1 en 2 Koningen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
I en II Koningen
Salomo ontmoet de koningin van Sjeba
Salomo ontmoet de koningin van Sjeba
Tijd 1000-500 v. Chr.
Taal Hebreeuws
Categorie Geschiedenis
Hoofdstukken 22, 25
Vorige boek I en II Samuel
Volgende boek I en II Kronieken
(in de Tenach Jesaja)

Beluister

(info)

De boeken I en II Koningen (Hebreeuws: מלכים) zijn twee boeken uit de Hebreeuwse Bijbel. Ze bevatten een verslag van de koningen van het oude Israël en Juda.

In de driedeling van de Tenach worden deze boeken gerangschikt onder de profeten.

Naamgeving[bewerken]

De twee boeken vormden oorspronkelijk één boek in de Hebreeuwse Bijbel. De Hebreeuwse namen zijn Melachiem Allef en Melachiem Beet. De huidige tweedeling komt voor het eerst voor in de Septuaginta, die hen als het derde en vierde boek Koningen nummerde. De Vulgata volgde dit voorbeeld. Zie ook de toelichting op I Samuel.

Periode[bewerken]

De boeken beslaan de periode van Salomo's regering tot de verovering van Juda door de Babylonische koning Nebukadnezar. De exacte periode is moeilijk vast te stellen, een schatting geeft als tijdsbestek ongeveer 970 v.Chr. tot 587 v.Chr.

De perioden zoals deze per koning in deze boeken worden genoemd, klinken zeer exact. Er zijn echter enkele aandachtspunten. Zo is in Juda het aantal jaren van Rehabeam tot de dood van Ahazia 95, in Israël 89 jaar. De periode van Jehu tot de val van Samaria bedraagt in Juda 165 jaar tegen 144 voor Israël.

Hiervoor is een aantal oorzaken aan te wijzen:

  • Sommige regeringen vielen samen of overlapten elkaar, zoals die van Davids laatste jaren met de eerste regeringsjaren van Salomo;
  • Het jaar van machtswisseling telde soms voor zowel de overleden als de nieuwe vorst;
  • In de woelige jaren na Jerobeam II heersten mogelijk meerdere koningen tegelijk in verschillende delen van Israël.

Inhoud[bewerken]

De boeken bevatten de annalen van de koningen van Israël, zowel van het noordelijke tien-stammenrijk, dat na de scheuring als het koninkrijk Israël voortging, als van het drie-stammenrijk, het koninkrijk Juda (Juda, Benjamin en Simeon).

Ook het boek Kronieken behandelt deze periode. De kronieken zijn echter bondiger, meer samenvattend, terwijl er verhoudingsgewijs meer nadruk ligt op de Levitische aspecten. In de boeken over de Koningen ligt het accent meer op de koningen en de profeten.

Een korte groepering van de inhoud. Gebeurtenissen betreffende koningen van Israël en van Juda, na de splitsing van het rijk, worden in de Bijbeltekst door elkaar gemixt.

Bijbeltekst koningen van Juda[1] koningen van Israël[2] overig
1 Kon 1 – 11 troonsbestijging en regering van Salomo bouw van de tempel te Jeruzalem
1 Kon 12 scheuring van het rijk
1 Kon 13 Rechabeam (931-913[1]) Jerobeam I (931-901[2]) optreden naamloze profeet uit Juda
1 Kon 14  ? Jerobeam Optreden van de profeet Ahia tegen Jerobeam
1 Kon 15 – 16 Abiam (913-911), Asa (911-870) Nadab (901-900), Baësa (900-877), Ela (877-876), Zimri (876), Omri (876-869) -
1 Kon 17 - 2 Kon 1 Josafat (870-849) Achab (869-850), Ahazia (850-849) Optreden van de profeet Elia onder de hiernaast genoemde koningen (Juda en Israël)
2 Kon 2 – 13 Josafat, Joram, Achazja, koningin Atalja, Joas, Amasja Joram, Jehu, Joachaz, Joas, Jerobeam II Optreden van de profeet Elisa onder de hiernaast genoemde koningen (Juda en Israël)
2 Kon 14 – 17 diverse diverse -
2 Kon 18 – 20 Hizkia (716-687)  ? profeet Jesaja
2 Kon 21 - 25 Manasse (687-642), Amon (642-640), Josia (640-609), Joachaz (609), Jojakim (609-598), Jojachin (598), Zedekia (598-586)  ?? -

Boodschap/thema[bewerken]

De schrijver had een duidelijk doel met het schrijven. De regering van aan God trouwe koningen wordt uitvoeriger behandeld dan de regeringsperioden van koningen die van God afweken. Ook krijgen veel koningen een 'beoordeling' op dit punt: "En hij deed wat kwaad was in de ogen des Heeren" (2 Koningen 13:2,11; 15:9,18,24,28; 17:2, etc.). Of het tegenovergestelde: "En hij deed wat recht was in de ogen des Heeren" (bijvoorbeeld 2 Koningen 14:3, 15:3; 18:3, etc.).

Auteurschap[bewerken]

De Talmoed [3] noemt Jeremia als auteur. Critici zijn het echter niet eens over wie de auteur van deze boeken was. Volgens hen komen sommige delen overeen met Jeremia, waardoor sommigen gesuggereerd hebben dat Jeremia de auteur is. Als onderbouwing hiervan kan worden genoemd dat Jeremia's naam en optreden nergens tijdens de Koningen genoemd wordt - dit zou overbodig zijn wanneer Jeremia de schrijver is, zijn woorden vormen immers een apart boek. Als extra argument wordt hierbij genoemd dat sommige delen van Koningen en Jeremia bijna woordelijk overeenkomen, zoals 2 Koningen 24:18-25:30 en Jeremia 52.

Een alternatieve veronderstelling, die in het jodendom geen aanhang heeft, is dat Ezra, na de ballingschap, de boeken samenstelde uit documenten die mogelijk geschreven waren door David, Salomo, Nathan, Gad, en Iddo, en de documenten daarbij de huidige vorm en volgorde gaf.

De boeken vermelden of verwijzen naar een aantal bronnen, namelijk:

  1. het "boek der geschiedenissen van Salomo" (1 Koningen 11:41);
  2. het "boek van de kronieken van de koningen van Juda" (1 Koningen 14:29; 15:7, 23, etc.);
  3. het "boek van de kronieken van de koningen van Israël" (1 Koningen 14:19; 15:31; 16:14, 20, 27, etc.).

Tijdsbestek[bewerken]

De datum van de oorsprong van deze boeken hangt samen met de vraag naar de auteur. Mogelijk lag deze datum tussen 561 v.Chr., de datum van het laatste hoofdstuk (2 Koningen 25), toen Jojachin werd vrijgelaten uit de gevangenschap door Evil-Merodach (2 Koningen 25:27), en 538 v.Chr., de datum van de vrijlating door Cyrus. De Inleiding in De Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004 geeft echter aan, dat het redactieproces van de boeken 1 en 2 Koningen vermoedelijk pas werd afgesloten na het jaar 515 voor Chr., in de Joodse gemeenschap in de tijd van de tweede tempel na de Babylonische ballingschap.

Relatie met Nieuwe Testament[bewerken]

Deze twee boeken worden verschillende malen aangehaald of geciteerd door Jezus Christus en zijn apostelen. Bijvoorbeeld in Mattheus 6:29; 12:42; Lukas 4:25, 26; 10:4 (vgl 2 Koningen 4:29); Markus 1:6 (vgl. 2 Koningen 1:8); Mattheus 3:4, etc.

Zie ook 727 v.Chr. en 702 v.Chr.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b datering van koningen van Juda volgens datering II in Lijst van koningen van Juda
  2. a b dateringen van koningen van Israël volgens Lijst van koningen van Israël
  3. Talmoed: Bava Batra, 15a