Chanoeka

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De chanoekia zoals die tijdens chanoeka gebruikt wordt

Chanoeka is een joods feest. In het Hebreeuws is het חנכה of חנוכה wat 'inwijding' betekent. Het feest staat ook wel bekend als 'het feest van de lichtjes' (חג האורות: Chag Ha'Orot), inwijdingsfeest of toewijdingsfeest (weinig prominente Nederlandse vertaling). Het feest duurt acht dagen, ter nagedachtenis aan het 'Chanoeka-wonder'. De eerste dag van dit feest begint na zonsondergang van de 24e dag van de joodse maand Kislev.

Feest van het licht[bewerken]

Chanoeka (uitspraak: [χanuˈka]?, met een ietwat 'zachte' g en een 'a' zoals in 'extra') is een van de kleinere joodse feesten, dat met name door invloed van enerzijds de Verlichting en kerstmis en anderzijds het zionisme de laatste eeuwen aan belang heeft gewonnen. Er gelden geen halachische verboden, behalve enkele kleine beperkingen rond de tijd dat de kaarsen aangestoken moeten worden en wanneer zij branden. Herdacht wordt de herinwijding van de Tempel van Jeruzalem in 164 v.Chr. door Jehuda haMaccabi.

Volgens de overlevering was er slechts één kruikje kosjere olie voorradig om de menora te branden tijdens de reiniging van de Tempel. Het kruikje raakte echter niet leeg voordat nieuwe zuivere olie was toebereid, maar schonk genoeg olie om de menora gedurende acht dagen - de tijd die nodig was om nieuwe olie te krijgen - brandend te houden.

Juda de Maccabeër/Jehuda haMaccabi[bewerken]

Het verhaal van Chanoeka draait om Juda de Maccabeër (in het Hebreeuws: Jehuda haMacabi). Juda leefde in het Hellenistische tijdperk, toen de Joden wat betreft hun geloofsbelijdenis zwaar onderdrukt werden. Het kwam zelfs zover dat de Seleucidische Grieken de Tempel in Jeruzalem ontwijdden door op het altaar een varken te offeren, een dier dat voor Joden onrein is volgens de wetten uit Leviticus (Hebr. Vajikra) 11:7,8,11.

Voor de Joden was dit de laatste druppel en een groepje onder leiding van Juda/Jehuda besloot om terug te slaan. Dit groepje kreeg steeds meer aanhangers en ze wonnen steeds meer stukken land terug uit de handen van de vijand. Hun populariteit werd zelfs zo groot, dat het gewone Joodse volk de leider 'Jehuda haMacabi' ging noemen, Hebreeuws voor 'Juda de Hamer'. Anderen geloven dat Juda 'haMacabi' werd genoemd omdat hij en zijn manschappen op hun banieren de letters Mem מ, Kaf כ, Beth ב, Jod י voerden. Zij beweren dat deze letters staan voor de woorden 'Mi Chamocha Ba'elim Adonai?', letterlijk vertaald: Wie is zoals U onder de goden, Eeuwige? De manschappen van Jehuda werden naarmate ze meer veldslagen wonnen bekend als de Maccabeërs.

Uiteindelijk bereikten Jehuda en zijn mannen Jeruzalem en na een bloedige strijd overwonnen ze. Toen ze echter de Tempel binnenkwamen, zagen ze dat de Grieken alles vernield hadden, en het was de taak van de hogepriester om de Tempel weer in ere te herstellen. De hoge menora die in de Tempel stond was door de Grieken omgegooid en moest weer recht gezet worden. Nadat dit gedaan was, merkten de priesters dat er geen oliekruiken meer waren. Eén van hen vond echter nog een klein kruikje, met daarin nog net genoeg olie om de menora één dag te laten branden. De menora werd aangestoken en de Tempel werd heringewijd. De priesters wisten dat zij gauw op zoek moesten naar meer olie en tijdens dat proces hielden ze de menora goed in de gaten.

De volgende dag was dat kruikje opeens weer vol. De priesters begrepen er niets van. De volgende dag gebeurde hetzelfde en zo ging het acht dagen lang.

De hogepriester, priesters, Maccabeën en het gewone volk vierden een groot feest en de hogepriester stelde dit feest in op dezelfde tijd van het jaar, de maand Kislev, opdat de Joden deze wonderlijke gebeurtenis niet zouden vergeten. Daarom vieren de Joden jaarlijks vanaf de 25e Kislev het feest van Chanoeka, dat 'Herinwijding' betekent.

Gebruiken[bewerken]

Voornaamste gebruiken zijn het aansteken van kaarsjes in de chanoekia (een 8+1-armige kandelaar) met uitspraak van zegeningen en zang, eten van soefganiot en latkes, uitdelen van Chanoeka-geld of gewoon cadeautjes en het spelen met de dreidel of sevivon (een vier-kantig tolletje met Hebreeuwse letters).

Aansteken van lichtjes in de chanoekia[bewerken]

De chanoekia (meervoud chanoekiot), een speciale kandelaar voor chanoeka, heeft plaats voor 8+1 kaarsjes of vlammetjes op olie. Iedere dag steekt men eerst het extra ("negende") lichtje aan, de sjamasj. Sjamasj is afgeleid van dienst in het Hebreeuws (sjimoesj), omdat dit lichtje dienst doet om de andere aan te steken. De sjamasj staat ietsje afgezonderd van de andere lichtjes, qua hoogte of plaats.

Voor het aansteken van de twee tot acht lichtjes spreekt men twee zegens uit (asjer tsivanoe - die ons gebood - en sje'asa nisiem - die wonderen deed). Alleen op de eerste dag van chanoeka spreekt men een extra zegen uit (sjehechijanoe - die ons deed beleven). Daarna steekt men met de sjamasj de andere lichtjes aan: de eerste dag één, de tweede dag twee, etc. tot en met de achtste dag.

Na het aansteken van de kaarsjes spreekt men vaak een tekst uit (Hanerot halaloe - deze lichtjes), waarin de redenen voor het aansteken van de lichtjes en de regels omtrent het gebruik ervan. Hierna zingt men het Maoz Tsoer. Net als bij het Wilhelmus, vormen de eerste letters van de coupletten een zgn. acrostichon – in dit geval een naam – èn zingt men het eerste couplet het meest algemeen.

Een bijzonder aspect van de chanoekia met lichtjes is dat men - indien dit geen gevaar mee kan brengen - wordt geacht deze in het raamkozijn neer te zetten. Deze regel is afwijkend in het anders vrij introverte jodendom. Chabad-Lubavitch, een extraverte chassidische richting rondom de Lubavitcher Rebbe, heeft hieruit zelfs een gebruik afgeleid tot het plaatsen van gigantische chanoekiot op publieke plaatsen. Soortgelijke chanoekiot staan in Israël ook los van die richting.

Gerechten[bewerken]

De voornaamste gerechten van Chanoeka zijn latkes of levivot - een soort aardappelpannenkoekjes of rösti - en soefganiot, sterk op berlinerbollen of Oostenrijkse Krapfen gelijkend en traditioneel gevuld met jam. Deze lekkernijen worden speciaal met Chanoeka gegeten omdat ze in olie bereid worden, als herinnering aan het wonder van de olie.

Chanoeka-Geld[bewerken]

Oorspronkelijk kregen kinderen met Chanoeka wat zakgeld, waarvan ze geacht werden een gedeelte af te staan aan tsedaka. Nu wordt het 'Geld' vaak in chocolademunten gegeven en daarnaast worden cadeautjes uitgewisseld.

Dreidel[bewerken]

Een dreidel

De dreidel, trendel of sevivon is een vierkantig tolletje waarmee tegenwoordig vooral kinderen spelen. Toen de joodse studie tijdens de Chanoeka-episode onder de Syrische bezetter verboden was, werd het tolletje gebruikt om in het geheim te studeren; als studenten werden betrapt deden zij net alsof zij een onschuldig spelletje speelden.

Het bijbehorend spelletje werkt met een pot (net als ganzenbord). Op het tolletje staan vier Hebreeuwse letters noen, giemel, hee en sjien; deze betekenen zowel:

  • in het Hebreeuws: Nes Gadol Haja Sjam - een groot wonder gebeurde daar
  • als in het Jiddisch: Nichts (niets), Ganz (alles), Halb (half), Stell (bijleggen in de pot)

In Israël wordt de sjien vervangen door de pee, zodat er staat: een groot wonder gebeurde hier (Nes Gadol Haja Pò).

Bronnen[bewerken]

Het verhaal van Chanoeka staat opgetekend in de Talmoed (met name in tractaat Sjabbat) en de apocriefen (I Makkabeeën en II Makkabeeën). Een seculiere bron is Flavius Josephus: 'geschiedenis van de joden'.

Talmoed[bewerken]

De Talmoed verhaalt in tractaat Sjabbat 21a-24b[1] dat Maccabeeën de tempel binnen gingen, nadat zij de bezetters uit de tempel hadden verjaagd, om de afgodenbeelden te verwijderen en de tempel te herstellen. Zij ontdekten dat de meeste rituele voorwerpen ontwijd waren. Daarop zochten zij ritueel gezuiverde olijfolie om de menora aan te steken en de tempel te herstellen, maar vonden slechts genoeg olie voor een enkele dag. Zij staken dit evengoed aan, en gingen verder meer olijfolie te persen en zuiveren. Op een miraculeuze wijze zou deze kleine hoeveelheid olie acht dagen lang blijven branden, tot er nieuwe olie geperst en gezuiverd kon worden. Om deze reden steken joden een kaars extra aan, iedere nacht van het feest.

In de Talmoed worden twee gebruiken beschreven. Het was gebruikelijk om acht lampen op de eerste nacht van het feest te laten schijnen, en het aantal iedere volgende nacht met een te reduceren. Een ander gebruik was om op de eerste nacht met een brandende lamp te beginnen, en iedere nacht een extra aan te steken tot er acht brandden, op de achtste nacht. Het eerste gebruik werd door de volgers van Sjammai gevolgd, het laatste door die van Hillel en is tegenwoordig de algemeen geaccepteerde praktijk. De letters van het Hebreeuwse woord Chanoeka vormen daartoe een aanwijzing; Chet (achtste letter van het Hebreeuwse alfabet), Noen, Waw (oe-klank), Chaw (of Kaw), He: Chet Nerot OeKehilchat Hillel - acht lichten en volgens de regel van Hillel.

Maccabeeën[bewerken]

Chanoeka was ingesteld door Judas Makkabeüs en zijn broers in het jaar 165 v.Chr., om jaarlijks met vreugde gevierd te worden ter gedenking van de toewijding aan het altaar in de tempel in Jeruzalem. (1 Macc. iv. 59). Na Jeruzalem en de tempel te hebben hersteld, gaf Judah het bevel de tempel te reinigen, een nieuw altaar in plaats van de verontreinigde te bouwen, en nieuwe heilige bekers te vervaardigen. Toen het vuur opnieuw op het altaar werd aangestoken, en de lampen op de kandelaar weer brandden, werd de toewijding aan het altaar gedurende acht dagen gevierd, onder het brengen van offers en het zingen van liederen. (1 Macc. iv. 36), wat enigszins lijkt op de feestelijkheden van Soekot. Ook in de huizen werden lichten aangestoken. Volgens Josephus (Joodse Oudheden) werd het in de volksmond dan ook het feest van de lichten genoemd.

Het feest markeert de overwinning op de legers van de Seleuciden, die hadden geprobeerd het volk Israël te weerhouden het jodendom uit te oefenen. Judah Maccabeüs en zijn broers vernietigden de overweldigende strijdkrachten, en wijdden de tempel opnieuw in. Kenmerkend voor het feest is, dat een speciaal soort kandelaar tijdens dit feest wordt aangestoken. Deze kandelaar heet de Chanoekia en heeft acht plus één armen (niet te verwarren met de menora, die 7 armen heeft en in de tempel stond).

Geschiedenis van de joden[bewerken]

Volgens Flavius Josephus stonden de lichten symbool voor de vrijheid die de joden verkregen, op de gebeurtenis die op het feest wordt gevierd.

Chronologie[bewerken]

  • 198 v.Chr.: Legers van de Seleucidische koning Antiochus III (Antiochus de Grote) verwijderen Ptolemeüs V uit Judea en Samaria.
  • 180 v.Chr.: Antiochus IV Epiphanes bestijgt de Seleucidische troon.
  • 168 v.Chr.: Onder het bewind van Antiochus IV wordt de tempel geplunderd. Joden worden massaal vermoord en het jodendom wordt onwettig verklaard.
  • 167 v.Chr.: Antiochus beveelt dat een heiligdom ter ere van Zeus in de tempel moet worden opgericht. Mattathias en zijn vijf zonen Johannes, Simon, Eleazar, Jonathan en Judah leiden een opstand tegen Antiochus. Judah raakt bekend als Judah Maccabeüs (Judah de Hamer).
  • 166 v.Chr.: Mattathias sterft, en Judah volgt hem op als leider. Het joodse koninkrijk der Hasmoneeën begint; het duurt tot 63 v.Chr.
  • 165 v.Chr.: De joodse opstand tegen de seleucidische monarchie is succesvol. De tempel wordt bevrijd, en opnieuw ingewijd (Chanoeka).
  • 142 v.Chr.: Vestiging van het tweede joodse regeringsverband. De seleuciden erkennen de joodse autonomie. Formeel houden de seleucidische koningen de heerschappij, die door de joden erkend wordt. Dit luidde een periode van grote geografische uitbreiding, groei van de bevolking en religieuze, culturele en sociale ontwikkeling in.
  • 139 v.Chr.: De Romeinse senaat erkent joodse autonomie.
  • 130 v.Chr.: Antiochus VII belegert Jeruzalem, maar trekt zich terug.
  • 131 v.Chr.: Antiochus VII sterft. Israël werpt de Syrische heerschappij volledig van zich af.
  • 96 v.Chr.: Een burgeroorlog begint, die acht jaar zal duren.
  • 83 v.Chr.: Consolidatie van het koninkrijk in het gebied ten oosten van de rivier de Jordaan.
  • 63 v.Chr.: Het Hasmonese joodse koninkrijk komt tot een einde vanwege rivaliteit tussen de broers Aristobulus II en Hyrcanus II, die beiden een beroep doen op Rome om hen te helpen en de machtsstrijd in hun voordeel te doen beslissen. Rome valt het land binnen, en neemt de macht over in het gehele land. Er vindt een massamoord plaats op twaalfduizend joden wanneer de Romeinen Jeruzalem binnentrekken. De tempelpriesters worden bij het altaar gedood. Rome annexeert Judea. De tempel wordt verwoest. Hieraan herinnert de vasten- en rouwdag Tisja Beav. De overwinning en de herinwijding van de tempel worden hiermee door een onderlinge strijd om het koningsschap uiteindelijk teniet gedaan. Die strijd werd gevoerd door de afstammelingen van de Maccabëen, die, omdat zij priesters waren, eigenlijk geen recht op het koningschap hadden, maar zich na hun overwinning en de herinwijding het koningschap ten onrechte toe hadden geëigend.

Toekomstige data[bewerken]

  • 16 - 24 december 2014
  • 6 - 14 december 2015

NB: de eerste dag vangt aan met zonsondergang, de laatste dag eindigt met zonsondergang.

Bronnen, noten en/of referenties