Surseance van betaling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Beluister

(info)

Surseance van betaling (vóór 1996 geschreven als surséance van betaling) is een uitstel van betaling. Surseance kan men aanvragen bij de rechter. Deze geeft dan een beschikking, die bepaalt dat gedurende een bepaalde tijd de schuldeisers niet betaald hoeven te worden. De persoon of het bedrijf kan orde op zaken zetten en met zijn schuldeisers onderhandelen over een afbetalingsregeling of een akkoord. Een bewindvoerder wordt aangewezen.

Een doorstart is interessant voor de schuldeisers (ze kunnen in de verre toekomst meer van hun geld terugzien), aandeelhouders (hun investering kan in de toekomst in waarde stijgen), werknemers (ze houden hun werk) en overheid (geen vernietiging van economisch potentieel).

In België[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Wet Continuïteit Ondernemingen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In Nederland[bewerken]

Surseance van betaling is samen met het faillissement en de schuldsanering natuurlijke personen opgenomen in de Faillissementswet.

Surseance van betaling wordt niet verleend aan een natuurlijk persoon die geen beroep of bedrijf uitoefent (art. 214 lid 4 Fw.). Natuurlijke personen die wel een beroep of bedrijf uitoefenen komen meestal alsnog in de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) terecht. Dit komt omdat ze vaak niet met hun schuldeisers overeenstemming kunnen bereiken. Ze kunnen hun banken geen extra zekerheid aanbieden, zodat ze geen krediet meer krijgen. Bedrijven kunnen daarentegen wel een en ander bereiken, door een saneringsplan aan te bieden. Ze kunnen bijvoorbeeld extra zekerheden aan een bank aanbieden, die hen extra krediet geeft. Ze kunnen ook aandelen of obligaties uitgeven (hoewel dit altijd een scherpe koersdaling tot gevolg heeft).

Toch blijkt in de praktijk dat ca. 98% van de aanvragende bedrijven uiteindelijk niet tot een akkoord komen of zich niet aan het akkoord (kunnen) houden.[bron?] Dit heeft te maken met de volgende feiten:

  • Surseance werkt stigmatiserend. Veel bedrijven weigeren met een bedrijf zaken te doen als dit in surseance verkeert. Aangezien, in tegenstelling tot angelsaksische landen, geen doorleververplichtingen van handelspartners bestaan, zal dit bedrijf geen leveranties meer ontvangen, en klanten zullen wegblijven. De bank zal bovendien in de leencontracten hebben bedongen dat de geldkraan direct dicht gaat en leningen direct opeisbaar worden.
  • Deze stigmatiserende werking leidt er tevens toe dat bedrijven pas surseance aanvragen als de situatie zeer ernstig is en het faillissement in feite al niet meer af te wenden is. Hierdoor wordt de conclusie getrokken dat surseance dus inderdaad altijd tot faillissement leidt, en zal een aanvraag ook meteen tot voorgenoemde gevolgen leiden. De surseance zit hierdoor in een vicieuze cirkel.
  • Separatisten, zoals de pand- en hypotheekhouder, hoeven zich niets van een surseance aan te trekken.
  • In surseance gelden de ontslagbeperkingen van het arbeidsrecht, in faillissement niet. Voor een doorstart is het daarom interessanter om eerst failliet te gaan, teneinde overbodige werknemers te lozen. Ter illustratie: personeelskosten maken soms tot 60% van de totale kosten uit.

Hierdoor zal het bedrijf alsnog failliet verklaard worden. Men noemt – niet onterecht – een surseance het voorportaal van het faillissement.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]