Faillissement

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Brusselse rechtbank van koophandel verklaarde Sobelair op 19 januari 2004 failliet.

Het faillissement of bankroet is een vorm van beslag op het gehele vermogen van de failliet ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers.

Indien een rechtspersoon of een natuurlijk persoon niet langer aan zijn/haar betalingsverplichtingen kan voldoen ('insolvent' is), kan de rechtbank het faillissement uitspreken. Daarbij wordt door de rechtbank een curator aangesteld. De taak van de curator is in beginsel het te gelde maken van het vermogen van de schuldenaar, om de opbrengst daarna te verdelen onder de schuldeisers.

Faillissement is, met andere woorden, een collectieve verhaalsprocedure.

Internationale regelingen[bewerken]

In een aantal landen bestaan er alternatieven voor het faillissement. Die regelingen worden samengevat onder de Europese Insolventieverordeningen. Hoewel deze verordeningen veel met elkaar gemeen hebben bestaan er ook verschillen. Vooral op de volgende punten verschillen regelingen nog wel eens van elkaar:

  • De voorwaarden voor inwerkingtreding van de regeling. In Nederland is deze bijvoorbeeld 'opgehouden te hebben met betalen', maar in andere landen is een negatief eigen vermogen voldoende.
  • De vraag wie faillissement mag of moet aanvragen. Soms geschiedt dit op verzoek van een of meerdere crediteuren, maar in sommige landen moet de vennootschap zelf onder bepaalde voorwaarden faillissement aanvragen.
  • De vermogensbestanddelen en vorderingen die onder het faillissement vallen (pand- en hypotheekrechten, eigendomsvoorbehouden, etc.), alsmede de posities van eventuele bevoorrechte schuldeisers.
  • Eventuele verplichtingen van crediteuren. Soms zijn zij verplicht te blijven leveren aan de failliet, ook als er nog een vordering openstaat waarvan niet zeker is of die wel voldaan wordt.
  • Is de procedure gericht op liquidatie, sanering of herstructurering?
  • Eventuele instrumenten tegen faillissementsfraude;
  • De positie van aandeelhouders;
  • Een mogelijkheid tot schuldsanering en het verkrijgen van een 'schone lei' voor een natuurlijk persoon;
  • Het al dan niet herleven van schulden na faillissement;
  • Aansprakelijkheid van directeuren en andere personen die invloed hebben of hadden op het beleid bij faillissement van een vennootschap.

Zie verder[bewerken]