrix, een bekend hoedenliefhebster, en vrouwelijke leden van de Staten-Generaal met hoeden pronken. In het verleden gold het als onbeleefd om een opvallender of grotere hoed dan de koningin en de prinsessen te dragen.

Spreekwoorden over hoeden[bewerken]

Er zijn veel spreekwoorden over hoeden.[2] Sprekende voorbeelden daarvan zijn:

  • Ergens zijn hoed voor afnemen (Ergens bewondering voor hebben)
  • Hij is onder een hoedje te vangen (Hij is zeer stil en gedwee)
  • Hij heeft een mus onder zijn hoed (Hij weigert om iemand te groeten)
  • Zich een hoedje schrikken (Heel erg schrikken van iets)
  • Van de hoed en de rand weten (Volledig op de hoogte zijn)

Diverse modellen[bewerken]


Maten[bewerken]

De maat van een hoed wordt in het grootste deel van Europa aangegeven in cm. Dit is de omtrek van het hoofd, gemeten omstreeks 1 cm boven de oren.

In het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten worden andere hoedmaten gebruikt, gebaseerd op metingen van het hoofd in voor- en zijwaartse richting. Door de afstand tussen voor- en achterhoofd en die tussen beide oren (in inches) bij elkaar op te tellen en het resultaat vervolgens door 2 te delen verkrijgt men de hoedmaat.

1rightarrow blue.svg Zie ook: pet
Bronnen, noten en/of referenties