Eerste brief van Paulus aan de Korintiërs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
I Korintiërs
Paulus
Paulus
Auteur Paulus en Sosthenes
Tijd 55
Taal Grieks
Categorie brief van Paulus
Hoofdstukken 16
Vorige boek Romeinen
Volgende boek II Korintiërs

De eerste brief van Paulus aan de Korintiërs (vaak kortweg 1 Korintiërs genoemd) is een boek in de Bijbel, in het Nieuwe Testament. Het is een brief van Paulus aan de gemeente te Korinthe, een havenstad in Griekenland. De brief is 16 hoofdstukken groot. Een onderwerp dat in deze brief uitgebreid aan de orde komt is de liefde. De brief werd geschreven in het Koinè-Grieks.

De brief werd geschreven vanuit Efeze (16:8) rond de tijd van het paasfeest, in het derde jaar van de zendingsreizen van Paulus (Handelingen 19:10; 20:31), toen hij het plan had opgevat Macedonië te bezoeken, en dan naar Korinthe terug te keren - waarschijnlijk rond 57 (volgens anderen 54 of 55).

Het nieuws dat hij uit Korinthe ontving frustreerde echter zijn plan. Hij had over de misbruiken en twisten onder hen gehoord. Apollos was de eerste die hem op de hoogte bracht, vervolgens door een brief uit de gemeente, door 'enige huisgenoten' van Chloe en ten slotte door Stefanus en zijn twee vrienden die hem bezochten (1:11; 16:17). Paulus besloot daarom eerst deze brief te schrijven, met als doel de ruzies te bedaren, de verkeerde meningen te corrigeren en de vele misstanden uit de wereld te helpen.

Titus en een broeder die niet met name genoemd wordt, zijn waarschijnlijk de dragers van de brief geweest (zie 2 Korintiërs 2:13; 8:6, 12-18).

Inhoud[bewerken]

  • Groeten en dank (1:1-9)
  • De apostel gaat in op de betreurenswaardige fractievorming die er ontstaan was (1:10-4,21)
  • Schandalen in de gemeente: hij behandelt een aantal zaken van immoreel gedrag die onder hen berucht waren geworden. Zij hadden zelfs de eerste morele beginselen opzij gezet (5;1-6,20)
  • De apostel gaat in op het huwelijk en ongehuwd zijn (7:1-40)
  • De apostel gaat in op het probleem van het eten van vlees dat aan afgoden was gewijd (8:1-11:12).
  • Hij corrigeert ook een aantal misverstanden die rond de viering van het avondmaal gerezen waren (11:2-34)
  • De genadegaven in de gemeente (12:1-31)
  • De liefde als de grootste gave, hooglied van de liefde (13:1-13)
  • Tongentaal en andere gaven van de Heilige Geest (14: 1-40)
  • Het slotdeel bevat een uitgebreide verdediging van de leer van de opstanding van de doden, die door sommigen in Korinthe in twijfel werd getrokken (15: 1-58)
  • Het wordt gevolgd door een aantal algemene aanbevelingen en groeten (16: 1-24)

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]