Batseba

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cornelis van Haarlem: Batseba in bad

Batseba of Bathseba is een persoon uit de Tenach en Bijbel en was de vrouw van Uria (de Hettiet) en later van Koning David. Batseba betekent de zevende dochter of dochter van de eed. Haar geschiedenis geldt als het grootste dieptepunt in de geschiedenis van Koning David, die overigens als de voornaamste koning in de geschiedenis van Israël geldt.

David zag vanaf het dak van zijn paleis Batseba een bad nemen,en raakte zeer onder de indruk van haar schoonheid. Haar man Uria was in Rabba in de oorlog met de Ammonieten. David liet haar bij zich komen en hij had gemeenschap met haar. Toen zij de koning vertelde dat ze zwanger was, probeerde hij dat te verdoezelen door Uria uit het leger te laten komen, onder het voorwendsel dat hij het nieuws over het strijdverloop wilde horen. Hij drong erop aan dat Uria naar huis zou gaan om zich te ontspannen en met zijn vrouw te slapen. Uria ging echter niet naar huis, maar bleef op het soldatenplein slapen tot de volgende ochtend.

Toen David erachter kwam stuurde hij Uria met een brief naar het leger terug. In de brief werd aan de legeroverste Joab bevolen Uria vooraan in de strijd te plaatsen. Uria kwam bij een uitval van de Ammonieten om het leven. Toen een bode David de boodschap overbracht dat Uria was gesneuveld, wachtte hij de rouwtijd af, waarna hij Batseba tot vrouw nam.

God strafte hem echter bij monde van de profeet Natan, die de koning een parabel vertelde, over een rijke man die het lammetje van een arme man gebruikte om te slachten. De koning vond dat de rijke man een schandelijk misdrijf had begaan, waarna Natan onthulde dat David zelf die rijke man was.

God liet het eerste kind van David en Batseba een paar dagen na de geboorte sterven. Salomo, het tweede kind van David en Batseba, zou David later opvolgen als Koning Salomo.

Christendom[bewerken]

In Mattheüs 1:6 staat "de vrouw van Uria" vermeld als een van de voorouders van Jezus Christus.