Saul

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor het gelijknamige hoorspel, zie Saul (hoorspel).
Saul
David speelt harp voor Saul, schilderij van Rembrandt
David speelt harp voor Saul, schilderij van Rembrandt
Koning van Israël
Periode 1025 v.Chr., 2 jaar
Voorganger Samuel (richter)
Opvolger Isboset (in Israël)
David (in Juda)
Vader Kis, stam Benjamin
Bron: I Samuel 9-31

Saul was volgens de Hebreeuwse Bijbel de eerste koning van de Israëlieten. Hij was een zoon van Kis afkomstig van de stam Benjamin. Zijn koningschap dat hem werd toegekend in Gilgal, een nederzetting uit 1200 v.Chr., wordt gedateerd eind 11e eeuw v.Chr. ca. 1025. Saul had verschillende zonen, onder wie: Jonathan, Malchi-Sua, Abinadab en Esbaäl. Daarnaast had hij twee dochters, Merab en Michal, die huwde met de latere koning David.

Volgens de Bijbel werd hij tot koning uitgeroepen als reactie op de dreiging van de Filistijnen en Amalekieten. Maar er zijn drie verschillende versies van zijn kroning. Na een overwinning op de Amelekieten liet hij na om hun koning te doden en hun vee te vernietigen hoewel Samuel hem dit had opgedragen. Samuel zei hem dat hierdoor zijn koningschap zou worden beëindigd.

Nadat Saul de Filistijnen had verslagen, die daarmee uit de heuvels van Juda verdwenen en hem meer ruimte gaven, schaarden de stammen zich dankbaar rond hem, behalve Samuel, vrezend dat Saul zich priesterlijke functies zou toe-eigenen. In het openbaar trok Samuel Sauls koningsstatus weer in. Saul nam Gibea, 5 km ten noorden van Jeruzalem in. Gibea werd opnieuw versterkt, met beter metselwerk, waarschijnlijk door Saul. Hij bouwde er zijn eigen citadel die volgens archeologische opgravingen 52 bij 35 m groot was.

Om zijn depressies te verdrijven liet hij de herder David naar zijn hof komen. Door zijn vriendschap met Sauls zoon Jonathan en zijn heldendaden in de oorlogen tegen de Filistijnen maakte David steeds meer naam. Davids reputatie nam zo toe dat Saul hem als een concurrent ging zien en een poging deed David uit de weg te ruimen. Doordat Jonathan David inlichtte, kon deze vluchten. De dreiging van de Filistijnen was niet geweken, na een inval in het noorden van Israël leverde Saul onder diverse slechte voortekenen slag tegen Gilboa. De slag liep uit op een grote nederlaag waarin ook de zoons van de koning sneuvelden. Wanhopig en geen uitweg meer ziende wil Saul zich door een bediende laten doden. Deze weigert, waarop Saul met zijn eigen zwaard zichzelf het leven ontneemt. De Filistijnen hebben na hun overwinning op de Israëlieten het onthoofde lijk van Saul aan de stadsmuur van Bet-San geëxposeerd als afschrikwekkend voorbeeld.

Saul werd opgevolgd door zijn zoon Isboset, behalve bij de stam Juda, waar David tot koning werd uitgeroepen. De volgende jaren was er een strijd tussen de familie van Saul en David, die door David werd gewonnen.

In het boek 1 Samuel staat de levensloop van koning Saul beschreven. In de Bijbel wordt deze eerste koning gezien als een tragisch figuur, gekozen tot koning en groot leider in verschillende oorlogen, maar die ten onder gaat omdat hij niet genoeg vertrouwen heeft in de God Jahwe.