Oude Testament

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Introductie in de Gutenbergbijbel door de vertaler Hiëronymus van Stridon in het Latijn

Het Oude Testament (Vetus Testamentum in het Latijn), is het eerste gedeelte van de Bijbel. Dit gedeelte dateert van voor het begin van de christelijke jaartelling. Het Oude Testament bevat volgens de protestantse traditie dezelfde boeken als de Hebreeuwse Bijbel, de Tenach, maar in een andere volgorde. De Tenach, is in het Hebreeuws geschreven (met uitzondering van een paar passages die in het Aramees zijn geschreven in de Bijbelboeken Ezra (4:8 - 6:18 en 7:12-26) en Daniël (3:4b - 7:28)). Het Oude Testament bevat in de rooms-katholieke en de oosters-orthodoxe Kerken ook nog enkele boeken die in het Grieks zijn overgeleverd. De naam "Oude Testament" wordt door Joden afgewezen, daarom spreken zij van het "Eerste Testament" of van de "Hebreeuwse Bijbel".

Inhoud en canon[bewerken]

Het Oude Testament bevat boeken van verschillende inhoud. Er zijn wat men noemt 'historische boeken' (niet zo zeer geschiedschrijving als wel theologie) die de overgeleverde verhalen van het Joodse volk bevatten, boeken met uitspraken van profeten, wetboeken en boeken met liederen en spreuken.

Het Oude Testament is tevens de literatuur van het volk Israël. Zo'n 35% is poëzie.

Binnen de christelijke kerken is de samenstelling van het Oude Testament niet overal gelijk. Enkele Bijbelboeken en delen van boeken zijn wel deel van de rooms-katholieke en de oosters-orthodoxe canon maar niet van de protestantse canon. Deze staan in de rooms-katholieke Kerk bekend als deutero-canonieke boeken en worden door de protestantse kerken Apocriefen van het Oude Testament genoemd. Het katholieke Oude Testament heeft daarmee 46 boeken. De protestantse inhoud van het Oude Testament is gelijk aan die van de Tenach, 39 boeken, maar de volgorde verschilt.

Interpretatie van het Oude Testament[bewerken]

In de joodse traditie geldt alleen de Thora.[1] Het onderscheid tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament bestaat dan ook niet in het jodendom, aangezien slechts de Thora de basis vormt voor de schriftelijke leer.

In het jodendom bestaat ook nog de zogeheten 'mondelinge leer' (die al lange tijd op schrift staat) de Misjna en de Gemara die, volgens de joodse traditie, Mozes ook heeft overgedragen. Ook deze geschriften worden meegewogen in de interpretatie. Deze interpretatie is 'open': iedere nieuwe generatie heeft de plicht haar eigen interpretatie te vinden - waarbij gesteld wordt (inzonderheid door de kabbala) dat er binnen een generatie zeventig geldige betekenissen zijn.

Christenen noemen dit Eerste Testament het Oude Testament omdat zij geloven dat God door de komst van Christus, zoals beschreven is in het Nieuwe Testament, het verbond vernieuwde en toegankelijk maakte voor niet-joden. De joden stellen met een witz dat deze boeken noch oud zijn, noch een testament vormen.[2] Het verschil zit hem vooral in de interpretatie van het woord verbond. In het Hebreeuws, bijvoorbeeld Exodus 24:6 (berit) betekent dit niet per se testament. De Septuagint, de Griekse vertaling echter, vertaalt hier niet met syntheke, maar met diatheke, wat deze betekenis wel heeft. De schrijver van Hebreeën concludeert dat dit betekent dat er sprake moet zijn van de dood van de erflater (Heb.9:16). Ook gebruikt de schrijver van de Hebreeën brief teksten uit het Oude Testament waarin de profeet Jeremia zegt dat God een nieuw verbond gaat sluiten met de beide koningshuizen Israël en Juda, die beiden het volk Israël vormden.[3]

Christenen stellen dat zowel het Oude als het Nieuwe Testament geïnspireerd zijn door de Heilige Geest; hierin wordt volgens veel christenen aangetoond dat veel beloftes en profetieën van het Oude Testament zijn vervuld en dat daardoor een nieuw tijdperk is ingegaan.
De vroege Kerk had geen andere Bijbel dan dit Oude Testament, waarnaar zowel Jezus als de apostelen verwezen in Griekse vertaling. Christus vereenzelvigde zich in de Evangeliën met de "Mensenzoon" en de "Knecht des Heren" die het verbond met God vernieuwde, onder verwijzingen naar teksten in het Oude Testament. Daarmee werd de Hebreeuwse Bijbel een nieuw boek.[4]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Verschillende spelling mogelijk: Thora is in het Nederlands de officiële.
  2. In de - anonieme - brief aan de Hebreeën, worden het Oude en het Nieuwe Testament met elkaar vergeleken in hoofdstuk 7 t/m 10.
  3. (vers 8:) Want hen berispend zegt Hij tegen hen: Zie, de dagen komen, spreekt de Heere, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, (vers 9:) niet overeenkomstig het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag toen Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte uit te leiden. Want zij bleven niet in Mijn verbond en Ik heb geen acht meer op hen geslagen, zegt de Heere, (vers 10:) Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. (Hebreeën 8 & Jeremia 31)
  4. Bruce, F.F., The Canon of Scripture, IVP 1988, bladzijde 55 - 67 en verder, hoofdstuk 4