Democraten 66

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Democraten 66
Partijvoorzitter Ingrid van Engelshoven
Partijleider Alexander Pechtold
Fractieleider Eerste Kamer Gerard Schouw
Fractieleider Tweede Kamer Alexander Pechtold
Delegatieleider Europees Parlement Sophie in 't Veld
Zetels in de Eerste Kamer
Zetels in de Tweede Kamer
Zetels in het Europees Parlement
Oprichting 1966
Richting Centrum-links
Ideologie progressief liberalisme, Pragmatisme
Jongerenorganisatie Jonge Democraten
Wetenschappelijk Bureau Wetenschappelijk Bureau D66
Europese fractie ALDE
Europese organisatie ELDR
Internationale organisatie LI
Website www.d66.nl

Democraten 66 (D66) (officiële naam: Politieke Partij Democraten 66; vroeger afgekort als D'66) is een Nederlandse politieke partij van progressief-liberale signatuur.[1] [2] Het heeft ook kenmerken van pragmatisme.[3] De partij is opgericht op 14 oktober 1966 door 44 personen (van wie 25 in andere partijen actief waren geweest).[4]

Initiatiefnemers waren de journalist van het Algemeen Handelsblad Hans van Mierlo, die partijleider werd, en Amsterdams VVD-gemeenteraadslid en fractie-voorzitter Hans Gruijters.[4]

Inhoud

[bewerk] Ontstaan en geschiedenis

De oprichting op 14 oktober 1966 werd voorafgegaan door het Appèl '66. D66 legde met name de nadruk op democratisering van de samenleving en een nieuw partijenstelsel. Daarnaast benadrukte de nieuwe partij geestelijke vrijheid en individuele ontplooiing. Bij de Kamerverkiezingen in 1967 behaalde de partij meteen 7 zetels; uniek in een tijd waarin gewoonlijk slechts kleine verschuivingen plaatsvonden.

[bewerk] Keerpunt '72

In 1971 steeg D66 naar 11 zetels, in een alliantie met de PPR en de PvdA. Van Mierlo streefde naar een Progressieve Volkspartij. Deze vorming mislukte en in 1972 zakte de partij naar 6 zetels. Na de formatie van het kabinet (waaraan D66 deelnam) trad Van Mierlo af als fractievoorzitter, vanwege onvoldoende steun in de fractie, ten gunste van Jan Terlouw. De nog desastreuzer verlopen Statenverkiezingen in 1974 leidden tot een grote crisis in de partij. Veel leden zegden op, en er werd getwijfeld aan het bestaansrecht van de partij. De meerderheid van de leden was voor het opheffen van de partij, maar de vereiste tweederdemeerderheid werd niet gehaald. Nadat de partij een jaar lang vrijwel niet actief geweest was werd in 1975 toch besloten de partij nieuw leven in te blazen. Onder leiding van Jan Glastra van Loon en Jan Terlouw werd een nieuwe koers uitgezet, die zich minder richtte op bestuurlijke vernieuwing, Terlouw benadrukte een liberalere profilering. De partij kreeg weer nieuw elan, en wist veel nieuwe leden te werven (op het dieptepunt waren er nog maar een paar honderd leden). Terlouw wist de leden te motiveren door 60.000 handtekeningen te eisen alvorens zich beschikbaar te stellen als lijsttrekker. D66 ging zich presenteren als het "redelijk alternatief" voor de gepolariseerde CDA en PvdA.

Onder Terlouw won de partij de verkiezingen van 1981 met 17 zetels. D66 trad toe tot een coalitie met het CDA en de PvdA. In 1982 trok de PvdA zich terug uit de regering. D66 bleef in de regering. Dit werd door de eigen aanhang niet begrepen en de partij zakte naar 6 zetels.

In een poging de partij opnieuw uit de malaise te halen keerde Van Mierlo terug als partijleider. Hij pleitte voor een opheffing van de polarisatie tussen de PvdA en de VVD en richtte zich meer op individuele ontplooiing, en thema's als milieubehoud, technologische vernieuwing en vrouwenemancipatie. De herleving van de partij was succesvol en de partij behaalde in 1986 9 zetels en in 1989 12 zetels. Programmatisch paste D66 goed in de nieuwe coalitie van CDA en PvdA, maar Ruud Lubbers wilde de Democraten er niet bij hebben.

De oppositie legde de partij geen windeieren: het aantal werd bij de verkiezingen van 1994 verdubbeld tot 24 zetels. Door de electorale positie slaagde D66 er in om voor het eerst sinds de Eerste Wereldoorlog een coalitie zonder confessionele partij(en) te vormen: PvdA, VVD en D66 vormden samen de eerste paarse coalitie. Ondanks een verkiezingsnederlaag in 1998 (14 zetels) bleef de partij deel uitmaken van een paarse coalitie.

Aantal D66-zetels

De regeringsdeelname leidde onder de nieuwe partijleider Thom de Graaf in 2002 tot een tweede nederlaag (7 zetels). D66 ging de oppositie in, en bij de verkiezingen van 2003 zakte de partij verder naar 6 zetels. De Graaf trad terug en werd opgevolgd door Boris Dittrich. De partij hielp met een fors geslonken aantal zetels, van 24 naar 6 zetels in negen jaar, CDA en VVD aan een meerderheid in het kabinet Balkenende II. Dit kabinet kwam in juni 2006 ten val omdat D66 zich uit het kabinet terugtrok, nadat bleek dat VVD minister van Vreemdelingenzaken en Integratie Rita Verdonk het ex-kamerlid en ex-Somali Ayaan Hirsi Ali onder druk had gezet om in een schriftelijke verklaring de schuld op zich te nemen in de kwestie over haar Nederlanderschap. Op 3 februari 2006 nam Lousewies van der Laan de functie van fractievoorzitter over van Boris Dittrich, die was teruggetreden na een debat over uitzending van Nederlandse militairen naar de Afghaanse provincie Uruzgan. Van der Laan was vervolgens kandidaat-lijsttrekker voor de verkiezingen van leden van de Tweede Kamer die ze op 24 juni 2006 verloor van Alexander Pechtold. Pechtold behaalde 3 zetels, de helft van de voorgaande dieptepunten van 6 zetels in 1972, 1982 en 2003.

[bewerk] Actualiteit

Campagneposters van D66 voor de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006
Campagneposters van D66 voor de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006

[bewerk] Coalitievorming 2003

In het voorjaar van 2003 besloot D66 deel te nemen aan het kabinet-Balkenende II, met de VVD en het CDA. Dit terwijl D66 deelname aan een coalitie met CDA en VVD uitdrukkelijk had uitgesloten. Nadat de onderhandelingen tussen Wouter Bos en Jan Peter Balkenende mislukt waren maakte D66 echter een coalitie met CDA en VVD mogelijk en voorkwam aldus dat de LPF opnieuw, of de ChristenUnie en de SGP voor het eerst in de regering zouden komen. Van het typische D66 speerpunt bestuurlijke vernieuwing kwam weinig terecht, waarop verantwoordelijk minister De Graaf uit het kabinet stapte. Hij werd tussentijds opgevolgd door Alexander Pechtold.

[bewerk] Interne crisis van 2006

In 2006 ontstond een crisis binnen de partij, naar aanleiding van verliezen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Sommige leden, die ontevreden waren over de als rechts ervaren koers van Balkenende-II (vooral het immigratie- en integratiebeleid van minister Verdonk), pleitten voor opheffing van de partij; enkele leden maakten bekend zich af te zullen splitsen onder de naam deZES, wat mislukte. Op het drukbezochte D66-congres van 13 mei werd een motie om uit het kabinet te stappen evenwel door een meerderheid verworpen.[5] De aangekondigde motie om de partij op te heffen werd niet ingediend.

[bewerk] Kabinetscrisis 2006

Op 29 juni 2006 veroorzaakt de partij een kabinetscrisis door een motie van afkeuring tegen Minister Verdonk te steunen en haar vertrek te eisen. [6] De motie wordt verworpen doordat de LPF de coalitie wel steunt. In een vervolgdebat blijkt dat het gehele kabinet (inclusief D66-ministers Laurens Jan Brinkhorst en Alexander Pechtold) van mening is dat aan de verworpen motie geen conclusies verbonden hoeven te worden. Daarop trekt de D66-Kamerfractie de politieke steun voor het kabinet in en stappen de D66-ministers op. Vervolgens stellen de andere ministers hun portefeuille ter beschikking.

[bewerk] Kritiek van Hans van Mierlo

Op 6 oktober 2006 sprak de D66 oprichter Hans van Mierlo openlijk zijn twijfel uit over de toekomst van de partij. Volgens Van Mierlo heeft de partij haar geloofwaardigheid verloren door als coalitiepartner in Balkenende II geen breekpunt te maken van het beleid van VVD-minister Rita Verdonk. In het tv-programma EénVandaag zei hij dat de partij zich moet afvragen 'of het na veertig jaar genoeg is geweest'. Op het najaarscongres van D66, een dag later, noemde hij D66 echter nog steeds hard nodig.

[bewerk] Reden van bestaan

De vraag naar de bestaansgrond is altijd een bewogen, een meeslepende en een terugkerende discussie geweest binnen D66. Het eerste partijcongres omschreef haar als een radicale democratisering van de Nederlandse samenleving in het algemeen en van het Nederlandse politieke bestel in het bijzonder. Dit is een tweeslag maar de nadruk heeft lange tijd gelegen op de laatste component, de staatsrechtelijke vernieuwing. Speerpunten daarbij zijn het referendum, afschaffing van de Eerste Kamer, directe verkiezingen van de minister-president en burgemeesters, en de invoering van een gematigd districtenstelsel. Mede-oprichter Van Mierlo was dan ook een exponent van het democratisch radicalisme, een stroming die in de negentiende eeuw was vermalen tussen socialisme en liberalisme. Hij had weinig op met nadere aanduidingen omtrent de visie en maatschappijbeschouwing van D66. Ideologieën hadden immers afgedaan en D66 was vooral een pragmatische partij. Na de periode Terlouw, die de partij als 'redelijk alternatief' wel meer in een eigen traditie trachtte te plaatsen met aandacht voor milieu, sociale vraagstukken en technologie, kwam Van Mierlo midden jaren tachtig terug met zijn rede 'Een reden van bestaan'. De primaire bestaansgrond lag volgens deze rede nog steeds in de politieke vernieuwing.

Aan het eind van de twintigste eeuw kwamen de kaarten wat anders te liggen. Nadat het anti-dogmatische van de partij een heel eigen dogma leek te zijn geworden, wist de groep Opschudding in 1998 dit dogma te doorbreken en slaagde ze er als eerste in de partij een ondertitel mee te geven. D66 heet vanaf dan sociaal-liberaal. Opschudding verwoordde het zo: "D66 bestaat als sociaal-liberale partij om een duurzame, democratische en open samenleving op te bouwen, waarin de mens zich ontplooit in solidariteit met anderen.". Hiermee plaatste de partij zich in de vrijzinnige internationale politieke hoofdstroom van het progressief liberalisme en in de politieke filosofie van het ontplooiingsliberalisme. Dit legde de partij vast in haar statuten alsmede in de "Uitgangspunten van D66".

Met deze inbedding in het progressief liberalisme had D66 een tweede reden van bestaan. Deze tweede reden verving de eerste echter niet, de eerste ging er in wezen in op. Het ontplooiingsliberalisme stelde de vrije maar verantwoordelijke mens centraal. En het wil de mens, in gelijkwaardigheid tot elkaar, invloed geven om zelf invulling te geven aan het leven en de maatschappij. Voor dat laatste is openheid en democratie noodzakelijk en daardoor wordt de oorspronkelijke bestaansgrond ook door de tweede geïmpliceerd.

[bewerk] Vrijzinnig Democratische Bond

Met deze oriëntatie op het progressief liberalisme kan D66 beschouwd worden als de herleving van de Vrijzinnig Democratische Bond (VDB) uit de eerste helft van de 20e eeuw. De VDB ontstond in 1901 door een afsplitsing van de Liberale Unie en ging in 1946 op in de PvdA.

[bewerk] Europa en internationaal

D66 manifesteert zich als de meest Europese partij van Nederland, zo pleit de partij voor een federaal Europa in het pamflet 'De Verenigde Staten van Europa'. D66 is lid van de Liberale Internationale (LI) en van de Partij van Europese Liberalen en Democraten (ELDR).

D66 is mede-oprichter van het Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie, een organisatie van zeven Nederlandse politieke partijen die democratiseringswerk steunt in 17 landen.

[bewerk] Liberaal-Democratische samenwerking

Ter onderscheiding wordt D66 wel eens ingedeeld als progressief-liberaal en de VVD als conservatief-liberaal.
In Europees verband wordt sinds 1984 net als de VVD het Europees verkiezingsprogramma gevolgd van de Partij van Europese Liberalen en Democraten (en Radicalen) (ELDR) en samengewerkt in één liberaal-democratische fractie in het Europees Parlement als D66-delegatie en VVD-delegatie.
Bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2004 was er een lijstverbinding tussen D66 en VVD, hetwelk resulteerde in 1 Parlementszetel voor de D66-delegatie (was 2) en 4 EP-zetels voor de VVD-delegatie (was 5). De fractie van Europees Liberalen en Democraten is vanaf 2004 omgedoopt in Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa (ALDE; Franse afkorting ADLE), de derde fractie in het Europees Parlement, met 88 van de 732 zetels.
N.B. hiervan zijn tevens zes Belgische Europarlementariërs lid: de Vlaamse Liberalen en Democraten (VLD)/Vivant (3 zetels) en de Mouvement Réformateur (MR) (3 zetels).

[bewerk] Kroonjuwelen

In het nagestreefde beleid van D66 is regelmatig sprake van de 'Kroonjuwelen':

[bewerk] Volksvertegenwoordigers en bestuurders

[bewerk] Tweede Kamer

De Tweede Kamerfractie van de D66 bestaat sinds de verkiezingen van 2006 uit drie personen:

Zie: Alle (voormalige) Tweede Kamerleden van D66

[bewerk] Eerste Kamer

De Eerste Kamerfractie van de D66 bestaat sinds de verkiezingen van 2007 uit twee personen:

Zie: Alle (voormalige) Eerste Kamerleden van D66

[bewerk] Provincies

Commissaris van de Koningin:

Provinciale Staten:

Provincie Stemmen (%) Zetels
Utrecht 4,0% 2
Noord-Holland 3,8% 2
Zuid-Holland 2,6% 1
Groningen 2,6% 1
Gelderland 2,3% 1
Limburg 2,3% 1
Noord-Brabant 2,1% 1
Flevoland 2,1% 0
Drenthe 1,9% 0
Overijssel 1,6% 0
Friesland 1,3% 0
Zeeland 1,3% 0

[bewerk] Europees Parlement

De delegatie van D66 in het Europees Parlement maakt net als de VVD deel uit van de fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa. D66 heeft sinds de verkiezingen van 2004 één lid in het Europees Parlement:

[bewerk] Bijzondere functies

Leden in de Raad van state

Ministers van staat

SER-leden

[bewerk] Gemeenten

Ongeveer 25 burgemeesters in Nederland zijn van D66-huize. Voorbeelden zijn Thom de Graaf (Nijmegen), Nico Schoof (Alphen aan den Rijn), Albertine van Vliet-Kuiper (Amersfoort), Ernst Bakker (Hilversum), Onno van Veldhuizen (Hoorn) en Arnold Gerritsen (Zutphen).

De partij heeft daarnaast ongeveer 30 wethouders, 144 gemeenteraads- en 16 deelgemeenteraadsleden (14 in Amsterdam, 2 in Rotterdam).

[bewerk] Jongerenorganisatie

De jongerenorganisatie van D66 heet Jonge Democraten en draagt als ondertitel 'Vrijzinnig-democratische jongerenorganisatie'. Diverse leden van deze organisatie zijn later binnen D66 politiek actief geworden, waaronder Boris van der Ham en Jan Paternotte.

[bewerk] Ledenverloop

Ledenaantallen D66
Ledenaantallen D66
Ledenaantal D66
Jaar Ledenaantal Jaar Ledenaantal Jaar Ledenaantal Jaar Ledenaantal
1966 1.500 1977 4.410 1988 8.543 1999 12.027
1967 3.700 1978 8.424 1989 --- 2000 11.878
1968 3.850 1979 11.677 1990 9.829 2001 11.188
1969 5.075 1980 14.638 1991 11.325 2002 12.188
1970 6.400 1981 17.765 1992 13.000 2003 12.711
1971 5.620 1982 14.500 1993 14.500 2004 13.507
1972 6.000 1983 12.000 1994 15.000 2005 12.827
1973 6.000 1984 8.774 1995 15.000 2006 11.065
1974 300 1985 8.000 1996 13.230 2007 10.462
1975 667 1986 8.300 1997 13.747
1976 2.000 1987 8.700 1998 13.391

Bron: D66 - ledentallen (Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen)

[bewerk] Aanhang

Hoewel de aanhang van politieke partijen niet meer vaststaat en verkiezingsuitslagen behoorlijk kunnen schommelen, is D66 globaal genomen een uitgesproken Randstadpartij, die verder haar stemmen hoofdzakelijk in en rond universiteitssteden behaalt. De gemeente waar D66 bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2006 procentueel de meeste stemmen haalde was Wageningen (4,99%) in de provincie Gelderland, woonplaats van Alexander Pechtold. Eén van de weinige echte bolwerken van de partij is het Noord-Limburgse Gennep, zij het alleen voor de gemeenteraads- en Provinciale Statenverkiezingen.

[bewerk] D66-bewindslieden

[bewerk] Zusterpartijen

D66 maakt deel uit van een wereldwijde familie van sociaal-liberale partijen. Voorbeelden zijn de Britse Liberal Democrats, de Canadese Liberale Partij, de Deense Sociaal Liberalen, de Noorse Liberale Partij, de Zweedse Liberale Volkspartij, het Vlaamse Spirit, de Franse Linkse Radicalen, de Italiaanse Radicalen en de Poolse Democraten.

[bewerk] Andere bekende leden

[bewerk] Literatuur

[bewerk] Zie ook

[bewerk] Externe links


[bewerk] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:
  1. ^ De Democraten D66 noemen zichzelf progressief sociaal-liberaal.
  2. ^ "Richtingwijzers voor een progressieve sociaal-liberale visie", D66.nl - bezocht op 27 november 2007.
  3. ^ NRC.nl - Politieke boeken in een a-politieke tijd; Onze Geliefde Leiders , Hubert Smeets, augustus 2000.
  4. ^ a b Parlement.com - D66.
  5. ^ Congres: D66 moet niet uit kabinet stappen. NRC Handelsblad, 13 mei 2006. URL bezocht op 13 mei 2006.
  6. ^ D66 zegt vertrouwen in minister Verdonk op. D66, 29 juni 2006. URL bezocht op 29 juni 2006.



 
Persoonlijke instellingen