Intuïtie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Intuïtie kan worden omschreven als een "ingeving", een vorm van "direct weten", zonder dat men dit beredeneerd heeft.

Definities[bewerken]

Intuïtie wordt in de gangbare definities omschreven in termen van zowel een functie of proces, als de inhoud of het product van een functie of proces. Zo geeft de Webster dictionary de volgende definities:

  • de directe perceptie van waarheid, feiten e.d., onafhankelijk van enig redeneerproces
  • een feit, of waarheid die op deze wijze is waargenomen
  • een scherp en snel inzicht
  • het vermogen of eigenschap van een dergelijke snelle perceptie of direct inzicht.

In de filosofie wordt het begrip intuïtie gebruikt als aanduiding van pure, directe kennis die niet uit eerdere kennis kan worden afgeleid (zie ook Henri Bergson). Het begrip intuïtie speelt ook een rol in de persoonlijkheidstheorie van Carl Gustav Jung en newage-stromingen.

Bij de theosofie leert men dat de intuïtie een hoger aspect is van het denkvermogen (manas[1]) dat een zintuig is voor gedachten van edele aard. Het wordt geïnspireerd door de wijsheid (Buddhi[2]). Het is in zekere zin superieur aan het het stoffelijke verstand (de ratio), dat tijd-ruimtelijk procesmatig denkt en onvoldoende geoefend, meestal fouten maakt. Temeer daar de mens tegenwoordig bij het denken hoofdzakelijk door de begeerte (Kama) wordt beïnvloed. De intuïtie is boven-rationeel en correct. Na de ervaring van een intuïtie kan men met het verstand (het lagere manas) een rationele duiding geven van het inzicht dat verkregen is. Zoals een wetenschapper die een nieuw inzicht heeft "gezien" daarna de grondslag kan leggen voor een nieuwe rationele theorie. De intuïtie dient niet verward te worden met het gevoel (instinct), dat hoewel in wezen correct, bij de mens negatief wordt beïnvloed door zijn denken (lagere manas). Vele zogenaamde helderzienden maken gebruik van instincten in plaats van intuïtie, het is volgens de theosofie een soort atavisme.

Binnen de Integratieve Psychologie wordt Intuïtie gedefinieerd als de resultante van zintuiglijke waarneming vanuit het nu, gecombineerd met cognities en ervaring. Omdat de mens voortdurend ontwikkelt, is er ook een ontwikkeling waarneembaar in intuïtieve reacties op waarnemingen.

Gezien bovenstaande verschillende definities zal onderstaande geïnterpreteerd moeten worden naar de visie waaruit deze is voortgekomen.

Algemeen[bewerken]

Intuïtie wordt in de psychologie ook wel omschreven als impliciete ingevingen, als gevolg van bepaalde gedachtegangen en waarnemingen. Dit in tegenstelling tot het bewuste of expliciete kennen en waarnemen. Mogelijk helpen intuïtieve ingevingen de mens om in complexe situaties een beslissing te nemen. Dit komt onder andere omdat er hierbij in mindere mate een beroep wordt gedaan op de beperkte capaciteit van onze hersenen. Intuïtieve ingevingen hoeven echter niet altijd tot de juiste beslissingen te leiden.

Aangeleerde intuïtie[bewerken]

Intuïtie is er niet vanzelf, maar moet worden gevormd. Anders gezegd: het kan worden opgevat als een vorm van automatische en onbewuste verwerking van informatie die is aangeleerd. Naar dit verschijnsel is vooral in de experimentele psychologie veel onderzoek gedaan. Complexe vaardigheden zoals schaken en alledaagse activiteiten als fietsen, leren lezen en autorijden vragen aanvankelijk veel inspanning en concentratie. Zij 'vragen' naar men aanneemt vooral bij onervaren mensen veel hersencapaciteit. Ervaren schaakspelers en automobilisten handelen daarentegen snel en intuïtief, dat wil zeggen zonder er bij na te denken. Zo liet onderzoek van onder anderen Chris Chabris [3] zien dat ervaren schakers hebben geleerd groepen te vormen van stukken en zetten, in plaats van alle stukken of zetten stuk voor stuk te overdenken. Veel van dit impliciete gedrag kan door oefening worden aangeleerd. Het bewust gecontroleerde of expliciete gedrag fungeert daarbij als een voorstadium, of eerste fase waarbij alle individuele stapjes worden doorlopen en uitgeprobeerd. In de tweede fase 'slijt' dit patroon van denken als het ware geleidelijk in.

Hersenen en oefening[bewerken]

Vermoedelijk treedt tijdens het leer- of oefenproces ook een verandering op in het patroon van hersenactiviteit. Zo lijkt in de vroege leerfase, dus bij bewuste verwerking van informatie, sprake te zijn van een betrokkenheid van de linker hersenhelft en de prefrontale cortex. Deze gebieden sturen vooral het bewuste, 'nadenk gedrag' aan. Later, dus bij vorming van meer automatische of onbewuste vormen van gedrag, lijkt er een verschuiving in dit patroon op te treden, waarbij de rechter hersenhelft meer activiteit, en de prefrontale hersenen minder activiteit laten zien.

Intuïtie als gevoel[bewerken]

Intuïtie wordt soms ook omschreven als een andere vorm van denken of handelen, waarbij het gevoel mede bepalend is voor het verloop. Dit aspect is vooral door de neuroloog Antonio Damasio benadrukt in zijn somatische-stempelhypothese. In zijn visie is het zo dat bij het nemen van moeilijke beslissingen het gevoel, en de signalen van ons lichaam die door dit gevoel worden opgeroepen, kunnen helpen om de 'knoop door te hakken'.

Intuïtie en kunst[bewerken]

Intuïtie speelt niet alleen bij het denken of nemen van beslissingen, maar ook bij kunstuitingen een rol. Vaak wordt van kunstenaars gezegd dat zij bij hun werk, bijvoorbeeld bij het maken van schilderijen, beeldhouwwerken, poëzie en romans, intuïtief te werk gaan.

Kloppen intuïties altijd?[bewerken]

Intuïties kunnen, zoals hierboven aangegeven, berusten op inzichten die via ervaring zijn verkregen. In deze zin hebben zij een nuttige functie in het sturen van ons gedrag in complexe situaties, of bij complexe vaardigheden. Intuïtieve ingevingen leiden echter niet altijd tot juist beslissingen. Dit geldt in het bijzonder voor ingevingen waarbij het gevoel overheerst. Zo kan bijvoorbeeld impulsief gedrag soms leiden tot verkeerde keuzes of beslissingen, omdat men niet alle aspecten van een situatie heeft doordacht. Intuïtie kan ook een rol spelen bij ons geheugen. Men spreekt dan van impliciet geheugen. Soms denken mensen zeker te weten dat zij iets of iemand eerder hebben gezien, of dat zij iets hebben meegemaakt. Deze herinneringen blijken echter niet altijd met de realiteit overeen te stemmen. Dit verschijnsel kan onder andere leiden tot onbetrouwbare getuigenverklaringen.

Het volgen van intuïtieve ingevingen is (volgens de plausibiliteitsmethode) een onbewust proces (denk maar aan het besturen van een motorvoertuig) dat gecorrigeerd kan worden door rationeel denken. Albert Einstein schijnt hierover gezegd te hebben: 'De intuïtie is een Godsgeschenk, de ratio een dienaar; ergens in de tijd zijn we de dienaar gaan aanbidden en het geschenk vergeten'.

Niet alle intuïtieve responsen van onze hersenen kunnen worden verklaard omdat er geen totaal inzicht bestaat over de registratie van de zintuiglijke waarneming, noch over het totaal van cognities en opgedane ervaringen. Als zodanig is het logisch gevolg dat het vrijwel onmogelijk is om te duiden of de intuïtie altijd klopt. Volgen we de definitie van de Integratieve Psychologie, dan is het plausibel dat de intuïtie van de ontwikkelde (oudere, meer ervaren, meer belezen) mens minder fouten maakt.

Wetenschappelijk onderzoek[bewerken]

In wetenschappelijke kringen wordt steeds meer onderzoek gedaan naar (on)bewuste keuzeprocessen en intuïtie. Onderzoekers die zich daarmee bezighouden zijn onder andere Ap Dijksterhuis en John A Bargh.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Manas Geraadpleegd op 6 december 2012
  2. (en) Buddhi Geraadpleegd op 6 december 2012
  3. Chabris, C.F. & Hamilton, S.E. (1992). Hemispheric specialization for skilled perceptual organization by chess masters. Neuropsychologia, 30, 47-57.