Ezechiël (boek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ezechiël
Roepingsvisioen, Ezechiël 1-3
Roepingsvisioen, Ezechiël 1-3
Auteur Ezechiël
Tijd 593-571 v.Chr.
Taal Hebreeuws
Categorie Profetie
Hoofdstukken 48
Vorige boek Klaagliederen
(in de Tenach Jeremia)
Volgende boek Daniël
(in de Tenach Hosea)
De profeet Ezechiel door Peter Paul Rubens (1609-1610) in het Louvre.

Het Hebreeuwse Bijbelboek Ezechiël bevat vooral drie groepen profetieën. Het boek komt voor in het Oude Testament en behoort tot de christelijke canon. In de Tenach valt het boek onder de Neviim. De naam Jechezkel (יחזקאל) betekent in het Hebreeuws "sterk is God" of "hij zal door God versterkt worden".

Volgens hoofdstuk 1:3[1] is Ezechiël een priester, de zoon van Buzi.

Inhoud[bewerken]

De inhoud van het boek kan in een aantal delen worden samengevat:

  • Het roepingsvisioen van Ezechiël, bij de rivier Chebar. (Hoofdstuk 1-3)
  • Waarschuwing tegen valse profeten, voor de ophanden zijnde val van Jeruzalem. (hoofdstuk 4,5). Een aantal gebruikte handelingen toont zijn grote bekendheid met de Levitische wetten. (Zie Ex. 22:30; Deut. 14:21; Lev. 5:2; 7:18,24; 17:15; 19:7; 22:8, etc.)
  • Profetieën tegen verschillende omliggende landen: Ammonieten (25:1-7), Moabieten (8-11), Edomieten (12-14), Filistijnen (15-17), Tyrus en Sidon (26-28) en Egypte (29-32).
  • Troostwoorden na de verwoesting van Jeruzalem door Nebukadnezar: de overwinning van Israël en van het koninkrijk van God op aarde, het rijk van de Messias (hoofdstuk 33-39); en het nieuwe Jeruzalem (40-48).

In 14:14 en 14:20 noemt Ezechiël Daniël, Noach en Job als toonbeelden van rechtvaardigheid. In 28:3 wordt Daniël genoemd wegens zijn wijsheid.[2]. Het is echter de vraag of daar de Bijbelse Daniël bedoeld wordt. Die was, in tegenstelling tot Job en Noach, een tijdgenoot van Ezechiël. In de tekst van Ezechiël staat alle drie de keren geen Daniël, maar Danel. De Masoreten, middeleeuwse bijbelgeleerden dachten dat dit fout was en maakten een aantekening, Qere/ketieb, dat men waar Danel stond, Daniël moest lezen. We kennen echter uit de opgravingen bij Ugarit een vorst Danel, die spreekwoordelijk was door zijn wijsheid en rechtvaardigheid. Het is niet uitgesloten dat Ezechiël drie niet Joodse mensen heeft willen noemen die spreekwoordelijk waren wegens hun vroomheid.[3]

Ezechiëls profetieën worden gekenmerkt door de symbolische en allegorische voorstellingen. De profetieën van Ezechiël hebben dit gemeen met de tweede helft van het boek Daniël en de profetieën van Zacharia. "Ze ontvouwen een rijke serie van majestueuze visioenen en een geweldige symboliek." Opvallend vaak krijgt Ezechiël ook opdracht om zijn profetieën beeldend aan zijn volk te brengen (4:1-4; 5:1-4; 12:3-6; 24:3-5; 37:16, etc.). "Deze wijze van presentatie, waarin symbolen en allegorieën een prominente plaats innemen, geven het boek een mysterieuze overschaduwing, die bijna ondoordringbaar is. Sint-Hiëronymus noemt het boek 'een labyrint van Gods mysteriën'. Het was precies om deze reden dat de Joden iemand verboden het boek te lezen voordat hij dertig jaar oud was.

Ezechiël munt uit in zijn citaten uit de Thora/Pentateuch (bijvoorbeeld Ezech. 27; 28:13; 31:8; 36:11, 34; 47:13, etc.). Hij laat ook zien dat hij bekend is met de geschriften van Hosea (Ezech. 37:22), Jesaja (Ezech. 8:12; 29:6), en vooral ook van Jeremia, zijn oudere tijdgenoot (Jer. 24:7, 9; 48:37).

Gebruik van Ezechiël in het Nieuwe Testament[bewerken]

De slothoofdstukken van het boek worden ook gebruikt in het boek Openbaring van Johannes. Ezechiël 38 is vergelijkbaar met Openbaring. 20:8; Ezech. 47:1-8 met Openb. 22:1,2. Andere aanhalingen uit dit boek in het Nieuwe Testament vinden we in Romeinen 2:24 met Rom. 10:5, Gal. 3:12 met Ezech. 20:11; 2 Pet. 3:4 met Ezech. 12:22.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Engelse wiki
  • website messiaans Israël ten behoeve van vertaling

  1. Ezechiël 1:3 NBG
  2. Ezechiël 28:3 NBV
  3. Biblia Hebraica Stuttgartensia;p 917, 946; DBG, 5e ed 1997; Bijbelse Encyclopedie, Kok kampenn, bladz 199; Studiebijbel NBV, NBG 2008; p 1280