Achab

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De dood van Achab door Gustave Doré

Achab (אַחְאָב: broeder van vader) was de zoon van Omri die hij opvolgde als koning van het toenmalige tienstammenrijk noordelijk van het koninkrijk Juda gelegen. Hij had Izebel, de dochter van koning Eth-baäl van Tyrus, gehuwd. De juiste periode waarin hij regeerde is onzeker, omstreeks 900 voor onze jaartelling.[1] Hij heeft gedurende ongeveer 22 jaar geregeerd.

Bouwwerken[bewerken]

Achab had in Samaria een 'ivoren paleis' gebouwd. Opgravingen tonen Fenicisch fijn snijwerk waarin de culturele invloed van Izebel uit Tyrus herkenbaar is. Hij herbouwde ook Hazor en Megiddo. En "Salomo's stallen" daar waren in feite door Achab gebouwd. Waarschijnlijk waren het eerder magazijnen met garnizoensvoorraden, zoals ook uit opgravingen in Tell es-Seba is gebleken. Ook het vernuftige watertoevoersysteem met diepe grote schacht en trappen in Megiddo, evenals dat in Hazor, zou onder zijn regering en door zijn bekwame ingenieurs zijn gebouwd.

Politieke daden[bewerken]

Met de assyriologie komen voor het eerst onafhankelijke bronnen van tijdgenoten naar voren ter controle van de bijbelse historie van die tijd. Zo komen bijvoorbeeld de namen van koningen als Omri, Achab, Jehu in de Assyrische bronteksten voor. En de verslagen sluiten wederzijds op elkaar aan (met overdrijvingen en weglatingen).

Achab sloot zich aan bij een nieuwe Middellandse Zeetocht van Salmanasser III en zette daarvoor 2000 strijdwagens en 10 000 infanteristen mee in. Ook zijn aartsvijand Ben-Hadad van Damascus, de grootste van de Aramese koningen, had zich bij deze alliantie aangesloten. De alliantie leverde slag bij Qarqar in de vallei van de Orontes in 853 v.Chr. waar Salmanassar tijdelijk tot staan werd gebracht, al claimt hij in inscripties een grote zege. Het koninkrijk Israël was daarmee tijdelijk veilig tot 841 v.Chr.. Van deze feiten wordt in de Bijbel nergens gewag gemaakt, maar ze staan vermeld in de archieven van de Assyriërs.

Een gedenksteen van Mesa, koning van Moab, herinnert aan de strijd tegen Israël, meer bepaald tegen Achab, zoon van Omri. De stele is gemaakt in 830 v.Chr., maar herinnert aan feiten van enkele decennia eerder. Het is een grote plaat van basalt, later in drie stukken teruggevonden, en nu bewaard in het Louvre:

Wat Omri betreft, koning van Israël, hij vernederde Moab vele jaren. En zijn zoon volgde hem op en ook hij zei: 'ik zal Moab vernederen'. Zo sprak hij in mijn tijd, maar ik overwon hem en zijn huis, terwijl Israël onderging voor immer.
De Israëlische regio in de 9e eeuw v.Chr.: donker blauw de Fenicische stadstaten donker groen het koninkrijk Israël. licht groen het koninkrijk Juda grijs de Filistijnse stadstaten en geel het koninkrijk Edom.

In de laatste regeringsjaren van Achab en Izebel was de oppositie tegen hun liberale religieuze politiek voortdurend aangewakkerd door een van de vroege profeten. Vaak trokken zij in groepen in extase uit, zingend en dansend en orakelachtige uitspraken doend. Ze werden door velen als gek beschouwd, maar hadden ook hun aanhangers. Achab stierf in een veldslag. Koningin-moeder Izebel bleef derhalve de macht achter de schermen uitoefenen terwijl twee van hun jonge zonen kort achter elkaar over het koninkrijk Israël regeerden.

Elia, de profeet en religieuze rivaal van Achab en Izebel, was ook gestorven ('in een rookzuil opgegaan'), maar zijn haatcampagne jegens met name Izebel werd door zijn opvolger-leerling Elisa voortgezet.

Elisa organiseerde een militaire coup tegen Izebel en riep legeraanvoerder en strijdwagenrijder Jehu tot koning uit 'in naam van de Heer'. Deze trok onmiddellijk naar de vlakte van Jizreël waar koningin Izebel met haar zoon koning Joram verblijf hield. Toen Joram van Israël en zijn neef Ahazia van Juda, die daar eveneens aanwezig was, uitreden op weg naar onderhandelingen, werden ze meedogenloos met pijlen doorboord. Toen Jehu met zijn gevolg bij het paleis aankwam en Izebel in het staatsievenster verscheen, gaf hij zijn schutters opdracht pijlen op haar af te vuren en liet haar uit het venster naar beneden werpen, waarop hij met zijn wagen het lijk van de koningin onherkenbaar vermorzelde. De hele koninklijke familie (zeventig personen) werd daaropvolgend uitgemoord.

Jehu riep daarna al de Baälpriesters en vereerders in hun tempel in Samaria bijeen voor een 'offer', maar liet allen afslachten en de tempel met de grond gelijk maken. Deze gewelddadige gebeurtenissen leidden voor het koninkrijk Israël een episode van riskante zwakte in voor de daarop volgende vijftig jaar. Ook in het koninkrijk Juda duurde het een hele tijd voor er een stabiel bestuur werd ingesteld.

In het Oude Testament en de Tenach[bewerken]

De geschiedenis rond Achab wordt deels beschreven in de boeken 1 Koningen en 2 Koningen. Hij bevorderde de welvaart van zijn volk en men neemt aan dat tot Achabs bouwwerkzaamheden ook de voltooiing behoorde van de versterkingen van de stad Samaria. James Pritchard wijst erop dat de hele Bijbel samengesteld werd in Jeruzalem (Juda), een cultuurcentrum. Samaria had een concurrerende cultus.

De tempel voor aanbidding van Jahweh stond in Jeruzalem en Achab deed al het mogelijke om het godsdienstig volk in zijn tienstammenkoninkrijk te houden. Zijn huwelijk met Izebel bewerkte dat hij de Baälsaanbidding ('sterk afgodisch in de ogen van de latere God van Israël: Jahweh') bevorderde. Achab liet zich er door zijn vrouw Izebel toe bewegen Baäl te aanbidden, een tempel voor Baäl te bouwen en een heilige paal ter ere van Astarte (Astoreth) op te richten. In Samaria werden bij archeologische opgravingen verschillende gedeelten blootgelegd die dit ondersteunen.
In de bijbelse geschiedenis komt de strijd tussen de aanbidding van de God van Israël (Jahweh) en Baäl in deze periode tot een hoogtepunt onder de profeet Elia, beide groepen aanbidders vragen hun God het klaargemaakte offer te aanvaarden en zodoende hun gelijk te ondersteunen. Hier is het de God van Israël die zich duidelijk boven Baäl manifesteerde door het offer van Elia te aanvaarden en bovendien de drie jaar durende droogte ophief. Ondersteuning voor deze droogte vinden we onder meer in het Nieuwe testament in Lucas 4:25.

Volgens het bijbelverslag in 2 Koningen maakte Jehu als koning van Israël een einde aan het bewind van Achab.

Volgens de Joodse overlevering rekent men Achab onder de drie koningen die geen aandeel hebben in het eeuwig leven.

Noten[bewerken]

  1. William F. Albright plaatst zijn regeringsperiode van 869 - 850, E. R. Thiele dateert deze van 874 - 853 en volgens de Catholic Encyclopedoa cd-rom liep deze periode van 918 tot 896.