Wetenschappelijk onderzoek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Wetenschappelijk onderzoek is de studie van een bepaalde kwestie volgens conventies zoals deze binnen de wetenschap gelden. Deze conventies zijn sociaal, methodisch en ethisch van aard. Voorbeelden zijn: zorgvuldigheid, systematiek en verifieerbaarheid. Doel van wetenschappelijk onderzoek kan zijn om bepaalde feiten of principes te ontdekken of te grondvesten. Doel kan ook zijn het toepassen van kennis voor praktische doeleinden. Binnen wetenschappelijk onderzoek worden verschillende methoden gebruikt, uiteenlopend van literatuurstudie tot het verrichten van observaties, doen van een experiment of het houden van een enquête.

Fundamenteel en toegepast[bewerken]

Fundamenteel wetenschappelijk wordt vaak onderscheiden van toegepast wetenschappelijk onderzoek.

  • Fundamenteel onderzoek of zuiver wetenschappelijk onderzoek heeft niet ten doel een vooraf vastgesteld praktisch vraagstuk op te lossen, maar vaak mondt fundamenteel onderzoek op den duur ook uit in praktische toepassingen. Van alle organisaties die onderzoek verrichten, richten met name de universiteiten zich op fundamenteel onderzoek. Fundamenteel onderzoek vindt zijn weg naar gespecialiseerde wetenschappelijke tijdschriften met een doelgroep van vakgenoten.
  • Toegepaste wetenschappen zijn van meet af aan gericht op het ontwikkelen van toepassingen. Omdat het voor het tot stand brengen van toepassingen steeds meer nodig is om kennis uit verschillende disciplines te combineren, is toegepaste onderzoek vaak multidisciplinair. Sommige organisaties, zoals de grote technologische instituten en TNO zijn speciaal opgericht om fundamentele kennis geschikt te maken om te kunnen toepassen. Ook het onderzoek dat door bedrijven wordt verricht is meestal gericht op toepassingen. Het leidt vaak tot rapporten aan externen of tot publicaties in vakbladen. Soms resulteert het in uitvindingen die juridisch kunnen worden geclaimd in een octrooi.
    Wetenschappelijk onderzoek en kennis in het algemeen is in de moderne samenleving zo belangrijk geworden dat men van een informatiemaatschappij of kenniseconomie spreekt.

Vaak wordt er voor gepleit van al het wetenschappelijk onderzoek te eisen dat het maatschappelijke relevant is. Dit uitgangspunt gaat er echter aan voorbij dat de maatschappelijke relevantie van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek niet tevoren vast te stellen is.

Methoden[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie methodologie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Binnen het wetenschappelijk onderzoek worden verschillende methoden en technieken gebruikt.

Veel onderzoek is empirisch van aard en gericht op het toetsen van hypothesen. Als algemene regel voor dergelijk onderzoek geldt dat er een hypothese wordt geformuleerd die door waarnemingen al dan niet wordt verworpen waarna een nieuwe, aangepaste hypothese volgt. Daarna volgt weer een fase van empirisch onderzoek via waarnemingen. Dergelijke waarnemingen vinden vaak plaats door experimenten.

Lang niet al het wetenschappelijk onderzoek is echter empirisch, experimenteel en hypothesetoetsend. Exploratief en beschrijvend onderzoek staat tegenover experimenteel en toetsend onderzoek, theoretisch onderzoek vult empirisch onderzoek aan.

Binnen het wetenschappelijk onderzoek vindt men zeer veel uiteenlopende specifieke onderzoeksmethoden. Voorbeelden zijn het verrichten van casestudies, het aanbrengen van classificaties, het mathematisch modelleren, het uitvoeren van computersimulaties, het verrichten van laboratoriumexperimenten, het analyseren van teksten via discoursanalyse, het onderzoeken van de sociale werkelijkheid via enquêtes, ervaring en intuïtie, interviews, participerende observatie en sociale simulaties.

Normen en controle[bewerken]

Voor het bewaken van goed wetenschappelijk onderzoek gelden een aantal normen. Deze normen zijn deels ethisch en sociaal van aard. Veel waarde wordt gehecht aan de zogenoemde academische vrijheid, oftewel een zo groot mogelijke onafhankelijkheid van het onderzoek van allerlei belangen.

Daarnaast moeten resultaten vrij toegankelijk zijn en universeel geldig zijn, moet er binnen de wetenschap kritisch naar de resultaten van onderzoek worden gekeken en moet het onderzoek eerlijk en onbaatzuchtig verlopen. Deze normen zijn internationaal beschreven in CUDOS en in Nederland aangevuld door de in VSNU-verband opgestelde Nederlandse gedragscode Wetenschapsbeoefening.

Deze normen worden in principe gehandhaafd via een systeem van onderlinge controle waarbij wetenschappers de resultaten van hun collega's beoordelen.[1] Binnen de wetenschappelijke gemeenschap controleert men elkaar, deze zogenoemde wetenschappelijke gemeenschap controleert zichzelf. De zogenoemde collegiale toetsing vindt plaats bij de beoordeling van wetenschappelijke artikelen. Ook op universiteiten is een systeem van kwaliteitscontrole waarbij het onderzoek van collega-instituten beoordeeld wordt. Binnen de universiteiten kijken hoogleraren toe op het werk van hun medewerkers en assistenten. Ook wetenschappers die buiten universiteiten werkzaam zijn, worden geacht zich aan de beschreven normen te houden.

De kwaliteitscriteria voor wetenschappelijk onderzoek zijn grotendeels methodologisch van aard. Dergelijke criteria zijn duidelijkheid (over de onderzoeksbegrippen en verbanden daartussen), nauwkeurigheid, verificatiemogelijkheid en consistentie.

Door verschillende oorzaken wordt de degelijkheid en onafhankelijkheid van wetenschappelijk onderzoek bedreigd. Universiteiten worden steeds meer geprikkeld marktgericht ("maatschappelijk relevant") te handelen en zijn voor financiering van onderzoek steeds meer aangewezen op dat soort externe bronnen. Sommigen vrezen dat dit kan leiden tot beïnvloeding van de onderzoeksresultaten ten gunste van het financierende bedrijf. Daarnaast zijn sommige onderzoekers, met name bijzondere hoogleraren, zowel werkzaam bij een bedrijf als bij een universiteit, waarbij het bedrijf soms het loon van de onderzoeker financiert. Dit kan leiden tot belangenverstrengeling.

Organisaties[bewerken]

Veel wetenschappelijk onderzoek wordt verricht aan universiteiten. Daarnaast zijn de volgende organisaties van belang:

Het informatiesysteem NARCIS biedt toegang tot wetenschappelijke informatie, waaronder publicaties afkomstig uit de repositories van alle Nederlandse universiteiten, KNAW, NWO en een aantal wetenschappelijke instellingen, gegevensverzamelingen van het instituut DANS en beschrijvingen van onderzoeksprojecten, onderzoekers en onderzoeksinstituten.

Financiering[bewerken]

Er zijn vele instanties die een bijdrage leveren aan de financiering van onderzoek, onder andere:

  • Ministeries, in Nederland met name het Ministerie van OCW. Omdat onderzoek van algemeen belang is en een collectief goed, draagt het Ministerie van OCW zorg voor de basisfinanciering van onderzoek. Ook andere overheden financieren onderzoek. Zo financiert in Nederland het Ministerie van ELI onderzoek aan de Wageningen Universiteit en Research Centre.
  • Research Councils zoals de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), het Vlaamse Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en de Europese onderzoeksraad. Deze organisaties verdelen hun middelen op competitieve en selectieve wijze over de beste onderzoekers die hiertoe onderzoeksvoorstellen moeten indienen.
  • De Europese unie. Dit doet zij door middel van kaderprogramma's en de Europese onderzoeksraad (ERC).
  • Het bedrijfsleven. Bedrijven financieren onderzoek dat zij zelf verrichten of door universiteiten laten verrichten.
  • Fondsen voor wetenschappelijk onderzoek die gevuld zijn met de opbrengst van collectes, oftewel collectebusfondsen.

Omdat de resultaten van onderzoek nuttig zijn voor de samenleving is in 2000 als onderdeel van de strategie van Lissabon op EU-niveau afgesproken om minimaal 3% van het Bruto binnenlands product (bbp) van de EU aan onderzoek en ontwikkeling te besteden. Deze afspraak staat bekend als de Barcelona-norm. Op dit moment haalt Nederland dit nog niet, aangezien slechts ruim twee procent van het bbp aan onderzoek en ontwikkeling wordt uitgegeven. Deze investering ligt rond het gemiddelde van de Europese landen.

Andere vormen van onderzoek[bewerken]

Wetenschappelijk onderzoek is niet de enige vorm van onderzoek. Zo verricht men in de commerciële sfeer marktonderzoek, in de politieke sfeer parlementair onderzoek, in de medische sfeer klinisch onderzoek en in de gerechtelijke sfeer recherche-onderzoek en forensisch onderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek onderscheidt zich in een aantal opzichten van andere vormen van onderzoek. Het vindt plaats in speciale instituties, kent een speciale vorm van financiering, gebruikt een specifieke aanpak, heeft een eigen vorm van verslaglegging en hanteert bepaalde normen. De voor wetenschap geldende normen en conventies hebben deels een methodologisch (betrouwbaarheid), deels een ethisch (onbaatzuchtigheid en onafhankelijkheid) en deels een sociaal (controle door de wetenschappelijke gemeenschap) karakter.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Boers, C.C. (1981) Wetenschap, techniek en samenleving, Bouwstenen voor een kritische wetenschapstheorie, Boom, Meppel.
  • Chalmers, A. (1999) Wat heet wetenschap, Amsterdam.
  • Heilbron, J. (2005) Wetenschappelijk onderzoek: dilemma's en verleidingen, KNAW, Amsterdam
  • Jasanoff, S., G.E. Markle, & J.C. Petersen (Eds.) (1995) Handbook of Science and Technology Studies, SAGE.
  • Koningsveld, H. (1982) Het verschijnsel wetenschap, Meppel, Boom.
  • Merton, R.K. (1973) The Sociology of Science: Theoretical and Empirical Investigations, Chicago.
  • Vries, G. de (1995) De ontwikkeling van wetenschap, Wolters-Noordhoff, Groningen.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties