Vagevuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Afbeelding van Gustave Doré bij Dante's Purgatorio
Folio 113v - Purgatory.jpg

Vagevuur, ook wel purgatorium of louteringsberg, zijn in de katholieke leer namen voor een plek of staat na de dood voor zielen die naar de hemel gaan, waar men wordt gelouterd of gestraft, voor nog niet uitgeboete zonden die wel al vergeven zijn (in het geval van zware zonden in de biecht of door een volmaakt berouw). Anders gezegd: iedere zware zonde, hoe groot ook, kan worden vergeven door een volmaakt berouw (als biechten niet mogelijk is) of middels een berouwvolle biecht, maar de schuld die aan de zonde aankleeft moet nog worden goedgemaakt, uitgeboet. Men kan dit bij zijn leven doen door zijn lijden, ziekte etc. geduldig te dragen, werken van barmhartigheid te doen, gebed, het bijwonen van de heilige Mis, maar is men te kort geschoten dan boet men de rest van de schuld in het vagevuur uit. De doodzonde leidt tot de eeuwige verdoemenis (de hel), en moet tijdens het leven berouwd worden. De dagelijkse zonden worden al vergeven wanneer men met aandacht de heilige Mis bijwoont. Het zijn zonden die niet tot de dood leiden. Het vagevuur is een plaats die zowel de gerechtigheid van God als zijn barmhartigheid recht doet. God, in zijn volmaakte rechtvaardigheid, verdraagt geen onzuiverheid en onrecht, maar zijn oneindige barmhartigheid wil dat niemand verloren gaat. De ziel ondergaat daarom zijn gerechte straf, maar is wel gered. Hij gaat niet verloren in de hel. De zielen in het vagevuur worden vaak arme zielen genoemd vanwege het lijden dat zij ondergaan. De ziel zelf echter weet dat hij gered is en dat hij na een periode van rechtvaardige straf die hij door zijn daden of het nalaten van goede daden (!) zelf op zich heeft geladen, met God verenigd zal worden in de hemel. Dit is zijn grootste vreugde en troost in zijn lijden. Nadat de ziel is gelouterd krijgt hij toegang tot de hemel, alwaar hij tot de dag van de wederkomst van Christus voort mag leven voor Gods' Aangezicht, hierbij God lovend, met alle engelen en heiligen. Na de wederkomst van Christus worden allen opgewekt om het laatste oordeel te ondergaan.

Een andere theologische zielenplaats of -situatie, maar niet hetzelfde, is het voorgeborchte of limbo. Hoewel veel gelovigen lange tijd in de veronderstelling waren dat dit de plaats is waar de zielen van de ongeboren kinderen heengaan, heeft de Rooms Katholieke Kerk nog niet zo lang geleden het bestaan van het limbo ontkend.

Een niet-vergeven doodzonde kan niet in het vagevuur worden vergeven. De gelovigen die in deze staat (van doodzonde) sterven gaan voor eeuwig verloren in de hel, waaruit geen bevrijding mogelijk is.

Binnen het rooms katholicisme is het voor de leer belangrijk dat deze steunt op bijbelse teksten en de overlevering. De Bijbeltekst waarnaar verdedigers van dit leerstuk van het vagevuur vaak verwijzen is 1 Korinthiërs 3,10-15.

Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt, want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf. Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is. Wat ieders werk waard is, zal blijken op de dag van het oordeel, want het vuur waarmee die dag verschijnt, zal ieders werk testen en de kwaliteit ervan aantonen. Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen..(NBV)

Deze tekst is voor veel bijbelwetenschappers tekstkritisch en wetenschappelijk omstreden en protestanten leggen haar anders uit, omdat men de leer over het vagevuur niet erkent.

Er is echter nog een tekst in de Bijbel waarop het vagevuur steunt; 2 Makkabeeën 12, 40-44. Daar bidden gelovige Joden onder leiding van Judas Makkabeüs dat de zonden van de overleden joodse vrijheidsstrijders worden vergeven. (Men had namelijk amuletten en afgodenbeeldjes bij de gesneuvelde joodse soldaten gevonden, iets wat verboden is in de joodse religie). In dit bijbelgedeelte wordt dus gebeden voor mensen die al overleden zijn. Blijkbaar kunnen de achterblijvers nog iets betekenen voor het heil van de gestorvenen. Dat de mensen die nu leven nog iets kunnen betekenen voor de gestorvenen is een belangrijk element binnen dit leerstuk. Door hun gebeden, aflaten en dergelijke kan de verblijftijd in het vagevuur verkort worden.

Teksten uit de overlevering vinden we o.a. bij Ambrosius, Hiëronymus, Augustinus, Gregorius van Nyssa, Gregorius I en Origenes, maar ook andere oud-christelijke schrijvers en bisschoppen spreken allemaal uitdrukkelijk over de staat van voorhemelse loutering voor de geredde zondaars; zij noemen dit ook een louterend vuur om schuld van de begane, maar vergeven zonde uit te boeten.[1]

Katholieken voeren verder de volgende bijbelteksten als bewijs voor het vagevuur: Matt. 5:26, 18:34; Lucas 12:58-59. Voorts Matt. 12:32, waarin gesproken wordt over een vergevingsmogelijkheid in het "leven hierna", hetwelk niet op de zonden die tot de eeuwige dood (hel) leiden kan slaan, maar op dagelijkse zonden, die uitgeboet moeten worden. Een andere referentie is Apoc. 21:27, waar Johannes over de hemel schrijft, “Nooit zal er ingaan, iets wat onrein is.” (Petrus Canisiusvertaling) [2]

Voor Protestanten zijn de boeken Makkabeeën echter, in tegenstelling tot de Rooms-katholieken, apocriefe boeken, die wel stichtelijk zijn, maar niet door de Heilige Geest [geïnspireerd], en daar zij ook de overlevering niet relevant vinden, accepteren zij deze leer dus niet.

Joden geloven niet in een vagevuur of een hel.

Moslims geloven vanuit sommige gezegden van de profeet Mohammed dat de hel als zodanig een plaats is waar men wordt gelouterd, om in de hemel te komen. Zo vertelde hij het volgende verhaal over Gods Oordeel: "God neemt een handvol vuur en haalt daar mensen uit die helemaal niets goeds gedaan hadden en die al tot houtskool geworden waren. Hen gooit Hij in een rivier aan de rand van het paradijs, die de levensrivier genoemd wordt; en daar komen zij uit zoals graantjes die meegevoerd worden door een stortvloed ... Dit zijn de vrijgelatenen Gods, die God het paradijs heeft doen ingaan zonder dat zij enig werk hebben gedaan of enig goeds hebben kunnen aanvoeren. Dan zegt God: ‘Ga het paradijs binnen, en wat u daar ziet is voor u'." (het boek 'Moslim', nr. 1:302). Dergelijke gezegden worden bevestigd door de Koran in soera 11, verzen 107-109, waar wordt gesteld: "Degenen, die ongelukkig zullen zijn, zullen in het Vuur vertoeven ... zolang de Hemelen en de Aarde bestaan, met uitzondering van hetgeen uw Heer moge behagen".

Uit onderzoek (van bv. prof. Tom Gage, Humboldt Universiteit, VS; Karen Armstrong; Annemarie Schimmel en anderen) is gebleken dat Dante's literaire opvatting over de louteringsberg, met onder andere beelden zoals de hemelreis, was afgeleid van de geschriften van islamitische mystici, zoals met name Ibn Arabi (1165-1240), waarmee Dante in contact stond op het voorheen islamitische Sicilië. Eerder onderzocht de Franse mediëvist Jacques Le Goff de ontwikkeling tijdens de middeleeuwen van het vagevuur van een vaag omgeschreven begrip tot een specifieke plek tussen hel en hemel.[3]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Catholic Encyclopedia: Purgatory
  2. (nl) Vagevuur. Defensio Fidei
  3. Jacques Le Goff, La naissance du purgatoire (Parijs 1981)
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek