Theosofie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor Christelijke theosofie, zie apart artikel.
Het theosofisch zegel

Theosofie, wijsheidsreligie of esoterische wijsbegeerte (Grieks: "Theos" (θεος) goddelijk, "sophia", wijsheid) is een religieuze filosofie en metafysica die stelt dat alle religies pogingen van een goddelijke macht zijn om de mensheid tot grotere perfectie te brengen. Daarom stelt de theosofie dat elke religie een deel van de waarheid in zich heeft.

De theosofie gaat er niet van uit dat kennis door openbaring komt, zelfs niet in de zin van een nieuwe en rechtstreekse onthulling door hogere, bovennatuurlijke, of althans bovenmenselijke wezens, maar alleen in de zin van een 'ontsluiering' van oude waarheden. Ze beweegt zich zowel op het terrein van de wetenschap, de filosofie als de religie en beweert een synthese hiervan te zijn.

Oorsprong van de naam[bewerken]

De naam theosofie dateert uit de derde eeuw van onze jaartelling en komt voor het eerst voor bij Ammonius Saccas en zijn leerlingen, die het eclectisch theosofisch stelsel invoerden.[1] De Russische esoterica Helena Blavatsky (1831-1891) heeft de term in het westen weer bekendgemaakt. Samen met onder andere Henry Steel Olcott en William Quan Judge stichtte ze in New York in 1875 de Theosophical Society. Blavatsky is de voornaamste kracht achter de theosofische beweging van deze tijd. In haar geschriften en die van haar leraren en leerlingen zijn de belangrijkste gedachten van de filosofie van de beweging tot uitdrukking gebracht.

Theosofische grondbeginselen[bewerken]

Theosofen gaan bij het zoeken naar een beter begrip van de werkelijkheid en naar de waarheid achter de uiterlijke verschijnselen uit van de aanname dat bewustzijn vooraf gaat aan de manifestatie. Dit is een axioma en geen dogma. Dit staat lijnrecht tegenover de aanname van sommige wetenschappers (zie reductionisme) dat bewustzijn een gevolg is van chemische reacties in de manifestatie.

Wilsvrijheid en vrijheid van keuze moet aan de basis liggen van elk streven naar wijsheid. De theosofie kent geen "verplicht te aanvaarden" leerstellingen. Zij kent überhaupt geen verplichtingen, anders dan die welke voortspruiten uit de eigen moraliteit.

De theosofie gaat bijvoorbeeld uit van andere werkelijkheden - mentaal of astraal - dan de waarneembare stoffelijke werkelijkheid. De leer kent 'typisch theosofische' visies over begrippen als reïncarnatie, karma, hiërarchieën, evolutie en erfelijkheid.

Grondstellingen[bewerken]

In Blavatsky's werk 'De Geheime Leer'[2], worden drie grondstellingen, die de basis vormen voor de verdere in dit werk neergelegde filosofie, verwoord en toegelicht:

  1. Een alomtegenwoordig, eeuwig, grenzeloos en onveranderlijk BEGINSEL, waarover elke speculatie onmogelijk is, omdat het het menselijke begripsvermogen te boven gaat en door menselijke uitdrukkingen of vergelijkingen alleen kan worden verkleind.
  2. De eeuwigheid van het Heelal in toto als een grenzeloos gebied, is periodiek 'het toneel van talloze Heelallen die zich onophoudelijk manifesteren en weer verdwijnen' en die 'de zich manifesterende sterren' en 'de vonken van de eeuwigheid' worden genoemd.
  3. De fundamentele gelijkheid van alle zielen met de 'Universele Overziel', die zelf een aspect is van de 'Onbekende Wortel'; en de verplichte pelgrimstocht voor iedere ziel – een vonk van eerstgenoemde – door de cyclus van incarnatie (of 'noodzakelijkheid') in overeenstemming met de cyclische en karmische wet gedurende het hele tijdperk.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

On line versie: [1]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. H.P. Blavatsky, De Sleutel tot de Theosofie, Theosophical University Press, Den Haag (1985), blz. 1, 2 en 34 - ISBN 90-70328-15-1
  2. H.P. Blavatsky, De Geheime Leer, De synthese van Wetenschap, Religie en Filosofie, Deel 1, Theosophical University Press Agency, Den Haag (1888) blz. 43-7 - ISBN 90-70328-21-6