Eerste brief van Johannes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
I Johannes
Johannes
Johannes
Auteur traditioneel toegeschreven aan Johannes
Taal Grieks
Categorie katholieke brief
Hoofdstukken 5
Vorige boek II Petrus
Volgende boek II Johannes

De Eerste brief van Johannes (vaak kortweg 1 Johannes genoemd) behoort tot de algemene zendbrieven in het Nieuwe Testament van de Bijbel. De brief is niet ondertekend, maar wordt vanwege de schrijfstijl traditioneel aan de apostel Johannes toegeschreven. De brief is geschreven in het Koinè-Grieks.

Auteur[bewerken]

De brief vermeldt geen auteur. Al vroeg in de traditie werd de apostel Johannes aan deze brief en de twee andere Johannesbrieven verbonden. De drie Johannesbrieven vertonen inderdaad grote overeenkomsten in stijl en thematiek met elkaar en met het Evangelie volgens Johannes en de Openbaring van Johannes. Het is dan ook mogelijk dat de drie Johannesbrieven dezelfde auteur als het Johannesevangelie hebben, maar het is ook mogelijk dat de brieven geschreven zijn vanuit de kring rond Johannes. Dat er een relatie tussen de brieven en het Johannesevangelie bestaat en dat de auteur van de eerste Johannesbrief, vertrouwd als hij blijkt te zijn met het johanneïsche denken en spreken, binnen deze theologische school gezocht moet worden is in ieder geval aannemelijk.[1]

Datering en plaats[bewerken]

Ook hier valt niets met zekerheid te zeggen, maar men gaat ervan uit dat de eerste Johannesbrief ontstaan is aan het eind van de eerste eeuw, of het begin van de tweede eeuw, in ieder geval later dan het Johannesevangelie. Waarschijnlijk is de tekst ontstaan in Klein-Azië, meer in het bijzonder in Efeze.[1]

Inhoud[bewerken]

De eerste Johannesbrief behoort tot de algemene zendbrieven en telt 5 hoofdstukken. Het is geen echte brief: er wordt, in tegenstelling tot de andere twee Johannesbrieven, geen geadresseerde genoemd en de aanhef en slotgroet ontbreken. Het gaat waarschijnlijk om een verhandeling of een pastoraal rondschrijven, bestemd voor een of meerdere bij de schrijver bekende, maar niet met name genoemde, gemeenten.

De lezers worden door de auteur aangesproken als "kinderen", "lieve kinderen", "broeders" en "geliefden". Omdat dit in de Wijsheidsliteratuur ook vaak gebeurde, wordt deze brief wel eens een wijsheidsgeschrift genoemd, waarin een levensleer verkondigd wordt die de lezers tot leven en volheid van leven zal brengen.[2]

De brief behandelt, zonder duidelijke opbouw, een aantal thema's, waarvan de menswording van Christus een van de belangrijkste is. Binnen de johanneïsche gemeenschap is er blijkbaar twijfel en onenigheid ontstaan over de vraag of Jezus echt mens is geweest. Er is mogelijk zelfs al sprake van dat een groep met aan het docetisme verwante denkbeelden over de menswording van Jezus zich heeft afgescheiden (1 Joh 2,18v). De schrijver benadrukt dat de ontkenning van Jezus' menswording een dwaling is en hij noemt de verkondigers van deze dwaalleer antichristen. Andere dwalingen waar de schrijver aandacht aan besteedt zijn onder andere het ontkennen van de zondige aard van de mens en het ontkennen dat Jezus de christus, d.w.z. messias of verlosser, is.

Comma Johanneum[bewerken]

Het Comma Johanneum, I Johannes 5:7b,8a, kwam naar de overtuiging van vrijwel alle deskundigen oorspronkelijk niet in de brief voor. Vermoedelijk is dit vers ontstaan als een glosse in de Vulgaat. Het is op grond van deze tekst dat de leer van de Drie-eenheid ontstond.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Noten

  1. a b Inleiding op de eerste brief van Johannes in de Willibrordvertaling
  2. Sjef van Tilborg (1974): De brieven van Johannes, Romen, Bussum, blz. 13