Donor (geneeskunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een donor is een persoon die - bij leven of na overlijden - iets van zichzelf, van zijn lichaam, of zijn bezittingen geeft aan een andere persoon of organisatie. Zo kent men bijvoorbeeld orgaandonoren, maar ook mensen die bijvoorbeeld een schenking doen (aan een politieke partij, goed doel of vereniging en dergelijke) worden donor genoemd. De gift zelf heet een donatie. (zie ook donateur)

Donatie van een persoon die overleden is[bewerken]

Algemene procedure[bewerken]

De algemene procedure in Nederland is als volgt:

  1. Donorherkenning: aan de hand van criteria en contra-indicaties komt een patiënt in aanmerking voor donatie
  2. Het donorregister wordt geraadpleegd: door een arts of een daartoe geautoriseerde functionaris
  3. Er vindt een beslissing plaats over donatie. Nabestaanden worden begeleid bij het maken van een keuze door een arts of daartoe aangewezen functionaris. Aanvullende informatie wordt gegeven over de donatieprocedure.
  4. Bekeken wordt of de patiënt geschikt is voor donatie (donorevaluatie). Daarnaast worden maatregelen getroffen om te zorgen dat de kwaliteit van de organen optimaal blijft (donorbehandeling).
  5. De donoroperatie: de plaats waar een orgaandonatie plaats vindt is afhankelijk van het type donatie: op de operatiekamer of in het mortuarium (sectiekamer).
  6. Nazorg van de nabestaanden

Weefseldonatie[bewerken]

Diverse lichaamsweefsels kunnen na het overlijden gedoneerd worden aan een medemens:

  • Huiddonatie - Donorhuid kan bij mensen met ernstige brandwonden voor een tijdelijke bescherming van brandwond dienen, waardoor minder vaak infecties ontstaan en de genezingskans groter is. Huid wordt gedoneerd door overleden donoren.
  • Hoornvliesdonatie - Het hoornvlies is het doorzichtige vlies aan de voorkant van het oog, waar we doorheen kijken. Bij sommige oogziekten kan dit hoornvlies ernstig aangetast raken, waardoor slechtziendheid of blindheid kan ontstaan. Deze patiënten kunnen vaak door een transplantatie van het hoornvlies geholpen worden. Het hoornvlies wordt gedoneerd door overleden donoren.

In principe is iedere overledene jonger dan 81 jaar geschikt als donor. Er bestaan echter een aantal contra-indicaties. Iemand kan bijvoorbeeld langer dan 24 uur dood zijn, lijden aan een infectieziekte of op het moment van overlijden chemotherapie krijgen.

Orgaandonatie[bewerken]

Minder vaak voorkomend, en problematischer, is het doneren van organen: orgaandonatie. Bij orgaandonatie gaat het om de volgende organen: hart, longen, lever, dunne darm, pancreas en nieren. Niet alleen kan een mens de meeste organen zelf niet missen, een orgaantransplantatie slaagt ook alleen als niet alleen de bloedgroep, maar ook de weefseltypering voldoende overeenkomt, zodat het immuunsysteem niet geactiveerd wordt. Als dat wel het geval is kan er een afstotingsreactie optreden.

De weefseltypering, oftewel het HLA-type, moet zo veel mogelijk overeenkomen tussen donor en ontvanger van het orgaan. Bij postume donororganen is het daarom belangrijk dat het orgaan naar de ontvanger gaat, die het meest geschikt is. Dit is dan ook niet altijd de persoon die boven aan de wachtlijst staat.

Voor orgaandonatie moet de donor voldoen aan bepaalde criteria. Zo moet de leeftijd geschikt zijn. Bij het pancreas geldt bijvoorbeeld de maximale leeftijd van 75 jaar, voor de longen is dit 5 tot ongeveer 60 jaar. Daarnaast bestaan er algemene en orgaanspecifieke contra-indicaties, zoals een onbekende doodsoorzaak, actieve infectieziekten en diabetes mellitus type I bij het pancreas. Ook bij een overledene met een onbekende identiteit wordt geen donatie gedaan.

Er bestaan twee soorten orgaandonatie: heartbeating donatie en non-heartbeating donatie. Heartbeating donatie wil zeggen dat een donor hersendood is met een intacte circulatie (de donor wordt dus beademd op een intensive care). De circulatie wordt pas stop gezet na de donatieprocedure. Omdat de functie van de organen bij heartbeating donoren intact is heeft deze vorm van orgaandonatie de voorkeur boven non-heartbeating donatie.

Bij een Non-Heartbeating donor is de donor overleden. Er is geen circulatie. Donatie van hart en dunne darm is dan niet meer mogelijk. Er bestaan 4 categorieën non-heartbeating donoren:

  • overleden bij aankomst in het ziekenhuis: in Nederland wordt bij deze categorie patiënten geen donatie verricht;
  • acuut overleden, eventueel na reanimatiepoging: alleen donatie van de nieren;
  • spoedig te verwachten overlijden, bijvoorbeeld bij patiënten met een ernstig neurologisch beeld: donatie van meerdere organen mogelijk;
  • Hartstilstand bij heartbeating donoren.

Na het stoppen van de circulatie is de tijd waarin organen geschikt zijn voor donatie beperkt. Onder de juiste omstandigheden kunnen de nieren bijvoorbeeld maximaal 2 uur zonder circulatie. Bij de overige organen is deze periode 1 uur.

Donaties van een levende donor[bewerken]

Nieren[bewerken]

Bij de helft van de niertransplantaties is de donor van de nier een levend familielid van de ontvanger. De nier is één van de weinige organen, waarvan een mens er één kan afstaan, zonder daarmee zichzelf te kort te doen (mits beide nieren goed werken, natuurlijk). Daarnaast zijn naaste familieleden vaak geschikt als nierdonor, omdat de weefseltypering vaak lijkt op die van de ontvanger van de nier, en er dus verminderde kans is op een afstotingsreactie. Bovendien heeft een dergelijk familielid vaak het ongemak en het risico van de operatie voor de patiënt over. Tenslotte zijn de slagingspercentages bij transplantaties van nieren van een levende donor hoger dan de slagingspercentages van een overleden donor. Het feit dat bij de helft van alle niertransplantaties een levende donor zijn nier doneert, weerspiegelt ook het feit, dat de wachtlijsten voor een niertransplantatie erg lang zijn.

Bloeddonatie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Bloeddonatie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Een bloeddonor geeft bloed

De meest bekende en toegepaste vorm van donatie is de donatie van bloed door middel van bloedtransfusie. De landelijke bloedvoorziening voor patiënten is in Nederland geregeld via Sanquin, en in België via het Rode Kruis. Op de bloedbank wordt bloed gedoneerd door bloeddonoren. Na testen en bewerken van het bloed, wordt het bloed gebruikt in ziekenhuizen, bijvoorbeeld bij bloedverlies door ernstige verwondingen of bij operaties. Bij een bloedtransfusie moet rekening gehouden worden met de bloedgroepen van de donor en de ontvanger. Donatie van bloed direct van een donor naar een patiënt komt in het Westen eigenlijk alleen een enkele keer voor bij operaties in het veld.

Weefseldonatie[bewerken]

Diverse lichaamsweefsels kunnen bij leven gedoneerd worden aan een medemens:

  • Stamcel- of beenmergdonatie - Patiënten kunnen, vooral bij ernstige bloedziekten of afweerstoornissen, genezen dankzij een beenmergtransplantatie. Levende donoren, die gezond zijn en waarvan de bloedgroep en weefseltypering zo veel mogelijk overeenkomt met dat van de ontvanger, kunnen via een stamceldonatie of een beenmergdonatie een klein deel van hun bloedstamcellen aan een dergelijke patiënt geven.
  • Botdonatie - Bij heupvervangende operaties wordt de heupkop van de patiënt weggenomen. Deze bevat vaak nog veel bot, dat door de heuppatiënt gedoneerd kan worden. Dit bot wordt bewerkt tot kleinere stukken en kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt bij patiënten met zeer ernstige breuken.

Melkdonatie[bewerken]

Voor baby's die van hun eigen moeder niet of niet voldoende moedermelk kunnen krijgen, bestaat de mogelijkheid om donormelk te krijgen. In de meeste landen wordt de donormelk gedistribueerd via moedermelkbanken. In Nederland bestaat deze voorziening niet en wordt de donatie van moedermelk gecoördineerd via het Moedermelk Netwerk.

Spermadonatie[bewerken]

Spermabanken werven vruchtbare mannen voor het donorschap. Met het gedoneerde zaad worden lesbische stellen, bewust ongehuwde moeders en stellen waarvan de man onvruchtbaar is geholpen via kunstmatige inseminatie met donorsemen (KID). Sommige banken weigeren lesbische stellen of alleenstaande vrouwen, voornamelijk omdat er geen medische noodzaak is in vergelijking bij heteroseksuele stellen. In de twintigste eeuw werden er met name heteroseksuele stellen geholpen. Sinds de introductie van geavanceerde vruchtbaarheidstechnieken zoals ICSI hebben heteroseksuele stellen minder vaak KID nodig en dankzij de homo-emancipatie vormen lesbische stellen de grootste groep. De spermabank zoekt een donor die zo veel mogelijk overeenkomsten heeft met de aanstaande ouders, in het bijzonder met de vader. Het sperma van de donoren dient aan veel eisen te voldoen, zo moet het zaad na invriezen en ontdooien weer levensvatbaar zijn en voldoende beweeglijkheid hebben. Doneren is geen zware taak, er dienen alleen voor de donatie 3 dagen van onthouding in acht te worden genomen. Verder moet een donor enkele keren per maand afreizen naar de bank. Een donor krijgt nergens in Nederland of België betaald voor zijn donaties, alleen een ruime reiskostenvergoeding.

Spermadonatie is ook mogelijk via internet. Omdat sinds 2004 de wet op anoniem doneren van sperma is afgeschaft zijn er enorme wachtlijsten ontstaan bij spermabanken waardoor spermaontvangers jaren moeten wachten. Als alternatief zoekt men naar een spermadonor op internet. Via diverse sites bieden mannen hun sperma aan. Ook plaatsen vrouwen of stellen advertenties waarin ze op zoek zijn naar een donor. Via dergelijke advertenties komen donoren en ontvangers met elkaar in contact. Wanneer een vrouw een spermadonor via internet heeft gevonden, wordt meestal voor zelfinseminatie gekozen als inseminatietechniek. Bij zelfinseminatie is het noodzakelijk dat er een donorovereenkomst wordt getekend. Soms kan een donor ook bij een spermabank doneren voor een specifieke vrouw/specifiek stel.

Materiële donatie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Voor het hoofdartikel hierover zie Goed doel

Mensen die een schenking doen aan een ander doneren geld of goederen. Dit kan zijn in het kader van een actie, een persoonlijke wens of een vraag om een donatie. Zo ontvangen vele organisaties donaties in geldvorm, om hun werk te kunnen bekostigen.

Situatie in Nederland[bewerken]

In Nederland zijn de volgende wetten van belang:

  • In Nederland geldt sinds 1997 de Wet inzake bloedvoorziening, waarin geregeld wordt hoe de bloedvoorziening binnen Nederland georganiseerd moet zijn.
  • De Wet op de orgaandonatie regelt sinds 1998 de orgaandonatie voor transplantatiedoeleinden.
  • De Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal is een wet uit 2003 stelt eisen die de kwaliteit en veiligheid waarborgen van lichaamsmaterialen (cellen, weefsels en organen) dat bedoeld is voor gebruik bij geneeskundige behandelingen.
  • De Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting trad 1 januari 2004 in werking. De wet geeft regels voor het bewaren en verstrekken van gegevens van donoren die geslachtscellen afstaan ten behoeve van kunstmatige bevruchting.
  • In 2008 heeft de Tweede Kamer het masterplan orgaandonatie (onder leiding van Jan Terlouw) besproken en de aanbeveling overgenomen (permanente voorlichting, ziekenhuis initiatieven en stimuleringdonatie bij leven op het vierde advies actieve donorregistratie na)
  • Sinds de afwijzing van actieve donorregistratie (ADR) zijn er diverse organisaties (gezondheidsfondsen en het burgerinitiatieven st. 2MH) die het als de oplossing voor het donortekort blijven zien.
  • Volgend op onder andere België heeft D66 een initiatiefwetsvoorstel geschreven dat mogelijk medio augustus 2012 in de Tweede Kamer zal worden besproken om het geen-bezwaarsysteem ook voor Nederland rechtsgeldig te krijgen.[1]

Medische, fysieke en sociale kenmerken van de donor zijn vanaf 1 januari 2004 voor de verwekte kinderen beschikbaar. Sinds 1 juni 2004 geldt de wet ook voor de persoonlijke gegevens van de donor. Kinderen die met sperma zijn verwekt dat na 1 juni 2004 is gedoneerd, kunnen als ze 16 jaar zijn de persoonsgegevens van de donor opvragen. Zij krijgen de gegevens, tenzij er zwaarwegende bezwaren van de donor zijn om dat niet te doen.

Controverse[bewerken]

Jan Kerkhoffs (1939 -) uit Melick overleefde ook na langdurig coma en klinische hersendoodverklaring in 1992. Een week nadat nabestaanden tegenover behandelend artsen elke vorm van orgaandonatie weigerden na de hersendoodverklaring, ontwaakte de officieel hersendoodverklaarde Kerkhoffs uit zijn coma en herstelde bijna volledig.[2]

Situatie in België[bewerken]

België kent sinds 13 juni 1986 de Wet betreffende het wegnemen en transplanteren van organen. Volgens deze wet geldt een geen-bezwaar-systeem (opting-out regel of presumed consent).

Externe links[bewerken]

Nederland:

België

Internationaal

Bronnen, noten en/of referenties