Albrecht Dürer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zelfportret op 28-jarige leeftijd, 1500
Jonge haas, waterverf, gouache, 1506
Rozenkransfeest, altaarstuk 1506, Nationaal Museum Praag
Adam en Eva, 1507
Een houtsnede van Dürer uit 1527 demonstreert zijn ontwerpen voor verdedigingswerken in een oorlog
Melencolia I, 1514, gravure
Albrecht Dürer, Zelfportret na ziekte, circa 33-jarige leeftijd. Pen, penseel en krijt.

Albrecht Dürer (Neurenberg, 21 mei 1471 - aldaar, 6 april 1528) was een Duits kunstschilder, tekenaar, maker van houtsneden en kopergravures, kunsttheoreticus en humanist uit de Noordelijke renaissance. De opkomst van de prentdrukkunst, die parallel loopt aan de ontwikkeling van de boekdrukkunst, maakt van Albrecht Dürer de populairste en invloedrijkste Noord-Europese kunstenaar uit deze periode. Zijn atelier specialiseert zich in druktechnieken. Met name de kopergravure maakt een grote oplage mogelijk.

Veelzijdig kunstenaar[bewerken]

Dürer is vooral bekend om zijn veelzijdigheid. Hij is de bezeten reiziger door Europa en Italië, niet alleen op zoek naar beelden van de renaissance, maar ook naar natuurlijke fenomenen, die hij met veel aandacht vast weet te leggen. Naast een meesterlijk schilder is hij ook een geniaal graveur en schepper van houtsneden. Ook daar blijkt de invloed van de Gotiek. Dürer was ook meetkundige.

Dürer maakt samen met Matthias Grünewald (1475 - 1528), Lucas Cranach de Oudere (1472-1553) en Hans Holbein de Jongere (1497 - 1543) het kruim van de Duitse renaissance-schilderkunst uit. Zijn contacten met antiklerikale humanisten brengen hem tenslotte tot een Hervormingsgezind standpunt.

Jeugd[bewerken]

Dürer is geboren in Neurenberg als de derde zoon van een Hongaarse goudsmid en Barbara Holpe. Van beiden heeft hij een portret geschilderd. In 1485 gaat hij in de leer bij zijn vader. Het oudst bekende werk van Dürer is echter geen edelsmeedkunst maar een zelfportret uit 1484. Toen zijn talent voor tekenen evident werd deed zijn vader hem in 1484 in de leer bij de schilder en boekillustrator Michael Wolgemuth, waar hij onder andere houtgravuretechnieken leerde. Na zijn gezellentijd ondernam Dürer reizen naar onder andere de Nederlanden (1520-1521),[1] Zwitserland en - bijzonder belangrijk - Italië.

Invloed Italiaanse renaissance[bewerken]

Dürer was een van de eerste Noord-Europese kunstenaars die de sfeer van de Italiaanse renaissance tijdens een verblijf in Italië onderging. De belangrijkste invloeden op zijn werk zijn die van Mantegna en Pollaiuolo geweest, later kwam hij onder invloed te staan van de Venetiaan Giovanni Bellini. Niet alleen door de toepassing van het centraal perspectief, schildertechniek maar ook filosofisch-cultureel is Dürer voor de Noord-Europese kunst een doorbraak. Voor het eerst heeft een Noorderling, doordrenkt door het Italiaanse humanisme van Michelangelo en Dante, de moed zichzelf in een frontale zelfverzekerde pose op een doek te plaatsen. Het zelfportret van de schilder is niet alleen een persoonlijk maar ook een cultuurhistorisch document.

Houtsneden[bewerken]

Het bekendste is Dürer echter geworden door zijn houtsneden. Hij profiteerde van de tamelijk jonge techniek in zijn tijd om zijn werk over heel Europa te kunnen verspreiden. Zelfs in Italië, toch het belangrijkste kunstland indertijd, had hij belangrijke invloed bijvoorbeeld op de schilder Pontormo. De biograaf Vasari kraakt in zijn Vite Pontormo af voor het te excessief gebruik van Dürers vormentaal maar wijst er ook op dat Jacopo in ieder geval niet de enige was die zijn voorbeelden zo af en toe volgde. Het gaat hier om de houtsnedes van de Grote en de Kleine Passie van Albrecht Dürer uit 1498 en 1511. Ook zijn Apocalyps-serie met onder meer Die vier apokalyptischen Reiter is bekend. Deze serie is een belangrijke invloed op het werk van de Engelse dichter-graficus William Blake.

Gravures[bewerken]

Melencolia I

Een van Dürers bekendste prenten is Melencolia I, die een visie geeft op de melancholie. De Romeinse I slaat waarschijnlijk op het type zwartgalligheid, volgens de indeling in drie types door de Duitse humanist Cornelius Agrippa. Bij type I, Melencholia Imaginativa, waar kunstenaars aan zouden lijden, heeft verbeelding de overhand op verstand.
  • Rechtsonder zit een trieste figuur met vleugels (engel of genius, het geslacht is niet duidelijk). De figuur steunt het hoofd op de linkerhand en kijkt verbijsterd voor zich uit, ondanks de lauwerkrans. De lichaamshouding is die van de vroegere voorbeelden van melancholie, de oude man Saturnus. In de rechterhand een passer en daaronder een boek. De genius draagt een weelderige jurk met in de plooien een geldbeurs en sleutels. Ondanks alle middelen zit de figuur er verslagen bij, de kern van de melancholie.
  • Overal symbolische voorwerpen en dieren. Aan de voeten van de figuur liggen een bol en links een groot veelvlak (een rombohedron). Een hond - symbool van de trouw - ligt in een kronkel te slapen.
  • Boven het hoofd hangen een weegschaal in evenwicht, een zandloper, een doodsklok en een tovervierkant met het jaartal 1514 erin en waarvan alle diagonalen, rijen, kolommen en 2x2 hoeken opgeteld het getal 34 opleveren: symbolen van wiskunde, de nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen en de vergankelijkheid.
  • In het midden een putto op een molensteen die schrijft?
  • Op de grond een hamer, een schaaf, graveerstiften en een zaag, gereedschap van timmerman en kunstenaar.
  • Op de achtergrond links een regenboog, een fel licht (zon of komeet) en een vleermuis die de titel Melencolia I van de prent als banier draagt en een ladder. In de verte een stad aan de kust van een zee of meer waarin het felle licht weerkaatst.

Een interpretatie is dat de vleugels verwijzen naar de goddelijkheid van de ziel. Maar deze mens is niet goddelijk, want aan de aarde gebonden. De symbolen staan voor het wikken en wegen van de mens, die zich ondanks kennis en wetenschap na de arbeid onbevredigd voelt met het tijdelijke en vergankelijke. De melancholie komt voort uit onzekerheid over het bestaan. De goddelijke bovenzinnelijke werkelijkheid die op de achtergrond nog duidelijk aanwezig is, werd vanaf de vijftiende eeuw langzamerhand verdrongen door het 'nieuwe licht'. Dat licht valt rechts buiten beeld op de figuur en stelt de ontwikkeling van de empirische wetenschappen voor. Melancholie en vertwijfeling is het gevolg van de tweespalt tussen twee totaal verschillende mens- en wereldbeelden.

De Melencolia I wordt ook genoemd in het nieuwste boek van Dan Brown, Het verloren symbool. Hierin staat op een doosje waarin de gouden deksteen van een piramide wordt bewaard: 1514 AD. AD staat voor Albrecht Dürer, en 1514 is een verwijzing naar de Melencolia I.

Ridder, Dood en Duivel

Ridder, Dood en Duivel is een gravure die Dürer gemaakt heeft in 1513. Deze gravure toont aan dat Dürer een techniek ontwikkelt die het mogelijk maakt schilderachtige overgangen te maken van licht naar donker.

Vestingbouw[bewerken]

Tevens heeft hij zich beziggehouden met het ontwerpen van versterkingen voor steden. In 1527 verscheen zijn boek Etliche Unterricht zur Befestigung der Stadt, Schloss und Flecken. Hierin wordt beschreven hoe stadsmuren beter bestand gemaakt konden worden tegen het toen moderne kanonnenvuur. Hij stelde voor om grote, halfronde, naar buiten uitspringende torens te bouwen. Inwendig werden zij voorzien van overwelfde ruimten, eventueel onderverdeeld in meerdere verdiepingen. In deze ruimten konden het geschut en de bediening gedekt worden opgesteld. Zij worden over het algemeen beschouwd als voorlopers van het bastion. Door de enorme afmetingen van deze bouwwerken en de hoge kosten die men moest maken om een stad volgens Dürers methode te bevestigen, is zijn methode zelden op grote schaal in de praktijk gebracht. Van de Nederlandse steden wordt aangenomen dat Sittard op een versimpelde manier volgens de Dürermethode was versterkt. Fort Sanderbout, naast de voormalige Putpoort, is een overblijfsel van een bastei.

Tevens was Dürer schermleerling, en heeft in 1512 een boek uitgegeven waarin een groot aantal voorbeelden van het gebruik van diverse wapens worden gegeven. Hierbij is aandacht voor bastaardzwaard, "Messer", rondeeldolk en worsteltechnieken.

Werk in openbare collecties (selectie)[bewerken]

In 2007 werd Melencolia I, prent uit de collectie Fodor van het Amsterdam Museum tentoongesteld in het Armando Museum in Amersfoort. Daar brak op 22 oktober een felle brand uit. Hierbij is het werk verloren gegaan.
Tot 31 januari 2010 werd een aantal werken van Dürer tentoongesteld in het Groeningemuseum te Brugge omwille van het stadsfestival Brugge Centraal.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Logo Wikimedia Commons
Commons heeft meer mediabestanden op de pagina Albrecht Dürer.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Dürers dagboeknotities hiervan zijn uitgegeven als in het Duits als Tagebuch der Reise in die Niederlände - Lees op Archive.org - en in het Frans als Journal du voyage d'Albert Dürer au Pays-Bas - Lees op archive.org
  2. Objecten in het Museum Boijmans Van Beuningen
  3. Objecten in het Rijksmuseum