Hond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Hond (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Hond.
Hond
Parson Russell-terriër
Parson Russell-terriër
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Canidae (Hondachtigen)
Geslacht: Canis
Soort: Canis lupus (Wolf)
Ondersoort
Canis lupus familiaris
Linnaeus, 1758
Afbeeldingen Hond op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Hond op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De hond (Canis lupus familiaris) is een gedomesticeerde ondersoort van de wolf. De hond is een roofdier uit de familie van de hondachtigen (Canidae). De hond komt op alle continenten voor, meestal in gezelschap van de mens. Al sinds duizenden jaren wordt de hond gebruikt voor bewakingstaken, bij de jacht, als herdershond en als trekdier. Nog steeds heeft hij werk als politiehond of hulphond, maar de meeste honden worden tegenwoordig gehouden als gezelschapsdier.

Afstamming

De wolf is de voorvader van de hond

Volgens genetisch onderzoek (1997) zijn er op grond van verschillen in het mitochondriaal DNA vier verschillende groepen hondenrassen te onderscheiden, die mogelijk het resultaat zijn van vier verschillende domesticaties in het verleden.[1]

Wel is duidelijk dat de hond afstamt van de wolf (Canis lupus) en niet van de coyote, de jakhals of een andere hondachtige: de verschillen van hond en wolf met al deze soorten zijn veel groter dan die tussen hond en wolf onderling. De grijze wolf komt, althans kwam, over een groot verspreidingsgebied voor in de Verenigde Staten van Amerika, Europa en Azië. Het is op grond van de genetische analyse niet duidelijk of de hond nog van een specifieke ondersoort van de wolf afstamt zoals de Perzische wolf (C. lupus pallipes), omdat die bij de gebruikte methode genetisch niet te onderscheiden was van de andere typen wolven.

Groep één van de vier door Vila onderscheiden categorieën is weer in verschillende takken onder te verdelen, waarvan een zuidoostelijke tak onder andere de Australische dingo bevat, een primitieve hond die ook in het wild leeft en zich van de meeste gedomesticeerde honden onder meer nog onderscheidt door een jaarlijkse voortplantingscyclus.

Genetisch onderzoek naar verschillen in het mitochondriaal DNA van de hond toont een nagenoeg identieke (0,2 % verschil) basenvolgorde met die van de grijze wolf, wijzend op een directe afstamming in het (evolutionair gezien) recente verleden. Het verschil tussen wolven en coyotes was met 4 % veel groter.[2]

Domesticatie

Het recentste onderzoek toont aan dat de domesticatie van de hond al had plaatsgevonden in het Verre Oosten zo'n 14.000[3] à 15.000 jaar geleden.[4][5] Speculatievere vondsten zijn 31.000 tot 36.000 jaar oud.[6] Begin 21ste eeuw is een schedel die in de jaren 1860 gevonden werd in de Belgische Grotten van Goyet (Gesves) geïdentificeerd als die van een paleolithische hond.[7] Daarmee is het ca. 31.700 jaar oude fossiel meteen ook het oudste gedomesticeerde dier tot nog toe gevonden: de hond was eerder gedomesticeerd dan gelijk welk ander dier.[8] Oudere schattingen gingen uit van een begin van de domesticatie rond 40.000-100.000 jaar geleden.[4]

De vraag is hoe en waarom de wolf tot huishond werd (Canis lupus familiaris). In de late laatste ijstijd veranderden de leefomstandigheden van de mens. De dominante bestaanswijze veranderde van nomade in boer, waardoor mensen lange tijd op dezelfde plaats bleven. De 'wilde honden' begonnen in deze tijd de nabijheid van de mens op te zoeken en van hun afval te leven. Er kan dus sprake zijn van een zekere co-evolutie.[9][10] Andere onderzoekers gaan ervan uit dat de mens een actievere rol speelde in de eerste stappen die tot een domesticatie van de hond leidde.[11] Een gangbare hypothese was dat hierbij geselecteerd werd op basis van coöperatief gedrag, maar onderzoek uit 2014 vond dat net wolven beter zouden samenwerken en dat bij het domesticeren van honden voornamelijk geselecteerd zou zijn op gehoorzaamheid en zin voor hiërarchie.[12]

Rond 8000 voor het begin van onze jaartelling pasten de voorouders van de hond hun voedingspatroon en spijsvertering aan aan het grotere aanbod zetmeel uit de eerste menselijke landbouw. De honden bezitten afhankelijk van het ras 4 tot 30 kopieën van het zetmeelverterende gen voor het enzym amylase. Wolven bezitten slechts twee kopieën voor amylase.[13] Deze door mutatie mogelijk gemaakte domesticatie heeft mogelijk tweemaal plaatsgevonden[14]; rond 35.000 jaar geleden, vóór de laatste grote ijstijd, maar door de ongunstige omstandigheden afgebroken, en 10.000 jaar geleden met meer succes.

Hoewel de geschiedenis van de domesticatie van honden niet geheel duidelijk is, is domesticatie van vossen empirisch onderzocht. De geneticus Dmitry K. Belyaev begon in 1959 met een reeks vossen een domesticatie-experiment. In zijn instituut selecteerde hij vossen voor de volgende generatie enkel op tamheid. Ongeveer 5 % van de mannelijke dieren en 20 % van de vrouwelijke dieren mochten een volgende generatie stichten. 40 jaar en 45.000 vossen later, na 35 generaties van selectie op tamheid zijn de vossen uit dit experiment gedomesticeerd.[15]

Oudheid

Honden in het Oude Egypte

In het Oude Egypte tonen wandschilderingen aan, dat de mens destijds reeds veel gebruik maakte van dieren, bijvoorbeeld voor de jacht. Ook diersoorten die we vandaag niet meer als gedomesticeerde dieren kennen, zoals hyena's werden door de Egyptenaren gehouden.[16] Goden, zoals Anubis kregen (voor een deel) het uiterlijk van dieren en men was zich bewust van de specifieke eigenschappen van dieren.

Middeleeuwen en Nieuwe Tijd

De hond is al eeuwenlang de mensenvriend bij uitstek, portret van Frederik de Grote met zijn zus

Rond 1350 werden door Gaston Phoebus in een boek de eerste medische behandelingen van honden beschreven, die bij de jacht werden ingezet.[17] In de Nieuwe Tijd werden honden niet meer enkel gehouden om bij de jacht te helpen, te waken, karren te trekken of lasten te dragen maar ook als gezelschapshond, zoals talrijke schilderijen uit deze tijd tonen. Behalve op het doel begon men ook op het uiterlijk van de hond te letten. Dit leidde in de Moderne Tijd tot de oprichting van de eerste kennelclubs en rasverenigingen.

Moderne Tijd

Vooral in de laatste 200 jaar heeft gericht fokken de explosieve vermenigvuldiging van rassen en varianten veroorzaakt. De herontdekking van de regels van Mendel, de oprichting van kennelclubs en rasverenigingen en de oprichting van de Fédération Cynologique Internationale (FCI) in 1911 leidden ertoe dat vandaag 331 verschillende hondenrassen door het FCI erkend zijn. De lokale organen zijn in Nederland de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland en in België de Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus. In de Verenigde Staten heeft zich een tweede overkoepelend orgaan gevormd, waarvan de rasstandaarden en de indeling en erkenning van rassen verschillen van die van de FCI.

Honden die niet tot een specifiek ras behoren, worden als bastaardhond, straathond of als rasloos bestempeld.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Geschiedenis van de relatie tussen mens en hond

Anatomie

Benamingen

Anatomie van een hond
  1. Stop (overgang tussen hersenschedel en snuit)
  2. Snuit (of voorsnuit)
  3. Keel
  4. Schouder
  5. Elleboog
  6. Pols
  7. Kroep (of kruis)
  8. Dij
  9. Spronggewricht (of hak)
  10. Middenvoet
  11. Schoft (het hoogste punt van de schouder)
  12. Kniegewricht
  13. Voeten (of poten)
  14. Staart

Tandformule

Tandformule van de hond

Het definitieve gebit van honden bestaat uit 42 tanden. In elke kaakhelft telt het 3 snijtanden (Incisivi, I), één hoektand (Caninus, C) en 4 premolaren ofwel knipkiezen (Premolaren, P). In de bovenkaak zijn er bovendien twee, in de onderkaak 3 molaren of knobbelkiezen (Molaren, M).[18] De grote P4 in de bovenkaak en de M1 in de onderkaak worden de scheurkiezen genoemd.

Grafisch uitgedrukt is de tandformule van volwassen honden:

Tandformule volwassen hond

Het melkgebit van honden bevat 28 tanden. De P1 en de molaren hebben geen melktandvoorganger. De melktanden worden in tandformules meestal met een kleine letter aangeduid, de tandformule is als volgt:

Tandformule pup

De tandwisseling zal vanaf de vierde maand plaatsvinden. Tijdens de tandwisseling kan bij de pup, net als bij kinderen, tandpijn ontstaan. Pups zullen in deze periode daarom vaak op allerlei dingen knagen.

Oren

Oren hond.png
Spitse oren
Hangoor hond.png
Hangoren

Het gehoor is bij de hond sterk ontwikkeld. Hij kan hogere frequenties waarnemen dan de mens. Het bereik ligt bij een optimaal gehoor:

  • Mens ~ 20 - 20.000 Hz, maximale gevoeligheid tussen 1000 en 4000 Hz.
  • Hond ~ 15 - 50.000 Hz (sommige bronnen spreken zelfs van 100.000 Hz), maximale gevoeligheid rond 8000 Hz. Honden zijn verder in staat over een afstand van 25 meter frequenties rond de 1 à 2 Hz te horen.

De beweeglijke oorschelpen van de hond maken het mogelijk om een geluid driedimensionaal te lokaliseren; hij kan dat daarom veel beter dan de mens. Een hond kan de richting waaruit een geluid komt met een afwijking van 2% bepalen (bij de mens meer dan 15%). Bij de beweging van de hondenoren zijn niet minder dan 17 spieren betrokken.

Honden met hangoren hebben een iets zwakker vermogen om geluid te lokaliseren. De oren hebben echter naast hun fysieke functie ook een belangrijke taak bij de communicatie met andere honden, en met de mens. Ook op dit punt zijn honden met hangoren dus enigszins in het nadeel.

Ogen

Vroeger werd aangenomen, dat honden enkel grijstinten of 'zwart-wit' konden zien. Uit nader onderzoek is echter gebleken dat honden wel degelijk kleuren kunnen zien, maar wel anders dan de mens.

Het oog van de hond bevat, zoals bij alle zoogdieren twee typen receptoren. De staafjes zijn voor de waarneming van grijstinten verantwoordelijk, de kegeltjes voor het zien van kleuren. In het oog zijn meer staafjes dan kegeltjes, en staafjes hebben minder licht nodig om een signaal aan de hersenen te geven.[19] De kegeltjes zorgen voor het kleurenzien indien er genoeg licht aanwezig is.

In het oog van honden is, zoals bij de meeste zoogdieren, een speciale anatomische structuur (Tapetum lucidum) aanwezig, die invallend licht terugkaatst en zo het bestaande licht versterkt.[20] Dit verklaart, waarom honden in de schemering veel beter kunnen zien dan mensen, bij wie deze structuur afwezig is.

Diagram ogen hond

Het oog van de hond heeft twee verschillende types kegeltjes, die op groen of op blauw licht reageren, in tegenstelling tot de mens, die over drie verschillende types beschikt, die op rood, groen en blauw licht reageren. Een hond ziet geen rood en ervaart rode dingen als (donker)groen. Een rode bal in het gras is voor een hond dus lastig te zien.

Een ander verschil is dat het hondenoog in het bereik rond 430 nanometer (zie tekening) de grootste gevoeligheid vertoont. Bij de mens is dit rond 530 nanometer. De scherpte van het beeld is waarschijnlijk kleiner dan bij de mens en meer op beweging gericht. Stilstaande dingen worden door de hersenen onderdrukt en zijn door de hond minder goed waar te nemen.[21]

Het gezichtsveld van de hond is met circa 240 graden duidelijk groter dan dat van de mens, mede door de zijdelingse inplanting van de ogen op de schedel. Het bereik waarin een hond driedimensionaal kan zien is met 120 graden ongeveer even groot als dat van de mens.

Neus

De hondenneus is altijd vochtig, onbehaard en heeft grote neusgaten.

De reukzin van honden is veel beter ontwikkeld dan bij de mens. In de eerste plaats komt dit door het grotere aantal reukcellen. Globaal geldt dat hoe langer de snuit is, des te beter het reukvermogen. Tussen de verschillende hondenrassen bestaan dan ook aanzienlijke verschillen op dit punt. De mens heeft ongeveer 10 cm² reukepitheel, de hond daarentegen gemiddeld 100 cm², maar dat varieert tussen 30 cm² bij een Franse buldog en 169 cm² bij een Duitse herder.[22] Beroemd is de bloedhond om zijn vermogen om sporen te volgen.

De kwaliteit van de reukzin wordt echter ook door andere factoren bepaald, want metingen hebben aangetoond dat het reukvermogen van een hond rond één miljoen keer beter is dan dat van de mens. Daarbij speelt dat honden met korte inspiraties rond 300 keer per minuut kunnen ademen, zodat er steeds nieuwe aanvoer van verse lucht is met een grotere turbulentie, waardoor geurstoffen gemakkelijker met het reukepitheel in contact kunnen komen.

In de hersenen worden de binnenkomende signalen verwerkt. Het is aangetoond, dat honden 'stereo' kunnen ruiken. De hond neemt dus waar of een geur van rechts of van links komt. Op deze manier kan hij de richting van een geurspoor beoordelen. Belangrijk bij de richtingsgevoeligheid is de natte neus met daarin koudereceptoren die de afkoeling van het gedeelte waar de lucht langs stroomt signaleren, waar een luchtstroom en dus een geur vandaan komt. De reukhersenen[23] zijn in vergelijking met de mens ook veel groter.[24][25] Bij de hond nemen ze tien procent van de hersenen in beslag tegen één procent bij de mens. Honden kunnen bepaalde geuren ook via het Orgaan van Jacobson waarnemen.

Brachycefale honden kunnen door onder meer de anatomische bouw van hun schedel en ademhalingswegen moeilijkheden bij de ademhaling hebben.

Voeding

De huidige gezelschapshond is van nature vleeseter, met een spijsverteringsstelsel dat bijna identiek is aan dat van wilde honden en wolven. De meeste honden eten echter geregeld ook wel plantaardig voedsel.

Zoals in de humane gemeenschap vormt obesitas in de hondenpopulaties een ernstig gezondheidsprobleem. Dit is deels te verklaren door een te hoge energieopname en deels door een afname van activiteit.[26]

De meeste commercieel beschikbare voeders zijn optimaal afgestemd op de voedingsbehoefte van honden.[27] Aanvullingen zijn dan ook niet nodig en hebben vaak een negatief effect. Zo kan de toevoeging van calcium tot blaasstenen en botafwijkingen leiden.[28][29] Hoewel de meeste honden commerciële voeders zoals kant-en-klare brokken of blikvoer krijgen, zijn er steeds meer mensen die overgaan op "rauw voer" of "BARF". De basis bestaat uit rauw vlees en botten.

Er zitten wel grote verschillen in kwaliteit tussen de verschillende merken hondenvoer; zeker de goedkopere supermarktmerken bevatten vaak relatief veel smaak- en geurstoffen en granen; terwijl de echte premium merken als bijvoorbeeld Orijen, Arden Grange, Yarrah (EKO certificatie) en Hill's duurder zijn maar gezonder voor de hond.

De voedingsbehoefte van honden varieert niet enkel met de activiteit, maar ook met het ras, de leeftijd en de omgevingstemperatuur. Men kan stellen, dat de behoefte voor onderhoud van een dier bij normale activiteit rond de 500 kJ per kilogram metabool gewicht per dag ligt. Dit kan oplopen tot 4200 kJ per kilogram metabool gewicht per dag bij zeer actieve dieren, zoals sleehonden.[30]

Nuvola single chevron right.svg Voor het gebruik van de hond zelf als voedsel, zie het artikel 'hondenvlees'

Voortplanting

Puberteit

De puberteit van reuen begint gemiddeld op een leeftijd van 6 maanden en is meestal op een leeftijd van 12 maanden afgesloten. Een teef zal haar eerste loopsheid op een leeftijd van 6 tot 9 maanden vertonen. Dit is echter aan een sterkere variatie onderworpen en kan bij grote rassen duren tot een leeftijd van zelfs 2 jaar.[31]

Cyclus

Teven zijn in het wild mono-oestrische dieren: zij worden maar één keer per jaar loops. Bij sommige van de gedomesticeerde rassen is dit behouden gebleven. Vooral rassen zoals de saarlooswolfhond, waar recentelijk wolvenbloed is ingefokt vertonen deze eigenschap. De resterende gedomesticeerde honden zijn 2 - 3 keer per jaar loops. Tussen de verschillende loopsheden liggen gemiddeld 7 maanden, maar het tijdsinterval is per hond aan grote variaties onderworpen.

De loopsheid wordt in twee fasen opgedeeld, die elkaar opvolgen. In de eerste fase (pro-oestrus) zal de vulva van de teef opzwellen en zal de teef een bloederige uitvloei vertonen. De afgegeven feromonen trekken reuen aan, maar de teef laat zich in dit stadium nog niet dekken. Deze fase duurt gemiddeld negen dagen tot maximaal 17 dagen. In een tweede fase neemt de zwelling van de vulva iets af en wordt de uitvloei minder. De kleur verandert van rood naar geelbruinachtig. De teef trekt nu naast reuen ook andere teven aan. De teef accepteert nu de reu en een dekking kan plaatsvinden. Ook deze fase duurt gemiddeld 9 dagen (varieert tot 21 dagen). Tijdens de tweede fase (oestrus) zal de eisprong plaatshebben.

Als bevruchting heeft plaatsgevonden, wordt deze gevolgd door een dracht, zie Dracht en geboorte. De dracht duurt ongeveer 64 dagen.

Als er geen bevruchting heeft plaatsgevonden, wordt de loopsheid van de teef gevolgd door een derde fase, de metoestrus. Daarna komt een fase van seksuele inactiviteit, de anoestrus die sterk uiteen kan lopen maar gemiddeld 4 maanden duurt. De anoestrus wordt opnieuw gevolgd door een loopsheid.[32]

Dekking

Puppy van een kruising keeshond - Husky.

Waar mogelijk is het aan te raden een teef niet direct tijdens de eerste loopsheid te laten dekken maar te wachten tot een leeftijd van 2 jaar, ongeveer de derde loopsheid.

Na enkele stotende bewegingen treedt er bij de reu een zwelling op van de bulbus glandis, een zwellichaam rond de penis. Hierdoor blijft de reu in de vagina van de teef hangen. Contracties van de vagina lokken bij de reu dan een ejaculatie uit. De ejaculatie treedt in meerdere fracties op en duurt lang. Gemiddeld lost een reu bij een ejaculatie 5 tot 10 ml sperma (variaties van 2-25 ml). In het ejaculaat zijn 200 tot 300 miljoen zaadcellen per mm3 aanwezig. Na enkele minuten komt de reu (na het afzwellen van het zwelllichaam) vanzelf los. Losrukken van reu en teef door de mens is voor beide honden gevaarlijk en pijnlijk.[32] Bovendien kunnen honden agressief reageren op de menselijke interventie.

Sommige hondenrassen hebben door bepaalde kenmerken moeilijkheden met paren. Mannelijke Franse bulldogs kunnen bijvoorbeeld niet een teef beklimmen, zodat dan moet worden gefokt door middel van kunstmatige inseminatie. Ook kunnen door de grootteverschillen bepaalde rassen niet onderling paren (bijvoorbeeld een jack russell en een sint-bernard).

Dracht en geboorte

Na een gelukte dekking zal de teef drachtig worden. Gemiddeld duurt een dracht bij honden ongeveer 64 dagen, maar bij een bouvier kan dit wel 85 dagen zijn. Wanneer de teef een groot nest draagt kan de geboorte enkele dagen eerder plaatsvinden, maar bij een kleine worp kan de geboorte enkele dagen later plaatsvinden. De puppy's zijn de eerste tien dagen nog blind. De teef zal haar puppy's ongeveer drie weken lang zogen. Daarna kunnen de puppy's overgaan op puppyvoeding, en na vijf tot zeven weken zijn ze volledig gespeend.[31]

Levensverwachting

Een hond kan met goede verzorging 15 jaar oud worden. Rashonden worden vaak gemiddeld iets minder oud dan bastaards. Ook zeer grote rassen leven gemiddeld wat korter.

Gevolgen van inteelt

De verschillende rassen van honden zijn in het verleden door strenge selectie ontstaan. Fenotypische kenmerken, zoals bijvoorbeeld vachtkleur, zijn bij honden vaak op recessieve genen gecodeerd. Om een stabiele vachtkleur van een ras te verkrijgen, was het dus nodig nauw verwante honden met elkaar te kruisen. Dit heeft de kans op genetisch overgedragen ziektes verhoogd; honden die hieraan lijden moeten uit de fokkerij geweerd worden, maar dit gebeurde niet altijd, zodat hun genetische schade zich kon verspreiden.

Tegenwoordig tracht men genetische ziekten te beperken door gericht te fokken en door aangetaste dieren uit de fokkerij te weren, maar bij sommige ziekten is dat moeilijk. Voor bepaalde rassen is het verplicht fokdieren op genetische ziekten te laten testen. Een voorbeeld hiervan is heupdysplasie. Ook stamboomonderzoek en berekening van inteeltfactoren worden tegenwoordig gebruikt om het risico op overdracht van genetische ziekten zo laag mogelijk te houden.

Ziektes bij de hond

Behalve genetische aandoeningen komen er verschillende verworven ziektes en aandoeningen voor bij honden. Onder de parasieten zijn vlooien, teken en wormen bekend, en veroorzaken mijten schurft en puppieschurft. Ook kunnen parasieten diverse soorten gevaarlijke virussen, bacteriën en protozoa overdragen op honden. Bacteriën kunnen ontsteking van de baarmoeder veroorzaken en wild spelen na het eten wordt gezien als oorzaak voor maagtorsie.

Communicatie van honden

Een schooiende hond vertoont een typische lichaamstaal.

Lichaamstaal

Honden hebben een eigen lichaamstaal en gebruiken deze zowel voor communicatie met andere honden als met de mens. Bij een confrontatie met andere dieren kan de hond op verschillende manieren reageren, zoals nieuwsgierigheid, angst of agressiviteit.

Communicatie met de mens

De communicatie met honden is vrij universeel. Iedereen heeft zo zijn eigen manier van communiceren met honden, maar zo ook honden met mensen.

Taalgebruik

De mens past meestal zijn of haar taalgebruik aan, als hij of zij met een hond praat. Dit kan in geringe mate zijn of juist een algehele aanpassing aan de grammatica en uitspraak. De meeste mensen communiceren met een hond in hun eigen taal, uit onderzoek is ook gebleken dat taal geen invloed heeft op een hond. Honden luisteren slechts naar tonen zoals aa, ee, oe, oo, ie enzovoorts, als men "zit, af, poot" zegt hoort de hond hoogstwaarschijnlijk "ì, à, oo". Wanneer een taal afwijkt van de taal waarin de hond commando's heeft geleerd, kan hierdoor verwarring ontstaan. Dit komt echter niet vaak voor, aangezien de meeste mensen ook lichaamstaal gebruiken. Hierdoor kan een mens vaak moeiteloos communiceren. Het taalniveau dat gebruikt wordt om met honden te communiceren is vaak gelijk aan het niveau van kinderen of zuigelingen. Een voorbeeld van typisch hondentaalgebruik is bijvoorbeeld:

  • Hammazit - zit
  • Gattemvat - pak de bal/stok
  • Waa's 'e bal - waar is de bal?

Mensen ontwikkelen vaak hun eigen trucjes om ervoor te zorgen dat honden beter luisteren, gebaseerd op een geconditioneerde reflex.

Blaffen en grommen

Honden communiceren met mensen via blaffen en grommen. Grommen komt in het wild ook voor bij wilde dieren vooral bij hondachtigen zoals wolven en bij vossen. Dit systeem is bedoeld om zichzelf te beschermen tegen (mogelijke) gevaren en situaties die dreigend overkomen. Uit recentelijk onderzoek is gebleken dat honden het systeem van blaffen waarschijnlijk hebben ontwikkeld om zo met de mens te kunnen communiceren. De wolf, waarvan de hond afstamt, blaft niet. Wolven huilen en grommen alleen. Uit dit onderzoek is ook gebleken dat mensen dit systeem meestal ook begrijpen. Er zijn verschillende blaffen voor iedere soort situatie. Zo heeft de hond een blaf voor als zijn of haar baas weer thuis komt; vrolijk dus. Een blaf voor als de hond aan het spelen is, als er iemand inbreekt of als hij iemand echt aanvalt.

Opvoeding

Honden en katten reageren vaak agressief op elkaar maar kunnen aan elkaar wennen, hier een Engelse cockerspaniël met een kat.

Omdat er zoveel verschillende hondenrassen bestaan, is er geen echte algemene opvoeding voor iedere hond. Wel zijn er algemene regels die altijd in acht moeten worden genomen.

  • Het is sterk aan te raden om met de puppy vanaf de leeftijd van 8 weken naar een hondenschool te gaan. Ook als er een oudere hond in huis genomen wordt die nog veel bij te leren heeft, kan de hondenschool de opvoeding sterk verbeteren.
  • Bij de kennismaking met andere huisdieren mag niets geforceerd worden. Breng de nieuwe huisgenoot bij de andere, geef hen even de tijd om elkaar te besnuffelen, maar grijp pas in zodra duidelijk wordt dat het niet klikt. Men kan dan eventueel de dieren een tijdje apart zetten en het daarna opnieuw proberen.
  • Wanneer men een hond op straat wil aaien, vraag dan eerst toestemming aan de baas. Ga dan niet met de vlakke hand rechtstreeks naar het hoofd. Kom van onder de kin van de hond met de rug van de hand naar boven gericht, laat de hond even aan de hand ruiken en aai dan pas de hond. Wanneer men direct met de hand over de ogen van de hond zwaait, is er kans dat de hond zich bedreigd gaat voelen, met mogelijke gevolgen van dien.
  • Zorg ervoor dat de hond de basis-bevelen kent: zit, af, hier en blijf. Zo wordt bereikt dat de hond in alle mogelijke situaties geen bedreiging vormt voor wie dan ook, en dat er zich ook voor hem geen bedreiging kan voordoen.

Reizen binnen de Europese Unie

Op 1 oktober 2004 werd een Europese verordening[33] van kracht die het niet-commercieel vervoer van dieren binnen de EU regelt, waaronder het reizen met honden, katten en fretten. Elke hond dient te beschikken over een paspoort dat in de lidstaten uniform werd ingevoerd. In dit paspoort wordt de hond geïdentificeerd door middel van een microchip of een tatoeage. Tatoeages zijn na 2 juli 2011 niet meer geldig als identificatiemiddel. In het paspoort worden vaccinaties tegen hondsdolheid vermeld, die verplicht zijn om het dier te vervoeren. Voor reizen naar Zweden, Finland, Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Malta gelden speciale regels.

De hond in de cultuur

In de westerse samenleving is de hond in de beeldende kunst vooral een symbool van trouw en opoffering, maar negatieve betekenissen komen nog voor. Iemand uitschelden voor hond kan als zeer beledigend worden ervaren en andere voorbeelden zijn zegswijzen als luie hond, schurftige hond en vuile hond. Ook het woord teef, een vrouwelijke hond, wordt gebruikt als scheldwoord (Engels: bitch). De hond wordt soms als agressief en bloeddorstig gezien. Volgens sommige moslims is de hond onrein (haram), hoewel het in bijvoorbeeld Turkije niet ongewoon is om een hond als huisdier te hebben. De religieuze spijswetten verbieden joden honden te eten (niet koosjer).

De hond als attribuut

Een hond, brood en wonde op het been zijn attributen van de H. Rochus; een hond met een toorts in de bek, ster en lelie: idem van de H. Dominicus, stichter van de orde der Dominicanen, 1221.

Media

Omdat honden het gemoed aanspreken komen ze veelvuldig voor in diverse media. Hieronder zijn enkele, om uiteenlopende redenen, bekende honden opgesomd.

Bekende honden

Fictieve honden

Top-tien van hondenrassen in België

(gerangschikt volgens het aantal geboorten in 2005)[34]

  1. Duitse herder: 1.878
  2. Mechelse herder: 1.682
  3. Golden retriever: 898
  4. Vlaamse koehond: 881
  5. Chihuahua: 853
  6. Labrador retriever: 841
  7. Berner sennenhond: 822
  8. Bordercollie: 773
  9. Rottweiler: 690
  10. Duitse dog: 670

Top-tien van hondenrassen in Nederland

(gerangschikt volgens het aantal stamboek ingeschreven honden in 2007)[35]

  1. Labrador retriever: 4.053
  2. Duitse herdershond: 3.653
  3. Golden retriever: 2.227
  4. Berner sennenhond: 1.698
  5. Staffordshire-bulterriër: 1.344
  6. Boxer: 1.280
  7. Cavalier King Charles-spaniël: 1.221
  8. Engelse Bulldog: 1.176
  9. Dashond (Ruwhaar): 935
  10. Engelse cockerspaniël: 921

Hondenpoep

Helaas blijken veel hondeneigenaren de overlast die hun huisdier anderen bezorgt te negeren. Tegenwoordig is het praktisch onmogelijk om stoepjes, plantsoenen en grasveldjes zonder hondenpoep aan te treffen, ondanks de moeite die gemeenten nemen door bijvoorbeeld poepzuigmobielen of het plaatsen van een hondenpoepcontainer. Het gevolg is hondenpoep aan schoenen, (kinder)kleding en kinderwagens, die, zonder dat men ooit achterhaalt wie de dader is, voor eigen rekening schoongemaakt mogen worden. Eigenaren die op heterdaad worden betrapt gebruiken veelvuldig hondenbelasting als smoes om zich niet verantwoordelijk te voelen voor de uitwerpselen van hun huisdier.

Sommige lokale politieke partijen willen het hondenpoepprobleem oplossen door een DNA-databank aan te leggen van alle honden, zodat drollen geanalyseerd kunnen worden en de eigenaren beboet worden voor het niet opruimen van de hondenpoep.

Afbeeldingen

Zie ook

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties

Referenties

  • G.M. Acland - E.A. Ostrander, Population Genetics: The dog that came in from the cold, in Heredity 90 (2002), pp. 201–202.
  • E.A. Ostrander - R.K. Wayne, The canine genome, in Genome Research 15 (2005), pp. 1706-1716.
  • C. Vilà - P. Savolainen - J.E. Maldonado - e.a., Multiple and ancient origins of the domestic dog, in Science 276 (1997), pp. 1687-1689.
  • C. Vilà - I.R. Amorim - J.A. Leonard - e.a., Mitochondrial DNA phylogeography and population history of the grey wolf Canis lupus, in Molecular Ecology 8 (1999), pp. 2089-2103.

  1. C. Vilà - P. Savolainen - J.E. Maldonado - e.a., Multiple and ancient origins of the domestic dog, in Science 276 (1997), pp. 1687-1689.
  2. C. Vilà - P. Savolainen - J.E. Maldonado - e.a., Multiple and ancient origins of the domestic dog, in Science 276 (1997), pp. 1687-1689, C. Vilà - I.R. Amorim - J.A. Leonard - e.a., Mitochondrial DNA phylogeography and population history of the grey wolf Canis lupus, in Molecular Ecology 8 (1999), pp. 2089-2103.
  3. Balter, M., 2010. Burying Man's Best Friend, With Honor. Science 329(5998): 1464-1465. DOI:10.1126/science.329.5998.1464-b
  4. a b Acland, G.M. & Ostrander, E.A., 2002. Population Genetics: The dog that came in from the cold. Heredity 90: 201–202. DOI:10.1038/sj.hdy.6800224
  5. Ostrander, E.A. & Wayne, R.K., 2005. The canine genome. Genome Research 15: 1706-1716. DOI:10.1101/gr.3736605
  6. Druzhkova, A.S., Thalmann, O., Trifonov, V.A., Leonard, J.A. & Vorobieva, N.V., 2013. Ancient DNA Analysis Affirms the Canid from Altai as a Primitive Dog. PLoS ONE 8(3): e57754. DOI:10.1371/journal.pone.0057754
  7. Germonpré, M., 2009. Fossil dogs and wolves from Palaeolithic sites in Belgium, the Ukraine and Russia: osteometry, ancient DNA and stable isotopes. Journal of Archaeological Science 36(2): 473-490. DOI:10.1016/j.jas.2008.09.033
  8. Thalmann, O., 2013. Complete Mitochondrial Genomes of Ancient Canids Suggest a European Origin of Domestic Dogs. Science 345(6160): 871-874. DOI:10.1126/science.1243650
  9. Wolfgang M. Schleidt/Michael D. Shalter, Co-evolution of Humans and Canids; An Alternative View of Dog Domestication: Homo Homini Lupus? in Evolution and Cognition, Vol. 9, No. 1, p.57 ff, 2003
  10. Carl Zimmer, From Fearsome Predator to Man’s Best Friend, New York Times, Science, 16 mei 2013
  11. Scott F. Gilbert, DevBio, A Companion to Developmental Biology, 7de editie, Sinauer Associates, Chapter 23 Evolution and Domestication: Selection on Developmental Genes? Onlineversie
  12. Wolves cooperate but dogs submit, study suggests, Sciencemag.org, 19 augustus 2014
  13. Erik Axelsson e.a. in Nature, 23 januari 2013
  14. Schedelvondst in het Altajgebergte 2011
  15. Lyudmila N. Trut, Early Canid Domestication: The Farm-Fox Experiment Online-versie
  16. F. E. Zeuner, A History of Domesticated Animals (Harper & Row, New York. 1963); H. Epstein, The Origin of the Domestic Animals of Africa (Africana Publishing, New York, 1971); I. L. Brisbin Jr., Am. 0 Kennel Gaz. January 1976, p. 23.
  17. Boor-van der Putten I., The canine veterinary medicine in the Middle Ages according to the Livre de chasse by Gaston Phoebus. Pubmed
  18. R. Nickel, A. Schummer, E. Seiferle: Lehrbuch der Anatomie der Haustiere, Band 1, 6. Auflage, Paul Parey Verlag, ISBN 3-489-58016-8, Afbeelding 239 en Afbeelding 245
  19. Dellmann e.a., Cytology and Microscopic Anatomy, Williams & Wilkins, ISBN 0-683-01467-6, p. 354
  20. Lehrbuch der Anatomie der Haustiere, Band IV, 3. Auflage, Verlag Paul Parey, ISBN 3-489-58216-0, p. 413 ff.
  21. Neitz J, Geist T, Jacobs GH., Department of Psychology, University of California Santa Barbara 93106: Visual neuroscience, Color vision in the dog. 1989
  22. Laurie Iseel-Tarver, Jasper Rine: The Evolution of Mammalian Ofactory Receptor Genes, Genetics Society of America, p. 184 ff, 1996. Online versie
  23. Lehrbuch der Anatomie der Haustiere, Band IV, 3. Auflage, Verlag Paul Parey, ISBN 3-489-58216-0, p. 134 ff.
  24. Patrick McCaffrey, Ph.D. The limbic system
  25. Gray, Henry Gray's Anatomy
  26. Richard F. Butterwick and Amanda J. Hawthorne, Advances in Dietary Management of Obesity in Dogs and Cats, The Journal of Nutrition Vol. 128 No. 12 December 1998, pp. 2771S-2775S
  27. Erin L. Streiff, Bettina Zwischenberger, e.a.: A Comparison of the Nutritional Adequacy of Home-Prepared and Commercial Diets for Dogs, 2002 The American Society for Nutritional Sciences J. Nutr. 132:1698S-1700S, June 2002
  28. Lulich JP, Osborne CA, Thumchai R e.a., Epidemiology of canine calcium oxalate uroliths. Identifying risk factors, Minnesota Urolith Center, College of Veterinary Medicine, University of Minnesota, St. Paul, USA
  29. Richardson DC., The role of nutrition in canine hip dysplasia, The Veterinary Clinics of North America. Small Animal Practice, 1992 May;22(3):529-40.
  30. Richard C. Hill,Department of Small Animal Clinical Sciences, College of Veterinary Medicine, University of Florida, Gainesville, FL 32610, The Nutritional Requirements of Exercising Dogs in The Journal of Nutrition Vol. 128 No. 12 December 1998, pp. 2686S-2690S
  31. a b Ivis online boeken, Recent Advances in Small Animal Reproduction Concannon P.W., England G., Verstegen III J. and Linde-Forsberg C. (Eds.)
  32. a b Ivis online boeken, Recent Advances in Small Animal ReproductionConcannon P.W., England G., Verstegen III J. and Linde-Forsberg C. (Eds.)
  33. (998/2003/EG en 592/2004/EG)
  34. Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus; enkel rashonden zijn opgenomen, straathonden dus niet; gerangschikt volgens het aantal geboorten in 2005
  35. Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland; uitsluitend rashonden met FCI stamboom ingeschreven in het NHSB zijn opgenomen, niet-rashonden (bastaarden) dus niet; gerangschikt volgens het aantal ingeschreven honden in het NHSB in 2007

Beluister

(info)
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek