Synagoge

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sjachariet in beit midrash Vayoel Moshe van Satmar te Jeruzalem
'Klein' Beet Midrasj in Belzer hoofdkantoor tijdens Purim 5766

Een synagoge (Grieks voor huis van samenkomst; Hebreeuws: Beit Knesset of Beis Knesses - בית כנסת') is in het Jodendom een gebeds- en gemeenschapshuis, waar religieuze bijeenkomsten plaatsvinden. Een andere naam voor synagoge, die vooral door Asjkenazische Joden wordt gebruikt, is sjoel, ook wel geschreven als shul (Jiddisch, van het Duitse Schule dat school betekent). De synagoge is dan ook niet alleen een plaats voor gebed, maar ook een plaats om te lezen en onderwijzen uit de Thora. Met name charedische synagoges worden ook als studiezaal en bibliotheek gebruikt. Een synagoge die ook specifiek voor dit doel bestemd is, heet ook wel een beet midrasj. De Portugese joden gebruiken de term esnoga, of het in Nederland verbasterde snoge. Sommige liberale joden, met name in Noord-Amerika, noemen de synagoge ook tempel.

Belangrijke voorwerpen in de synagoge zijn de thorarollen, de acht- of negenarmige Chanoekia voor Chanoeka en met de hoge feestdagen ook de sjofar.

Diensten[bewerken]

Regulier worden in orthodoxe synagoges 22 diensten per maand gehouden. De meest bezochte diensten zijn die van de hoge feestdagen Jom Kipoer en Rosj Hasjana en daarna die van de andere feestdagen en sjabbat. Dagelijkse gebedsdiensten zijn sjachariet (ochtend), mincha (middag) en ma'ariew (avond). Op sjabbes en alle grote feestdagen met werkverbod volgt in de ochtenddienst na de Thoralezing de moesaf-dienst en op Jom Kipoer is er de extra Neila-dienst.

Niet-orthodoxe synagoges en orthodoxe synagoges in zeer kleine gemeenschappen hebben meestal alleen op zaterdagochtend en soms ook op vrijdagavond diensten. Orthodoxe joden bidden dan verder thuis; een synagoge en een minjan zijn niet noodzakelijk voor bidden, maar wel voor verschillende onderdelen van de dienst die anders niet uitgevoerd kunnen worden, zoals de herhaling van het Sjemoné Esré of de lezing van de Thora.

In orthodoxe synagogen zitten mannen en vrouwen gescheiden, in masorati (conservatieve), liberale (reform) en reconstructionist synagogen zitten vrouwen samen. De unitaire synagoges van Tokio en Stockholm, die dienst verlenen aan alle richtingen, zijn zo ingericht dat mannen en vrouwen zowel gescheiden als gemengd kunnen zitten.

Ontstaan[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Ontstaan van de synagoge voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de eerste jaren van het Jodendom was er nog geen synagoge; vaak wordt aangenomen dat deze pas is ontstaan tijdens de Babylonische ballingschap (586-539 voor Christus), maar deze theorie is tegenwoordig omstreden.

In 586 v.Chr. werden veel joden die een hoge positie bekleedden verbannen uit Jeruzalem, omdat ze in opstand waren gekomen tegen hun Babylonische overheersers. Na een tweede opstand werd hun tempel, de Tempel van Salomo op de Tempelberg in Jeruzalem verwoest. In Babylonië beschouwden de joden het als onmogelijk om hun eigen identiteit vast te houden als ze niet samenkwamen. Het probleem was alleen dat ze in een onbekende streek waren aangekomen. Ze stonden voor de keus te integreren, te assimileren of te isoleren. De uitspraak 'Zoek de vrede voor de stad, want in haar vrede ligt uw vrede' geeft aan zij moesten integreren: als je je isoleert heb je geen contact met de stad, maar als je de gebruiken van je omgeving respecteert en je eraan aanpast maar toch je eigen identiteit behoudt, zal het goed gaan met je volk en zal er vrede voor het volk bestaan. De keuze was dan ook integreren met behoud van hun geloof, dat hen verbonden zou houden.

De tempel was altijd de centrale plaats van offerdienst, samenkomst en eredienst. Toen de tempel was verwoest, konden de joden de offerdienst niet meer uitoefenen. De overige rituelen zoals besnijdenis, huwelijk, eredienst en dergelijke werden aanvankelijk in huissamenkomsten beoefend. Voor deze bijeenkomsten gebruikten ze een gewone huiskamer, die synagoge werd genoemd. Deze huiskamers waren echter wel een stuk kleiner en de feesten en offers werden veel minder uitbundig. De nadruk lag nu vooral op het lezen en het leren van de Thora.

Later kwam men bijeen in speciaal hiervoor opgerichte gebouwen. Ook toen na 70 jaar ballingschap de tweede tempel werd opgericht, bleef men bijeenkomen in de synagoge. De synagoge kan echter geen volledige vervanging van de tempel zijn, omdat de sjechiena, de aanwezigheid van God, juist in het allerheiligste deel van de tempel zou zijn. Rituelen, zoals offers die in de tempel werden gebracht, zijn daarom in de huidige tijd vervangen door gebeden. Voor het ochtendgebed leest iedere persoon dagelijks (uit het gebedenboek, de siddoer) gedeeltes uit de Thora en Misjna over de dagelijkse offerdienst; het Sjemoné Esré gebed wordt gezien als de vervanging van de offers zelf.

De tempel is tweemaal verwoest: de eerste keer in 586 v.Chr. door de Babyloniërs, de laatste keer in het jaar 70 na Christus door de latere Romeinse keizer Titus.

Foto's[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek