Recherche

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met recherche wordt een afdeling van de politie aangeduid die als taak heeft misdrijven op te lossen. Een politieambtenaar die bij een rechercheafdeling werkt, wordt rechercheur genoemd.

Recherche in België[bewerken]

De recherchediensten in België zijn ondergebracht in de geïntegreerde politie, georganiseerd op twee niveaus (de lokale politie en de federale politie).

Lokaal beschikt elke politiezone (195 in totaal) over een lokale recherche. De lokale recherche houdt zich voornamelijk bezig met misdrijven op het grondgebied van de zone, zoals diefstallen, inbraak, vandalisme, intrafamiliaal geweld, zedenfeiten,...

Op federaal niveau worden de rechercheopdrachten vervuld door de federale gerechtelijke politie (FGP). Dit is een gespecialiseerde dienst die een afdeling (gedeconcentreerde directie) heeft in elk gerechtelijk arrondissement. Om ondersteuning te bieden aan bepaalde ernstige en arrondissementsoverschrijdende criminaliteitsvormen, bestaan eveneens zes centrale directies, die elk gespecialiseerd zijn in bepaalde misdrijven. De belangrijkste hiervan zijn DJP (misdrijven tegen personen: terrorisme, sektes, mensenhandel, drugs...), DJC (georganiseerde criminaliteit: maffia, Russische criminelen ,...), DJB (misdrijven tegen goederen: autozwendel, rondtrekkende dadergroepen,...). Deze centrale directies voeren zelf geen onderzoeken, maar bieden steun en analyse aan de gedecentraliseerde directies.

Een uitzondering op deze regel is de directie van de economische en financiële criminaliteit (DJF). Dit is eveneens een centrale directie, gespecialiseerd in georganiseerde financiële, economische en fiscale criminaliteit (fraude, belastingontduiking, witwassen, corruptie,...), die zelf wel onderzoeken voert, alsmede steun biedt aan de gedecentraliseerde directies.

Het is aan de onderzoeksrechter (gerechtelijk onderzoek) of procureur (opsporings- of informatieonderzoek) om te beslissen wie het onderzoek voert.

Recherche in Nederland[bewerken]

Rechercheafdelingen[bewerken]

Rechercheafdelingen zijn bij de Nederlandse politie te vinden op verschillende niveaus. Elk van de 25 regiokorpsen in Nederland kent eigen rechercheafdelingen waarbij over het algemeen onderscheid wordt gemaakt tussen recherche op wijkteamniveau, recherche op districtsniveau en recherche op regionaal niveau.
De recherche op wijkteamniveau behandelt veelal de eenvoudige misdrijven zoals inbraken en (winkel)diefstallen. Op districtsniveau behandelt de recherche vaak de zwaardere zaken zoals moord en gewapende overvallen. De recherche op regionaal niveau is meestal belast met de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit op regionaal niveau. Ook zijn op regionaal niveau veelal de specialistische en ondersteunende rechercheafdelingen zoals de jeugd- en zedenpolitie en de technische recherche georganiseerd. Er bestaan echter aanzienlijke verschillen tussen de regio's in de wijze waarop zij de diverse rechercheafdelingen in hun korps hebben georganiseerd. Meestal werken deze nauw samen

Naast de rechercheafdelingen in de regio's bestaan er de bovenregionale rechercheteams (BRT) waarin verschillende regio's samenwerken en er is een nationale recherche welke is ondergebracht bij het KLPD. De structuur van de recherche in Nederland is het afgelopen decennium vaak gewijzigd en de (politiek gevoelige) discussie daarover is nog niet afgerond.

Naast politierechercheurs zijn er ook nog andere beroepsgroepen die de term "rechercheur" mogen gebruiken. Denk daarbij aan bedrijfsrechercheurs, fiscaal rechercheurs en sociaal rechercheurs. De twee laatstgenoemde beroepsgroepen zijn in dienst van de regering (belastingdienst en gemeenten) terwijl bedrijfsrechercheurs vaak in dienst zijn van particuliere bedrijven. Dergelijke bureaus, inclusief privé-detective bureaus, worden dan ook vaak aangeduid met de term: recherchebureau. Doch, dergelijke beroepsgroepen - ondanks door Justitie gelicentieerd - beschikken niet over de opsporingsbevoegdheid waarover politiebeambten beschikken.

Rechercheproces[bewerken]

Er wordt onderscheid gemaakt tussen het reactieve en proactieve rechercheproces. Het reactieve rechercheproces heeft een reeds gepleegd misdrijf als startpunt en wordt vaak in vijf fasen onderverdeeld:

  1. Aangifte van een misdrijf
  2. Identificatie van de verdachte(n)
  3. Lokalisering en eventueel aanhouden van de verdachte
  4. Verhoor en bewijsvoering
  5. Administratieve afhandeling

Het proactieve rechercheproces start meestal op grond van informatie dat bepaalde personen zich in georganiseerd verband met het plegen van misdrijven bezighouden of met de informatie dat bepaalde misdrijven georganiseerd worden gepleegd zonder dat daar al direct verdachten bij bekend zijn.

Bevoegdheden[bewerken]

De opsporingsbevoegdheden die de politie bij het oplossen van misdrijven heeft, zijn vastgelegd in het Nederlands Wetboek van Strafvordering. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar:

  • algemene dwangmiddelen zoals aanhouding, inbeslagneming en doorzoeking (Boek1, Titel IV, Eenige bijzondere dwangmiddelen)
  • bijzondere bevoegdheden tot opsporing (Boek 1 Titel IVA)
  • bevoegdheden voor de opsporing voor het onderzoek naar het beramen of plegen van ernstige misdrijven in georganiseerd verband (Boek 1, Titel V).

Aanvullende regels staan in het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering.

Literatuur[bewerken]

C.J. de Poot e.a. (2004) Rechercheportret. Over dilemma's in de opsporing, Alphen aan den Rijn: Kluwer, ISBN 9013011756.