Tweede Kamer der Staten-Generaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Logo der Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De plenaire zaal van de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer der Staten-Generaal (ook Tweede Kamer genoemd) vormt tezamen met de Eerste Kamer de Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden (ook bekend als het parlement). Ze is te vergelijken met de Kamer van Volksvertegenwoordigers in België, het Lagerhuis in het Verenigd Koninkrijk en de Bondsdag in Duitsland. De Tweede Kamer wordt samengesteld door een verkiezing.

Inhoud

[bewerken] Functioneren

Gebouw van de Tweede Kamer, ingang aan het Plein in Den Haag.
De huidige zetelverdeling.

Hoewel de naam misschien het tegendeel doet vermoeden, heeft de Eerste Kamer in de Nederlandse politiek minder macht dan de Tweede. In de Tweede Kamer ontstaan regeringscoalities en vallen ze weer uiteen. Ook worden ministers er ter verantwoording geroepen voor hun beleid. De Eerste Kamer heeft deze macht ook, maar dat gebeurt veel minder vaak. Een minister of kabinet kan niet aanblijven zonder het vertrouwen van (een meerderheid in) de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer heeft in hoofdzaak drie taken:

  • controle op regeringsbeleid,
  • medewetgever (met de regering en de Eerste Kamer) en
  • vertegenwoordiging van de bevolking.

Om de regering te kunnen controleren, heeft de Tweede Kamer verschillende rechten en instrumenten. Een belangrijke bevoegdheid van de Tweede Kamer is het budgetrecht of recht van begroting. Dat is de mogelijkheid begrotingen van de ministeries goed en af te keuren en om ze te wijzigen. Ook het recht van interpellatie en het recht van enquête horen hierbij. Een van de belangrijkste rechten bij de wetgeving is het recht van amendement. Dat is de mogelijkheid om wetsontwerpen op onderdelen te wijzigen (zie: Nederlandse wetgeving). Als een meerderheid van de Kamer het amendement steunt, dan wordt de verlangde wijziging aangebracht. Een minister die daar grote bezwaren tegen heeft kan dreigen met aftreden of met intrekking van het gehele wetsontwerp.

Een ander instrument van de Kamer is de zogenaamde motie. In een motie spreekt de Kamer een mening uit of vraagt zij een minister of het hele kabinet om iets te doen of juist na te laten. Zo'n uitspraak weegt minder zwaar dan een amendement, omdat hij niet bindend is. Een minister kan een motie naast zich neerleggen.

De Tweede Kamer heeft ook het recht van initiatief. Dat is het recht om wetsvoorstellen in te dienen. De meeste wetsvoorstellen worden opgesteld door de regering, maar een paar keer per jaar dienen één of meer Kamerleden een zogeheten initiatiefwetsvoorstel in. De indiener(s) zit(ten) dan achter de regeringstafel om hun wetsontwerp te verdedigen, ook in de Eerste Kamer.

Verder kan de Kamer gebruikmaken van het recht van interpellatie. In minder zwaarwegende kwesties kunnen ministers door Kamerleden aan de tand worden gevoeld tijdens het wekelijkse mondelinge vragenuurtje van de Tweede Kamer. Ook bestaat de mogelijkheid om schriftelijke vragen te stellen, waarop de betrokken minister of staatssecretaris verplicht is te antwoorden.

In uitzonderlijke gevallen maakt de Kamer gebruik van het recht van enquête. Een speciaal daarvoor benoemde commissie onderzoekt dan in een bepaalde kwestie het regeringsbeleid tot op de bodem. Betrokkenen kunnen onder ede worden gehoord en gegijzeld worden. Bekende voorbeelden zijn de enquête naar de Bijlmerramp en de enquête naar Bouwfraude (2002). In minder zware gevallen volstaat een Parlementair Onderzoek, waarbij getuigen niet onder ede staan.

De werkzaamheden van de Tweede Kamer worden geregeld in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer.

[bewerken] Leden

De Tweede Kamer bestaat sinds 1956 uit 150 zetels (voorheen 100). De leden van de Tweede Kamer bezetten ieder een van deze zetels en worden gekozen bij de Tweede Kamerverkiezingen op basis van evenredige vertegenwoordiging. De leden van de Eerste en Tweede Kamer worden Kamerleden of parlementariërs genoemd. Leden van de Tweede Kamer vertegenwoordigen een bepaalde Politieke partij. Tezamen vormen de Kamerleden die dezelfde partij vertegenwoordigen een bepaalde fractie in de Tweede Kamer.

Om lid te kunnen worden van de Tweede Kamer moet men minimaal de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt (artikel 56 van de Grondwet).

Leden van de Tweede Kamer kunnen niet gerechtelijk worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de vergaderingen van de Staten-Generaal hebben gezegd (artikel 71 van de Grondwet). Dit wordt ook wel de parlementaire onschendbaarheid genoemd.

In 1840 en 1848 waren er naast de leden, ook buitengewone leden van de Kamer.

[bewerken] Zetelverdeling

De zetelverdeling in de Tweede Kamer vanaf 9 juni 2010 (aantallen vergeleken met periode 2006-2010):

Politieke partij Ideologie Lijsttrekker
in 2010
Fractievoorzitter Stemmen Zetels Verschil
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) Liberaal Mark Rutte Stef Blok 1.926.551 31 +9[1]
Partij van de Arbeid (PvdA) Sociaaldemocratisch Job Cohen Job Cohen 1.847.776 30 -3
Partij Voor de Vrijheid (PVV) Conservatief Geert Wilders Geert Wilders 1.453.944 24 +15
Christen-Democratisch Appèl (CDA) Christendemocratisch Jan Peter Balkenende Sybrand van Haersma Buma 1.281.137 21 -20
Socialistische Partij (SP) Socialistisch Emile Roemer Emile Roemer 924.977 15 -10
Democraten 66 (D66) Sociaal liberaal Alexander Pechtold Alexander Pechtold 653.265 10 +7
GroenLinks (GL) Groen-progressief Femke Halsema Jolande Sap 627.912 10 +3
ChristenUnie (CU) Christelijk-sociaal André Rouvoet Arie Slob 305.628 5 -1
Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) Reformatorisch Kees van der Staaij Kees van der Staaij 163.512 2 0
Partij voor de Dieren (PvdD) Dierenrechten Marianne Thieme Marianne Thieme 122.257 2 0

Totaal (opkomst 75.3 %) met 9.435.667 stemmen. Van de stemmen was 0,3 procent ongeldig of blanco. (Opkomst 2006: 80.4%) Gegevens van zetelverdeling in de Tweede Kamer van 1888 tot en met 2010.

[bewerken] Voorzitters

Vanaf de instelling van de Tweede Kamer in 1815 werd de voorzitter gekozen door de Kamer en benoemd door de Kroon. Aan het begin van ieder zittingsjaar stelde de Kamer een lijst met drie kandidaten samen die aan de Koning werd aangeboden om één ervan te benoemen. De drie kandidaten waren gerangschikt naar voorkeur van de Kamer. Zo stemde men eerst over de als eerste geplaatste, vervolgens over de als tweede geplaatste en tenslotte over de als derde geplaatste kandidaat. Per stemming was een absolute meerderheid van de aanwezige Kamerleden nodig om te worden verkozen. De benoeming door de Koning was louter symbolisch, zonder uitzondering werd altijd de eerst geplaatste van de lijst benoemd. Mocht een voorzitter afwezig zijn dan werden de honneurs waargenomen door het oudste aanwezige Kamerlid. Met de uitbreiding van het presidium is hier verandering in gekomen. In de Grondwet van 1983 is opgenomen dat de Kamer zelf een voorzitter benoemt. Tevens is toen bepaald dat een voorzitter niet langer voor slechts één zittingsjaar zetelde maar voor een gehele kabinetsperiode.

De Tweede Kamer koos voor een open procedure. Frans Weisglas van de VVD stelde zich kandidaat terwijl zijn partij de positie had toegedacht aan de aftredende vice-premier Annemarie Jorritsma. Hij vervulde het ambt tot aan zijn vertrek als Kamerlid op 29 december 2006. Op 6 december 2006 is Gerdi Verbeet (PvdA) verkozen tot voorzitter van de Tweede Kamer. Deze backbencher versloeg politieke coryfeeën als Henk Kamp en Maria van der Hoeven.

Een historisch overzicht van Kamervoorzitters is opgenomen in de lijst van voorzitters van de Tweede Kamer.

[bewerken] Burgers

Was een vergadering van de Tweede Kamer in 1814 aanvankelijk besloten, in de grondwet van 1815 werd zij onder druk van de Belgen openbaar. In 1859 kwam er een perstribune in de vergaderzaal. Uitzending van debatten door de radio en later de televisie hebben de openbaarheid aanzienlijk vergroot. Sinds 1968 houdt de Kamer ook hoorzittingen, waarin deskundige of belanghebbende burgers inlichtingen kunnen verschaffen aan de Kamer of een van haar commissies.

Sinds 2006 kent de Kamer het burgerinitiatief. Kiesgerechtigden kunnen met 40.000 handtekeningen een onderwerp voordragen voor de Kameragenda. Dit onderwerp mag niet in strijd zijn met de grondwet en mag niet de laatste twee jaar in de Kamer aan de orde zijn geweest. Sinds 1 januari 2008 kan de actie voor een burgerinitiatief ook op het internet worden gevoerd.

[bewerken] Griffiers

Rechts van de voorzitter (gezien vanuit de voorzitter) zit de griffier, en links het hoofd van de griffie.[2] Sinds 1 november 2004 is Jacqueline Biesheuvel-Vermeijden griffier van de Tweede Kamer. Zij is de eerste vrouw die dit ambt bekleedt. Zie ook lijst van griffiers van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

[bewerken] Gebouw

Gerbrandy in de hal

In de hal, de Statenpassage, staan vele beelden op voetstukken. Op de eerste verdieping liggen de grote vergaderzaal van de Tweede Kamer en diverse kleinere vergaderruimtes voor bijvoorbeeld commissievergaderingen. Aan een klein tafeltje tussen de voorzitter, vak K en de interruptiemicrofoons in kunnen maximaal vier.. medewerkers Verslag en Redactie zitten.[2] De Tweede Kamer vergadert sinds 1992 in dit gebouw. Daarvoor vonden de zittingen sinds het ontstaan van het koninkrijk plaats in de Oude Zaal, die ongeveer de zelfde 'look' had als de huidige Eerste Kamer. Verder is in het gebouw nog de Handelingenkamer, waar alle Handelingen zich bevinden.

[bewerken] Vak K

Vak K is een speciaal gedeelte van de plenaire zaal van de Tweede Kamer waar bewindslieden plaatsnemen tijdens debatten.[2]

[bewerken] Terminologie

  • AO betekent algemeen overleg
  • VAO betekent voortgezet algemeen overleg

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:


  1. VVD kreeg in 2006 22 zetels maar raakte er tussendoor 1 kwijt aan Rita Verdonk (TON).
  2. a b c Zetelverdeling plenaire zaal Tweede Kamer der Staten-Generaal / 2008
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen