Strafbaar feit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Strafbare feiten of delicten zijn menselijke gedragingen die vallen binnen de grenzen van de wettelijke delictsomschrijving, en wederrechtelijk en verwijtbaar zijn. Op inbreuk staat straf. In het dagelijks spraakgebruik zijn delict en misdrijf synoniemen. Juridisch zijn ze niet precies hetzelfde.

België[bewerken]

In België worden de strafbare feiten "misdrijven" genoemd. Het Strafwetboek deelt de misdrijven in in drie categorieën:

Minderjarigen die strafbare feiten plegen, worden beoordeeld door de Jeugdrechtbank. Men spreekt in dat geval niet over "misdrijven", maar over als misdrijf omschreven feiten (of kortweg MOF).

Overtreding[bewerken]

Een overtreding is de lichtste vorm van misdrijf. Ze wordt bestraft met een gevangenisstraf van maximum zeven dagen of een geldboete van ten hoogste 25 euro te vermenigvuldigen met de opdeciemen.

Het systeem van opdeciemen bestaat erin een geldboete te verhogen met een in de wet voorzien coëfficiënt die regelmatig wordt aangepast aan de huidige waarde van het geld. Het aantal opdeciemen ligt nu vast op 50[1], dat wil zeggen dat het bedrag van de geldboete met 6 moet worden vermenigvuldigd om te komen tot het werkelijk te betalen bedrag van de boete.

De toevoeging aan een bedrag van één decime komt overeen met de verhoging van dat bedrag met één tiende; de verhoging met vijfenveertig decimes staat gelijk met de vermenigvuldiging van het bedrag met vijf en een half. [2]

Het is meestal de politierechtbank die zich uitspreekt over overtredingen.

Wanbedrijf[bewerken]

Een wanbedrijf kan bestraft worden met een gevangenisstraf van minimum acht dagen en maximum vijf jaar of een geldboete van ten minste 26 euro te vermenigvuldigen met de opdeciemen.

Het is de correctionele rechtbank die uitspraak doet over wanbedrijven.

Ook de poging tot het plegen van een wanbedrijf is strafbaar. De straffen hiervoor liggen lager dan voor het wanbedrijf zelf

Misdaad[bewerken]

Misdaden zijn de meest ernstige misdrijven. Een misdaad is strafbaar met een celstraf van minimum vijf jaar, dwangarbeid of een geldboete van minstens 26 euro te vermenigvuldigen met de opdeciemen.

Het is het Hof van Assisen dat zich uitspreekt over misdaden.

Ook de poging tot het plegen van een misdaad is strafbaar. De straffen hiervoor liggen lager dan voor de misdaad zelf.

Nederland[bewerken]

Om te leiden tot het opleggen van een straf of maatregel moet een strafbaar feit aan vier voorwaarden voldoen:

1. een menselijke gedraging zijn die bewezen is

Wanneer het feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden volgt er vrijspraak.[3]

2. binnen een delictsomschrijving vallen

Een voorbeeld van een delictsomschrijving is te vinden in artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht:

Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

Is het feit wel bewezen, maar valt het niet binnen een delictsomschrijving dan volgt ontslag van alle rechtsvervolging.[4]

3. wederrechtelijk zijn

Wanneer er formele of materiële wederrechtelijkheid ontbreekt, dan is er een rechtvaardigingsgrond en volgt ontslag van alle rechtsvervolging. Tenzij wederrechtelijkheid bestanddeel is van de delictsomschrijving, dan volgt vrijspraak. Er wordt dan immers niet voldaan aan een bestanddeel uit de delictsomschrijving. [4]

4. aan schuld zijn te wijten

Indien schuld en verwijtbaarheid ontbreekt, is er een schulduitsluitingsgrond en volgt ontslag van alle rechtsvervolging. Tenzij schuld bestanddeel is van de delictsomschrijving, dan volgt vrijspraak. Er wordt dan immers niet voldaan aan een bestanddeel uit de delictsomschrijving. [5]

Ook wanneer er geen veroordeling volgt, maar sprake is van vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging behoort het opleggen van een maatregel in bepaalde gevallen wel tot de mogelijkheden.

Strafbare feiten kunnen worden onderverdeeld in:

Misdrijf[bewerken]

Misdrijven zijn ernstigere inbreuken op de rechtsorde en omvatten rechtstreekse inbreuken op andermans rechten (doodslag, diefstal, verkrachting), en inbreuken tegen de private (bankbreuk, jaarrekeningfraude, onttrekking goederen aan civiel beslag) of publieke (aanslag op de koning, belastingfraude, landverraad, terroristische activiteiten) rechtsorde. Ook omvat deze een aantal gevaarszettingsdelicten zoals het veroorzaken van een overstroming, explosie, radioactieve besmetting, brandstichting, gevaar veroorzaken voor trein- of luchtvaartverkeer. Ook het rijden onder invloed wordt als misdrijf aangemerkt. Op een misdrijf staat maximaal 30 jaar of levenslange gevangenisstraf.

Overtreding[bewerken]

Overtredingen omvatten vaak lichtere ordeverstoringen: gedrag dat de rechtsorde geld kost (rommel maken), of gewoon erg irritant is (hondenpoep, openbare dronkenschap). Op een overtreding staat maximaal één jaar hechtenisstraf. Daarnaast zijn pogingen tot overtreding niet strafbaar, en wordt een overtreding door de kantonrechter (sector kanton bij de rechtbank) afgehandeld, in plaats van door de rechtbank.

Wetgeving[bewerken]

Niet alle strafbare feiten zijn geregeld in het Wetboek van Strafrecht. Er zijn ook veel andere wettelijke regelingen waarin strafbare gedragingen omschreven staan, waarvan sommigen overtredingen en anderen misdrijven zijn, zoals de Veewet, de Wegenverkeerswet, de Opiumwet, de Wet op de economische delicten en de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente.

In gemeentelijke verordeningen mogen alleen overtredingen staan. Daarnaast bevat het Wetboek van Strafrecht een aantal algemene overtredingen zoals baldadigheid, openbare dronkenschap en onbevoegd betreden van privéterrein.

Beoordeling[bewerken]

Een probleem bij het vaststellen van strafbare feiten ligt in de duiding van het beschikbare bewijsmateriaal. Naarmate de mogelijkheden op het gebied van het technisch forensisch wetenschappelijk onderzoek toenemen wordt een correcte duiding van het materiaal moeilijker. Als het feitenmateriaal verkeerd geduid wordt, kan dat leiden tot een gerechtelijke dwaling.

Een verschijnsel dat het gevaar van een incorrecte duiding kan vergroten is het optreden van tunnelvisie, waarbij men slechts één mogelijk scenario in gedachten heeft, en mogelijke alternatieve verklaringen over het hoofd ziet. Rechtspsycholoog Eric Rassin deed in dit kader onderzoek naar confirmatie-bias.[6]

Toenemende aandacht voor deze problematiek leidde tot de oprichting van de Commissie evaluatie afgesloten strafzaken opgericht, die mogelijk onterechte veroordelingen moet identificeren en de oprichting van The Maastricht Forensic Institute,[7] een concurrent voor het Nederlands Forensisch Instituut. Daarnaast wordt er gesproken over extra scholing voor rechters in de duiding van feitenmateriaal en wetenschappers krijgen een extra opleiding in de kennisoverdracht richting juristen. Deze wetenschappers worden geregistreerd in het landelijk register gerechtsdeskundigen.[8]

Enkele wetenschappers maken zich grote zorgen om deze problematiek van de waarheidsvinding en bepleiten een RevisieRaad waar dubieuze zaken kunnen worden beoordeeld. Wetenschapsfilosoof Ton Derksen schreef een boek over de zeven hoofdzonden van een waarheidsvinder.[9]

Andere regimes[bewerken]

In totalitaire regimes worden delictsomschrijvingen soms vaag gehouden (omschrijvingen als "hij die een inbreuk maakt op de algemene en politieke rechtsorde", "staatsgevaarlijke of ondermijnende activiteiten"), zijn ze in strijd met de universele mensenrechten, worden ze zo gesteld dat iedereen eronder kan vallen (het hebben van "staatsgevaarlijke denkbeelden"), of wordt het legaliteitsbeginsel niet gevolgd (strafbaarstelling van alles dat naar de mening van het volk strafbaarheidsstelling behoeft, het gesundes Volksempfinden). Ook zijn straffen vaak buitenproportioneel. Daar waar de sharia is ingevoerd, worden bovendien gedragingen als overspel of het heffen van rente strafbaar gesteld, met lijfstraffen en doodstraffen als steniging als sanctie.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen inzake justitie, artikel 2; Wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten , artikel 1
  2. Cass., AR P.09.1767.F, 24 februari 2010, http://www.cass.be
  3. artikel 352 lid 1 Wetboek van Strafvordering
  4. a b artikel 352 lid 2 Wetboek van Strafvordering
  5. artikel 352 lid 2 Wetboek van Strafvordering.
  6. Waarom ik altijd gelijk heb, over tunnelvisie, Eric Rassin, Uitgeverij Scriptum, druk 2007, ISBN 978-9055-945634
  7. TMFI The Maastricht Forensic Institute
  8. LRGD.nl Stichting Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen
  9. Het OM in de fout, Ton Derksen, Uitgeverij Veen Magazines - Diemen, druk 2008, ISBN 978-90-8571-170-4