Tweede Kamer der Staten-Generaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Wetgevend orgaan van Vlag van Nederland Nederland
Coat of arms of the Tweede Kamer.svg
Algemene informatie
Opgericht in 1814
Aantal leden 150
Voorzitter Anouchka van Miltenburg (VVD)
Ontmoetingsplaats Den Haag
Portaal  Portaalicoon   Politiek
De plenaire zaal van de Tweede Kamer

De Tweede Kamer der Staten-Generaal (ook Tweede Kamer genoemd) vormt tezamen met de Eerste Kamer de Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden (ook bekend als het parlement). De Staten-Generaal zijn sinds 1814 de volksvertegenwoordiging voor Nederland. De Tweede Kamer is te vergelijken met de Kamer van Volksvertegenwoordigers in België, het Lagerhuis in het Verenigd Koninkrijk en de Bondsdag in Duitsland. De Tweede Kamer wordt samengesteld door een verkiezing.

Functioneren[bewerken]

Gebouw van de Tweede Kamer, ingang aan het Plein in Den Haag
De zetelverdeling in 2012

Hoewel de naam misschien het tegendeel doet vermoeden, heeft de Eerste Kamer in de Nederlandse politiek minder macht dan de Tweede. In de Tweede Kamer ontstaan regeringscoalities en vallen ze weer uiteen. Ook worden ministers er ter verantwoording geroepen voor hun beleid. De Eerste Kamer heeft deze macht ook, maar gebruikt die veel minder vaak. Een minister of kabinet kan niet aanblijven zonder het vertrouwen van (een meerderheid in) de Tweede Kamer.

De Tweede Kamer heeft in hoofdzaak drie taken:

  • controle op regeringsbeleid,
  • medewetgeving (met de regering en de Eerste Kamer)
  • vertegenwoordiging van de bevolking.

Om de regering te kunnen controleren, heeft de Tweede Kamer verschillende rechten en instrumenten. Een belangrijke bevoegdheid van de Tweede Kamer is het budgetrecht of recht van begroting. Dat is de mogelijkheid begrotingen van de ministeries goed en af te keuren en om ze te wijzigen. Ook het recht van interpellatie en het recht van enquête horen hierbij. Een van de belangrijkste rechten bij de wetgeving is het recht van amendement. Dat is de mogelijkheid om wetsvoorstellen op onderdelen te wijzigen (zie: Nederlandse wet). Als een meerderheid van de Kamer het amendement steunt, dan wordt de verlangde wijziging aangebracht. Een minister die daar grote bezwaren tegen heeft, kan dreigen met aftreden of met intrekking van het gehele wetsontwerp.

Een ander instrument van de Kamer is de zogenaamde motie. In een motie spreekt de Kamer een mening uit of vraagt zij een minister of het hele kabinet om iets te doen of juist na te laten. Zo'n uitspraak weegt minder zwaar dan een amendement, omdat hij niet bindend is. Een minister kan een motie naast zich neerleggen.

De Tweede Kamer heeft ook het recht van initiatief. Dat is het recht om wetsvoorstellen in te dienen. De meeste wetsvoorstellen worden opgesteld door de regering, maar een paar keer per jaar dienen één of meer Kamerleden een zogeheten initiatiefwetsvoorstel in. De indiener(s) zit(ten) dan achter de regeringstafel om hun wetsontwerp te verdedigen, ook in de Eerste Kamer.

Verder kan de Kamer gebruikmaken van het recht van interpellatie. In minder zwaarwegende kwesties kunnen ministers door Kamerleden aan de tand worden gevoeld tijdens het wekelijkse mondelinge vragenuurtje van de Tweede Kamer. Ook bestaat de mogelijkheid om schriftelijke vragen te stellen, waarop de betrokken minister of staatssecretaris verplicht is te antwoorden.

In uitzonderlijke gevallen maakt de Kamer gebruik van het recht van enquête. Een speciaal daarvoor benoemde commissie onderzoekt dan in een bepaalde kwestie het regeringsbeleid tot op de bodem. Betrokkenen kunnen onder ede worden gehoord en gegijzeld worden. Bekende voorbeelden zijn de enquête naar de Bijlmerramp en de enquête naar Bouwfraude (2002). In minder zware gevallen volstaat een Parlementair Onderzoek, waarbij getuigen niet onder ede staan.

De werkzaamheden van de Tweede Kamer worden geregeld in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer.

Voor het juridisch assisteren van Kamerleden bij amendementen en initiatiefwetten is er het Bureau Wetgeving.[1]

Leden[bewerken]

De Tweede Kamer bestaat sinds 1956 uit honderdvijftig zetels (voorheen honderd). De leden van de Tweede Kamer bezetten ieder een van deze zetels en worden gekozen bij de Tweede Kamerverkiezingen op basis van evenredige vertegenwoordiging. De leden van de Tweede Kamer worden Kamerleden of parlementariërs genoemd. Leden van de Tweede Kamer vertegenwoordigen elk een politieke partij. Tezamen vormen de Kamerleden die dezelfde partij vertegenwoordigen een fractie in de Tweede Kamer.

Om lid te kunnen worden van de Tweede Kamer moet men minimaal de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt (artikel 56 van de Grondwet).

Leden van de Tweede Kamer kunnen niet gerechtelijk worden vervolgd of aangesproken voor hetgeen zij in de vergaderingen van de Staten-Generaal hebben gezegd (artikel 71 van de Grondwet). Dit wordt ook wel de parlementaire onschendbaarheid genoemd.

In 1840 en 1848 waren er naast de leden, ook buitengewone leden van de Kamer.

Zetelverdeling[bewerken]

De zetelverdeling in de Tweede Kamer van 20 september 2012 - heden (aantallen vergeleken met periode 2010-2012):

Politieke partij Ideologie Lijsttrekker
in 2012
Fractievoorzitter Stemmen Zetels Verschil
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) Conservatief-liberalisme Mark Rutte Halbe Zijlstra 2.504.948 41 +10
Partij van de Arbeid (PvdA) Sociaaldemocratie Diederik Samsom Diederik Samsom 2.340.750 36 +6
Groep Kuzu/Öztürk afgesplitst van PvdA n.v.t. Tunahan Kuzu - 2 n.v.t.
Partij voor de Vrijheid (PVV) Populisme Geert Wilders Geert Wilders 950.263 12 -12
Groep Bontes/Van Klaveren/VNL afgesplitst van PVV n.v.t. Louis Bontes - 2 n.v.t.
Roland van Vliet afgesplitst van PVV n.v.t. Roland van Vliet - 1 n.v.t.
Socialistische Partij (SP) Socialisme Emile Roemer Emile Roemer 909.853 15 0
Christen-Democratisch Appèl (CDA) Christendemocratie Sybrand van Haersma Buma Sybrand van Haersma Buma 801.620 13 -8
Democraten 66 (D66) Progressief liberalisme Alexander Pechtold Alexander Pechtold 757.091 12 +2
ChristenUnie (CU) Christelijk-sociaal Arie Slob Arie Slob 294.586 5 0
GroenLinks (GL) Ecologisme Jolande Sap Bram van Ojik 219.896 4 -6
Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) Reformatorisch Kees van der Staaij Kees van der Staaij 196.780 3 +1
Partij voor de Dieren (PvdD) Dierenrechten Marianne Thieme Marianne Thieme 182.162 2 0
50Plus (50Plus) Ouderen Henk Krol Henk Krol 177.631 1 +1
Klein Afgesplitst van 50Plus n.v.t Norbert Klein - 1 n.v.t.

Totaal (opkomst 75,3%) met 9.435.667 stemmen. Van de stemmen was 0,3 procent ongeldig of blanco. (Opkomst 2006: 80,4%) Gegevens van zetelverdeling in de Tweede Kamer van 1888 tot en met 2012.

Voorzitters[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Voorzitter van de Tweede Kamer voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanaf de instelling van de Tweede Kamer in 1815 werd de voorzitter gekozen door de Kamer en benoemd door de Kroon. Aan het begin van ieder zittingsjaar stelde de Kamer een lijst met drie kandidaten samen die aan de koning werd aangeboden om één ervan te benoemen. De drie kandidaten waren gerangschikt naar voorkeur van de Kamer. Zo stemde men eerst over de als eerste geplaatste, vervolgens over de als tweede geplaatste en tenslotte over de als derde geplaatste kandidaat. Per stemming was een absolute meerderheid van de aanwezige Kamerleden nodig om te worden verkozen. De benoeming door de koning was louter symbolisch, zonder uitzondering werd altijd de eerst geplaatste van de lijst benoemd. Mocht een voorzitter afwezig zijn, dan werden de honneurs waargenomen door het oudste aanwezige Kamerlid. Met de uitbreiding van het presidium is hier verandering in gekomen. In de Grondwet van 1983 is opgenomen dat de Kamer zelf een voorzitter benoemt. Tevens is toen bepaald dat een voorzitter niet langer voor slechts één zittingsjaar zetelt maar voor de gehele zittingperiode van de kamer.

De Tweede Kamer koos voor een open procedure. Frans Weisglas van de VVD stelde zich kandidaat terwijl zijn partij de positie had toegedacht aan de aftredende vicepremier Annemarie Jorritsma. Hij vervulde het ambt tot aan zijn vertrek als Kamerlid op 29 december 2006. Op 6 december 2006 is Gerdi Verbeet (PvdA) verkozen tot voorzitter van de Tweede Kamer. Deze backbencher versloeg politieke coryfeeën als Henk Kamp en Maria van der Hoeven. Verbeet keerde in september 2012 niet terug in de Kamer. Martin Bosma nam het voorzitterschap tijdelijk waar. De officiële opvolger van Verbeet werd Anouchka van Miltenburg (VVD). Van Miltenburg versloeg in drie rondes D'66-er Gerard Schouw en PvdA-Kamerlid Khadija Arib.

Incidenteel hebben sommige vergaderingen geheel of gedeeltelijk een ander Kamerlid als voorzitter. Er zijn vaste ondervoorzitters, Khadija Arib (PvdA), Martin Bosma (PVV) en Helma Neppérus (VVD), maar er treedt ook wel eens een ander Kamerlid op als voorzitter.

Een historisch overzicht van Kamervoorzitters is opgenomen in de lijst van voorzitters van de Tweede Kamer.

Presentie en stemmingen[bewerken]

Ook bij een plenaire vergadering zijn vaak alleen de Kamerleden met de desbetreffende specialisatie aanwezig (en verder de voorzitter en de desbetreffende bewindspersoon). Bij stemmingen moeten wel zo veel mogelijk leden aanwezig zijn. De meeste stemmingen worden van tevoren gepland, zodat de leden tijdig weten wanneer ze allemaal aanwezig moeten zijn. In het geval van een ongeplande stemming laat de voorzitter vooraf in het hele gebouw een bel gaan, en geeft hij/zij de leden even de tijd om naar de zaal te komen.

Openbaarheid[bewerken]

Was een vergadering van de Tweede Kamer in 1814 aanvankelijk besloten, in de Grondwet van 1815 werd zij onder druk van de Belgen openbaar. In 1859 kwam er een perstribune in de vergaderzaal.

De plenaire debatten worden live uitgezonden op de radio en de televisie en via het internet. Via Debat Gemist kan men de debatten vanaf 26 oktober 2010 alsnog bekijken.

De teksten worden op internet gepubliceerd in de Handelingen. De voorlopige versie staat binnen een dag op de site van de Tweede Kamer onder "Verslagen", de definitieve na drie tot vier weken op overheid.nl.

Burgers[bewerken]

Sinds 1968 houdt de Kamer ook hoorzittingen, waarin deskundige of belanghebbende burgers inlichtingen kunnen verschaffen aan de Kamer of een van haar commissies.

Sinds 2006 kent de Kamer het burgerinitiatief. Kiesgerechtigden kunnen met 40.000 handtekeningen een onderwerp voordragen voor de Kameragenda. Dit onderwerp mag niet in strijd zijn met de Grondwet en mag niet de laatste twee jaar in de Kamer aan de orde zijn geweest. Sinds 1 januari 2008 kan de actie voor een burgerinitiatief ook op het internet worden gevoerd.

Griffiers[bewerken]

Rechts van de voorzitter (gezien vanuit de voorzitter) zit de griffier, en links het hoofd van de griffie.[2] Sinds 1 november 2004 is Jacqueline Biesheuvel-Vermeijden griffier van de Tweede Kamer. Zij is de eerste vrouw die dit ambt bekleedt. Zie ook lijst van griffiers van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Gebouw[bewerken]

De Tweede Kamer vergadert in het gebouwencomplex van de Tweede Kamer der Staten-Generaal aan het Plein in Den Haag. Sinds het ontstaan van het koninkrijk tot 1992 vonden de zittingen plaats in de Oude Zaal, die ongeveer dezelfde 'look' had als de huidige Eerste Kamer. In 1992 betrok de Tweede Kamer de nieuwe plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer.

In de hal, de Statenpassage, staan vele beelden op voetstukken. Op de eerste verdieping liggen de grote plenaire vergaderzaal en diverse kleinere vergaderruimtes voor bijvoorbeeld commissievergaderingen.

In de plenaire zaal kunnen aan een klein tafeltje tussen de voorzitter, vak K en de interruptiemicrofoons maximaal vier medewerkers Verslag en Redactie zitten.[2] Vak K is een speciaal gedeelte van de zaal waar bewindslieden plaatsnemen tijdens debatten.[2] Verder is in het gebouw nog de Handelingenkamer, waar alle Handelingen bewaard worden.

Terminologie[bewerken]

  • AO is de afkorting van 'Algemeen Overleg' en betreft een vergadering van een Kamercommissie met een of meer bewindspersonen.
  • VAO is de afkorting van 'Verslag Algemeen Overleg' en betreft een kort plenair debat ter afronding van een algemeen overleg van een Kamercommissie.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties