Democraten 66

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Democraten 66
D66.svg
Functiehouders
Partijvoorzitter Fleur Gräper
Partijleider Alexander Pechtold (lijst)
Fractieleider Tweede Kamer Alexander Pechtold
Fractieleider Eerste Kamer Roger van Boxtel
Delegatieleider Europees Parlement Sophie in 't Veld
Mandaten
Zetels in Tweede Kamer
Zetels in Eerste Kamer
Zetels in het Europees Parlement
Geschiedenis
Opgericht 1966
Algemene gegevens
Actief in Nederland
Richting Centrum:
Economisch: Centrum-rechts
Sociaal: Centrum-links
Ideologie Sociaalliberalisme
Europeanisme
Jongerenorganisatie Jonge Democraten
Wetenschappelijk Bureau Hans van Mierlo Stichting
Internationale organisatie LI
Europese fractie ALDE
Europese organisatie ELDR
Website www.d66.nl
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Democraten 66 (D66) (officiële naam: Politieke Partij Democraten 66; tot 1981 afgekort als D'66)[1] is een Nederlandse politieke partij van sociaal-liberale signatuur.[2][3]

De partij werd opgericht op 14 oktober 1966 door 44 personen (van wie 25 in andere partijen actief waren geweest).[4] Initiatiefnemers waren Hans van Mierlo, een journalist van het Algemeen Handelsblad, die partijleider werd, en Amsterdams VVD-gemeenteraadslid en fractievoorzitter Hans Gruijters die de feitelijke initiatiefnemer tot het vormen van de politieke partij D'66/D66 was.[4] Het belangrijkste standpunt van de partij was het democratiseren van het Nederlandse politieke stelsel. Na de verkiezingen van 1967 kwam D'66 de Tweede Kamer binnen met 7 zetels. Sindsdien zijn de verkiezingsresultaten wisselvallig verlopen. Op haar hoogtepunt, bij de Tweede Kamerverkiezingen 1994, behaalde de partij 24 zetels; op haar dieptepunt, na 2006 waren dat er slechts drie. D66 nam in de periodes 1973-1977, 1981-1982, 1994-2002 en 2003-2006 plaats in de Nederlandse regering. De partij trekt vooral veel stemmen in grote steden en universiteitssteden.

Tegenwoordig is de partij nog altijd voorstander van bestuurlijke vernieuwing, maar staan ook andere thema's, zoals individuele ontplooiing en Europese samenwerking, centraal. De partij heeft een eigen jongerenorganisatie (Jonge Democraten) en een wetenschappelijk bureau (de Mr. Hans van Mierlo Stichting, voorheen Kenniscentrum D66). Op internationaal vlak is D66 lid van de Liberale Internationale en de Partij van Europese Liberalen en Democraten.

Geschiedenis[bewerken]

Van Mierlo viert de verkiezingsuitslag in 1967

Ontstaan[bewerken]

D'66 ontstaat in 1966 wanneer twee vrienden Peter Baehr en Erik Visser veel discussies hebben over de politiek. Beide zijn ontevreden over het functioneren van het politieke systeem van dat moment. Rond die periode zit Hans Gruijters voor de VVD in de gemeenteraad. Wanneer hij weigert op de bruiloft van Beatrix en Prins Claus te verschijnen wordt hij uit de fractie gezet. Baehr en Visser benaderen hem met het idee om een beweging op te zetten die voor politieke vernieuwing moet pleiten. Hij ziet er wel iets in. Al snel sluiten meerdere geestverwanten uit het netwerk van de initiatiefnemers zich aan bij de nieuwe beweging. Het vinden van een voorzitter is een probleem. Maar na enig aandringen wordt Hans van Mierlo tot leider verkozen. Hoewel niet iedereen het ermee eens is besluit de meerderheid om van D'66 een politieke partij te maken en deel te gaan nemen aan de verkiezingen.

De oprichting op 14 oktober 1966 werd voorafgegaan door het Appèl '66. D'66 legde de nadruk op democratisering van de samenleving en op een nieuw partijenstelsel. Daarnaast benadrukte de nieuwe partij geestelijke vrijheid en individuele ontplooiing. Omdat het kabinet gevallen is moet de jonge partij snel aan de bak. Bij de Kamerverkiezingen in 1967 behaalde de partij meteen 7 zetels; opvallend in een tijd waarin eerder kleine verschuivingen plaatsvonden.

Keerpunt '72[bewerken]

D66 in actie (1971) met Van Mierlo achter de megafoon. Rechts Anneke Goudsmit en Erik Visser

In april 1971 steeg D'66 naar 11 zetels, in een alliantie met de PPR en de PvdA. Van Mierlo streefde naar een Progressieve Volkspartij. Deze vorming mislukte en in november 1972 zakte de partij naar 6 zetels. Wel mag D'66 voor het eerst plaatsnemen in een kabinet. Daarbij wordt Hans Gruijters de enige minister. Daarnaast levert D'66 drie staatssecretarissen. Dit worden Jan Glastra van Loon, Laurens-Jan Brinkhorst en Aar de Goede. Na de formatie van het kabinet (waaraan D'66 deelnam) trad Van Mierlo af als fractievoorzitter, vanwege onvoldoende steun in de fractie, ten gunste van Jan Terlouw. De nog desastreuzer verlopen Statenverkiezingen in 1974 leidden tot een grote crisis in de partij. Veel leden zegden op en er werd getwijfeld aan het bestaansrecht van de partij. De meerderheid van de leden was voor het opheffen van de partij, maar de vereiste tweederdemeerderheid werd niet gehaald. Ook in het kabinet volgt een tegenslag. Jan Glastra van Loon moet als staatssecretaris opstappen wanneer hij in conflict is gekomen met minister Dries van Agt. Hij wordt vervangen door Henk Zeevalking. Ook verliest de fractie het lid Govert Nooteboom, die als eenmansfractie verder gaat.

Een redelijk alternatief[bewerken]

Nadat de partij een jaar lang vrijwel niet actief geweest was werd in 1975 toch besloten de partij nieuw leven in te blazen. Onder leiding van Jan Glastra van Loon en Jan Terlouw werd een nieuwe koers uitgezet, die zich minder richtte op bestuurlijke vernieuwing; Terlouw benadrukte een liberalere profilering. De partij kreeg weer nieuw elan, en wist veel nieuwe leden te werven (op het dieptepunt waren er nog maar een paar honderd leden). Terlouw wist de leden te motiveren door 60.000 handtekeningen te eisen alvorens zich beschikbaar te stellen als lijsttrekker. D'66 ging zich presenteren als het "redelijk alternatief" voor de gepolariseerde CDA en PvdA. Dit leverde D'66 bij de verkiezingen in mei 1977 8 zetels op (2 zetels winst).

Vanaf december 1977 voerde D'66 succesvol oppositie tegen het kabinet-Van Agt I. Wel zat het kabinet Van Agt-Wiegel de volle 3 3/4 jaar uit, ondanks een krappe meerderheid (49+28=77 zetels tegen 73 zetels voor de oppositie) en ondanks enkele dissidenten uit de linkervleugel van het CDA, die soms met de oppositie meestemden. Onder Terlouw won D'66 fors tijdens de verkiezingen van 1981 (mei 1981): er werden 17 zetels behaald, iets meer dan een verdubbeling ten opzichte van mei 1977. D'66 trad in september 1981 toe tot een coalitie met het CDA (48 zetels) en de PvdA (44 zetels); het kabinet Van Agt-den Uyl-Terlouw. Dit ging echter niet lang goed, ondanks een overweldigende meerderheid in de Tweede Kamer (109 zetels tegen slechts 41 zetels voor de door de VVD aangevoerde oppositie). D66 kreeg drie ministersposten die werden ingevuld door Jan Terlouw, Hans van Mierlo en Henk Zeevalking. De drie staatssecretarissen werden Ineke Lambers-Hacquebard, Michiel Scheltema en Wim Dik. Het Kabinet-Van Agt II werd gekenmerkt door tal van conflicten tussen met name CDA en PvdA, en kreeg de bijnaam "vechtkabinet". In mei 1982 trok de PvdA zich terug uit de regering. D'66 zette de regering met het CDA voort en formeerde een rompkabinet. Als nieuwe ministers schoven Erwin Nypels en Max Rood aan. Het verder regeren na de val werd door de eigen aanhang niet begrepen en bij de verkiezingen van 1982 (september 1982) verloor de D'66 11 zetels en hield slechts 6 zetels over. Het leiderschap werd overgenomen door Maarten Engwirda. Deze wist echter niet te voorkomen dat D66 in peilingen nog verder wegzakte.

Andere politiek[bewerken]

In een poging de partij opnieuw uit de malaise te halen trad Engwirda terug en keerde Van Mierlo terug als partijleider. In 1985 sprak hij de toespraak "Een reden van bestaan" uit. Hij pleitte voor een opheffing van de polarisatie tussen de PvdA en de VVD en richtte zich meer op individuele ontplooiing, en thema's als milieubehoud, technologische vernieuwing en vrouwenemancipatie. De herleving van de partij was succesvol en de partij behaalde in 1986 9 zetels, en in 1989 12 zetels. Programmatisch paste D66 goed in de nieuwe coalitie van CDA (54 zetels) en PvdA (49 zetels), maar Ruud Lubbers wilde de Democraten er niet bij hebben; hij wilde niet meer macht delen dan strikt noodzakelijk was.

D'66 bleef in de oppositie en dit legde geen windeieren. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1990 en de Provinciale Statenverkiezingen van 1991 boekte D66 forse winst. D66 was een serieuze machtsfactor geworden en in bijna alle grote steden kwam de partij in het college. De WAO-crisis, die de coalitie in de zomer van 1991 op scherp zette, stuwde de populariteit van D66 naar grotere hoogten. Volgens sommige peilingen zou D66 op een bepaald moment zelfs 38 zetels halen in de Tweede Kamer, indien er op dat moment landsverkiezingen zouden zijn geweest. De groeiende invloed van D66 gaf op dat moment ook vooruitzichten op nieuwe machtsverhoudingen in de Nederlandse politiek. In 1992 presenteerden de Jonge Democraten, Jonge Socialisten en de JOVD al een "paars" akkoord voor een kabinet zonder het CDA, iets wat tot dan toe voor onmogelijk werd gehouden.

De Paarse kabinetten[bewerken]

Hans van Mierlo

De werkelijkheid van het paarse kabinet bleek in 1994 dichterbij dan gedacht. D66 won de verkiezingen fors. Het zeteltal werd bij de verkiezingen van mei 1994 verdubbeld tot 24 zetels (al werden er bij lange na niet de 38 zetels gehaald, die D'66 volgens de peilingen zou hebben gehaald, als er na de WAO-crisis in de zomer van 1991 al verkiezingen zouden zijn geweest). Maar ook het verlies van het CDA (20 zetels) speelde mee (van 54 naar 34). De PvdA werd, ondanks 12 zetels verlies (van 49 naar 37), onverwachts de grootste partij. Het was onmogelijk om een tweepartijenkabinet te vormen, waardoor de positie van D66 cruciaal was geworden.

D66 stuurde aan op de vorming van een kabinet zonder het CDA. De formatie ging maar moeizaam en mislukte in eerste instantie. Onderhandelingen met het CDA (PvdA-CDA-D'66) liepen echter ook op niets uit. In een tweede poging slaagde D66 erin om voor het eerst sinds de Eerste Wereldoorlog een coalitie zonder confessionele partij te vormen: PvdA, VVD en D66 vormden samen de eerste paarse coalitie. Hans van Mierlo vierde dit feit door direct een paarse auto aan te schaffen, hetgeen op de Nederlandse TV te zien was.

Hans van Mierlo werd minister van buitenlandse zaken en vicepremier. De andere D66-bewindslieden waren Hans Wijers op Economische Zaken, Winnie Sorgdrager op Justitie en Els Borst op Volksgezondheid. Gerrit-Jan Wolffensperger werd de nieuwe fractievoorzitter.

De nieuwe coalitie kon enkele liberale wensen vervullen die altijd door de Christendemocraten werden tegengehouden. Zo werd een verruiming van de winkeltijden, jarenlang in de Tweede Kamer bepleit door Louise Groenman, door Wijers in wetgeving omgezet. Borst regelde de donorregistratie en de euthanasie. Ook het homohuwelijk werd door Paars in Nederland, als eerste land ter wereld, ingevoerd.

Hoewel het kabinet erg populair was, wist D66 er niet van te profiteren. Bij de Provinciale Statenverkiezingen 1995 verloor de partij zetels, waardoor er ook in de Eerste Kamer 5 zetels verloren gingen. Bij de verkiezingen in 1998 verloor de partij onder lijsttrekker Els Borst maar liefst 10 zetels. In het tweede paarse kabinet werd zij vicepremier. Minister van Landbouw Haijo Apotheker werd tussentijds vervangen door Laurens-Jan Brinkhorst. De derde minister was Roger van Boxtel, die het grotestedenbeleid overnam van staatssecretaris Jacob Kohnstamm. Thom de Graaf werd fractievoorzitter in de Tweede Kamer.

D66 zette bij de formatie zwaar in op zijn "kroonjuwelen": de wensen tot staatsrechtelijke vernieuwing. In het regeerakkoord werd daarom de invoering van het correctief referendum opgenomen, de mogelijkheid voor burgers om met 600.000 handtekeningen een al aangenomen wet te onderwerpen aan een volksraadpleging. De betreffende wet werd in de Tweede Kamer goedgekeurd, maar in mei 1999 in de Nacht van Wiegel in de Eerste Kamer verworpen. Het kabinet trad af, maar werd gelijmd, iets wat de partij veel kritiek opleverde.

Oppositie en Balkenende II[bewerken]

De regeringsdeelname leidde onder de nieuwe partijleider Thom de Graaf in 2002 tot een tweede nederlaag (7 zetels). D66 ging de oppositie in, en bij de verkiezingen van 2003 zakte de partij verder naar 6 zetels. De Graaf trad terug en werd opgevolgd door Boris Dittrich.

In het voorjaar van 2003 besloot D66 deel te nemen aan het kabinet-Balkenende II, met de VVD en het CDA. Dit terwijl D66 deelname aan een coalitie met CDA en VVD uitdrukkelijk had uitgesloten. Nadat de onderhandelingen tussen Wouter Bos en Jan Peter Balkenende mislukt waren maakte D66 echter een coalitie met CDA en VVD mogelijk en voorkwam aldus dat de LPF opnieuw, of de ChristenUnie en de SGP voor het eerst in de regering zouden komen. D66 krijgt voor zijn deelname enkele lang gewenste bestuurlijke vernieuwingen en ook de economische hervormingsagenda past bij het partijprogramma.

D66 krijgt twee ministersposten. Laurens Jan Brinkhorst komt op Economische zaken en voor vicepremier Thom de Graaf wordt de post Bestuurlijke vernieuwing en koninkrijksrelaties in het leven geroepen. Medy van der Laan krijgt het staatssecretariaat van cultuur. Hoewel D66 het economische beleid van het kabinet steunt, blijft de deelname aan het kabinet ongemakkelijk voor de achterban van de partij. Vooral het vreemdelingenbeleid van minister Rita Verdonk is voor veel aanhangers een open zenuw. Van het typische D66 speerpunt bestuurlijke vernieuwing komt weinig terecht. In maart 2005 sneuvelt het plan voor de gekozen burgemeester doordat de PvdA tegenstemt en de tweederdemeerderheid aldus niet wordt gehaald. Daarop stapt verantwoordelijke minister De Graaf uit het kabinet. Omdat de coalitiepartners D66 gesteund hebben komt D66 voor het dilemma te staan of ze moeten blijven regeren. Na een heronderhandeling wordt een akkoord vastgesteld waarin D66 enkele nieuwe programmapunten binnenhaalt. Op een bewogen congres besluit de partij de coalitie voort te zetten. De afgetreden minister wordt opgevolgd door Alexander Pechtold, tot dan toe burgemeester van Wageningen en partijvoorzitter. De rust lijkt daarna teruggekeerd maar in de winter van 2006 loopt het mis wanneer de partijtop een conflict krijgt over deelname aan de missie naar Uruzgan. De fractie dreigt aanvankelijk uit het kabinet te stappen wanneer de missie doorgang vindt. Uiteindelijk moet de fractie inbinden wat voor een pijnlijke afgang zorgt. Na het rampzalig verlopen debat besluit Boris Dittrich af te treden en draagt hij het fractievoorzitterschap over aan Lousewies van der Laan. Die kan niet voorkomen dat de gemeenteraadsverkiezingen in maart van 2006 een flink verlies worden voor de partij.

Interne en kabinetscrisis in 2006[bewerken]

In 2006 ontstond een crisis binnen de partij, naar aanleiding van verliezen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Sommige leden, die ontevreden waren over de als rechts ervaren koers van Balkenende-II (vooral het immigratie- en integratiebeleid van minister Verdonk), pleitten voor opheffing van de partij; enkele leden maakten bekend zich af te zullen splitsen onder de naam deZES, wat mislukte. Op het drukbezochte D66-congres van 13 mei werd een motie om uit het kabinet te stappen evenwel door een meerderheid verworpen.[5] De aangekondigde motie om de partij op te heffen werd niet ingediend.

Niet lang daarna speelde de lijsttrekkersverkiezing. De belangrijkste kandidaten waren minister Alexander Pechtold en fractievoorzitter Lousewies van der Laan. In deze twee weken durende nek-aan-nekrace liepen de emoties hoog op en was het moddergooien niet van de lucht. Ook dit leverde D66 schade op. Alexander Pechtold kwam als winnaar uit de bus.

Op 29 juni 2006 veroorzaakte de partij een kabinetscrisis door een motie van afkeuring tegen Minister Verdonk te steunen en haar vertrek te eisen.[6] De motie werd verworpen doordat de LPF de coalitie wel steunde. In een vervolgdebat bleek dat het gehele kabinet (inclusief D66-ministers Laurens Jan Brinkhorst en Alexander Pechtold) van mening was dat aan de verworpen motie geen conclusies verbonden hoefden te worden. Daarop trok de D66-Kamerfractie de politieke steun voor het kabinet in en stapten de D66-ministers op. Vervolgens stelden de andere ministers hun portefeuille ter beschikking.

Op 6 oktober 2006 sprak de D66-oprichter Hans van Mierlo openlijk zijn twijfel uit over de toekomst van de partij. Volgens Van Mierlo had de partij haar geloofwaardigheid verloren door als coalitiepartner in Balkenende II geen breekpunt te maken van het beleid van VVD-minister Rita Verdonk. In het tv-programma EénVandaag zei hij dat de partij zich moest afvragen 'of het na veertig jaar genoeg is geweest'. Op het 40-jarige jubileumcongres, een dag later, noemde hij D66 echter nog steeds hard nodig.

Oppositie en herstel[bewerken]

Alexander Pechtold, politieke leider sinds 2006

Hoewel enkele weken voor de verkiezingen enkele peilingen zelfs nul zetels aangaven, wist D66 op 22 november 2006 toch met drie zetels in de Tweede Kamer terug te keren. Deze waren voor Alexander Pechtold, Boris van der Ham en Fatma Koser-Kaya (die met voorkeurstemmen boven Bert Bakker uitkwam). Ook tijdens de provinciale verkiezingen in maart 2007 kreeg de partij een forse klap en verdween in enkele provincies geheel uit de Staten. In de senaat wist D66 door een lijstverbinding nog wel met twee zetels terug te keren. Deze waren voor Gerard Schouw en Hans Engels (de laatste wist door voorkeurstemmen boven Boele Staal uit te komen). Hoewel de schade na de laatste 2 nederlagen in november 2006 en maart 2007 aanzienlijk was, besloot de partij door te gaan na deze absolute dieptepunten.

In 2007 maakte een commissie onder leiding van Louise Groenman het rapport "Verloren vertrouwen en de weg naar herstel", een grondige analyse van twaalf jaar onafgebroken verkiezingsnederlagen (maart 1995-maart 2007). Het rapport "Klaar voor de klim" was een plan van aanpak om D66 organisatorisch weer op de rails te krijgen, door onder andere het instellen van een permanente programmacommissie en een opleidingstraject voor nieuwe vertegenwoordigers. In mei 2007 werd Ingrid van Engelshoven als nieuwe voorzitter gekozen om de voorstellen te implementeren.

In de oppositie trachtte D66 zich vanaf 2007 te laten zien als alternatief van het kabinet-Balkenende IV. D66 verweet het kabinet besluiteloosheid op tal van belangrijke thema's. Bovendien beschouwde D66 het gevoerde beleid als betuttelend en bemoeizuchtig. Daarnaast ageerde D66 ook veelvuldig tegen de politiek van Geert Wilders en zijn PVV.

In peilingen was in 2007 een licht herstel te zien en ook boekte de partij over dat jaar weer een lichte ledenwinst, een trend die zich steviger doorzette in 2008. In het voorjaar van 2008 won D66 ook in de peilingen weer aan populariteit. De laatste peilingen van dat jaar lieten 11 zetels (Synovate)[7] en 16 zetels (Maurice de Hond)[8] zien. In week 39 van het jaar 2009, de week na Prinsjesdag, waren dit voor Synovate en Peil zelfs respectievelijk 18 en 24 zetels.[9][10]

De eerste fysieke tekens van het herstel waren er in de Europese parlementsverkiezingen 2009. De partij, met Europarlementariër Sophie in 't Veld als lijsttrekker, koos een enigszins polariserende campagne voor een positieve benadering van Europa en manifesteerde zich als groot voorstander voor een intensievere samenwerking. "Europa? Ja!" luidde de slogan. D66 behaalde uiteindelijk 3 zetels en wist zo voor het eerst in 15 jaar weer winst te behalen in de verkiezingen. In enkele grote steden, waaronder Amsterdam, Utrecht, Delft, Leiden en Arnhem haalde de partij zelfs de meeste stemmen. De nummers twee en drie van de kieslijst waren Gerben-Jan Gerbrandy en Marietje Schaake.

Op 18 januari 2010 lieten cijfers van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen zien dat de partij met maar liefst 18.507 leden in 2009 de meeste leden in haar bestaan heeft. Ook bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 zet de wederopstandig van D66 door. Er werden meer dan 500 raadszetels gewonnen. In vele gemeenten waaruit D66 was verdwenen, keerde de partij terug in de raad. In enkele gemeenten, zoals Wageningen (beste uitslag landelijk), Haarlem, Delft en Leiden is D66 de grootste partij geworden.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen 2010 won D66 zeven zetels ten opzichte van 2006, waarmee de partij op tien zetels uitkwam. D66 onderhandelde vervolgens met de VVD, de PvdA en GroenLinks over een 'Paars-Plus-kabinet', maar deze onderhandelingen liepen op niets uit. De VVD ging onderhandelen met het CDA en de PVV, met als gevolg een kabinet van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV. D66 zit nu dus wederom in de oppositie.

Tijdens de Provinciale Statenverkiezingen 2011 behaalde D66 opnieuw een goed resultaat. In totaal werden er 42 zetels behaald, een winst van 33 ten opzichte van 2007. D66 zit nu weer in 5 provincies in het provinciebestuur. Tijdens de Eerste Kamerverkiezingen 2011 werd duidelijk dat D66 in de nieuwe Eerste Kamer 5 zetels krijgt.

Begrotingsakkoorden[bewerken]

Ondanks het herstel slaagde D66 er na de Tweede Kamerverkiezingen 2010 en Tweede Kamerverkiezingen 2012 niet in om een plek in de regering te veroveren. Wel was de partij vanaf 2012 betrokken bij enkele begrotingsakkoorden. Op 26 april 2012 bereikte D66 samen met de fracties van VVD, CDA, GroenLinks en ChristenUnie een akkoord over miljardenbezuinigingen voor het jaar 2013. Dit gebeurde onder druk van de Europese Commissie die dreigde met een boete wanneer Nederland geen begroting kon indienen waarbij de norm van een maximaal tekort van 3% werd gehaald. Het akkoord werd gesloten onder voorwaarden dat enkele bezuinigingen van de regering werden vervangen door bezuinigingen uit het D66 programma.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen 2012 won D66 opnieuw twee zetels. Omdat de VVD en de PvdA met zijn tweeën een meerderheid konden leveren viel D66 buiten de boot. In de Eerste kamer had het kabinet echter geen meerderheid. Dit leverde de regering al snel een probleem op. In het voorjaar van 2013 sloot het kabinet het woonakkoord met D66, de Christenunie en de SGP over de hervormingen van de huizenmarkt. Deze gelegenheidscoalitie werd in het najaar van 2013 opnieuw van belang. Bij de begroting voor 2014 sloten de drie partijen opnieuw een akkoord met de regering. Dit werd een jaar later ook gedaan voor de begroting van 2015. De drie partijen werden door minister Dijsselbloem daarom "De meest geliefde oppositie" genoemd.

Bij de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen van 2014 werd D66 de grootste partij in onder andere Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Groningen, Enschede, Tilburg en Arnhem was daarmee de grootste winnaar van de verkiezingen.[11] De partij heeft inmiddels 850 van de 8570 raadszetels in Nederland.

Standpunten[bewerken]

Ideologie en reden van bestaan[bewerken]

De bestaansgrond is binnen D66 van meet af aan een discussiepunt geweest. Volgens het eerste partijcongres moest D66 streven naar een radicale democratisering van de Nederlandse samenleving in het algemeen en van het Nederlandse politieke bestel in het bijzonder. De nadruk heeft lange tijd gelegen op de laatste component, de staatsrechtelijke vernieuwing. Speerpunten daarbij zijn het referendum, afschaffing van de Eerste Kamer, directe verkiezingen van de minister-president en burgemeesters, en de invoering van een gematigd districtenstelsel. Mede-oprichter Van Mierlo was dan ook een exponent van het democratisch radicalisme, een stroming die in de negentiende eeuw was vermalen tussen socialisme en liberalisme. Hij had weinig op met bespiegelingen omtrent de visie en maatschappijbeschouwing van D66. Ideologieën hadden immers afgedaan en D66 was vooral een pragmatische partij. Na de periode Terlouw, die de partij als 'redelijk alternatief' wel meer in een eigen traditie trachtte te plaatsen met aandacht voor milieu, sociale vraagstukken en technologie, kwam Van Mierlo midden jaren tachtig terug met zijn rede 'Een reden van bestaan'. De primaire bestaansgrond lag volgens deze rede nog steeds in de politieke vernieuwing.

Aan het eind van de twintigste eeuw kwamen de kaarten wat anders te liggen. Nadat het anti-dogmatische van de partij een heel eigen dogma leek te zijn geworden, wist de groep Opschudding in 1998 dit dogma te doorbreken en slaagde ze er als eerste in de partij een ondertitel mee te geven. D66 heet vanaf dan sociaal-liberaal. Opschudding verwoordde het zo: "D66 bestaat als sociaal-liberale partij om een duurzame, democratische en open samenleving op te bouwen, waarin de mens zich ontplooit in solidariteit met anderen.". Hiermee plaatste de partij zich in de vrijzinnige internationale politieke hoofdstroom van het progressief liberalisme en in de politieke filosofie van het ontplooiingsliberalisme. Dit legde de partij vast in haar statuten en in de "Uitgangspunten van D66".

Met deze inbedding in het progressief liberalisme had D66 een tweede reden van bestaan. Deze tweede reden verving de eerste echter niet, de eerste ging er in wezen in op. Het ontplooiingsliberalisme stelde de vrije maar verantwoordelijke mens centraal. En het wil de mens, in gelijkwaardigheid tot elkaar, invloed geven om zelf invulling te geven aan het leven en de maatschappij. Voor dat laatste is openheid en democratie noodzakelijk en daardoor wordt de oorspronkelijke bestaansgrond ook door de tweede geïmpliceerd.

Met deze oriëntatie op het progressief liberalisme zou D66 als een herleving van de Vrijzinnig Democratische Bond kunnen worden beschouwd. De VDB ontstond in 1901 door een afsplitsing van de Liberale Unie en ging in 1946 in het kader van de zogeheten 'doorbraak' op in de PvdA.

In de Tweede Kamer is D66 de kleinste van de twee liberale partijen: de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) is met 41 zetels de grootste van de twee en van de hele Kamer. Ter onderscheiding wordt D66 wel eens ingedeeld als progressief-liberaal en de VVD als conservatief-liberaal.

'Kroonjuwelen'[bewerken]

Wat betreft het nagestreefde beleid van de Democraten is door de jaren heen gesproken over de 'kroonjuwelen' van de partij, punten die D66 zeer graag gerealiseerd zou zien. Hans van Mierlo liet echter eens blijken weinig enthousiast te zijn over de gebruikte term. De 'kroonjuwelen' zijn er nog wel, maar leiden een slapend bestaan. Ze worden onderhouden; volgens D66 heeft het geen zin er iedere keer weer mee te komen, omdat het mensen te lang heeft geduurd, maar blijft het een actueel onderwerp, aldus een lid van het eerste uur.[12] De 'kroonjuwelen' zijn:

Europa en internationaal[bewerken]

D66 manifesteert zich als de meest pro-Europese partij van Nederland, zo pleit de partij voor een federaal Europa in het pamflet 'De Verenigde Staten van Europa'.

In Europees verband wordt sinds 1984 net als de VVD het Europees verkiezingsprogramma gevolgd van de Partij van Europese Liberalen en Democraten (en Radicalen) (ELDR) en samengewerkt in één liberaal-democratische fractie in het Europees Parlement als D66-delegatie en VVD-delegatie. De fractie van Europees Liberalen en Democraten is vanaf 2004 omgedoopt in Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa (ALDE). Bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2009 was er een lijstverbinding tussen D66 en VVD, wat resulteerde in 3 Parlementszetels voor de D66-delegatie (was 1) en 3 EP-zetels voor de VVD-delegatie (was 4). Sinds deze verkiezingen is ALDE, waarvan ook de Belgische partijen Vlaamse Liberalen en Democraten (VLD)/Vivant en de Mouvement Réformateur (MR) lid zijn, de derde fractie in het Europees Parlement, met 83 van de 736 zetels.

D66 is voorts lid van de Liberale Internationale (LI) en is mede-oprichter van het Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie, een organisatie van zeven Nederlandse politieke partijen die democratiseringswerk steunt in 17 landen.

Volksvertegenwoordigers en bestuurders[bewerken]

Voorzitter Fleur Gräper
Europarlementariër Sophie in 't Veld
voormalig SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan
Els Borst († 10 feb 2014), vicepremier 1998-2002, minister van staat

Tweede Kamer[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Alle (voormalige) Tweede Kamerleden voor D66.

De Tweede Kamerfractie van de D66 bestaat sinds de verkiezingen van 2012 uit twaalf personen:

Eerste Kamer[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Alle (voormalige) Eerste Kamerleden voor D66.

De Eerste Kamerfractie van D66 bestaat sinds de verkiezingen van 2011 uit vijf personen:[4]

Europees Parlement[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Alle (voormalige) Europees Parlementsleden voor D66.

De delegatie van D66 in het Europees Parlement maakt net als de VVD deel uit van de fractie van Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa. D66 heeft sinds de Europese Verkiezingen in 2014 vier leden in het Europees Parlement - weer een groei in zetelaantal ten opzichte van de vorige Europese Parlementsverkiezingen:

De D66-fractie in het Europees Parlement is nu als volgt:

Provinciaal niveau[bewerken]

D66 levert in Zeeland de commissaris van de Koning, namelijk Han Polman, en is daarnaast vertegenwoordigd in enkele Gedeputeerde Staten, namelijk in Groningen, Gelderland, Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland. Bij de Provinciale Statenverkiezingen 2011 behaalde D66 42 zetels en de volgende verkiezingsresultaten:

Provincie Stemmen (%) Zetels
Utrecht 17,3% 5
Noord-Holland 11,3% 6
Zuid-Holland 8,7% 5
Groningen 7,8% 3
Gelderland 7,8% 4
Noord-Brabant 8,0% 5
Flevoland 6,5% 3
Overijssel 5,9% 3
Drenthe 5,2% 2
Limburg 5,2% 2
Friesland 4,7% 2
Zeeland 4,3% 2

Gemeentelijk niveau[bewerken]

Ongeveer 25 burgemeesters in Nederland zijn van D66-huize. Voorbeelden zijn Onno van Veldhuizen (Hoorn), Arnold Gerritsen (Zutphen), Jos Heijmans (Weert), Francine Giskes (Texel) en Franc Weerwind (Velsen), de eerste Nederlandse burgemeester van Surinaamse afkomst.

Sinds de raadsverkiezingen van 2006 had de partij daarnaast ongeveer 30 wethouders, 144 gemeenteraads- en 16 deelgemeenteraadsleden (14 in Amsterdam, 2 in Rotterdam). De gemeenteraadsverkiezingen van 2010 hebben de partij doen groeien en op een totaal van 534 raadszetels gebracht. De partij doet in sommige gemeente mee als onderdeel van een progressief samenwerkingsverband.

Bij de raadsverkiezingen van 2014 boekte D66 een grote winst. In Amsterdam, Groningen en Utrecht stootte D66 de PvdA na 60 jaar van de troon door de grootste te worden. De partij heeft nu 824 raadszetels door het hele land.

Bijzondere functies[bewerken]

Leden in de Raad van State

Bewindslieden[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie lijst van bewindslieden voor D66 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

D66 heeft aan zes kabinetten deelgenomen. De volgende personen zijn vicepremier geweest:

Aanhang[bewerken]

Aantal D66-zetels in de Tweede Kamer

Electoraat[bewerken]

Hoewel de aanhang van politieke partijen niet meer vaststaat en verkiezingsuitslagen behoorlijk kunnen schommelen, is D66 globaal genomen een uitgesproken Randstadpartij, die verder haar stemmen hoofdzakelijk in en rond universiteitssteden behaalt. De gemeente waar D66 bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 procentueel de meeste stemmen haalde was Wageningen (14,7%) in de provincie Gelderland, woonplaats van Alexander Pechtold. Eén van de weinige echte bolwerken van de partij is het Noord-Limburgse Gennep, zij het alleen voor de gemeenteraads- en Provinciale Statenverkiezingen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 kwam D66 als een van de grootste partijen uit de bus in onder andere Delft, Deventer, Haarlem, Hilversum, Leiden, Utrecht, Wageningen en Zeist

Ledenverloop[bewerken]

Ledenaantal D66[13]
Jaar Ledenaantal Jaar Ledenaantal Jaar Ledenaantal Jaar Ledenaantal Jaar Ledenaantal
1966 1.500 1977 4.410 1988 8.543 1999 12.027 2010 18.507
1967 3.700 1978 8.424 1989 --- 2000 11.878 2011 21.599
1968 3.850 1979 11.677 1990 9.829 2001 11.188 2012 21.985
1969 5.075 1980 14.638 1991 11.325 2002 12.188 2013 23.105
1970 6.400 1981 17.765 1992 13.000 2003 12.711 2014 23.767
1971 5.620 1982 14.500 1993 14.500 2004 13.507
1972 6.000 1983 12.000 1994 15.000 2005 12.827
1973 6.000 1984 8.774 1995 15.000 2006 11.065
1974 300 1985 8.000 1996 13.230 2007 10.299
1975 667 1986 8.300 1997 13.747 2008 10.357
1976 2.000 1987 8.700 1998 13.391 2009 12.432

Bron: D66 - ledentallen (Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen)

Op 29 mei 2009 verwelkomde D66 haar 15.000e lid.[14]

Organisatie[bewerken]

Interne organisatie[bewerken]

Het wetenschappelijk bureau van D66 heet de Hans van Mierlo Stichting.[15] Het is de opvolger van de Stichting Wetenschappelijk Bureau D'66, dat werd opgericht in 1972. Het centrum veranderde in 2003 van naam naar Kenniscentrum D66 en opereert sinds april 2011 onder de huidige naam. Het bestuur van het wetenschappelijk bureau bestaat uit Joris Backer (voorzitter), Menno Witteveen (penningmeester) en Gerard Bos (algemeen lid).

De jongerenorganisatie van D66 heet Jonge Democraten en draagt als ondertitel 'Vrijzinnig-democratische jongerenorganisatie'. Diverse leden van deze organisatie zijn later binnen D66 politiek actief geworden, waaronder Boris van der Ham, Stefanie van Vliet en Jan Paternotte.

Externe relaties[bewerken]

D66 maakt deel uit van een wereldwijde familie van sociaal-liberale partijen. Voorbeelden zijn de Britse Liberal Democrats, de Canadese Liberale Partij, de Deense Sociaal Liberalen, de Noorse Liberale Partij, de Zweedse Liberale Volkspartij, de Franse Linkse Radicalen, de Italiaanse Radicalen en de Poolse Democraten.

Bekende leden[bewerken]

Ereleden[bewerken]

Voormalig ereleden[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. D66 - Historische ontwikkeling, Parlement & Politiek.
  2. De Democraten D66 noemen zichzelf progressief, sociaal-liberaal en ook wel vrijzinnig.
  3. "Richtingwijzers voor een progressieve sociaal-liberale visie", D66.nl. Geraadpleegd op 27 november 2007.
  4. a b c Democraten 1966 (D66), Parlement & Politiek.
  5. Congres: D66 moet niet uit kabinet stappen, NRC Handelsblad, 13 mei 2006. Geraadpleegd op 13 mei 2006.
  6. D66 zegt vertrouwen in minister Verdonk op, D66, 29 juni 2006. Geraadpleegd op 29 juni 2006.
  7. Synovate Politieke Barometer. Geraadpleegd op 1 januari 2009.
  8. Op 1 januari 2009 (van peil.nl).
  9. Peil.nl, geraadpleegd op 1 oktober 2009.
  10. Synovate Politieke Barometer. Geraadpleegd op 1 oktober 2009.
  11. http://www.nrc.nl/verkiezingen/2014/03/20/euforie-bij-d66-enorme-klap-voor-samsoms-pvda-de-winnaars-en-verliezers-op-een-rij/
  12. Edo Spier (lid van D66 sinds '66), in Het Pechtold-effect goed voor D66, NOVA/Den Haag Vandaag, 7 november 2008.
  13. D66 - ledentallen, Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen.
  14. D66 verwelkomt 15.000e lid!, D66.
  15. Kenniscentrum omgedoopt tot Hans van Mierlo Stichting