Dante Alighieri

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dante Alighieri door Alessandro Botticelli

Durante (Dante) degli Alighieri (Florence, tussen 14 mei en 13 juni 1265Ravenna, 13/14 september 1321) was een Italiaanse dichter, schrijver en kortstondig politicus. Zijn voornaamste werk staat bekend als La divina commedia (Vertaling De goddelijke komedie). Het is een lang gedicht in drie delen over een reis van de Hel (Inferno), door het Vagevuur (Purgatorio) naar het Paradijs (Paradiso) en wordt beschouwd als een hoogtepunt van de wereldliteratuur.

Levensloop[bewerken]

Familie[bewerken]

Dante stamde uit een invloedrijke Florentijnse familie. Florence was destijds met 80 000 inwoners na Parijs de grootste stad in Europa en een van de belangrijkste culturele handelscentra van Europa. Zijn vader was Aleghiero of Alaghiero di Bellincione en zijn moeder Donna Bella (Gabriella) degli Abati. Voor Dantes tiende levensjaar overleed zijn moeder en kort daarop hertrouwde zijn vader.

Politieke loopbaan[bewerken]

Italië was verdeeld in onder meer stadstaten, die voortdurend in strijd met elkaar waren. Bovendien heerste er in elke stad een onderlinge verscheurdheid tussen de Ghibellijnen en de Welfen. Er waren twee soorten Welfen: de Witte en de Zwarte. Dante behoorde tot de Witte Welfen (Guelfi Bianchi). Hierdoor kwam hij in conflict met onder meer Corso Donati die tot de Zwarte Welfen behoorde.

Door de nieuwe verordeningen van Giano della Bella van 1295 werd de oude adel uitgesloten van politieke ambten in de Republiek Florence. Daardoor konden middenklassen deelnemen aan het bestuur, mits zij ingeschreven stonden bij een gilde (Arte). Dante koos het gilde van de artsen en anderen (Arte dei Medici e Speziali).

Omdat vele besluitenlijsten (resoluties) van Florence verloren gingen, is de precieze reeks ambten van Dante niet te achterhalen. Wel was hij lid van de volksraad (Consiglio del popolo) van november 1295 tot april 1296 en bepaalde hij in de commissie van Savi (Wijzen) in 1296 mede de regels voor de verkiezing van de vertegenwoordigers van de Gilden. Ook zat hij in de Raad van Honderd (Consiglio dei Cento). Regelmatig was hij gezant, zoals in mei 1300 naar San Gimignano en in 1302 naar zijn vijand Paus Bonifatius VIII. In 1300 was hij hoofd (prior) van zijn gilde.

Invloeden[bewerken]

Dante moet de Toscaanse poëzie van Guittone d'Arezzo en de gedichten van Guido Guinizelli bestudeerd hebben. Het is onduidelijk of hij aan de universiteit van Bologna studeerde. Getuige zijn werk las hij behalve Latijn (onder meer Vergilius, die in persoon voorkomt in de Divina Commedia) en Italiaans ook Provençaals, de taal van de troubadours. Toen hij achttien was, ontmoette hij de schrijvers en dichters Guido Cavalcanti, Lapo Gianni en Cino da Pistoia. Samen vormden zij de literaire beweging van de Dolce stil nuovo. Dante sloot vriendschap met de dichter Guido Cavalcanti (gestorven in 1300).

Beatrice en huwelijk[bewerken]

Dantes eerste ontmoeting met Beatrice Portinari op een dag in mei (1275-1277)

Zijn leven lang is Dante verliefd gebleven op Beatrice Portinari, die hij op negenjarige leeftijd voor het eerst zag. Zij trouwde later met iemand anders. Dante zelf verloofde zich in 1277 met Gemma Donati, met wie hij na hun huwelijk op twintigjarige leeftijd drie kinderen kreeg. Zijn zoons, Jacopo en Pietro, schreven allebei een commentaar op de Divina Commedia. Dantes autobiografische geschrift Vita nuova uit c. 1293-1294 is geheel gewijd aan Beatrice en zijn zuivere, abstracte liefde voor haar. Hoofse liefde van de Provençaalse troubadours werd gecombineerd met elementen uit de Franciscaanse Maria-verering en de vrouwendienst van de Dolce stil nuovo. De introspectie en psychologische zelfanalyse van Dante zijn baanbrekend en lopen vooruit op de Renaissance. (Dante beweert dat hij Beatrice slechts twee keer heeft gezien. Dit is onwaarschijnlijk omdat beiden langdurig gelijktijdig in Florence hebben gewoond.) Beatrice stierf in 1290. In de latere Divina Commedia speelt zij een hoofdrol.

Verbannen uit Florence[bewerken]

Hij werd in 1302 uit Florence verbannen na een staatsgreep aldaar door de Zwarte Welfen, zijn politieke tegenstanders. Hij was juist als gezant voor Florence bij Paus Bonifatius VIII. Dante werd verbannen omdat hij deel uitmaakte van de partij van de Witte Welfen, die onder meer een soort scheiding van kerk en staat voorstonden. Verder wilde Dante de Donatio Constantini herroepen. (Dit was zogenaamd een schenking van Constantijn de Grote, na diens bekering, van zijn gezag aan de bisschop van Rome. Dit werd een rechtvaardiging van de wereldlijke macht van de pausen.) Na een mislukte coup van de Witte Welfen besloten de Zwarte Welfen Dante en zijn familie voor twee jaar te verbannen. Deze straf werd al gauw omgezet in levenslange verbanning, aangezien Dante bij verstek was veroordeeld.

Dodenmasker in het Palazzo Vecchio, Florence

Pleitbezorger voor een verenigd Italië en het Italiaans[bewerken]

Na zijn verbanning zwierf hij door Italië, vooral door het rijkere en beter ontwikkelde noorden. Mede hierdoor werd hij een pleitbezorger voor één Italië, dat toen nog uit talrijke staten bestond. Met name de taal was daarbij een belangrijk middel voor eenheid. La divina commedia is geschreven in de Florentijnse volkstaal, het Toscaans van rond 1307. Deze voorliefde voor de volkstaal is ook de inzet van zijn traktaat De vulgari eloquentia (Over de welbespraaktheid in de volkstaal). Andere werken zijn De Monarchia over het koningschap, Questio de aqua et terra over de wetenschap, Convivio (Gastmaal) over het genot van de filosofie, en La Vita nuova, een verhaal met gedichten over zijn liefde voor Beatrice. Een ander terugkerend thema binnen zijn werk is de eerder genoemde strijd tussen de Welfen en de Ghibellijnen, getuige vele politieke verwijzingen in zijn Divina commedia.

Overlijden en eerherstel[bewerken]

Dante stierf in 1321 als balling in Ravenna, waar hij begraven ligt. Lange tijd bestond er twist tussen Florence en Ravenna om zijn lijk, maar Dante blijft voorlopig in Ravenna. In Florence is nog altijd een lege graftombe van hem te bezichtigen in de Santa Croce. Té laat erkende zijn geliefde vaderstad Dantes grootheid. Het Florentijnse gemeentebestuur zendt sinds 1325 jaarlijks een kruik met olijfolie en een palmtak naar Ravenna met het verzoek om de stoffelijke resten van ‘Onze Grootste Zoon’ terug te geven 'opdat de beenderen een rechtmatige plaats krijgen' (zodat ze in de hierboven vernoemde lege graftombe kunnen worden bijgezet). De magistraten van Ravenna blijven, zelfs in tijden van koninklijke, keizerlijke, mussoliniaanse, berlusconiaanse, pauselijke en wereldoorlogen, correct en beleefd: “Eens verbannen, blijft verbannen”.

In augustus 2008 organiseerde het stadsbestuur van Florence een rehabilitatieceremonie voor Dante. De stad wilde bij die gelegenheid graaf Pieralvise Serego Alighieri, een directe afstammeling van Dante, de gouden florijn, de hoogste onderscheiding van de stad, aanbieden. De graaf weigerde echter. Volgens hem was er niet genoeg berouw getoond voor de uitwijzing in 1302; het besluit voor het eerherstel was immers niet unaniem genomen. De zitting van de culturele commissie van Florence, waarbij de uitwijzing officieel zou worden herroepen, verliep zeer gespannen. Vijf raadsleden stemden tegen de annulering, enkele anderen bleven demonstratief weg.

Werken[bewerken]

  • 1295 La Vita Nuova, autobiografische prozatekst met gedichten in het Florentijns
  • 1304 - 1306 De vulgari eloquentia, pleidooi in het Latijn voor het gebruik van het Italiaans
  • 1304 - 1307 Il Convivio, betoog in het Florentijns over het nut van filosofie en moraal in de politiek
  • 1306 - 1321 La divina commedia
    • 1309 Inferno
    • 1312 Purgatorio
    • 1318 Paradiso
Vertaald in het Nederlands, De Goddelijke Komedie, door R.F.M. Brouwer, Primavera Press, 2001. ISBN 978-90-5997-107-3
  • 1310 - 1313 De Monarchia, betoog in het Latijn dat alleen eenhoofdig gezag onderdanen vrijheid en recht kan verschaffen. Vertaald in het Nederlands, De Monarchie en andere politieke teksten & De Schenking van Constantijn, door R.F.M. Brouwer, Ambo-Olympus, 1993. ISBN 90-263-1690-9
  • Le rime, postume verzamelbundel van verspreide gedichten in het Florentijns die Dante in de loop van zijn leven schreef

Citaten[bewerken]

Lasciate ogni speranza, voi ch'entrate
Vertaling: Gij die hier binnentreedt, laat alle hoop varen, het opschrift op de poort van de hel.
Divina commedia, Inferno, Canto III, regel 9
Nel mezzo del cammin di nostra vita
mi ritrovai per una selva oscura
Vertaling: Op het midden van onze levensweg gekomen
werd mij het zicht door een donker bos benomen
Divina commedia, Inferno, Canto I, 1-3

Waardering[bewerken]

Dante Alighieri blijft tot op de dag van vandaag een nationale held in Italië en wordt beschouwd als één van de grootste schrijvers van de Europese middeleeuwen. Zijn werk, vooral De goddelijke komedie blijft kunstenaars inspireren.

In de westerse ideeëngeschiedenis geldt Dante als groot samenvatter van het middeleeuwse wereldbeeld en als overgangsfiguur tussen middeleeuwen en Renaissance. Maar waar zijn poëzie groot aanzien geniet, was zijn filosofie weinig vernieuwend. Russell merkte op dat Dantes staatkundig denken een eeuw eerder meer op zijn plek zou zijn geweest[1] en in zijn vroomheid was Dante "de laatste van het oude type, Boccaccio de eerste van het nieuwe" (namelijk van de renaissancistische vrijdenker).[2]

Dante wordt afgebeeld op de Italiaanse 2 euromunt.

Muziekwerken geïnspireerd op Dante[bewerken]

Standbeeld van Dante, Uffizi, Florence

Zie ook[bewerken]

Dantes tombe in Ravenna

Externe link[bewerken]

Beluister

(info)
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Bertrand Russell (1946/2004). History of Western Philosophy. Routledge, p. 433.
  2. Ibid., p. 402.
Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Dante Alighieri op Wikisource