Laboratorium

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit is een voorbeeld van een laboratorium (deze foto is genomen bij Sanquin door Rob Ottenhof)

Een laboratorium is een ruimte die gebouwd is voor onderzoek. Een laboratorium (meervoud: laboratoria) is geschikt om bepaalde proeven uit te voeren. De naam stamt uit het Latijn, en is afgeleid van labor dat 'werk' betekent. Letterlijk is een laboratorium een werkruimte of werkplaats. Het woord wordt soms afgekort tot lab of labo. Een toxicologisch laboratorium wordt dan bijvoorbeeld aangeduid als het toxlab. Mensen die in een laboratorium werken worden in veel gevallen een laborant of liever analist genoemd. Laboratoria kunnen onderdeel zijn van een ziekenhuis of een universiteit, maar ook bij een klein of groot bedrijf horen, of een overheidsinstelling.

Veiligheid en kwaliteit[bewerken]

In laboratoria gelden allerlei regels voor de veiligheid van werknemers en onderzoekers. Zo is het in veel plaatsten niet toegestaan om te eten, drinken of roken op het lab en worden er eisen gesteld aan kleding (labjas, labbril of veiligheidsbril, dichte schoenen, lange broek, geen loshangend haar, geen juwelen, ...).

Onderzoekslaboratoria hebben verschillende mogelijkheden om hun resultaten te laten erkennen. Wetenschappelijke laboratoria publiceren hun resultaten meestal in de wereldliteratuur zodat andere laboratoria in de wereld hun werk kunnen herhalen en beoordelen. Andere labo's kunnen wegens confidentialiteitsredenen hun resultaten niet publiceren en gebruiken daarom andere middelen om zich te laten erkennen (zie accreditatie, certificering, GLP, GMP). Afhankelijk van het soort laboratorium worden er verschillende eisen gesteld aan de betrouwbaarheid van de resultaten die een analist uit een experiment opmaakt.

Wetenschappelijke laboratoria[bewerken]

Scheikundige laboratoria[bewerken]

Voor bijna elke wetenschap worden laboratoria gebouwd. De meeste laboratoria dienen echter de scheikunde. Stoffen die niet in de vrije natuur voorkomen zullen geproduceerd moeten worden en stoffen die wel in de natuur voorkomen kunnen in een laboratorium opgezuiverd worden. Het produceren van chemicaliën gebeurt op legale en illegale wijze doch beide in laboratoria. Onderzoek naar stoffen wordt ook verricht door laboranten. Hierbij valt onder andere onderzoek naar radioactieve stoffen en nog niet ontdekte elementen. Ook zijn er natuurlijk een heel scalá aan laboratoria die gehaltebepalingen doen aan bijvoorbeeld bodemmonsters of huishoudelijke schoonmaakmiddelen.

Natuurkundige laboratoria[bewerken]

Naast scheikundige worden ook veel natuurkundige experimenten uitgevoerd in laboratoria. Een veelheid aan verschijnselen wordt onderzocht in deze laboratoria: men kan bijvoorbeeld licht afremmen tot enkele kilometers per uur, men test supergeleiders die geen elektrische weerstand bieden. In laboratoria zijn toestanden te realiseren die men normaal niet kan realiseren. Een voorbeeld is gewichtloosheid. Deze toestand is alleen mogelijk op grote afstand van de aarde, of in een vliegtuig dat in een vrije val is geraakt.

Biologische laboratoria[bewerken]

Ook biologie is een wetenschap die veelvuldig in laboratoria wordt belicht. In deze laboratoria wordt bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar schimmels, bacteriën of virologie (microbiologische laboratoria). Een andere vorm van een biologisch lab kan botanica zijn, hier doet men proeven met planten. In Nederland dienen veel van deze laboratoria er voor om bijvoorbeeld betere gewassen te kunnen kweken.

Klinisch-chemische laboratoria[bewerken]

In deze laboratoria wordt onder andere onderzoek gedaan naar biochemische processen. Ook kan men hier denken aan gehaltebepalingen van bepaalde stoffen in lichaamsvloeistoffen. Deze laboratoria worden altijd aangetroffen in ziekenhuizen.

Toegepast onderzoek[bewerken]

Naast laboratoria voor wetenschappelijk onderzoek, zijn er laboratoria voor praktische toepassingen.

Kwaliteitslaboratoria[bewerken]

Bijna alle bedrijven die met stoffen werken, hebben een kwaliteitslaboratorium, waarin de zuiverheid en de eigenschappen van grondstoffen, hulpstoffen, halffabricaten en eindproducten worden getest. In de farmaceutische- en voedingsmiddelenindustrie is een microbiologisch laboratorium essentieel, om het gevaar van voedselvergiftiging en besmetting van het eindproduct te voorkomen.

Kwaliteitslaboratoria zijn onderhevig aan strenge internationale normen wat betreft kwaliteitscontrole. Wanneer het er om gaat om de klant te kunnen garanderen dat een resultaat een product, proces of dienst beantwoordt aan specifieke vereisten zal men een Accreditatie nodig hebben. Een analytisch labo bv. dient te bewijzen dat ze een bepaalde chemische stof waarvoor ze geaccrediteerd wenst te zijn ook effectief kan opsporen in de door de klant bepaalde concentraties. Het is echter niet altijd mogelijk om met 100% zekerheid te bewijzen dat een bepaald product hetgeen is dat men wil aantonen (zo veranderen schimmels of griepvirussen bv. geregeld van genomische samenstelling. Het referentiestaal zal dus licht afwijken met de tijd van het geteste staal; genetische drift). In dat geval kan men beter werken met Certificering waarbij het management van het labo wordt gekeurd. Wanneer herhaalbaarheid moeilijk wordt, (bv. herhalen van diertesten is verboden door de Europese gemeenschap), dan zal men eerder een systeem prefereren zoals GLP. GMP is dan meer gericht op het waarborgen van het productieproces. De verschillende systemen hebben heel wat gelijkenissen, maar ook duidelijke verschillen. Zo is bij GLP zeer belangrijk dat men een goed archief aanlegt en er een Kwaliteitsverantwoordelijke in het bedrijf aanwezig is.

Tevens worden er in de kwaliteitslaboratoria de verpakkingsmaterialen en hulpgoederen die nodig zijn voor het productieproces gecontroleerd. Deze controle kan bijvoorbeeld betrekking hebben op: flessen, doppen, kappen, labels, bijsluiters, dozen, omdozen, filters, naalden, spuiten, slangen, steriele hulpgoederen, enzovoort.

Ziekenhuislaboratoria[bewerken]

Ziekenhuizen beschikken over een algemeen klinisch-chemisch/hematologisch, een medisch microbiologisch, een farmaceutisch toxicologisch en een pathologisch laboratorium om in principe alle lichaamsvloeistoffen, maar vooral bloed, urine, ontlasting, sputum en weefsels te onderzoeken. Het zijn vooral de algemeen klinisch-chemisch/hematologische laboratoria die een 24-uurs functie vervullen en daardoor continu beschikbaar zijn voor spoedanalyses. De andere genoemde laboratoria vervullen over het algemeen een bereikbaarheidsfunctie zodat, wanneer noodzakelijk, personeel opgeroepen kan worden. Aan het hoofd van een ziekenhuislaboratorium staat een laboratoriumspecialist. In het geval van het klinisch chemisch laboratorium is dit de klinisch chemicus, in het geval van het microbiologisch lab de arts-microbioloog, bij het pathologisch lab de patholoog, en de ziekenhuisapotheker geeft leiding aan het farmaceutisch toxicologisch laboratorium.

Forensische laboratoria[bewerken]

Een forensisch laboratorium onderzoekt sporen, om de toedracht van misdrijven te achterhalen en de daders te identificeren. Het onderzoek naar sporen van DNA heeft de laatste jaren een grote vlucht genomen, waardoor soms zelfs oudere misdrijven kunnen worden opgelost, waar men eerder tevergeefs naar een oplossing heeft gezocht.

Bouwfysische laboratoria[bewerken]

In bouwfysische laboratoria worden onderzoeken uitgevoerd die gerelateerd zijn aan de gebouwde omgeving. Een aantal voorbeelden van onderzoek zijn:

  • windhinder en windbelastingen op en rondom gebouwen in de windtunnel
  • zon en schaduw op en rondom gebouwen
  • lucht- en waterdichtheid van gevelelementen
  • geluidsisolatie van wanden, deuren en gevelelementen
  • brandwerendheid van bouwdelen