Neopythagorisme
Het neopythagorisme was een herleving van diverse ideeën uit de leer van Pythagoras en de pythagoreïsche traditie. Het hoogtepunt ervan lag in de tweede en eerste eeuw voor Christus, maar ook in de volgende eeuwen waren er nog invloeden terug te vinden.
Enkele bekende neopythagoreërs uit de tweede eeuw voor Christus waren onder andere de denkers Oscellus Lucanus, Timaeus Locrus en Archytas. Ook de filosoof Apollonius van Tyana uit de eerste eeuw voor Christus wordt doorgaans beschouwd als een neopythagoreër. Daarnaast zijn ook in de leer van bepaalde neoplatonisten, onder andere bij Numenius, Iamblichos en Plotinos, invloeden van het neopythagorisme merkbaar.
Hoewel de stroming het neoplatonisme licht wist te beïnvloedde, lag de nadruk in de stroming vooral op de wiskunde en op de aritmologie, het toekennen van mystieke en metafysische eigenschappen aan getallen. Daarnaast was er ook een grote interesse in de ascetische levensstijl van Pythagoras en de bijhorende regels en gebruiken en nam de studie van het leven van Pythagoras een centrale rol in. Zo schreef Iamblichos het bij ons overgeleverde werk Leven van Pythagoras, dat een belangrijke bron van informatie is over de pythagoreïsche leer. Het neopythagorisme vormde daarmee geen productieve school van nieuwe ideeën, maar beperkte zich veelal tot het herinterpreteren en becommentariëren van het pythagoreïsche gedachtegoed.
Ook in de moderne en hedendaagse filosofie zijn er nog invloeden van het neopythagorisme merkbaar, bijvoorbeeld in de stelling van Löwenheim-Skolem, die aangeeft dat geldige interpretaties van de wereld terug te voeren zijn tot getallen. Ook de theorie van het interne realisme van de epistemoloog Hilary Putnam steunt op een pythagoreïsche gedachte.
[bewerken] Esoterisch
Voor de 20e eeuwse esoterische stroming van het neopythagorisme, zie Pythagorisme (esoterie)