IJsland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ísland
Vlag van IJsland Wapen van IJsland
(Details) (Details)
IJsland
Basisgegevens
Officiële landstaal IJslands
Hoofdstad Reykjavik
Regeringsvorm Parlementaire republiek
Staatsvorm Gedecentraliseerde eenheidsstaat
Staatshoofd President Ólafur Ragnar Grímsson
Regeringsleider Premier Sigmundur Davíð Gunnlaugsson
Religie Luthers 85 procent
Oppervlakte 103.000 km² [1] (2,7% water)
Inwoners 281.154 (2000)[2]
315.281 (2013)[3] (3,1/km² (2013))
Overige
Volkslied Lofsöngur
Munteenheid IJslandse kroon (ISK)
UTC +0
Nationale feestdag 17 juni
Web | Code | Tel. .is | ISL | 354
Voorgaande staten
Koninkrijk IJsland Koninkrijk IJsland 1944
Topografie
IJsland
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

IJsland (IJslands: Ísland) is een eilandstaat ten noordwesten van het Europese vasteland. IJsland wordt omringd door de Atlantische Oceaan in het zuiden, de Straat van Denemarken (tussen IJsland en Groenland) in het westen en de Groenlandzee, een deel van de Noordelijke IJszee, in het noorden. Het noordoosten van het land ligt net onder de poolcirkel. Deze loopt precies over het kleine eiland Grímsey, dat tot IJsland behoort. IJsland had een bevolkingsaantal van 328.452 per 1 januari 2011 en een oppervlakte van 103.000 km². Daarmee is IJsland het dunstbevolkte land van Europa. De hoofdstad Reykjavik ligt aan de zuidwestkust op 64°08' noorderbreedte en is daarmee 's werelds meest noordelijke hoofdstad. IJsland zelf is het meest westelijk gelegen land van Europa.

Anders dan vele andere landen, die de staatsvorm in hun officiële landsnaam hebben opgenomen, stelde de regering in 2004 bij monde van de minister-president,[4] dat de term "republiek" (lýðveldi) vóór de naam IJsland (Ísland), beschouwd moet worden als een beschrijving van de regeringsvorm van het land en niet als een deel van de naam van het land.

Het eiland is geologisch zo'n 20 miljoen jaar geleden ontstaan door vulkanische activiteit in de Atlantische Oceaan; het bleef echter lange tijd onbewoond. Volgens de overlevering was de Noor Ingólfur Arnarson, die in 874 arriveerde, de eerste permanente bewoner van IJsland. Nadat het eiland vanaf 930 als het IJslands Gemenebest enkele eeuwen onafhankelijk was geweest, viel het in de eeuwen daarna onder bestuur van achtereenvolgens het Koninkrijk Noorwegen, de Unie van Kalmar, Denemarken-Noorwegen en Denemarken. In de 19e eeuw groeide het nationaal bewustzijn, maar pas sinds 17 juni 1944 is IJsland geheel onafhankelijk. Het huidige IJsland is een parlementaire republiek naar Scandinavisch model; in 2007 en 2008 leidde het land de index van de menselijke ontwikkeling.

Het merendeel van de IJslanders stamt af van Noorse en Ierse kolonisten en de cultuur van IJsland is sterk beïnvloed door de Noorse cultuur. Het IJslands behoort tot de Scandinavische talen, maar wijkt wel af van de talen van het Scandinavische vasteland.

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van IJsland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
IJsland op de 16e-eeuwse Carta Marina

Het "Ultima Thule", waar de Romeinen in een geschrift over verhalen, gaat misschien over Noorwegen of de eilandengroep Faeröer . De eerste mensen die op IJsland verbleven, waren Ierse monniken. Met de komst van de Vikingen verdwenen ze. Er bestaat geen enkel bewijs dat IJsland reeds ontdekt was door schepen tijdens de Oudheid en evenmin zijn er sporen gevonden van eerdere menselijke aanwezigheid.

De meesten van de eerste bewoners waren van Noorse afkomst. Ze verlieten hun thuisland om aan het regime van jarl Harald Schoonhaar (of Fijnhaar) te ontkomen. In die tijd werd er verhaald van een eiland dat nog niet bewoond was, en Flóki Vilgerðarson (ook wel Hrafna Flóki of raven-Flóki genoemd, omdat hij drie raven bij zich had die hem hielpen het onbekende eiland te vinden) besloot zijn geluk in dat nieuwe land te beproeven. Hij vestigde zich aan een grote baai in het westen (bij Flókatóftir aan het huidige Breiðafjörður). Tijdens de eerste strenge winter verhongerde al zijn vee, en berooid vertrok hij weer, maar niet alvorens het land zijn naam gegeven te hebben: IJsland. Later kwamen via omzwervingen langs Ierland, Schotland, de Hebriden en de Faeröer (waar ze ondertussen slaven bemachtigden) landgenoten van hem op IJsland aan. De eerste Viking die zich permanent op IJsland vestigde was Ingólfur Arnarson. In 874 landde hij aan de zuidkust en omstreeks 877 vestigde hij zich aan een baai in het zuidwesten. Die plaats noemde hij Reykjavik (zie aldaar). De volgende 60 jaar werd het land volledig gekoloniseerd.

Geografie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Geografie van IJsland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Midden-Atlantische Rug. Vulkanen zijn aangeduid in het rood

De oudste delen van het eiland zijn 17 tot 20 miljoen jaar oud. Dit gebied ligt in het noordwesten en wordt in het IJslands de Vestfirðir (Westfjorden) genoemd. Het eiland groeit als gevolg van vulkanisme nog steeds aan. Het jongste deel is het eilandje Surtsey dat bij de Vestmannaeyjar ontstond tijdens een vulkaanuitbarsting die in 1963 begon (en slechts 3,5 jaar later eindigde).

Het eiland is hoofdzakelijk opgebouwd uit vulkanisch materiaal en gesteente, omdat het op de Midden-Atlantische rug ligt, het scheidingsgebied van een aantal tektoniekplaten die langzaam uit elkaar drijven, waardoor het onderliggende magma de kans krijgt naar de oppervlakte te komen en daar de ontstane scheuren op te vullen. Een deel van die Midden-Atlantische rug loopt van noord naar zuid door het midden van het land en verheft zich daarbij zo ver, dat het als het ware heel IJsland boven het zeeoppervlak uittilt. Als gevolg van de platentektoniek drijven sommige delen van IJsland daarbij met een gemiddelde snelheid van zo'n 1 à 2 cm per jaar gestaag uiteen. Þingvellir, zo'n 50 kilometer ten oosten van Reykjavik, is de enige plaats ter wereld waar men de scheiding van de Amerikaanse en de Europese continentale plaat kan zien. Een bijkomstigheid is dat IJsland ook nog eens op een hotspot ligt. Dat zijn plaatsen in de aardkorst waar het onderliggende magma tot zeer dicht onder het aardoppervlak kan komen. Beide fenomenen zorgen ervoor dat IJsland vulkanisch zeer actief genoemd mag worden.

Het land kent een aantal actieve vulkanen, waaronder de Katla onder de Mýrdalsjökull, het Laki-gebied, de Hekla, en het nieuwe eiland Surtsey. In april 2010 zorgde een krachtige uitbarsting van de vulkaan onder de Eyjafjallajökull voor problemen, met name voor het vliegverkeer. Andere, of slapende vulkanen zijn de schildvulkaan Skjaldbreiður, de twee Snæfell-vulkanen, Kerið, Eldborg, Hverfjall, Krafla en Askja. Daarnaast komen er pseudokraters voor, met name bij Mývatn, Kirkjubæjarklaustur en in de buurt van Rauðavatn bij Reykjavik.

De Strokkur-geiser in de Haukadalur-vallei barst eens in de paar minuten uit.

Een van de belangrijkste natuurlijke fenomenen waar IJsland bekend om staat, zijn geisers. Tot ongeveer 60 jaar geleden kwamen er verspreid over heel IJsland zo'n 30 geisers voor. Bij Hveragerði en omgeving, in het Haukadalur (waar de Geysir ligt), bij Flúðir en bij Hveravellir in het noorden van IJsland lagen de meesten. Het hete water dat ze omhoog spoten was zoet, maar er zijn minstens drie geisers geweest waar dit zout (zee)water was. Eén lag in het zuidwestelijke puntje van het schiereiland Reykjanes vlak bij Gunnuhver, de andere aan de Ísafjörður in de Westfjorden en de derde niet ver van Drangsnes.


Op IJsland zijn er altijd tientallen geisers actief geweest en varieerde hun aantal ten gevolge van (kleine) aardverschuivingen van tijd tot tijd. Nieuwe geisers ontstonden, kokende waterbronnen kregen geiseractiviteit, de activiteit van andere geisers daalden (het bekendste voorbeeld hiervan is de Geysir) of verdwenen zelfs. Doordat men in de afgelopen decennia in de buurt van de geisers actief in de grond naar warmwaterbronnen is gaan boren, is het aantal geisers afgenomen.
Op dit moment is de Strokkur, die zijn waterfontein om de 5-8 minuten omhoog spuit, de enige bron op IJsland die aan de verwachtingen van een geiser voldoet. De andere geisers zijn nauwelijks meer actief of zijn door betonnen bakken afgedekt en wordt het water ervan opgevangen en voor verwarmingsdoeleinden of voor de warmwatervoorziening gebruikt.
Andere fenomenen van vulkanisme op IJsland zijn subglaciale meren (bijvoorbeeld Grímsvötn), solfataren en fumarolen, minerale bronnen, hete bronnen (de bron bij Deildartunguhver levert 180 liter kokend water per seconde en is daarmee de grootste heetwaterbron van Europa) en geothermische energiecentrales. Ook zijn alle gesteenten op IJsland, zoals basalt en basaltlava, tefra en tufsteen, vulkanisch glas, palagoniet en ryoliet, van vulkanische oorsprong. Een zeldzamer fenomeen zijn hornito's. Een voorbeeld hiervan is Tintron.

Landschapskenmerken[bewerken]

IJsland 's winters vanuit de ruimte

IJsland bestaat voor het overgrote deel uit laag- en middelgebergte, al dan niet met gletsjers bedekt, van waaruit vele rivieren naar zee stromen. Sommige daarvan vervoeren zeer grote hoeveelheden water, maar ze zijn doorgaans voor schepen onbevaarbaar door de snelle stroming.

De hoogste berg is de Hvannadalshnúkur. Deze ligt met zijn 2110 meter hoogte grotendeels verscholen onder de Öræfajökull.

Bomen komen op IJsland vooral in dwerg- en struikvorm voor, bijvoorbeeld in het natuurreservaat Þórsmörk. Alleen in het oosten van het land komt een gebied voor dat 'bos' mag genoemd worden, het 2000 hectare grote Hallormstaðaskógur. De bomen zijn daar voor het grootste deel aangeplant. Grote boomstammen die men soms langs de kust aantreft, is drijfhout dat van ver is gekomen.

Het binnenland is vrijwel onbewoond; het dichtstbevolkte gebied ligt aan de zuidwestkust rond Reykjavik.

Langs het noorden van het eiland stroomt de koude Oostgroenlandstroom, langs het zuiden de warme Golfstroom. Gekoppeld aan de wind die vaak van zuid naar noord over het eiland waait, is het klimaat in Reykjavik (zuidwest) kouder dan in Europa, maar nog steeds gematigd. In het noordelijke Akureyri daarentegen zijn de temperatuurschommelingen vanwege de vaak aflandige wind groter.

Vanaf de Vestfirðir in het noordwesten via het noorden tot aan het oosten van het land wordt de kustlijn gekenmerkt door grotere en kleine fjorden en baaien. Een aantal fjorden is in de wintermaanden alleen over het water te bereiken en is zelfs in de zomer slechts toegankelijk met een terreinauto. Dat is mede de oorzaak van de ontvolking die sinds de Tweede Wereldoorlog in dit deel van het land gaande is.

Het gletsjermeer Breiðárlón in Zuid-IJsland

In het zuiden wordt de kustlijn gekenmerkt door een bijna volkomen afwezigheid van natuurlijke inhammen en uitgebreide spoelzandvlaktes, een resultaat van de overspoeling van de streek door het smeltwater van de Vatnajökull.

De westkust wordt weer wel gekenmerkt door brede fjorden en baaien, zoals de Faxaflói (Faxabaai) en de Breiðafjörður. De vuurtoren bij Bjargtangar nabij de vogelkliffen van Látrabjarg is het meest westelijke puntje van Europa.

De puin- en gravelwegen in grote delen van het binnenland, zoals de Kaldidalur-route, zijn tijdens de zomermaanden uitsluitend toegankelijk voor terreinvoertuigen. In de winter echter zijn deze wegen daar zelfs voor de krachtigste voertuigen onbegaanbaar en derhalve ook gesloten voor alle verkeer.

Het landschap is bergachtig. Tafelbergen wisselen af met actieve en slapende vulkanen en caldera's, waartussen (meanderende) rivieren zich een weg banen. Omdat IJsland geologisch gezien nog erg jong is en de rivieren zich nog een weg door het harde basalt moeten slijten, komen er vele watervallen voor. In het IJslands wordt een waterval "foss" genoemd. Hiervan is er een aantal spectaculair. De Dettifoss is qua watervolume de grootste waterval van Europa. Valleien werden in het verleden opgevuld door de lava van grote vulkaanuitbarstingen, waardoor er soms hele lavavlakten zijn. Een derde van alle lava die de laatste 500 jaar wereldwijd werd uitgestoten, werd op IJsland uitgestoten.[5]

IJsland heeft vier nationale parken: het Nationaal Park Jökulsárgljúfur, het Nationaal Park Skaftafell, het Nationaal Park Snæfellsnes en het Nationaal Park Þingvellir.

Flora en fauna[bewerken]

Het "kale" IJslandse landschap

Een belangrijk kenmerk van IJsland is het zeer beperkt voorkomen van bomen. Tijdens de kolonisatie zou het land wel begroeid zijn geweest, maar het is de vraag of er toen wel echte bomen voorkwamen. In meerdere saga's worden reizen naar Noorwegen beschreven die, naast de intentie om handel te drijven, voor een belangrijk deel werden ondernomen om timmerhout te halen. Wel wordt gewag gemaakt van hout sprokkelen om vuur en houtskool te maken. Aan de andere kant echter verwijzen namen als Skógarströnd (boskust) en Skógarnes (boskaap) naar de aanwezigheid van bossen (skógur betekent bos). Ook wordt in het eerste hoofdstuk van het Landnámabók (boek der landnamen) geschreven dat het land tussen bergen en de kust met bos was bedekt. De huidige bomen beperken zich tot sparren, dwergberken, dwergwilgen en kreupelgewassen. Er wordt beweerd dat het eilandje Árnes in de Þjórsá-rivier een redelijk beeld zou geven hoe het eiland er zo'n 2000 jaar geleden uit heeft gezien. Hoewel het grootste deel van het land uit rotsen, keien en arctische woestijnlandschappen bestaat, komen mossen, korstmossen en grassen veel voor. Ook komen op bepaalde plaatsen orchideeën voor. In (voornamelijk) het zuiden zijn de laaglanden gecultiveerd. Door de noordelijke geografische ligging van IJsland ligt de boomgrens al op 200-300 meter boven zeeniveau.

Een IJslandermerrie met veulen
Orchideeën bij de Arnarfjörður

De poolvos is het enige oorspronkelijke landzoogdier. In zee leven walvissen en aan de kust vindt men twee soorten zeehond (Halichoerus grypus en Phoca vitulina). De immigranten brachten schapen, koeien, varkens, paarden en pluimvee mee. Muizen, ratten, nertsen en konijnen zijn over het algemeen per ongeluk ingevoerd. Rendieren zijn in de 18e eeuw ingevoerd en een aantal is verwilderd en leeft in de oostelijke hoogvlakten. De ijsbeer komt er niet voor, maar onder andere in Húsavík is een opgezet exemplaar te vinden. Deze kwam in 1969 op een ijsschots van Groenland aangedreven. Ook in de zomers van 2007 en 2008 kwamen er ijsberen aan land. Deze dieren werden echter gedood omdat ze buiten hun natuurlijke habitat als gevaarlijk voor mensen worden beschouwd.

Reptielen, amfibieën en giftige dieren, zoals schorpioenen, komen op IJsland niet voor. Wel muggen, met name waar begroeiingen bij moerassen en meren voorkomen. Mývatn (letterlijk muggenmeer) staat bekend om de vele muggen die bij windstil als wolken over het meer zweven. 's Zomers zijn er ook vlinders, die echter moeilijk waar te nemen zijn. In de schone en heldere wateren op en rondom IJsland komt zeer veel vis voor, zoals zalm, forel, platvis en kabeljauw.

IJsland is een belangrijk biotoop voor ontelbare vogels en vogelsoorten. Vele soorten eenden en ganzen komen er voor, naast zeevogels, waadvogels en zeldzame roofvogels zoals de sneeuwuil. De Wilde Zwaan (Cygnus cygnus) is zeer algemeen in Reykjavik. Op IJsland komen zowel overwinteraars voor als vogels die het als rustplaats, broedplaats of foerageerplaats gebruiken. Zo komt de papegaaiduiker in groten getale (60 procent van de wereldpopulatie) voor. Daarnaast komt ook de zeekoet veel voor langs de klifkusten.[6]

In door warmwaterbronnen verwarmde kassen worden planten, bloemen, groenten (onder andere tomaten, komkommers en paprika's) en fruit (onder andere druiven en sinaasappels) geteeld. De belangrijkste regio's met kassenteelt zijn in Zuid-IJsland bij Hveragerði en de geothermale gebieden rond Reykholt (Borgarfjörður) in het westen en Flúðir in het zuidwesten.

Bestuur en politiek[bewerken]

Het gebouw van het Alþing, het IJslandse parlement, in Reykjavik

Geschiedenis[bewerken]

Een van de gewoonten die de kolonisten uit hun vaderland meenamen, was het houden van þings ('volksvergaderingen'). In de loop der tijd werden enkele þings belangrijker dan andere. Al spoedig kwam de roep om een centrale locatie voor een gemeenschappelijk þing. In het jaar 930 werd dit Alþing - en daarmee het IJslandse parlement - opgericht. De locatie van het Alþing ('alomvattende volksvergadering') werd Þingvellir, een vlakte die nog in gemeenschappelijk bezit was. Vele belangrijke historische gebeurtenissen hebben tijdens het Alþing plaatsgevonden, zoals de officiële overgang tot het christendom in het jaar 1000. In 1845 is het parlement verplaatst naar Reykjavik. In 1928 werd Þingvellir het eerste Nationale Park van IJsland. IJsland heeft van alle landen ter wereld de langste democratische traditie en is een democratische republiek met een gekozen president. In 1918 verkreeg IJsland een grotere onafhankelijkheid en veranderde de status van een deel van Denemarken tot een personele unie met de Deense Kroon voor 25 jaar. Toen deze unie in 1944 niet verlengd kon worden vanwege de Tweede Wereldoorlog werd IJsland op 17 juni 1944 volledig onafhankelijk.

Het land is onder andere lid van de NAVO, de EVA, de EER en het is toegetreden tot de Schengenzone. In juli 2009 zette het IJslandse parlement het licht op groen voor een officieel verzoek tot EU-toetreding.[7] Nog diezelfde maand werd IJsland officieel kandidaat EU-lid.[8]

Recente ontwikkelingen[bewerken]

In 2007 kwam er een regering tot stand die bestond uit de grote, centrumrechtse Onafhankelijkheidspartij en de kleinere, sociaaldemocratische Alliantie, samen goed voor 43 zetels in het 63 zetels tellende Alþing, het IJslandse parlement. Premier werd Geir Haarde van de Onafhankelijkheidspartij. Op 26 januari 2009 trad de regering voortijdig af naar aanleiding van de slechte toestand van de economie, veroorzaakt door de kredietcrisis. De IJslandse economie steunde voor een groot deel op de bancaire sector en deze was door de economische crisis in grote problemen verzeild geraakt. In oktober 2008 werden de drie grootste IJslandse banken zelfs genationaliseerd. Veel IJslanders raakten hun betrekking en spaartegoed kwijt, en uitten in demonstraties hun onvrede over de regering. De Krona verloor grotendeels zijn waarde tegenover de Euro en tegen het einde van 2008 verklaarde het land zich bankroet.[9]

Op 1 februari 2009 werd het kabinet-Sigurðardóttir geïnstalleerd. Dit linkse minderheidskabinet bestaande uit de Alliantie en Links-Groen behartigde tot de vervroegde verkiezingen op 25 april 2009 als interim-regering de zaken en ging vooral de economische problemen te lijf. Interim-premier was Jóhanna Sigurðardóttir van de Alliantie.[10]

Bovendien vroeg dit kabinet het langverwachte lidmaatschap van de EU aan. Dit werd vanuit de gehele Unie toegejuicht, hoewel er echter vanuit Nederland en Groot-Brittannië ook kritische geluiden te horen waren over terugbetaling van het geld dat hun spaarders verloren in het Icesave-debacle. Ook de eigen bevolking is niet onverdeeld: men vreest onder andere verlies van de eigen visrechten waarvan de IJslandse economie nog steeds voor een groot deel afhankelijk is. IJsland heeft nu de status van kandidaat-lid van de EU.

De regering gaf toe aan de buitenlandse eisen dat IJsland een totaal van € 3,5 miljard zou terugbetalen. Dat betekende een flinke maandelijkse bijdrage van iedere IJslandse burger, wat voor de IJslanders onverteerbaar bleek. Er ontstond nationale ophef, en vervolgens weigerde het staatshoofd: Olafur Ragnar Grimsson de desbetreffende wet goed te keuren. Hij verzocht hier een referendum over te houden.

Met de steun van een bevolking begon de regering burgerlijke en strafrechtelijke onderzoeken naar de verantwoordelijken voor de financiële crisis. De vorige minister van financiën kreeg een gevangenisstraf van 2 jaar terwijl Interpol een internationaal aanhoudingsbevel uitvaardigde voor bankiers die betrokken waren bij de crash.

In het referendum van maart 2010, stemde 93% tegen de terugbetaling van de schuld. Onmiddellijk bevroor het IMF zijn leningen. Maar IJsland was niet geïntimideerd. Zoals Grimsson zei: ”Er werd ons verteld dat indien we de voorwaarden van de internationale gemeenschap niet aanvaarden, we het Cuba van het Noorden zouden worden. Maar indien we ze hadden aanvaard zouden we het Haïti van het Noorden geworden zijn”.

Nieuwe grondwet[bewerken]

Om het land te bevrijden van de uitgebreide macht van internationale financiers en virtueel geld besliste de bevolking om een nieuwe grondwet te maken. Ze selecteerden 25 burgers uit 522 volwassenen die niet tot enige politieke partij behoorden maar door minstens 30 mensen werden aanbevolen. De vergaderingen werden on-line gestreamd en de burgers konden hun commentaren en suggesties doorgeven. Ze waren getuige van het tot stand komen van het document. De grondwet die uit dit proces van participatieve democratie voortkwam werd aan het parlement in de herfst van 2011 ter goedkeuring voorgelegd.[11]

Als reactie op de crisis werd in 2009 de politieke partij Besti flokkurinn (Beste Partij) opgericht. Oprichter Jón Gnarr werd in 2010 burgemeester van Reykjavik.

regio's van IJsland

Bestuurlijke indeling[bewerken]

IJsland bestaat uit acht regio's.

Regio’s met hoofdstad[bewerken]

  1. Höfuðborgarsvæðið, Hoofdstedelijke regio, Reykjavik
  2. Suðurnes, Zuidelijk schiereiland, Keflavík
  3. Vesturland, Westland, Borgarnes
  4. Vestfirðir, Westfjorden, Ísafjörður
  5. Norðurland vestra, Noordland west, Sauðárkrókur
  6. Norðurland eystra, Noordland oost, Akureyri
  7. Austurland, Oostland, Egilsstaðir
  8. Suðurland, Zuidland, Selfoss

Stad op IJsland[bewerken]

De hoofdstad van IJsland is Reykjavík, met daaromheen enkele voorsteden. Enkele andere grote plaatsen zijn Akureyri, Keflavík, Selfoss, Ísafjörður en Egilsstaðir.

Zie ook: Lijst van plaatsen in IJsland en Lijst van IJslandse gemeenten

Defensie[bewerken]

Hoewel IJsland lid is van de NAVO, heeft het geen eigen krijgsmacht. Strijdkrachten van de Verenigde Staten bewaakten tot 1 oktober 2006, op basis van een militair verdrag uit 1951, het land en zijn territoriale wateren vanuit een marinevliegbasis in Keflavík. De Verenigde Staten staat sindsdien nog wel garant voor de territoriale integriteit van IJsland, maar de marinevliegbasis is niet meer in gebruik als zodanig.

IJsland heeft wel een kustwacht en een militair politieonderdeel.

Bevolking en cultuur[bewerken]

Bevolking[bewerken]

De IJslanders zijn nakomelingen van de Vikingen, vermengd met Schotse en Ierse immigranten. De meeste buitenlanders zijn Denen. Meer dan de helft van de bevolking leeft in Reykjavik en omgeving.

In de periode 1750 tot 1850 lag de bevolking van IJsland stabiel op circa 50.000 personen. Nadien trad een geleidelijke uitbreiding op tot ongeveer 75.000 tegen het einde van de 19e eeuw om vandaar te versnellen en op 1 januari 2011 telde het land 328.452 bewoners, bijna gelijk verdeeld over mannen en vrouwen. Het aandeel van de bevolking tussen 0 en 14 jaar was 20,9%, tussen 15 en 64 jaar 66,8% en tenslotte was 12,3% van de bevolking 65 jaar en ouder[12]. De levensverwachting bij geboorte lag in 2010 op 79,5 jaar voor mannen en op 83,5 jaar voor vrouwen. Het aandeel buitenlanders was 6,6%.

Geslachtsnamen worden op IJsland bijna niet gebruikt: de IJslanders bedienen zich van patroniemen, zoals 'Karlsdóttir' ('dochter van Karl') of 'Grímsson' ('zoon van Grímur') (zie ook: IJslandse namen). De voornaam is nog altijd belangrijker dan het patroniem: in telefoonboeken en andere alfabetische persoonslijsten wordt men op zijn voornaam gerangschikt.

Godsdienst[bewerken]

In IJsland kent men vrijheid van godsdienst. De Evangelisch-Lutherse Kerk van IJsland is de staatskerk. In het nationaal register wordt altijd bijgehouden welke religieuze overtuiging men heeft. Ongeveer 5 procent van de bevolking is rooms-katholiek. Van 1996 tot 2009 was de Nederlandse bisschop Jo Gijsen bisschop van Reykjavik.

In 2004 gaf dit het volgende beeld:

Ofschoon de meerderheid van de bevolking christelijk is, gaan de meeste IJslanders niet met regelmaat naar de kerk. De meesten hebben liberaal-christelijke opvattingen.

Onderwijs en taal[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie IJslands voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De IJslanders spreken IJslands als moedertaal. IJslands is te kwalificeren als Oudnoors. Buiten IJsland wordt de taal niet gesproken. Daarmee komt het aantal sprekers van het IJslands rond de 320.000. IJslands is een Noord-Germaanse taal. De IJslandse taal is verwant met Faeröers, Noors, Deens en Zweeds.

Het IJslands kwam in de 9e eeuw met de Noormannen naar IJsland, deze Noormannen spraken Oudnoors. Op het Europese continent heeft het Noors veel veranderingen ondergaan, onder andere door invloeden van het Plattduits. Zo heeft het moderne Noors ten opzichte van het Oudnoors minder naamvallen, ook is de grammatica eenvoudiger. Deze veranderingen gingen voorbij aan de Oudnoors sprekende IJslanders, het Oudnoors dat in IJsland gesproken wordt is sinds die 9e eeuw weinig veranderd. Daarmee is het moderne IJslands een taal die sterk lijkt op het Oudnoors. De IJslanders zijn trots op hun taal en willen niet dat de taal vervlakt. Nieuwe woorden die nodig zijn om technologische of andere ontwikkelingen aan te duiden worden meestal gemaakt door bestaande IJslandse woorden te combineren. Er bestaat zelfs een instituut dat hierop toeziet.

De IJslandse taal maakt gebruik van het Latijnse alfabet aangevuld met een aantal lettertekens. Het alfabet bestaat uit 36 tekens. De "Dag van de IJslandse Taal" wordt jaarlijks gevierd op 16 november: de geboortedag van de IJslandse dichter Jónas Hallgrímsson.

Vanaf hun achtste of negende jaar leren kinderen Engels als tweede taal. Ook Deens wordt veel gesproken.

De grootste instelling voor hoger onderwijs is de Universiteit van IJsland, die zijn grootste campus in het centrum van Reykjavík heeft. Andere scholen die onderwijs geven op universitair niveau zijn de Universiteit van Reykjavík, de Universiteit van Akureyri, de Landbouwuniversiteit van IJsland bij Hvanneyri en de Bifröst Universiteit.

Muziek[bewerken]

Van oudsher is op IJsland in volledige afzondering een muziekstijl ontwikkeld. De originele IJslandse muziek (de tvísöngur) bestond uit tweestemmige gezangen, waarbij vooral kwartenmelodiek kenmerkend was. Pas sinds de contacten met de Scandinavische cultuur werd deze muziek geleidelijk aan vermengd met de Noorse en Deense muziek. In de 19e eeuw kwam ook deze muziek in aanraking met de nationalistische tendensen van de Europese kunstmuziek, waarmee de aansluiting met de West-Europese kunstmuziek gebaand was. In de IJslandse volksmuziek zijn dan ook nauwelijks sporen aan te treffen van het Gregoriaans of van het Lutherse koraal. De kunstmuziek van de 19e eeuw drong - evenals later ook de moderne en populaire muziek - uiteindelijk ook in IJsland door.

Bekende IJslandse hedendaagse musici zijn:

Feestdagen (Hátíðir og merkisdagar)[bewerken]

  • 1 januari: nýársdagur (nieuwjaarsdag).
  • 6 januari: þrettándi, de dertiende dag. Laatste dag van de IJslandse Kerstmis (zie ook: Jólasveinar).
  • Eind januari wordt de oude gecombineerde januari/februarimaand Þorri gevierd, het Þorrablót.
  • Bolludagur ("bolletjesdag"). Bolletjesdag was vroeger de maandag voor de vastendagen en wordt nu gevierd door (veel) roomsoezen (rjómabollur) te eten bij de koffie.
  • Sprengidagur ("explosiedag"). Deze dag was vroeger de laatste dag voor het begin van de vastendagen en er mocht toen zoveel gegeten als mogelijk (en voorradig) was. Nu wordt het met een speciale maaltijd, bestaande uit gezouten vlees en bonen, gevierd.
  • Öskudagur ("Asdag"). De eerste dag van de vastendagen die begon op een woensdag. Dit is nu een vrije dag.
  • Sumardagurinn fyrsti; de eerste donderdag na 18 april: eerste dag van de (oude) zomer. IJsland kende volgens de oude kalender maar twee jaargetijden: zomer en winter.
  • Sjómannadagurinn; de eerste zondag in juni: opgedragen aan de zeevaarders (vissers, reders etc.).
  • Listahátið; begin juni op even jaren: Reykjaviks internationale kunstfestival.
  • 17 juni: þjóðhátið; belangrijk nationaal volksfeest op sautjándi júní . Ter gelegenheid van het feit dat IJsland op 17 juni 1944 een republiek werd.
  • Verslunarmannahelgi ("koopliedenweekend"); eerste weekend in augustus.
  • Síldarævintyri ("haringavontuur"); feest op eerste weekend en maandag in augustus in Siglufjörður (Noord-IJsland).
  • Þjóðhátið Vestmannaeyjar; volksfeest op de Westman-eilanden begin augustus.
  • September: tijd waarin de schapen vanuit de bergen en vlakten bijeengedreven worden voor sortering. Vaak een festijn.
  • Fyrsti vetrardagur; eind oktober: eerste dag van de (oude) winter.
  • 1 december: herdenking van het verkrijgen van soevereiniteit van Denemarken in 1918.
  • 24 december: aðfangadagur; kerstavond.
  • 25 en 26 december: Jól; Kerstmis.
  • 31 december: gamlárskvöld; oudejaarsavond.

Media[bewerken]

De grootste televisiestations van IJsland zijn de publieke omroep Sjónvarpið en de commerciële omroepen Stöð 2, SkjárEinn en ÍNN. Er bestaan ook kleinere stations, waarvan vele enkel lokaal uitzenden. De belangrijkste radiostations zijn Rás 1, Rás 2 en Bylgjan. De dagelijkse kranten zijn Morgunblaðið en Fréttablaðið.

Op 16 juni 2010 nam het IJslandse parlement een wet aan ter bescherming van het recht van vrije meningsuiting en voor de bescherming van journalisten en klokkenluiders en is de strengste wet op dit gebied in de wereld.

Mythologie[bewerken]

IJsland is rijk aan Noordse mythologie.

Economie[bewerken]

De geothermische elektriciteitscentrale Nesjavellir in het zuidwesten van het land

Visserij[bewerken]

Visserij en de visverwerkende industrie, zo'n 73 procent van de uitvoer, vormen de belangrijkste poot van de IJslandse industrie. Deze uitvoer is echter gevoelig voor de verandering van de visprijzen. Vanuit de overheid worden dan ook pogingen gedaan de economie een bredere basis te verlenen; zo wordt er veel verwacht van geothermische energie. Naast Noorwegen en Japan is IJsland het enige land waar aan commerciële walvisvaart wordt gedaan.

Toerisme[bewerken]

De tweede bron van inkomsten is het toerisme. Bezoekers komen vooral uit Scandinavische landen en Duitsland, maar ook uit België, Nederland en Canada. De meeste toeristen komen 's zomers. Tijdens de wintermaanden komen sommigen naar IJsland om het noorderlicht te zien.

Energie[bewerken]

In 2009 werd zo'n 66% van alle energie geothermisch opgewekt (zie bijvoorbeeld Nesjavellir), 19% wordt opgewekt door waterkracht en de overige energie wordt geproduceerd met ingevoerde fossiele brandstoffen, zoals aardolie en in mindere mate steenkool. Verder voorzien de geothermische bronnen Reykjavik van warm water en stoom voor verwarming. In de periode 1989 tot en met 2009 is de productie van elektriciteit verviervoudigd, van 4.475 gigawattuur (GWh) naar 16.883 GWh. Deze sterke stijging was vooral nodig voor twee nieuwe aluminiumsmelters en de uitbreiding van een bestaande smelter. In 2009 verbruikten deze smelters bijna 12.000 GWh aan elektriciteit[13].

Handel[bewerken]

IJsland heeft een open economie, de buitenlandse handel maakt ongeveer een-derde van de IJslandse economie uit. In 2009 werd voor een totaal bedrag van ISK 500 miljard geëxporteerd en voor ISK 410 miljard geïmporteerd. Dit was het eerste jaar sinds 2002 dat IJsland een overschot op de handelsbalans noteerde. De export steeg in 2009 met 7% terwijl de import met 13% daalde. De depreciatie van de IJslandse kroon versus andere valuta maakte de IJslandse uitvoer aantrekkelijker terwijl importproducten veel duurder werden. De belangrijkste exportproducten waren vis (49%) en aluminium (34%). De invoer is meer divers en omvat producten zoals aardolie, machines, transportmiddelen, voedsel, drank en tabak. De belangrijkste handelspartner was de Europese Unie; in 2009 was het aandeel van de EU in de export van IJsland zo'n 83% en circa 65% van de IJslandse importen. Nederland was de belangrijkste handelspartner met een aandeel van 31% in het exporttotaal, en Noorwegen bij de import[14].

Financiële sector[bewerken]

In het begin van de 21e eeuw maakte de IJslandse financiële sector een sterke groei door. Hierdoor maakte de financiële sector circa 34 procent van de IJslandse economie uit. Door de snelle expansie en de daarbij horende behoefte aan vreemd vermogen van deze sector werd het land dan ook erg kwetsbaar voor de gevolgen van de kredietcrisis in 2008. Door een snelle achteruitgang van de liquiditeit van de drie banken in het land raakte IJsland in een situatie die grensde aan faillissement.[15] De schulden van het land bleken ongeveer vijf tot negen maal het bruto nationaal product te bedragen, een bedrag dat nagenoeg onmogelijk is om zelfstandig op te brengen.[16] Zie verder IJslandse bankencrisis,

Munteenheid[bewerken]

De munteenheid van IJsland is de IJslandse kroon en afgekort ISK. In 2007 was de gemiddelde koers van de euro zo'n 88 IJslandse kronen. Op 10 oktober 2008 stopten de meeste banken met de handel in de IJslandse Kroon omdat deze door de economische crisis in het land sterk in waarde was verminderd en in een inflatiespiraal terechtkwam[17]. De koers van de kroon halveerde; in 2009 lag de koers van de euro op circa 173 kronen. In 2010 trad enig herstel op en werd de euro gemiddeld tegen 162 IJslandse kronen verhandeld.

Vervoer[bewerken]

Luchthaven Keflavík is het grootste vliegveld van IJsland.
Kaart van de Hringvegur, de ringweg die het hele eiland omsluit.

Lucht[bewerken]

Middelpunt van het vliegverkeer zijn de twee luchthavens van IJsland:

Verder heeft vrijwel elke grotere plaats in IJsland een klein vliegveld of een airstrip.

IcelandAir is een luchtvaartmaatschappij met vluchten tussen Keflavik en Noord-Amerika, Schiphol, Brussel, Londen, Parijs, Hamburg en Frankfurt.

Water[bewerken]

IJsland heeft een veerdienst van Seyðisfjörður in het oosten, naar Hirtshals in Denemarken. Deze gaat via Tórshavn op de Faerøereilanden. De overtochten zijn van april tot en met september, eenmaal per week.

IJsland kent zes regelmatige nationale veerbootlijnen:

Land[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Wegen in IJsland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De belangrijkste weg op IJsland is de ringweg of Hringvegur. Deze ca. 1350 kilometer lange weg met wegnummer 1 loopt rond het hele eiland en verbindt een aantal van de grootste plaatsen met elkaar maar slaat de afgelegen gebieden over. De ringweg is voor het grootste gedeelte geasfalteerd, maar enkele delen in het oosten van IJsland zijn nog onverhard. De meeste bruggen en een aantal tunnels op IJsland zijn enkelstrooks uitgevoerd. Vaak zijn er bij de langere exemplaren wel passagemogelijkheden opgenomen, maar voorzichtigheid blijft geboden. Autowegen en autosnelwegen komen op IJsland niet voor hoewel een aantal van de belangrijkste wegen van en naar Reykjavík vierstrooks is uitgevoerd. De maximumsnelheid is daar, net als op alle andere verharde wegen, 90 kilometer per uur. Binnen de bebouwde kom geldt een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, en op de onverharde wegen is de snelheidsbeperking 80 kilometer per uur.

Openbaar vervoer op IJsland vindt plaats door een net van autobusverbindingen, met over het algemeen lage frequenties. Daarnaast beschikt Reykjavik over het stadsbusnet Strætó bs.

IJsland heeft geen spoorwegen. Het plan om in 2020 een spoorverbinding te openen tussen Reykjavik en de luchthaven Keflavík wordt waarschijnlijk niet uitgevoerd, als gevolg van de kredietcrisis die IJsland in 2008 hevig trof.

Bezienswaardigheden[bewerken]

Enkele bezienswaardigheden op IJsland zijn onder meer:

Zie ook: Monumenten op de Werelderfgoedlijst

Statistieken[bewerken]

  • 96 procent van de inwoners woont in centra van steden en dorpen
  • Reykjavik heeft 114.000 inwoners (1 oktober 2005); buiten de regio van Reykjavik is Akureyri de enige stad van enige omvang (17.000 inwoners, 1 oktober 2005)
  • Toename aantal inwoners over 2003: 0,96 procent
  • Geschat aantal inwoners in 2010: 304.711 (1 december 2004)
  • Aantal geboortes per 1000 inwoners: 14 (1 december 2004)
  • Aantal overledenen per 1000 inwoners: 6 (1 december 2004)
  • Gemiddeld aantal geboortes per vrouw: 2.23 (2009)
  • Kindersterfte: 2,4 per 1000 geboortes (2003)
  • Kindersterfte in eerste levensweek: 1,69 per 1000 geboortes (2003)
  • Migratiesaldo in 2001: +968
  • Bevolkingsdichtheid in 2004: 2,8 inwoners per km² (1 december 2004)
  • Levensverwachting: mannen 78.7 jaar; vrouwen 83.2 jaar (december 2010)
  • Economie: Bruto Nationaal Product van 2003: 810.844 miljoen ISK (2004)
  • Economische groei in 2002: -0,5 procent
  • BNP per inwoner in 2003: 36.519 US-dollars (2004)
  • Belasting: inkomstenbelasting, in procenten: 37,73 (2005)
(Er is een speciale belasting (2 procent) bij inkomsten boven ISK 350.000 p.p. per maand (2005).)
  • btw, in procenten (1 januari 2010): 25,5, 14,0 of 7,0
  • Aantal auto's per 1000 inwoners: 647 (2004)
  • Aantal artsen per 1000 inwoners: 3,6 (2002)

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Verenigde Naties 2011
  2. (en) Laatste census 1 juli 2000 (via V.N.)
  3. (en) Niet officiële schatting CIA Factbook juli 2013 (berekend door US Bureau of the Census)
  4. In tegenstelling tot wat de Taalunie vermeldt bij IJsland is het woord republiek niet officieel onderdeel van de eigennaam van IJsland, maar wordt alleen met kleine letter gebruikt ter aanduiding van de staatsvorm. Zie (is) Vraag en antwoord hierover op de website van de Universiteit van IJsland.
  5. (en) FCO: Country Profile: Iceland
  6. Zeekoet
  7. Parlement IJsland maakt weg vrij voor EU-toetreding, De Standaard, 16 juli 2009.
  8. IJsland officieel kandidaat EU-lid, De Tijd, 23 juli 2009.
  9. IJslandse regering valt over economische crisis, De Tijd, 26 januari 2009.
  10. IJsland rekent op Heilige Jóhanna, Het Parool, 2 februari 2009.
  11. [1], We Are Change (België) 17 april 2012.
  12. (en) IJsland Statistisch jaarboek 2010, hoofdstuk 2 Geraadpleegd op 2011-09-03
  13. (en) IJsland Statistisch jaarboek 2010, hoofdstuk 7 Geraadpleegd op 2011-09-03
  14. (en) IJsland Statistisch jaarboek 2010, hoofdstuk 14 Geraadpleegd op 2011-09-03
  15. 'Een land kan niet failliet gaan', BN/De Stem, 9 oktober 2008.
  16. Tekort IJsland stijgt dramatisch, NRC Handelsblad, 12 december 2008.
  17. IJslandse kroon is niets meer waard, de Volkskrant, 10 oktober 2008