Rechabeam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Rechabeam (zijn naam betekent "hij vergroot mensen") was koning van Juda. Zijn echtgenote was koningin Maäcah. Hij volgde zijn vader Salomo op. Tegenwoordig wordt zijn regeerperiode gedateerd op 922 v.Chr. tot 915 v.Chr. of van 931 v.Chr. tot 913 v.Chr..

Over het leven van Rechabeam valt in de Bijbel te lezen in 1 Koningen 14 en 2 Kronieken 10-11. Zijn moeder was Naäma, een Ammonitische.

Rechabeam was 41 toen hij de troon betrad. Bij zijn troonsbestijging splitste het koninkrijk Israël in twee delen uiteen, omdat een groot deel van het volk genoeg had van de zware belastingen die koning Salomo had geheven. Een delegatie uit de bevolking die om belastingverlaging kwam vragen werd hierin niet tegemoet gekomen. Volgens het verhaal uit de bijbel was Rechabeam zelfs van plan om de belasting nog meer te verzwaren. Hierop scheidden zich 10 stammen af van het Rijk. Aanvankelijk werd Rechabeam alleen gesteund door zijn eigen stam Juda, niet veel later sloot ook de stam Benjamin zich bij Juda aan. De twee stammen vormden het nieuwe koninkrijk Juda; de andere stammen gingen verder onder de naam Israël.

Rechabeam probeerde de tien stammen van Israël door middel van een oorlog terug te winnen, maar werd hierin tegengehouden door de profeet Semaja. Rechabeam versterkte daarop enkele steden in Juda. In zijn vijfde regeringsjaar werd hij aangevallen door de Egyptische koning Sisak (waarschijnlijk is Sisak de Hebreeuwse naam voor Sjosjenq I). Sisak plunderde enkele steden, waaronder Jeruzalem. Door deze veldtocht werd Juda een vazalstaat van Egypte. In Karnak werden inscripties gevonden met daarin bewijs voor de veldtocht tegen Juda. In deze inscripties waren groepen gevangenen te zien, als ook de namen van enkele steden in Juda die veroverd waren.

Het is niet duidelijk of de Egyptische actie vanuit het noordelijke koninkrijk Israël werd geïnspireerd, dat hooggeplaatste medestanders in de Egyptische administratie had. Koningin Maächa en Rechabeam bleven dan voort als vazalvorsten van Juda aan de macht tot 915 v.Chr. Onder hun bewind keerde Juda zich af van de verering van JHWH. Rechabeam en zijn echtgenote koningin Maächa vereerden Asherah en lieten gouden kalveren maken, symbool van de oude godinnenreligie.

Rechabeam stierf op 58-jarige leeftijd en werd begraven in de Davidsburcht in Jeruzalem. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Abia.