Kabeljauw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor de opstandige edelen, zie Hoekse en Kabeljauwse twisten.
Kabeljauw
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (1996)
volwassen kabeljauw (Gadus morhua)
volwassen kabeljauw (Gadus morhua)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Actinopterygii (Straalvinnigen)
Orde: Gadiformes
Familie: Gadidae
Geslacht: Gadus
Soort
Gadus morhua
Linnaeus, 1758
Gadus morhua (Pieni).jpg
Verspreidingsgebied
Verspreidingsgebied
Afbeeldingen Kabeljauw op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Kabeljauw op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vissen
Productie van klipvis

De kabeljauw (Gadus morhua) is een vissoort uit de familie kabeljauwen (Gadidae), in de orde kabeljauwachtigen (Gadiformes), die voorkomt in de Atlantische Oceaan. De soort komt ook voor in de Noordzee en is economisch gezien een belangrijke soort. Zowel door beroepsvissers als door sportvissers wordt er veel op gevist.

Beschrijving[bewerken]

De kabeljauw heeft een lengte tot 150 centimeter maar meet gemiddeld 80 à 90 centimeter. De volwassen vis heeft een olijfgroene en bruingevlekte rug, een witte buik en een lange kindraad.

Verspreiding[bewerken]

De belangrijkste vangplaatsen zijn de Lofoten en de Doggersbank. De populatie rond de Newfoundlandbank is in de jaren 1990 door overbevissing ingestort en lijkt zich ook niet te herstellen. De vissoort leeft op diepten van 20 tot 600 meter dicht bij de bodem.

Voedsel[bewerken]

De kabeljauw voedt zich voornamelijk met kreeftjes, krabjes, garnalen, vissen en mosselen.

Andere namen[bewerken]

Jonge kabeljauw wordt gul genoemd. Gedroogde kabeljauw noemt men stokvis en gefrituurde wangen van de kabeljauw worden wel kibbeling genoemd, en een gefrituurde filet noemt men een lekkerbek. Skrei is de naam die hij krijgt in de periode tussen december en april wanneer hij vanuit de Barentszzee naar het noordwesten van Noorwegen migreert om te paaien. De naam Skrei is afgeleid van het Vikingwoord skrida, dat zoiets als 'reizen' betekent.

Vismethoden[bewerken]

Ondanks het feit dat men gebruik maakt van moderne technologie om de visscholen op te sporen, gebeurt het vissen zelf nog meestal zoals eeuwen geleden. Men gebruikt, naast haringnetten en Deense sleepnetten, nog vaak beug- en handlijnen met haken.

Zodra de kabeljauw gevangen is laat men hem bloeden en wordt hij ontweid. Hij wordt in de boot onmiddellijk op ijs gelegd.

De visvangst op de kabeljauw is een eeuwenoude traditie. Er zijn al vroeg strenge vangstbeperkende maatregelen genomen. Zo werden in 1753 bepaalde vistuigen verboden en is de visvangst sinds 1875 wettelijk gereguleerd. Vandaag steunt men op de aanbevelingen van de visserijbiologen om de quota en andere beperkingen te bepalen zodat de visstand op peil gehouden kan worden.

Toepassingen[bewerken]

Men vergelijkt de kabeljauw wel eens met het varken omdat van deze vis werkelijk alles gebruikt wordt:

  • de tongetjes van de vis zijn een gezochte lekkernij. Men frituurt ze meestal waardoor er een gouden korst ontstaat rond het zachte vlees dat in de mond smelt
  • de koppen worden gespietst en aan een koord geregen om ze in de openlucht te laten drogen. Daarna verscheept men ze naar de Afrikaanse westkust waar ze een rijke bron van proteïne vormen
  • de viseieren vormen de basis voor een pasta die enige gelijkenis vertoont met de Griekse tarama
  • de lever zorgt voor de levertraan. Vers vertoont die weinig gelijkenis met de levertraan die sommige ouderen onzalig aan hun oorlogsjaren herinnert
  • de ingewanden worden verwerkt tot voedsel voor pelsdierfokkerijen of tot meststof.

Kabeljauw als consumptievis[bewerken]

Kabeljauw in een supermarkt Lissabon

Het vlees van de kabeljauw heeft een losse structuur en de smaak wordt hoog gewaardeerd. De vis wordt voor consumptie veel gefileerd. Ook de lever van de kabeljauw is zeer smaakrijk. In de zomermaanden zitten er echter zogeheten luizen op de lever en dan zit er geen smaak aan.

De vis zelf kan op verschillende wijzen bereid worden:

  • stokvis : de nog natte vis wordt in de openlucht aan rekken opgehangen. Men zorgt ervoor dat de buik van de vissen van de regen, die meestal uit het zuiden komt, weg hangt. Na enkele maanden heeft de vis 40% van zijn vocht verloren, is zo hard als hout zodat hij goed te bewaren is. De stokvis wordt in verschillende kwaliteitscategorieën opgedeeld. De minste kwaliteit gaat naar Afrika, de beste voornamelijk naar Italië, dat 90% van de productie van Lofoten afneemt.
  • klipvis : nadat men omstreeks 1640 de beschikking had over zout werd dit als bewaarmiddel gebruikt. Nadat men de vis gezouten en drie weken geperst had, werd die vroeger op de klippen te drogen gelegd. Vandaag gebeurt het drogen in geventileerde ruimtes. De vis verliest op die manier 60 % van zijn vocht waarna hij hoofdzakelijk naar Portugal en Brazilië als Bacalhau (Portugees; Spaans: Bacalao; Surinaams: Bakkeljauw) geëxporteerd wordt.
  • gezouten : men legt de vis drie weken in de pekel zodat hij langere tijd bewaard kan worden bij een temperatuur tussen +2° en +4°.
  • vers : omdat men ook van andere vissoorten zoals schelvis en leng klipvis maakt, is de verse bereiding eigenlijk het enige middel om zeker te zijn dat men kabeljauw op zijn bord krijgt. De vis heeft een intens wit en stevig vlees met een delicaat aroma dat het te danken heeft aan de garnalen en haring die tijdens zijn migratie op het menu stonden[bron?]. Omdat de transportmogelijkheden het toelaten is de vis tegenwoordig overal in Europa tijdens het visseizoen te verkrijgen.

Afnemende populaties[bewerken]

Atlantische kabeljauwvangst 1950-2002. Noordoost Atlantic (blauw), noordwest Atlantic (groen) en totaal (rood)

De omvang van de kabeljauwpopulatie (van die boven de 7 jaar oud) was meer dan een miljoen ton na de Tweede Wereldoorlog, maar kelderde naar een historisch dieptepunt. Sinds 2000 is de omvang vrij snel gegroeid, geholpen door een lage visserijdruk. Maar er is bezorgdheid over een lagere leeftijd van de eerste voorplanting (vaak een vroeg teken van ineenstorting). De totale vangst in 2003 was 521.949 ton, het meeste door Noorwegen (191.976 ton) en Rusland (182.160 ton) gevangen.
Door een simpele technische verbetering van het ontwerp van netten, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek van het gedrag van vissen, is de bijvangst bij de kabeljauwvisserij in de Oostzee sterk gereduceerd.
Kleine kabeljauw (gul) wordt ook aangetroffen langs de kusten van de Lage Landen.[2] Trends in het voorkomen van de kabeljauw worden sinds 1997 door de stichting ANEMOON met behulp van waarnemingen door sportduikers in de Oosterschelde en het Grevelingenmeer bijgehouden. De IUCN classificeert de Atlantische kabeljauw als kwetsbaar.[1] De kabeljauw komt ook voor op de rode lijst van Greenpeace en ook de Viswijzer adviseert om alleen kabeljauw te kopen die wordt gevangen in de Barentszzee, bij Noorwegen of Alaska.[3] De populatie rond de Newfoundlandbank is door overbevissing in de jaren 1990 in elkaar gestort en ondanks drastische vangstbeperkingen en het faillissement van veel vissers is er weinig herstel in de populatie te bespeuren. Men vermoedt dat er ook geen herstel gaat komen omdat andere vissoorten die voorheen als prooi van de kabeljauw klein gehouden werden nu kans gezien hebben sterk toe te nemen waardoor er een andere stationaire toestand is ontstaan.

Enkele feiten[bewerken]

  • omdat het in de Barentszzee te koud is vindt het paaien hoofdzakelijk bij de Lofoten archipel plaats. Vaak treft men de vis echter zelfs tot in Møre og Romsdal aan. Hij overbrugt een afstand van meer dan 800 km met etappes van minstens 20 km;
  • de kabeljauw is geslachtsrijp tussen zijn zevende en zijn vijftiende. Dan keert hij jaarlijks terug naar de plaats waar hij geboren werd. In grote scholen komen eerst de vrouwelijke vissen aan;
  • de kabeljauw eet tijdens zijn trek minder en ander voedsel dan in de Barentszzee. Hierdoor wordt zijn vlees witter en steviger van structuur. Kuit en lever zijn dan op hun best;
  • om als stokvis te dienen is de kabeljauw het best na het paaien. Wenst men hem vers te gebruiken dan is hij het lekkerst vóór het paaien;
  • van april tot januari migreert de Noordoost Atlantische kabeljauw in de Barentszzee. Temperatuur en zeestromingen bepalen waarheen hij zwemt. Hij volgt dan immers zijn voedsel dat voornamelijk uit garnalen en lodden bestaat.

Overlevering[bewerken]

Sommigen beweren dat de Vikingen Amerika wisten te bereiken omdat ze geleerd hadden de kabeljauw te bewaren.[bron?]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b (en) Kabeljauw op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. H.Nijssen & S.J. de Groot, 1987. De vissen van Nederland. KNNV uitgeverij Utrecht/Zeist
  3. De viswijzer