Wet schuldsanering natuurlijke personen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Wet schuldsanering natuurlijke personen of Wsnp is een Nederlandse wet uit 1998, die burgers een extra mogelijkheid biedt op een schuldenvrije toekomst.

Achtergrond[bewerken]

De rechter spreekt een faillissement uit indien voldoende vaststaat dat een persoon (dat kan alleen een natuurlijke persoon zijn) niet meer in staat is zijn schulden te betalen. Een faillissement wordt echter in de regel opgeheven zonder dat de schuldeisers enige betaling hebben ontvangen. De schulden blijven in een faillissement dus gewoon bestaan. Een rechtspersoon (bijvoorbeeld een BV) houdt over het algemeen op te bestaan, dus de schuldeisers kunnen daar geen verhaal meer halen. Voor een natuurlijk persoon ligt dit anders. Bij een natuurlijk persoon vervallen de schulden bij overlijden als de erfenis door geen van de erfgenamen wordt aanvaard, voor zover de schulden er niet uit afgelost kunnen worden. Als één of meer erfgenamen de erfenis wel aanvaarden gaan de schulden op hen over. De schulden blijven dus in principe levenslang of langer bestaan, tenzij de schuldenaar bijvoorbeeld een akkoord kan sluiten. Deze situatie werd onwenselijk geacht. De wet schuldsanering natuurlijke personen tracht een oplossing te bieden door middel van een schuldsaneringsregeling.

De schuldsaneringsregeling is bedoeld voor degenen die buiten hun schuld ("te goeder trouw") in een problematische schuldsituatie terecht zijn gekomen. De regeling duurt in beginsel drie jaar. Indien de rechtbank na verloop van die drie jaar oordeelt dat de schuldenaar zich aan zijn uit de regeling voortvloeiende verplichtingen heeft gehouden, wordt hem de zogenaamde schone lei gegeven. De schone lei betekent dat de schulden die bestonden op het moment dat de schuldsaneringsregeling is uitgesproken niet langer afdwingbaar zijn. Wordt de schone lei niet gegeven, dan blijven de schulden bestaan.

Schuldsanering[bewerken]

Een verzoek om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling moet, voorzien van een aantal verplichte bijlagen, bij de rechtbank worden ingediend. Bijstand door een advocaat is daarbij niet nodig. De rechtbank roept de schuldenaar (degene die in de schuldsanering wil) over het algemeen op om te verschijnen op een zitting. Op deze zitting moet de schuldenaar zijn verzoek toelichten en kan de rechter vragen stellen over de situatie van de schuldenaar en over de schulden. Na de zitting wordt het verzoek beoordeeld. Het kan zijn dat de rechtbank nog nadere stukken opvraagt.

De rechtbank beoordeelt het verzoek aan de hand van de criteria van artikel 288 van de Faillissementswet.

De rechter kan het verzoek uitsluitend toewijzen als de schuldenaar zelf voldoende aannemelijk maakt dat:

  • hij zijn schulden niet langer kan betalen;
  • hij met de schulden die in de afgelopen vijf jaar zijn ontstaan of onbetaald zijn gelaten, te goeder trouw is geweest. Voorbeelden van schulden waarvan het vaak lastig is om aan te tonen dat ze te goeder trouw zijn ontstaan zijn bijvoorbeeld boetes bij het CJIB, grandioze overbesteding (bijvoorbeeld op het moment dat de schuldenaar zijn schulden al niet meer kan afbetalen sluit hij nóg een lening af) of schulden die zijn ontstaan door verslavingen (bijvoorbeeld gok- of drankverslavingen);
  • hij de verplichtingen die uit de schuldsanering voortvloeien naar behoren zal nakomen en hij zich in voldoende mate zal inspannen om geld te "sparen" voor de schuldeisers. Eventueel met hulp van een budgetcoach.

De WSNP is van kracht voor 3 tot maximaal 5 jaar. Indien de persoon zich niet netjes gedraagt en andere financiële overeenkomsten aangaat wordt hij uit de WSNP gezet door de rechter. De schuldenaar heeft dan zonder schone lei de WSNP verlaten. Indien de schuldenaar zich wel netjes gedraagt en alles doet wat hij op zijn plicht heeft genomen, eindigt zijn WSNP met een schone lei. De meeste schulden worden kwijt gescholden omdat je tot de WSNP wordt toegelaten als je te veel schulden hebt en te laag inkomen.

Voor de laatste twee voorwaarden geldt dat de rechter een uitzondering kan maken als de schuldenaar aantoont dat hij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het laten ontstaan of onbetaald laten van de schulden, onder controle heeft gekregen. Dit wordt de "keer-ten-goede" genoemd. Een voorbeeld: de schuldenaar is in de schulden gekomen door een gokverslaving, maar hij kan aantonen dat hij al een jaar niet meer gegokt heeft.

Ondanks het voorgaande is de rechter op grond van de wet verplicht om het verzoek af te wijzen:

  • als de schuldsaneringsregeling al van toepassing is op de schuldenaar;
  • als er geen "minnelijk traject" heeft plaatsgevonden. Een minnelijk traject betekent dat een daarvoor gekwalificeerde instelling probeert om aan de schuldeisers een aanbod te doen, gebaseerd op het inkomen van de schuldenaar, waarna de rest van de schuld wordt "kwijtgescholden". Volgens de gedragscode die deze instellingen moeten hanteren, mag het minnelijk traject alléén doorgang vinden als alle schuldeisers het aanbod accepteren. Vaak mislukt daardoor het minnelijk traject. Voorwaarde om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling is dat in ieder geval een reëel aanbod is gedaan;
  • als de schuldenaar schulden heeft die voortvloeien uit een veroordeling voor een misdrijf, als deze veroordeling heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar voordat het verzoek tot schuldsanering is gedaan. De rechter mag, indien hij daar reden toe ziet, zelfs een langere termijn in acht nemen. Het gaat hier bijvoorbeeld om geldstraffen of veroordelingen door de strafrechter tot schadevergoeding aan een slachtoffer;
  • als minder dan 10 jaar voordat het verzoek tot schuldsanering is gedaan, de schuldsaneringsregeling al van toepassing is geweest op de schuldenaar. Hierop kan onder bepaalde omstandigheden een uitzondering worden gemaakt als de schuldsaneringsregeling destijds is beëindigd om redenen die de schuldenaar niet toe te rekenen zijn.
  • als schuldeisers uit hoofde van hun beleid (bijvoorbeeld afspraken met het incassobureau of deurwaarderskantoor) niet akkoord gaan met het verzoek.

Wanneer de rechter de toepassing van de WSNP uitspreekt, zal de rechter tegelijkertijd een bewindvoerder en een rechter-commissaris aanwijzen. De bewindvoerder is vergelijkbaar met een curator in een faillissement. De bewindvoerder die in het kader van de schuldsaneringsregeling wordt benoemd is geen hulpverlener. Het is iemand die er in opdracht van de rechtbank op toeziet dat de saniet (zo wordt iemand die in de schuldsaneringsregeling zit genoemd) zijn verplichtingen in het kader van de schuldsaneringsregeling nakomt. Net als bij een faillissement wordt de naam van de saniet gepubliceerd in de staatscourant. Wanneer de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard vervallen in de meeste gevallen alle beslagen die gelegd zijn, en moeten schuldeisers hun vordering ter verificatie aan de bewindvoerder overleggen. De rechter-commissaris is één van de rechters van de rechtbank die specifiek aan een bepaalde schuldsaneringsregeling "gekoppeld" wordt. De rechter-commissaris houdt toezicht op de bewindvoerder en oordeelt over allerhande verzoeken die in een schuldsaneringsregeling kunnen worden gedaan, zoals een verzoek om te worden ontheven van de sollicitatieplicht.

Een schuldsanering middels de Wsnp duurt normaal gesproken drie jaar, met een maximum van vijf jaar. Gedurende deze tijd moet de saniet leven van het absolute sociale minimum (het zgn. Vrij Te Laten Bedrag). Al het meerdere dat de saniet verdient wordt op een bankrekening van de bewindvoerder gestort, de boedelrekening. De saniet moet zich inspannen om zo veel mogelijk geld voor zijn schuldeisers te verzamelen. Dit kan dus ook een baanwisseling of verhuizing naar een goedkopere woning inhouden. Uiteraard zal het vermogen van de saniet worden geliquideerd. Dit houdt in dat dingen die waarde hebben, zoals auto's, caravans of dure plasmatelevisies, moeten worden verkocht.

Wanneer de saniet zijn verplichtingen nakomt, zal de rechter na afloop van de sanering een schone lei verstrekken. De schuldeisers worden betaald voor zover er geld verzameld is, en het resterende bedrag van de vordering wordt een natuurlijke verbintenis. De schulden blijven dus wel bestaan, maar schuldeisers kunnen slechts in bepaalde gevallen invorderingsmaatregelen zoals beslaglegging nemen.

Verplichtingen in de schuldsaneringsregeling[bewerken]

De schuldenaar heeft de volgende verplichtingen:

  • De rechter-commissaris stelt een vrij te laten bedrag vast. De hoogte van dit bedrag hangt af van bijvoorbeeld de gezinssituatie en van een aantal vaste lasten. Het vrij te laten bedrag ligt meestal iets hoger dan de beslagvrije voet. Het inkomen boven het vrij te laten bedrag moet iedere maand op de boedelrekening worden gestort. Stel het inkomen is € 2000 per maand en het vrij te laten bedrag is € 1500, dan moet dus iedere maand € 500 op de boedelrekening worden gestort. Een erfenis maar ook een belastingteruggave (om een paar voorbeelden te noemen) komt in zijn geheel ten goede aan een zogenaamde boedelrekening.
  • De schuldenaar mag geen nieuwe bovenmatige schulden laten ontstaan.
  • De schuldenaar moet zo veel mogelijk inkomen zien te vergaren. Als hij in staat is om te werken, moet hij dat ook doen, althans laten zien dat hij actief op zoek is naar werk. Alleen indien wordt aangetoond dat de schuldenaar arbeidsongeschikt is, vervalt deze verplichting.
  • De schuldenaar moet de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd informeren over alles dat voor de schuldsaneringsregeling van belang is, bijvoorbeeld een verandering van het inkomen of een verhuizing.

Indien de schuldenaar zich niet aan deze verplichtingen houdt kan de rechtbank de regeling tussentijds beëindigen. De schuldenaar gaat in dat geval failliet. De rechtbank kan ook weigeren de schone lei te geven. De schuldenaar gaat in dat geval niet failliet maar de schulden blijven wel gewoon bestaan.

Controle[bewerken]

De bewindvoerder ziet streng toe dat de saniet zijn verplichtingen nakomt. Zo geldt er een postblokkade die minimaal het eerste jaar van de sanering loopt, en daarna kan deze op verzoek van de bewindvoerder worden opgeheven. Ook kan de bewindvoerder een huisbezoek afleggen wanneer het hem schikt. De saniet is verplicht om de bewindvoerder overal toe te laten, en alle informatie te verschaffen die de bewindvoerder vraagt.

Schuldeisers[bewerken]

Voor schuldeisers betekent de WSNP dat zij worden gedwongen om mee te werken aan de sanering. Gedurende de looptijd van de sanering kunnen er geen beslagen worden gelegd, en wordt de rente over de vorderingen stilgezet.

Bij faillissement[bewerken]

Wanneer een faillissement van een natuurlijk persoon wordt aangevraagd, kan die zich verweren met de indiening van een verzoek om tot de schuldsaneringsregeling te worden toegelaten. Als hij dat doet, wordt eerst dat verzoek behandeld en wordt hij toegelaten, vervalt het verzoek tot faillietverklaring. Wordt hij niet toegelaten, dan gaat de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring weer door.

Ondernemers[bewerken]

De Wsnp is geschreven voor natuurlijke personen, die schulden hebben gemaakt, bijvoorbeeld bij een ernstige inkomstenterugval door ontslag of arbeidsongeschiktheid. Ondernemers met een eenmanszaak of een Vennootschap onder firma (vof), zijn ook natuurlijke personen, dus zij kunnen ook gebruik maken van de Wsnp. Ondernemers die vanuit een rechtspersoon (BV, NV, en dergelijke.) opereren, kunnen gebruik maken van de Wsnp wanneer de rechtspersoon geliquideerd en opgeheven is en zij al dan niet als gevolg daarvan in een problematische schuldsituatie verkeren. Een voorbeeld zijn de gedupeerde veehouders die door varkenspest en MKZ failliet raakten. Vergelijkbaar zijn jonge ondernemers wier onderneming door te veel privé-opnames failliet gaat.

Buitenland[bewerken]

Het is mogelijk dat de schuldenaar niet in Nederland woont. In beginsel wordt dan de toegang tot de WSNP problematisch. Het verzoek dient namelijk in principe via de gemeente te worden gedaan, maar die werkt slechts voor zijn eigen burgers. Het komt een enkele keer voor dat de laatste gemeente waar de persoon voor zijn emigratie woonde deze persoon wil helpen, maar in praktijk hangt dit af van de situatie en de welwillendheid van de gemeente.

Wel kan men een direct verzoek aan de rechtbank richten, maar ook hier zijn complicaties omdat onder andere een postblokkade en toezicht van de bewindvoerder moeilijker, zo niet onmogelijk worden. Ook is het maar de vraag of de 'schone lei' buiten Nederland wordt geaccepteerd. In veel gevallen zal de schuldenaar daarom aangewezen zijn op de insolventieregeling in zijn woonland. Dit kan vervelend uitpakken als het woonland een nadeliger insolventieregeling kent die de schuldenaar bijvoorbeeld niet de mogelijkheid van een 'schone lei' biedt. Toelating is op zich wel denkbaar als de schuldenaar nog wel in Nederland werkt, zal verhuizen naar Nederland, of hiertoe bereid is.

Het is ook denkbaar dat de schuldenaar tijdens het WSNP-traject een baan krijgt aangeboden waarvoor hij naar het buitenland moet verhuizen. Wanneer het inkomen hierdoor zal stijgen zal de schuldenaar op zich op dit aanbod in dienen te gaan, maar de verminderde controlemogelijkheden buiten Nederland vormen een complicatie. De schuldenaar zal hier waarschijnlijk strikte afspraken over moeten maken met de bewindvoerder, en het inkomensvoordeel zal hierbij moeten worden afgewogen tegen het risico dat de schuldenaar misbruik van de situatie maakt.

Het is denkbaar dat buitenlandse schuldeisers zich zullen trachten te verzetten tegen een Nederlandse procedure. In de Europese Unie (met uitzondering van Denemarken), geldt overigens de Europese Insolventieverordening, waardoor EU-lidstaten elkaars insolventieprocedures moeten erkennen. Een schone lei zal dus ook gelden jegens een Spaanse of een Duitse crediteur. De schuldenaar dient wel bij de rechtbank in het desbetreffende land een schone lei aan te vragen op basis van het beëindigingvonnis in Nederland is gewezen.

Denemarken en niet-EU lidstaten vallen niet onder de Insolventieverordening. Schulden uit die landen zullen hierdoor tijdens de duur van de WSNP niet in Nederland afdwingbaar zijn, hoewel het wel mogelijk is dat deze schuldeisers zich via hun eigen rechtssysteem op buitenlandse vermogensbestanddelen gaan verhalen. Na beëindiging van de WSNP worden deze schulden, ook in Nederland, weer opeisbaar, en moet de schuldenaar doorgaan met afbetaling.

Kritiek[bewerken]

De Wsnp is gericht op het liquideren van het gehele vermogen ten behoeve van schuldeisers. Dit betekent dat in beginsel nog levenskrachtige ondernemingen, die best een doorstart zouden kunnen maken, worden geliquideerd. Een akkoord is vaak ook niet mogelijk, omdat preferente schuldeisers als de fiscus vaak dwars liggen. Dit is uit het oogpunt van de maatschappij erg jammer, en leidt tot kapitaalvernietiging.

Tot juli 2010 werd de nihilstelling voor kinderalimentatie in principe altijd verleend, dit betekende vaak dat het (vroegere) gezin van de saniet ook in de financiële problemen kon komen. In juli 2010 zijn de nieuwe Recofa Richtlijnen van kracht geworden. Hierin is bepaald dat er bij een WSNP / minnelijke regeling er in principe wel kinderalimentatie betaald moet worden, tot een maximum van 136 euro per kind.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]