Apocalyptiek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Apocalyptiek is een verzamelnaam voor een omvangrijke serie werken die tussen de tweede eeuw v.Chr. en de tweede eeuw n.Chr. verschenen en die worden gekenmerkt door typische reflecties op het einde van de wereld en andere mysterieuze zaken. De term wordt gebruikt vanaf de tweede eeuw n.Chr., waarschijnlijk afgeleid van het openingswoord van de Openbaring van Johannes: Αποκάλυψις (Apokalupsis, "openbaring").

1rightarrow blue.svg Zie ook het artikel Apocalyps

Apocalyptische werken[bewerken]

De enige werken die voldoen aan de karakteristieken van dit genre die zijn opgenomen in de canon van de Bijbel zijn Daniël en Openbaring. Daarnaast zijn diverse werken in hetzelfde genre en uit hetzelfde tijdsgewricht bekend:

Andere werken uit hetzelfde genre noemen zich "testament", zoals:

Daarnaast zijn van historisch belang de Ethiopische Henoch (waarvan veel fragmenten al uit de tweede eeuw v.Chr. stammen) en de Sibyllijnse orakels (oudste gedeelten uit tweede eeuw v.Chr.). Met uitzondering van deze laatste verzameling zijn al deze geschriften op Palestijnse bodem ontstaan. Ze stonden in hoog aanzien bij de vroege christenen. De Openbaring van Henoch werd als canoniek beschouwd in de Brief van Barnabas (ca. 135) en door Tertullianus. 4 Esdras werd als canoniek beschouwd door Tertullianus, Clemens van Alexandrië en Ambrosius.

In de tweede eeuw was het genre nog zeer geliefd bij christenen, want er werden nog steeds vele apocriefen geschreven, zoals:

Ze beginnen meestal volgens het model van Marcus 13, waarbij een leerling (Paulus, Petrus enz.) aan Jezus, zittend op de Olijfberg, vraagt: "Heer, wanneer komt het einde en wat gebeurt er dan?"

Kenmerken[bewerken]

In aanmerking genomen dat deze werken in drie tot vier eeuwen tot stand zijn gekomen, is het generiek beschrijven van hun kenmerken uiteraard een hachelijke zaak.[1] Toch zijn er enkele kenmerken die zonder veel weerspraak kunnen worden geïsoleerd:

Stijl[bewerken]

Pseudonimiteit 
Bijna alle geschriften in dit genre zijn op naam van een eerbiedwaardig persoon uit de oudheid gezet, waarbij men niet schroomde terug te gaan tot Adam en Henoch[2]. Uiteraard werden nationale figuren als Abraham, de twaalf patriarchen, Mozes en Elia niet vergeten. Door het (fictief) toeschrijven aan een onomstreden "grootheid" kregen de werken groot gezag. Als tenslotte het visioen wordt "verzegeld", dan moet de inhoud wel verzekerd en betrouwbaar zijn.[3]
Visionair karakter 
De auteurs beweren allen bepaalde taferelen te hebben "gezien".[4] Vaak wordt vermeld dat een engel aanwezig was of zelfs de beelden toonde en uitleg gaf, soms is er sprake van een gesprek tussen engel en ziener. Meestal komen passages met regelmaat terug, zoals "Toen zag ik en zie..." of het in zwijm vallen aan het einde van een visioen.
Aansporingen 
Vrijwel alle werken hebben de intentie tot aansporing. Charles zei daarom: "Apocalyptic was essentially ethical".[5] Het Testament van de Twaalf Patriarchen is eigenlijk vooral een moraalprediking. De Openbaring wijdt 2 hoofdstukken aan parenese (hoofdstuk 2 en 3) en de Openbaring van Henoch bevat in 94 - 105 weeroepen over zondaars en vermaning tot volharding bij rechtvaardigen.

Inhoud[bewerken]

Van vrijwel alle werken kan worden gezegd dat zij zich met het einde van de wereld bezighouden, dat in hun ogen nabij is. Vrijwel alle werken kennen symboliek van "weken", "dagen" of "jaren".[6] Om niet al te concreet te worden, worden soms onberekenheidsfactoren toegevoegd.[7]

Werken binnen dit genre maken uitputtend gebruik van beelden uit het Oude Testament en hun eigen omgeving om het decor van het einde van de wereld te bouwen. Daarnaast verschijnen de volgende zaken met grote regelmaat:

  • De boze machten zullen tegen het wereldeinde al hun krachten nog eens bundelen om zich te handhaven. Chaotische toestanden in de wereld (oorlog, familieruzies, dwaalleraren) en in de natuur (honger, aardbevingen) worden in dit licht geplaatst.
  • Te midden van deze chaos zal God verschijnen en orde op zaken stellen (als bij de schepping). Hij vaagt het oude weg en gaat zijn definitieve rijk stichten, soms met behulp van een heilsmiddelaar (Messias, hogepriester, Mensenzoon). In latere werken gaat hieraan nog een tussenfase vooraf, een "voorlopig aards rijk".
  • God spreekt definitief zijn afschuw uit over de trouwelozen en zijn goedkeuring over de gehoorzamen in een laatste oordeel. De troon of tronen worden hiervoor in gereedheid gebracht. Soms laat JHWH de uitvoering over aan een vertegenwoordiger, bijvoorbeeld de Mensenzoon.[8]
  • Het lot van de trouwelozen en gehoorzamen wordt uitvoerig belicht: vernietiging of foltering voor de eersten, een nieuw paradijs of nieuw Jeruzalem voor de laatsten.

Verder lezen[bewerken]

  • Inleiding van drs. A.P. van Schaik (1971): De Openbaring van Johannes, Romen, Roermond, blz. I-VII
Bronnen, noten en/of referenties
  1. J.M. Schmidt (1969): Die jüdischen Apokalyptik. Die Geschichte ihrer Forschung von den Anfängen bis zu den Textfunden von Qumran, Neukirchen
  2. Genesis 5
  3. Daniël 8:26; 12:9; 4 Esdras 12:37
  4. Zie bijvoorbeeld Daniël 7:8
  5. R.H. Charles (1913): The Apocrypha and Pseudepigrapha of the Old Testament, I, II, Oxford
  6. Zie bijvoorbeeld Openbaring van Henoch 91-93 of vergelijk Jubileeën met Leviticus 25
  7. Zie bijvoorbeeld Daniël 7:25: "tijd, tijden en een halve tijd"
  8. Henoch 61:8 e.v.