Haring (soort)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Haring (dier))
Ga naar: navigatie, zoeken
Clupea harengus
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2009)
Clupea harengus harengus
Clupea harengus harengus
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Actinopterygii (Straalvinnigen)
Orde: Clupeiformes (Haringachtigen)
Familie: Clupeidae (Haringen)
Onderfamilie: Clupeinae
Geslacht: Clupea (Haringen)
Soort
Clupea harengus
Linnaeus, 1758
Haringen komen voor in grote scholen van soms miljoenen dieren.
Haringen komen voor in grote scholen van soms miljoenen dieren.
Haring voor consumptie
Haring voor consumptie
Afbeeldingen Clupea harengus op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Clupea harengus op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vissen

De haring (Clupea harengus) is een straalvinnige vis van het noordelijk halfrond. Het is al lang een populaire consumptievis, waar veel op gevist wordt. De recente geschiedenis van de haring is er dan ook een die verweven is met overbevissing en overheidsmaatregelen om dat te voorkomen.

Beschrijving[bewerken]

Haringen worden circa 45 centimeter lang en kunnen maximaal een kilogram wegen. De maximale leeftijd is 22 jaar.[2] De vis heeft een zilverkleurig lichaam met een grijsgroene of blauwgroene rug.

Haringen maken geluid, door gas te laten ontsnappen uit hun zwemblaas.

Levenswijze[bewerken]

Haringen leven tot een diepte van 200 meter. De larven leven van plankton, de volwassen dieren van groter plankton (zoals roeipootkreeftjes), garnalen en kleinere vissen. Haringen komen voor in grote scholen van soms miljoenen dieren. Aan dit laatste danken zij ook hun naam; haring werd in Oudnederlands als 'heering' geschreven. Het woord is afgeleid van 'heer' in de betekenis van legerschare. Het is dus een vis die in grote scholen als een 'heer' door het water trekt.

Natuurlijke vijanden van de haring zijn andere vissen en vogels.

Populaties[bewerken]

In de Noordzee worden vier hoofdpopulaties onderscheiden. De verschillende haringpopulaties paaien op verschillende momenten:

  • De Buchan-Shetland-haringen paaien in augustus en september voor de Schotse en Shetlandse kusten.
  • Op de Doggersbank paaien de haringen van augustus tot oktober.
  • De nog zuidelijkere populatie paait nog later, van november tot januari. Dit zijn haringen van de Southern Bight of Downs.
  • De maatjesharing paait elk voorjaar in de Oostzee en komt daarna via het Skagerrak naar de Noordzee.

Deze vier populaties leven buiten het paaiseizoen door elkaar. Tijdens het seizoen komt elke populatie bij elkaar op de eigen paaigronden.

Vroeger bestond een vijfde populatie, de zuiderzeeharing, die in de voormalige Zuiderzee paaide. Deze populatie stierf uit na het dichten van de Afsluitdijk, waarbij het IJsselmeer ontstond.

Ondersoorten[bewerken]

Van de haring worden twee ondersoorten onderscheiden[3]. Van elke ondersoort zijn rassen bekend:

  • Clupea harengus harengus, de Atlantische haring
  • Clupea harengus pallasi, de Pacifische haring
    • Clupea harengus pallasi n. maris-albi Berg, uit de Witte zee bij Finland
    • Clupea harengus pallasi n. suworowi, Noordelijke ijszee bij Siberië

Naast de hierboven vermelde rassen zijn tientallen andere rassen bekend.

Visserij[bewerken]

Haringen behoorden eeuwenlang tot de belangrijkste vissen in de visserij. De haring werd vooral in de Noordzee gevangen, waar ze op zee gekaakt en gezouten werden. In onder andere de vroegere Zuiderzee en voor de kust werden ook haringen gevangen die voor verse verkoop bestemd waren.

Door overbevissing raakte op diverse plaatsen het haringbestand sterk verminderd, waardoor de regering zich genoodzaakt voelde om een zesjarig vangstverbod (1977-1983) in te stellen. Door strenge Europese vangstbeperkingen, die nu nog steeds gelden, heeft de haring zich kunnen herstellen en gedijt hij tegenwoordig weer relatief goed.

Ongeveer 90% van de gevangen haring wordt in Denemarken en Noorwegen tot vismeel verwerkt.[4]

Consumptie[bewerken]

Bokking
Broodje haring
Twee haringen waarvan één opengevouwen

Haring is een vette vis die rijk is aan omega 3-vetzuren. In haring komt soms de parasiet haringworm voor, die bij mensen de maag- of darmwand kan beschadigen. Dit is omstreeks 1900 door Pieter Hendrik van Thiel ontdekt. Om deze worm te bestrijden is het in Nederland wettelijk verplicht om alle haring voor consumptie eerst in te vriezen.

Vers gekochte haring kan slechts kort, maximaal een dag, in de koelkast bewaard worden. Haring wordt gegeten als:

Haringkaken[bewerken]

Bij het kaken van haring worden de kieuwen, een deel van de ingewanden en de keel verwijderd. Door het verwijderen van de kieuwen kan de vis ontbloeden, zodat het bloed niet in het vlees terecht komt en blank van kleur blijft. Bij het kaken blijft de alvleesklier zitten. Na dit bewerkingsproces werken de vrijgekomen enzymen op het vlees in. Daardoor ontstaat de typische haringsmaak en -geur en krijgt de vis de zachte textuur.[5]

Rijpingsproces[bewerken]

Dat het bij het consumeren ervan zou gaan om het nuttigen van een rauwe haring is onjuist. Voordat de haring de consument heeft bereikt heeft ze namelijk na het bovengenoemde kaken – door een wisselwerking tussen het door de behandelaar toegevoegde zout en de door de haring zelf geproduceerde enzymen – een rijpingsproces doorgemaakt. Hierdoor is het begrip 'rauw' niet meer van toepassing. Een enkele maal wordt de haring werkelijk rauw gegeten maar dan betreft het een inkoper die de haring rechtstreeks uit zee, ongekaakt en nog niet geveild, ten dele nuttigt en haar daardoor toetst op kwaliteit.

Inleggen[bewerken]

In Scandinavië wordt haring ingelegd in diverse kruiden, zoals dille, of in wijn of in een romige saus. In Noorwegen wordt ook gerookte, gedroogde haring gegeten. In het Verenigd Koninkrijk zijn geroosterde kippers als ontbijt nog steeds erg populair. Ook wordt de haring er als 'black herring' naar Afrika uitgevoerd. Deze zoute haringen zijn vijf dagen lang gerookt en zonder koeling houdbaar.

In oude beschrijvingen[bewerken]

In het 16e-eeuwse Visboeck van Adriaen Coenen (1514-1587) wordt uitvoerig en lyrisch verteld over de haring. Ook komt de zogenoemde Haringkoning ter sprake.

Zweedse Marine mysterie[bewerken]

Het geluid dat haringen maken, de zogenaamde haringscheten, die ze gebruiken om te communiceren, werd oorspronkelijk niet herkend. Rond 1980 en 1990 zocht de Zweedse marine naar mysterieuze onderzeeboten, omdat ze het geluid opving en niet kon thuisbrengen. Hierdoor werden de Zweeds-Russische relaties gespannen. Toen het Oostblok uiteengevallen was gingen de geluiden gewoon door.[6]

Zie ook[bewerken]

Lees verder[bewerken]

  • Boer, Adriaan de; Klootwijk, Wouter (2003). Haring en zijn maatjes. Inmerc. ISBN 9066110295.
  • Stam, Huib (2011). Haring. Een liefdesgeschiedenis. Meulenhoff. ISBN: 9789029087285. 320 blz.

Bronnen

Noten