Kasjroet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een koosjere McDonald's in Israël
Rituele slacht van een kip, volgens de Kasjroet

Kasjroet (Hebreeuws: כשרות betekent "geschiktheid") is het geheel van spijswetten dat in het jodendom bepaalt of voedsel wel of niet door joden gegeten mag worden. Voedsel dat aan deze spijswetten voldoet, beschouwt men als rein en wordt in het Nederlands traditioneel kosjer of koosjer genoemd.

Achtergrond[bewerken]

Voorschriften voor kasjroet bepalen dat uitsluitend bepaalde soorten dieren mogen worden gegeten. De basis voor kasjroet staat in de Thora, in Leviticus 11 en Deuteronomium 14.

  • Evenhoevige alsmede herkauwende zoogdieren zijn. Dus wel rund, schaap, geit en hert maar geen kameel, varken, paard of haas.[1][2]
  • Voor waterdieren geldt dat zij vinnen en schubben moeten hebben. Dus geen paling en schelpdieren, kreeft, et cetera.[3][4]
  • Diverse vogels zijn onrein.[4]
  • Kadavers (dood aangetroffen dieren) van zowel reine als onreine diersoorten zijn onrein[5]
  • Gevleugelde insecten zijn onrein, uitgezonderd sprinkhanen.[4]

Slacht[bewerken]

Volgens de regels van kasjroet moeten goedgekeurde zoogdieren en toegestane vogels volgens religieuze voorschriften door middel van de halssnede worden geslacht, om aan de eisen van kasjroet te voldoen. Aas en vlees afkomstig van een nog levend dier zijn dus niet toegestaan. Dit noemt men sjechita. Hierbij moeten de messen vlijmscherp en kaarsrecht zijn om het dier onmiddellijk te kunnen doden, waarna al het bloed, wat nog niet bij de halssnede het lichaam heeft verlaten, verwijderd wordt door het vlees veelvuldig te zouten; de consumptie van bloed is namelijk strikt verboden.

Andere kasjroetvoorschriften[bewerken]

  • Vlees- en melkproducten mogen niet samen worden gebruikt. Volgens de Nederlands-Joodse traditie mogen ze niet binnen een uur (volgens andere tradities: zes uur of drie uur) worden geconsumeerd. Ook mag hetzelfde eetgerei (borden en bestekken) niet voor vleesproducten en melkproducten worden gebruikt. Dit voorschrift berust op Deuteronomium 14:21 en Exodus 23:19, waarin staat dat het verboden is een geitje te koken in de melk van zijn moeder.
  • Vis geldt als neutraal (parwe of minnisj) en mag zowel met vleesproducten (zie onder) als melkproducten worden gegeten.
  • Vlees en vis mogen niet tegelijk worden gegeten, maar wel binnen één maaltijd.
  • Consumptie van bloed is verboden. Leviticus 3:17, Deuteronomium 12:16, 12:23-24, 15:23. Bloed wordt na de slacht verwijderd met zoutbaden, met een aparte behandeling voor lever die bijzonder rijk is aan bloed.
  • Er is een voorkeur voor brood dat door joden wordt gebakken. Volgens veel rabbijnen is dit een vereiste; volgens anderen een sterke voorkeur.
  • Niet-koosjere wijn is altijd verboden, ongeacht de ingrediënten. Slechts koosjere wijn kan genuttigd worden.
  • Voedsel dat gekookt is door een niet-Jood mag niet worden genuttigd.
  • Sommig keukengerei kan koosjer worden gemaakt door het in een ritueel bad onder te dompelen.

Een aantal wetten is plaats- of tijdgebonden: er zijn kasjroet-wetten die alleen gelden voor het agrarisch product van het land Israël en, onafhankelijk daarvan, voor Pesach.

Het nut van de Joodse spijswetten kan op twee manieren worden uitgelegd. Dat er bijvoorbeeld geen varkens mogen worden gegeten, kan een rationele verklaring hebben in het feit dat ze vaak ziektes hebben. De spijswetten kunnen dus worden opgevat als hygiënische maatregelen. Maar de algemeen aanvaarde uitleg is dat het nuttigen van onrein geachte dieren een slechte invloed zou hebben op de geest. Ook hebben de kasjroet-voorschriften tot gevolg dat men zich bewust is van de bijzonderheid van wat door God volgens Wiens voorschriften wordt gehandeld, aan de mens aan voedsel wordt geschonken. De beschikbaarheid van voedsel is niet onder alle omstandigheden en in alle tijden iets vanzelfsprekends.

Bijvoeglijke naamwoorden[bewerken]

Als voedsel in overeenstemming is met de regels van kasjroet, dan noemt men het koosjer (Jiddisch "kosher" van Hebreeuws: כשר-kasjèr). Is het niet in overeenstemming met de kasjroet, dan noemt men het niet-koosjer en soms ook treife (Jiddisch van het Hebreeuws: טריפה-treefa). Letterlijk betekent dat laatste iets anders: treife is een dier dat een natuurlijke dood gestorven is en dus niet gegeten mag worden omdat het niet volgens de regels van kasjroet is geslacht. De uitdrukking "niet koosjer" wordt ook wel in overdrachtelijke zin gebruikt als men wil aangeven dat iets niet pluis, niet in orde of verdacht is.

Hechsjer[bewerken]

Hechsjer is het Hebreeuwse woord voor een certificaat dat een rabbinale verklaring is van kasjroet (kosjerheidscertificering). In kosjere winkels (behalve supermarkten) hangt een te'oedat hechsjer (kosjerheidscertificaat). Dit wordt door de certificerende rabbijn of rabbinale rechtbank/organisatie verstrekt voor een bepaalde periode. Zaken die een te'oedat hechsjer vereisen zijn onder anderen restaurants, bakkerijen en fast-foodzaken. In Israël is de certificering van overheidswege geregeld. Daarnaast zijn er in Israël zelfstandige certificerende kasjroetorganisaties die aan winkels en restaurants een hechsjer verstrekken. In Nederland wordt dit door het Opperrabbinaat voor Nederland verzorgd. Kosjer vlees en alles wat daar van wordt gemaakt, doorloopt één certificeringslijn; staat al 400 jaar lang onder voortdurend kosjer-toezicht van een en dezelfde certificeerder. Voortdurend betekent feitelijke, fysieke controle en menselijk toezicht vanaf het moment dat de slachter het dier stuk voor stuk inspecteert, en zijn vlijmscherpe mes in een snelle beweging langs de hals haalt, totdat thuis het van dat dier afkomstige plakje worst uit zijn verpakking wordt gehaald. Een scherpe controle die onvergelijkbaar is met Halal-certificering of welke voedselcontrole dan ook. Ook de EKO-controle is niet voortdurend, maar gebeurt door inspecties eens per jaar en controle op basis van inzage in administratie in plaats van voortdurende aanwezigheid bij en toezicht op het productieproces.

Met name in Israël, maar in toenemende mate ook in de Verenigde Staten, is het in tegenstelling tot in Nederland gebruikelijk om een klein symbooltje (enkele millimeters doorsnee), doorgaans het logo van de rabbijn of het rabbinaat in kwestie, op de verpakking van ieder voorverpakt product te plaatsen. Enkel de tekst 'kosjer' is niet voldoende, aangezien er verschillende gradaties van kosjerheidscertificering bestaan en verschillende groepen Joden alleen of bij voorkeur voedsel consumeren gecertificeerd door door hen vertrouwde certificerende rabbijnen of kasjroetorganisaties. In Israël is naast certificering door het rabbinaat van de plaats waar de voeding wordt bereid of het restaurant is gevestigd, de meest voorkomende hechsjerim (meervoud van hechsjer): Edah HaChareidis uit Jeruzalem en rabbijn Landa uit Bne Brak. Andere bekende hechsjerim in Israël zijn die van rabbijnen Kook en Rubin uit Rechovot; de Chatam Sofer uit Bne Brak; de rabbinale rechtbank van rabbijn Ovadia Yosef; Machzikei HaDas van de chassidische beweging Belz, Shearis Yisroel van de Litvaks, de sefardische rabbijn Shlomo Machpoud. In de Verenigde Staten zijn met name de Orthodox Union (OU), Organized Kashrus (OK), StarK en het Central Rabbinical Congress (CRC) bekend. In Nederland, vertegenwoordigt Rabbijn Aryeh Leib Heintz verschillende kosjertoezichtorganisaties.

Kosjer of koosjer[bewerken]

De correcte Jiddische uitspraak is 'kosjer' met een korte 'o'. In het Nederlands taalgebruik, zowel onder Joden als de algemene bevolking, is dit woord geleidelijk verbasterd naar een lange 'oo'. Zowel het Opperrabbinaat voor Nederland als het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, die de kasjroetcertificering in Nederland verzorgen, gebruiken echter de spelling kosjer met een enkele 'o'.

Dierenwelzijn[bewerken]

In 2008 verscheen een in opdracht van het ministerie van Landbouw vervaardigde literatuurstudie van de Landbouwuniversiteit Wageningen naar het dierenwelzijn van ritueel geslachte dieren; dit in vergelijking met de reguliere slacht in Nederland, waarbij dieren voorafgaand aan de slacht verdoofd worden. De onderzoekers hebben geen kennis genomen van de feitelijke omstandigheden in de Nederlandse slachterijen voor koosjer slachten. Ook is de literatuur uitsluitend afkomstig uit het buitenland. Het onderzoek is sindsdien fel bekritiseerd door hoogleraren van de Universiteit van Amsterdam, de Radboud Universiteit, Cornell University en indirect door stichtingen Dier & Recht en Varkens in Nood die in Trouw van 24 oktober 2012 bekend maakten dat de overheid in dergelijke door haar opgedragen rapporten percentages laat veranderen. Het rapport is in juni 2011 beoordeeld door TNO. TNO stelt dat de aangehaalde literatuur niet eensluidend is over de aantasting van het welzijn.

De hoofdconclusie van het bekritiseerde rapport luidt als volgt:

"Uit het onderzoek kwam als voornaamste conclusie naar voren, dat onbedwelmd ritueel slachten in vergelijking met slachten na bedwelming op diverse punten nadelig is voor het welzijn van het dier. De noodzaak om dieren die zonder bedwelming geslacht worden zodanig vast te zetten (te fixeren), dat de halssnede trefzeker kan worden toegebracht, kan veel stress veroorzaken. Maar ook de halssnede zelf zal, gezien het grote aantal pijnreceptoren in de halsstreek, een ernstige pijnprikkel veroorzaken - bij sommige dieren onderdrukt doordat dieren in een shocktoestand geraken. Daar staat tegenover dat ze pijn niet via vocalisaties kunnen uiten, omdat ook de luchtpijp is doorgesneden. Verder blijkt het bij het toedienen van de halssteek vaak mis te gaan, met extra sneden en extra lijden als gevolg. Ook kan er bloed in de luchtpijp lopen, wat een gevoel van verstikking oplevert bij dieren die het bewustzijn nog niet geheel verloren zijn. Bovendien blijven de hersenen van onbedwelmde dieren na de halssteek langer actief dan die van bedwelmde dieren. Het is niet uitgesloten dat in het bijzonder runderen na de halssnede relatief lang bij bewustzijn blijven doordat hun hersenen, anders dan bij schapen en pluimvee het geval is, via de niet doorsneden arteria vertebralis nog even van bloed voorzien blijven." Daar tegenover concluderen de opstellers van het rapport vervolgens over bedwelmde slacht: "... de bedwelmingshandeling zelf in de praktijk niet altijd correct wordt uitgevoerd."

Onbedwelmde koosjere slacht betrof volgens het NIK in 2010 ongeveer 3000 dieren per jaar. Jaarlijks worden volgens tellingen van het CBS in 2010 circa 500 miljoen dieren "bedwelmd" geslacht. Buitenlands wetenschappelijk onderzoek (Endres, 2005; Hoffman, 2003) constateert dat in 6-12 procent van de gevallen de bedwelmingshandeling niet correct wordt uitgevoerd. Waardoor het dier nog een keer moet worden bedwelmd, of wanneer de noodzaak daartoe niet wordt opgemerkt zonder bedwelming maar in de veronderstelling dat het bedwelmd is, geslacht. Dit betreft dus 30 tot 60 miljoen onbedwelmde of na meerdere bedwelmingshandelingen geslachte dieren. Een veelvoud van de enkele duizenden bewust onbedwelmd geslachte dieren. Die dieren worden niet bedwelmd geslacht maar stuk voor stuk, dier voor dier, door een deskundige slachter geslacht. Bij reguliere slacht van kippen, de diersoort waarvan het meeste wordt geslacht, daarentegen gaat de bedwelming en de slacht volledig machinaal. In de discussie omtrent het ritueel slachten in de jaren 2010-2012 was voor alle partijen, voor- en tegenstander, dan ook één ding alom geaccepteerd: de koosjere slachtwijze van pluimvee is van alle bestaande soorten de meest humane. [6]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties