Witwassen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Witwassen is het uitvoeren van transacties om de herkomst van mogelijk crimineel verkregen geldsommen te verbergen met het doel het illegaal verkregen vermogen te kunnen besteden en investeren zonder dat bewezen kan worden dat ontvangst illegaal was en zodoende te voorkomen dat het geld door justitie of belastingdienst in beslag wordt genomen.

Herkomst van het geld[bewerken]

Het gaat om vermogensvoordelen afkomstig van criminele activiteiten zoals drugshandel, mensenhandel, diefstal, sociale en fiscale fraude.

In sommige landen is de lijst van zogenaamde basismisdrijven (misdrijven die een bestraffing wegens witwassen kunnen opleveren) beperkt tot een zeker aantal, in andere landen kunnen alle misdrijven aanleiding zijn tot een vervolging wegens witwassen.

Fasen[bewerken]

Over het algemeen wordt bij witwassen een drietal fasen onderkend:

  1. Plaatsing/inbreng: waarbij het vermogensvoordeel (meestal onder de vorm van contant geld) voor het eerst in het financiële systeem wordt gebracht.
  2. Versluiering/circulatie: waarbij een opeenvolging van soms complexe financiële transacties wordt uitgevoerd met als doel de oorsprong van het vermogen te verhullen.
  3. Integratie/investering: waarbij het vermogen in de bovenwereld wordt geïnvesteerd, bijvoorbeeld door investering in onroerend goed.

Methodes[bewerken]

Bij het witwassen wordt een scala van methodes toegepast.

Via het buitenland[bewerken]

Iemand die een fortuin heeft verdiend met drugshandel zou de volgende methode kunnen toepassen:

  • Hij richt een paar bedrijven op in een ver land met een gebrekkige controle en een vennootschap in het eigen land;
  • Het geld wordt gestort en overgemaakt naar dat bedrijf in het buitenland, dat het investeert in weer een ander bedrijf (dat ook eigendom is van dezelfde persoon of van een stroman);
  • Het eigen bedrijf leent het geld van het buitenlandse bedrijf en investeert het in gebouwen. De eigenaar kan nu gewoon winst maken met de opbrengst van de drugshandel, terwijl het voor de politie heel moeilijk is de herkomst van het geld te achterhalen;

Transacties die daarbij een rol spelen zijn:

  • Geld wisselen van de ene valuta naar de andere;
  • Moneytransfers - dat is een spoedzending van geld waarbij het contant wordt gestort en elders wordt opgenomen. Na het storten kan het geld soms al na een kwartier in het buitenlandse kantoor worden opgenomen;

Via de eigen vennootschap[bewerken]

Een andere methode om geld wit te wassen en die weinig als dusdanig (h)erkend wordt is het misbruik/gebruik van de rechtspersoon (vennootschap) zelf. De (boekhoudkundige) structuren van de vennootschap kunnen worden gebruikt om wit te wassen geld te injecteren:

  1. Via leningen toegestaan door aan de witwassers verwante bedrijven: dit is de loan-backmethode waarbij geld eerst via bijvoorbeeld fysiek transport naar een ander land (met minder strenge anti-witwasregels) wordt gebracht waar het op een rekening van een andere vennootschap (gecontroleerd door de witwassers) geplaatst wordt. Deze vennootschap verstrekt de eerste vennootschap een lening die niet teruggevorderd wordt en later de benaming "achtergestelde lening" verkrijgt.
  2. Via het fictief verhogen van de omzet: in een vennootschap (bijvoorbeeld horeca- of marktbedrijven) waar contant geld als normaal betaalmiddel gebruikt wordt, wordt het wit te wassen geld ingebracht als normale omzet van een goeddraaiend bedrijf. Dat over deze omzet belasting verschuldigd is, neemt men op de koop toe, gelet op het gemak waarmee kan worden witgewassen.
  3. Het injecteren van wit te wassen geld via de rekening-courant: is een variatie op de loan-backmethode maar hier wordt het wit te wassen geld rechtstreeks ingebracht via de rekening-courant van de zaakvoerder(s).

In de voorbeelden 1 en 3 moet vroeg of laat de zaak rechtgetrokken worden omdat deze lening of rekening-courant te zwaar doorweegt op de balans: naar de buitenwereld (via de gepubliceerde jaarrekening) geeft de vennootschap de indruk een (zeer) slechte betaler te zijn omdat de schulden (ogenschijnlijk) niet betaald worden. Meestal wordt overgegaan tot een kapitaalverhoging waarbij de "schuld" van de vennootschap aan de schuldeiser (meestal één der aandeelhouders) wordt omgezet in aandelen. Dergelijke kapitaalverhoging wordt (in België) beschouwd als "inbreng in natura" en maakt verplicht het voorwerp uit van een analyse door een bedrijfsrevisor. De kapitaalverhoging wordt vervolgens geakteerd in een notariële akte en gepubliceerd.

Bij deze witwasmethoden ligt een grote verantwoordelijkheid bij professionals die betrokken zijn bij vennootschappen zoals revisoren, accountants en notarissen. Zij zijn verplicht vermoedens van witwassen te melden aan het centraal meldpunt (Financial Intelligence Unit - Nederland of Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) in België). Dit levert niet veel op, afgaande op het (geringe) aantal meldingen van revisoren en accountants in de jaarverslagen van de CFI.

Het witwassen via een fictieve verhoging van de omzet is veel moeilijker te detecteren: dit vereist bijna een permanente vergelijking van het aantal klanten met het opgegeven aantal verkopen. Bedrijfstakken die hiermee vaak in verband worden gebracht, zijn belwinkels, gokautomatenenhallen en (in Nederland) de legale prostitutie.

Casino[bewerken]

Een methode die soms wordt gebruikt om geld wit te wassen, is het kopen en weer verzilveren van fiches in een casino. De bezitter van het geld verklaart dan dat hij het geld gewonnen heeft met gokken. Dit veronderstelt echter een verregaande naïviteit van de casino-uitbater of diens medeplichtigheid.

Zie ook het antiwitwasbeleid van Holland Casino.

Valse facturen[bewerken]

Ook kunnen valse facturen worden uitgeschreven. De ontvanger van het geld beweert daarvoor diensten of goederen te hebben geleverd, die in werkelijkheid nooit geleverd zijn.

Wettelijke regelingen[bewerken]

België[bewerken]

In België is het witwassen van illegaal verworven vermogensvoordeel van alle misdrijven strafbaar volgens artikel 505, 1° lid 2-3-4 van het Strafwetboek.

In België moeten verdachte transacties gemeld worden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). Het juridisch kader is de Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Een heleboel meldingsplichtigen (praktisch iedereen die op een professionele manier met geld bezig is) (art. 2 van de Wet van 11 januari 1993) moeten verdachte transacties of andere zaken waarvan vermoed wordt dat ze te maken hebben met witwassen melden aan de CFI. Bepaalde bankverrichtingen, waarvan de omvang of frequentie aanzienlijk zijn, worden bijna ambtshalve doorgegeven aan de CFI.

De CFI onderzoekt de melding en indien de verdachte transactie of handeling kan gelinkt worden aan een misdrijf dat of strafbare gedraging die omschreven staat in een beperkte lijst (art. 3 van de Wet van 11 januari 1993) wordt een rapport overgemaakt aan de procureur des Konings.

Sedert 1 september 2007 geldt dat meldingsplichtigen (art. 2, 2bis en 2ter van de Wet van 11.1.1993), in die gevallen waarvan vermoed wordt dat het gaat om vermogensvoordelen afkomstig van fiscale fraude, enkel nog moeten melden indien het gaat om ernstige en georganiseerde fiscale fraude. Een apart Koninklijk Besluit heeft bepaald welke criteria deze fraude heeft. Indien één van deze criteria in een transactie gebruikt wordt moet de CFI ingelicht worden. Indien de meldingsplichtige meldt, geldt voor hem/haar een verschoningsgrond.

Nieuwe regelingen die witwassen in België moeten tegengaan zijn onder andere het voorschrift dat een transactie waarbij een handelaar betrokken is niet in contanten mag worden uitgevoerd wanneer het bedrag van de transactie gelijk of meer is dan € 15.000. In dat geval moet de transactie via girale weg verlopen. Deze beperking zal ook in EU verband gaan gelden.

Vanaf 2008 bestaan er geen effecten aan toonder meer zodat de werkelijke eigenaar steeds bekend zal zijn.

Ingevolge het Koninklijk Besluit (KB) van 5 oktober 2006 geldt vanaf 15 juni 2007 in België een "aangifteplicht". Dit houdt in dat het " grensoverschrijdend vervoer van liquide middelen ter waarde van € 10.000 of meer" op verzoek van de bevoegde autoriteiten dient te worden aangegeven. Deze aangifteplicht geldt voor liquide middelen die vervoerd worden tussen België en een lidstaat van de Europese Gemeenschap of tussen deze lidstaat en België op de persoon, in de bagage of aan boord van een vervoermiddel hetzij op enige andere manier. Alle politiediensten en de douane zijn bevoegd om deze maatregel te controleren. Indien er aanwijzingen zijn dat het gaat om mogelijk witwassen of financiering van illegale activiteiten (lees financiering van terrorisme) worden de liquide middelen in bewaring genomen gedurende maximaal 14 kalenderdagen onverminderd de mogelijkheid tot (voorlopige) inbeslagname door de gerechtelijke autoriteiten.

Dit KB is de Belgische implementatie van de EG-verordening 1889/2005 betreffende de controle van liquide middelen: ingevolge de strengere anti-witwasmaatregelen (voornamelijk in het Westen) is het voor witwassende criminelen moeilijker geworden om geld rechtstreeks te "injecteren" in het financieel stelsel. Daarom wordt er terecht van uitgegaan dat zij andere wegen en/of manieren zoeken om hun constante stroom van crimineel verworven geld wit te wassen of op een andere manier te gebruiken. Eén van deze wegen is het fysiek vervoer van geld ( = liquide middelen) om het van een streng(er) gecontroleerd land te verplaatsen naar een land waar er minder anti-witwasmaatregelen zijn. Via de aangifteplicht, die in de ganse Europese Gemeenschap van kracht is/zal worden, wordt getracht het de criminelen moeilijker te maken om zo geld wit te wassen.