Orchideeënfamilie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Orchideeënfamilie
Vleeskleurige orchis (Dactylorhiza incarnata)
Vleeskleurige orchis (Dactylorhiza incarnata)
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Eenzaadlobbigen
Orde: Asparagales
familie
Orchidaceae
Juss. (1789)
Verspreidingsgebied
Verspreidingsgebied
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Bioscoopjournaal uit 1955. Op de rots Ifar in het Cycloopgebergte in het binnenland van Nieuw-Guinea worden orchideeën geplukt, oa zogenaamde Nieuw-Guineetjes. Bomen worden gekapt om zeldzame orchideeën te bemachtigen of Papoea's klimmen langs lianen omhoog om ze te plukken. Vervolgens worden de bloemen in Hollandia verkocht.

De orchideeënfamilie (Orchidaceae) is een van de grootste plantenfamilies op aarde. Het aantal soorten wordt op zo rond de 20.000 geschat. Wereldwijd zijn meer dan duizend geslachten bekend welke verdeeld worden over tientallen subfamilies. Orchideeën worden ook wel eens kort orchis genoemd, wat ook de naam van een specifiek geslacht is.

Naamgeving en etymologie[bewerken]

De naam 'orchidee' is afgeleid van Orchis. De Griekse filosoof Theophrastus was in 300 v.Chr. de eerste die het geslacht beschreef. De naam Orchis (όρχις) heeft mogelijk betrekking op de dubbele wortelknol: het Griekse 'orchis' betekent ook teelbal.

Kenmerken[bewerken]

Phalaenopsis 1:buitenste bloemdekbladen (kelkbladen); 2: binnenste bloemdekbladen (kroonbladen); 3: lip; 4: hierachter zitten de pollinia (stuifmeelklompjes); 5: stempel.

Orchideeën staan bekend om hun bloemen, die er soms vreemd uit kunnen zien. Ook de wilde flora in de Benelux kent soorten met opvallende bloemen. Vaak zijn er speciale aanpassingen aan bepaalde soorten dieren en dan met name insecten. Vele soorten zijn in de twintigste eeuw achteruitgegaan in deze regio. Waar eertijds vele graslanden in mei en juni werden gekleurd door de orchideeën zijn ze nu vaak beperkt tot natuurreservaten.

Orchideeën hebben doorgaans stoffijn zaad. Deze heel kleine zaden kunnen gemakkelijk door de wind over grote afstanden worden vervoerd. En zo kunnen ze relatief gemakkelijk nieuwe geschikte groeiplaatsen koloniseren. Op die plaats moet dan wel de voor de kieming noodzakelijke schimmel aanwezig zijn, omdat het zaad zonder de schimmel niet kan uitgroeien. Voorts kost het vaak vele jaren om tot een volwassen vruchtdragend exemplaar uit te groeien. In de Benelux staan vele orchideeën bekend als fijnproever. Ze stellen gemiddeld hoge eisen aan hun groeiplaats. Ze leven vaak in mutualistische symbiose met een schimmel (in de vorm van een mycorrhiza) waarmee ze voedingsstoffen uitwisselen.

In regenwouden groeien bepaalde soorten als epifyt hoog in de bomen. Sommige van deze epifyten worden tegenwoordig als kamerplant gehouden. Ook andere soorten zijn populair als kamerplant. Diverse soorten zijn met elkaar te kruisen en dit gebeurt dan ook veel. Omdat een soort voor de bestuiving afhankelijk is van een specifiek insect of vogel hebben ze geen andere barrières ontwikkeld. De bestuiving verloopt vaak via een complex mechanisme, bijvoorbeeld door bij een insect de hele meeldraden op het lijf vast te plakken en deze te laten meevoeren naar een andere bloem.

Bloemen[bewerken]

De bloem van een orchidee is meestal eenvoudig te onderscheiden van een andere bloem. De bloem is opgebouwd uit drie kelkbladen en drie kroonbladen. Het middelste kroonblad is afwijkend qua vorm en vergroot (de lip), zodat het een platform voor insecten vormt om makkelijker het centrum van de bloem te bereiken.

Oorspronkelijk was de lip van een orchidee opwaarts gericht en vormde zo een afdakje boven het gynostemium. Bij een aantal soorten, zoals de spookorchis (Epipogium aphyllum) en de vanilleorchis (Nigritella), is dit nog steeds het geval. Bij de meeste soorten echter draait de bloem zich bij het openen 180°, waardoor de lip neerwaarts wijst. Dit verschijnsel wordt resupinatie genoemd en zorgt ervoor dat de bloem zijn kenmerkende vorm krijgt.

Taxonomie[bewerken]

Stamboom van de familie Orchidaceae[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Taxonomie en fylogenie van de orchideeënfamilie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De orchideeënfamilie is een monofyletische groep die door het APG III-systeem van 2009 tot de orde Asparagales wordt gerekend.

De indeling van deze familie is echter continu in beweging, zolang er studies lopen die nieuwe elementen voor classificatie aanbrengen.

Er worden momenteel vijf onderfamilies erkend, wat het volgende cladogram geeft:

Familie Orchidaceae

Fylogenie:



Taxonomie:


  • Orde Asparagales
    • zustergroepen van de Orchidaceae
    • Familie Orchidaceae
      • Onderfamilie Apostasioideae: 2 geslachten, 16 soorten, Zuidwest-Azië
      • Onderfamilie Cypripedioideae: 5 geslachten, 130 soorten, gematigde streken en tropisch Zuid- en Midden-Amerika
      • Onderfamilie Vanilloideae: 15 geslachten en 180 soorten, tropisch en subtropisch oostelijk Noord-Amerika
      • Onderfamilie Epidendroideae: meer dan 500 geslachten en ongeveer 20.000 soorten, wereldwijd
      • Onderfamilie Orchidoideae: 208 geslachten en 3.630 soorten, wereldwijd

Deze onderfamilies zijn op hun beurt nog eens onderverdeeld in takken of tribus, subtribus, geslachtengroepen en tenslotte geslachten.

Stamboom van de in België en Nederland voorkomende orchideeën[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Stamboom van Nederlandse en Belgische orchideeën voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In België en Nederland komen volgens de laatste nieuwe systematiek een 40-tal soorten orchideeën van 18 verschillende geslachten voor, alle in de onderfamilies Epidendroideae en Orchidoideae.

Opmerkingen[bewerken]

  • In dit artikel wordt de indeling gebruikt zoals vermeld in de 23e editie van de Heukels. Deze is gebaseerd op nieuwe inzichten gebaseerd op gegevens van DNA-sequenties. Een opvallend verschil met de 22e druk is vooral de samenvoeging van de keverorchissen (Listera) met de vogelnestjes (Neottia), van de poppenorchis (Aceras) met de orchissen (Orchis) en van de groene nachtorchis (Coeloglossum) met de handekenskruiden (Dactylorhiza).

Vermeerdering van orchideeën[bewerken]

Orchideeën worden doorgaans gekweekt in kassen. Daar kunnen ze worden gemuteerd van een zogeheten 1-takker, naar een 2-takker of zelfs een 3-takker.

Iedere kweker wil zijn planten niet alleen in goede conditie houden en laten bloeien, maar streeft ook naar vermeerdering. Deze nieuwe planten kunnen bij de verzameling worden gevoegd, dienen als reserve voor het geval andere planten sterven, of worden gebruikt als ruilmateriaal. Het doel kan bereikt worden op twee manieren: generatieve (geslachtelijke) en vegetatieve (ongeslachtelijke) voortplanting.

Generatieve voortplanting[bewerken]

Orchideeën hebben een ingewikkelde manier van voortplanting en de ontkieming van hun zaden vereist een actieve samenwerking met bepaalde soorten schimmels. Deze schimmels zijn niet te kweken en daarom wordt onder kunstmatige omstandigheden de zogenaamde steriele vermeerdering in vitro gebruikt. Het is het streven om ontkiemende zaden door middel van voedingsbodems stoffen toe te dienen, die zij in de natuur krijgen van symbiotische schimmels. Voedingsbodems bestaan uit anorganische en organische substanties, waarvan minerale elementen, suikers, hormonale stoffen en vitamines het belangrijkst zijn. Omdat de bodem stevig moet zijn, wordt er ook agar toegevoegd (uit zeewier verkregen gelatine).

Vegetatieve voortplanting[bewerken]

Een voordeel van de klassieke vegetatieve vermeerdering is de relatief hoge snelheid waarmee nieuwe planten kunnen worden verkregen. Een nadeel is het beperkte aantal nieuwe ontstane exemplaren en hun genetische identiteit. Een ander minpunt is het risico op infecties en rotting op plaatsen waar is gesneden. Vele orchideeën vormen kleine dochterplantjes aan de top van hun schijnknollen, bijvoorbeeld die van Dendrobium. Deze kunnen we in stukjes snijden, waarna we de wonden verzorgen met houtskool en de stukken schuin in vochtig mos steken. De slapende ogen ontwaken en doen nieuwe planten ontstaan.

Beschreven geslachten en soorten[bewerken]

De volgende geslachten en soorten worden verder in Wikipedia in detail beschreven.

Europese soorten[bewerken]

Hieronder een lijst van geslachten en soorten die in West- en Midden-Europa voorkomen en die in detail behandeld worden in Wikipedia:

Traunsteinera globosa

Soorten van andere continenten[bewerken]

Enkele overige geslachten[bewerken]

  • Chamorchis
  • Epipogium
  • Limodorum
  • Malaxis
  • Nigritella

Organisaties[bewerken]

Er zijn diverse organisaties die zich richten op de promotie van orchideeën, waaronder de Royal Horticultural Society en de American Orchid Society.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties