Bloeddonatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een bloeddonatie is een vrijwillige afgifte van bloed door een bloeddonor. Het bloed kan bestemd zijn voor een patiënt die een bloedtransfusie nodig heeft, maar ook voor de fabricage van medicijnen. Een bloeddonatie vindt meestal plaats op een bloedbank, waarna het bloed getest en bewerkt zal worden, voordat het naar een patiënt in een ziekenhuis gaat.

Bij het opstarten van de bloedafnames rond 1926, wegens de zeer grote terughoudendheid van de potentiële bloedgevers, werd er 400 BEF ( = 10 euro ) gegeven voor een halve liter bloed. Indien men dringend werd opgeroepen kwam daar een 50 BEF ( = 1,25 euro ) bij per gifte. Ter vergelijking: arbeiders verdienden toen ongeveer 235 BEF per maand. Bijna één dubbele maandwedde per bloedgift dus. Er waren toen ongeveer 8000 bloedgevers in België.

Een bloeddonor geeft bloed
Close-up van bloedafname
Bloedafname in donorcentrum van Sanquin
Een donor ontvangt geen betaling, maar trouwe donoren gaan niet met lege handen naar huis.
Sculptuur van Corry Ammerlaan voor 60 keer bloedgeven

Belangeloos[bewerken]

In Nederland is men vandaag belangeloos bloeddonor, dat wil zeggen dat men geen geld of een andere beloning ontvangt voor het gegeven bloed. Bij mijlpalen als 5, 10 en 20 keer doneren, ontvangt men wel een symbolische blijk van dank. Veel bloeddonoren zien het feit dat men met het doneren van bloed een maatschappelijk nuttig doel dient als een vorm van beloning op zich.

In België krijgt men kleine geschenken aangeboden voor de donatie die variëren van shampoo tot handdoeken. Sinds enkele jaren kan men ook bonnen sparen voor een wat groter geschenk.

Het idee achter het belangeloze donorschap is dat men eerlijker zal zijn bij het beantwoorden van de medische vragenlijst, waardoor vóór de donatie een betere inschatting kan gemaakt worden van een eventueel risico van de bloeddonatie voor de donor of voor de ontvanger.

In andere landen zijn er soms bloedbanken waar donoren een geldelijke vergoeding ontvangen voor hun bloed zoals bij ons in de jaren twintig van de 20e eeuw eveneens het geval was.

Donor worden[bewerken]

Men kan bloeddonor worden vanaf het achttiende jaar. Men kan zich als nieuwe donor aanmelden tot het 65e jaar; als men eenmaal donor is, kan men tot het zeventigste jaar (mits men in goede gezondheid verkeert) donor blijven. In België mocht men pas bloed geven vanaf 21 jaar, maar dat is rond 1980 gedaald naar 18 jaar. Bloed geven kon men tot de dag voor men 65 jaar oud werd, daarna niet meer. Begin juli 2011 werd die leeftijdsgrens ook opgetrokken naar 70 jaar.

Er zijn in Nederland circa 440.000 bloeddonors, die aan circa 850.000 donaties meewerken[1]. Regelmatig moeten donoren stoppen met doneren, omdat zij zeventig worden of vanwege gezondheidsproblemen. Daardoor is er een voortdurende behoefte aan nieuwe donoren. Ter vergelijking : er zijn 600.000 actieve koorzangers in Nederland, dus meer zangers dan bloeddonoren.

Wanneer iemand zich aanmeldt als donor, zal hij of zij uitgenodigd worden voor een eerste afspraak bij de dichtstbijzijnde bloedbank. Tijdens deze eerste afspraak krijgt de nieuwe donor informatie over het doneren en wordt er een uitgebreide medische vragenlijst doorgenomen met de donor. De donor wordt vervolgens medisch gekeurd en er worden enige buisjes bloed afgenomen om de bloedgroep te bepalen en om de donor te testen op belangrijke infectieziekten. Tijdens de eerste afspraak doneert een donor in Nederland nog geen halve liter bloed. Pas wanneer alle uitslagen van alle testen op infectieziekten bekend zijn (dit is vier weken na de eerste afspraak), kan een donor uitgenodigd worden voor de eerste afname van een halve liter bloed.

Een donatie[bewerken]

Voorafgaand aan een afname moet een vragenlijst worden ingevuld, met onder meer vragen over gezondheidstoestand, medicijngebruik, recente medische behandelingen en levensstijl (inclusief seksuele gewoonten). Voorts wordt de bloeddruk en het hemoglobinegehalte ("ijzer") gemeten. Doel hiervan is om te kijken of de donor gezond genoeg is om bloed te kunnen en mogen geven. Enerzijds wil men de ontvanger beschermen tegen bloed van 'slechte' kwaliteit en anderzijds wil men voorkomen dat de gezondheid van de donor door de donatie zal worden geschaad.

Na deze keuring volgt de afname: de donor neemt plaats in een afnamestoel of -bed en er wordt een injectienaald aangebracht in de ader die aan de binnenkant van de elleboogsplooi te vinden is. Het bloed stroomt via een slangetje in een plastic zak. Het duurt zeven tot twaalf minuten (bloed) of circa drie kwartier (plasma), voordat de zak vol is. Het doneren is niet pijnlijk: een donor voelt de prik in de arm, maar dit gevoel ebt al na enige seconden weg, waarna men wacht totdat de ingestelde hoeveelheid afgenomen is.

Aantal donaties en hoeveelheid per donatie[bewerken]

In België mag men maximaal 4 keer per jaar bloed geven. Men mag ook maximaal 30 maal per jaar bloedplasma geven via plasmaferese, of 26 keer per jaar als men ook bloed geeft. Een donatie van bloedplaatjes kan tot 24 keer per jaar.

In Nederland mogen mannen maximaal 5 keer per jaar bloed geven, vrouwen maximaal 3 keer per jaar. Het geven van plasma mag 23 keer per jaar, met een minimale periode van twee weken tussen donaties.

In België wordt er 400 ml of 470 ml bloed afgenomen, afhankelijk van de lengte en het gewicht van de donor, maximaal vier keer per jaar. Voor bloedplasma is dat max. 650 ml. In Nederland wordt er 500 ml bloed of 650 ml plasma afgenomen.

Na de donatie[bewerken]

In het algemeen heeft een bloeddonatie weinig effect op het functioneren. Donoren wordt wel verzocht om na de afname nog even te rusten en wat te drinken: men kan zich direct na de afname wat duizelig voelen. Ook kan men de ervaring hebben dat men zich de rest van de dag wat "flauw" voelt. Inspannend werk of zwaar sporten kan dan beter vermeden worden de eerste 12 uur na de afname. De meeste bloedbanken laten donoren de eerste 30 minuten na donatie in de kantine plaatsnemen en een snack en verfrissing nemen, zodat ze kunnen herstellen.

Het lichaam gaat na afname weer nieuw bloed maken. Het volume van het bloedplasma is na ongeveer 12 uur weer op het oude peil, het bloedplasma en de bloedplaatjes zijn binnen enkele dagen aangevuld, de rode bloedcellen zijn na enkele weken vervangen, en het ijzergehalte is na circa twee maanden hersteld.

Verwerking van het bloed[bewerken]

Vóórdat het afgestane bloed gebruikt wordt, wordt dit altijd op een aantal infectieziekten getest, waaronder hiv (het virus dat aids veroorzaakt), hepatitis B, hepatitis C (twee varianten van geelzucht), lues oftewel syfilis en hemofilie (bloederziekte). Sinds 1 juli 2013 wordt er in Nederland enkel nog op het humaan T-cel lymfotrope virus HTLV getest bij nieuwe donors[2].

Het afgestane bloed wordt tegenwoordig altijd eerst bewerkt voordat het aan een patiënt gegeven wordt. Het wordt meestal gesplitst in verschillende onderdelen, onder andere de rode bloedcellen, de bloedplaatjes en het bloedplasma. Al deze onderdelen kunnen aan verschillende patiënten gegeven worden, die precies dat onderdeel nodig hebben. Deze bloedonderdelen worden aangeduid met de term "bloedproduct".

Nuvola single chevron right.svg Zie Bloedproduct voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Soorten donaties[bewerken]

Volbloed[bewerken]

De meeste donoren bij de bloedbank geven volbloed. Dat wil zeggen, dat zij een halve liter bloed afgeven tijdens hun donatie. Dit bloed wordt tegenwoordig niet meer in de oorspronkelijke samenstelling aan een patiënt gegeven, het wordt op het laboratorium in de verschillende onderdelen gescheiden voor verschillende toepassingen.

Plasma[bewerken]

Plasmadonatie

Verder zijn er ook plasmadonoren. Deze geven via een speciale techniek alleen hun bloedplasma af. De rode en witte bloedcellen en de bloedplaatjes worden tijdens deze donatie niet afgenomen.

Een plasmadonatie (plasmaferese) duurt wat langer dan een bloeddonatie, ongeveer 45 minuten. Het bloed wordt (net als bij een bloeddonatie) door een naald in de elleboogplooi afgenomen en tegen het stollen met citraat vermengd. In een machine, die naast de donor staat, wordt het bloed gecentrifugeerd, waardoor plasma en bloedcellen gescheiden worden. De donor ontvangt de bloedcellen via hetzelfde slangetje en dezelfde naald terug, terwijl het apparaat het plasma in een plasmazak opslaat.

Er bestaan hiervoor verschillende systemen, waarvan hier rechts op de foto een voorbeeld. De centrifuge is de donkerrode koker, rechtsboven op de machine. De bloedcellen worden verzameld in het bakje daaronder. Het plasma stroomt uit de centrifuge door een helder slangetje in een zak die (op de foto net zichtbaar onder de armlegger) rechtsonder onder het apparaat hangt. Is het vat met bloedcellen vol, dan wordt het proces omgekeerd en worden de bloedcellen door dezelfde naald aan de donor teruggegeven. De donor voelt in zijn elleboog geen enkel verschil tussen afname en teruggave. De donor op de foto houdt in zijn hand een balletje dat door de machine wordt opgeblazen. Door erin te knijpen spant de donor de spieren in zijn onderarm waardoor de bloedstroom uit de hand naar de aders gestimuleerd wordt en de donatie vlotter verloopt. Tijdens de teruggave laat de machine het balletje leeglopen zodat de donor op dat moment niet knijpt. Na ongeveer 10 keer afnemen, scheiden en teruggeven is de zak met plasma vol (650 ml) en kan de donor worden afgekoppeld.

Niet iedereen kan plasmadonor worden. Er is veel behoefte aan rode bloedcellen van bloedgroep 0, dus heeft men van bloeddonoren met deze bloedgroep liever een gewone bloeddonatie. Bovendien moeten de bloedvaten van plasmadonoren goed aan te prikken zijn, anders mislukt de donatie.

Hierboven werd reeds beschreven dat het enige tijd duurt voor het ijzergehalte weer op peil is bij een volbloeddonatie. Het ijzer is een belangrijk bestanddeel van hemoglobine, dat zich in de rode bloedcellen bevindt. Omdat men de rode bloedcellen bij plasmadonatie niet kwijtraakt, herstelt men sneller van de plasmadonatie. Daarom mag men veel vaker plasma doneren dan volbloed, in principe zelfs één keer per twee weken. De meeste plasmadonoren komen één keer per maand doneren.

Bloedplaatjes[bewerken]

Ten slotte zijn er ook donoren van bloedplaatjes. Via eenzelfde soort speciale techniek als bij de plasma-afname wordt bij hen alleen een bepaalde hoeveelheid bloedplaatjes afgenomen. Er zijn niet zoveel donoren die alleen bloedplaatjes geven, omdat dat relatief gezien niet vaak nodig is. Ook voor het doneren van bloedplaatjes moeten de bloedvaten goed aan te prikken zijn, omdat de donatie lang duurt: zo'n vijftig minuten tot een uur.

Organisaties[bewerken]

In Nederland is de organisatie Sanquin actief als bloedbank, in België is dat het Rode Kruis.

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Jaarverslag Sanquin
  2. Bloedverwant magazine 2013 #2, pagina 2