Ašerah

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vraagteken
Er wordt getwijfeld aan de juistheid van een of meer onderdelen van dit artikel.
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: zie overlegpagina
Dit sjabloon is geplaatst op 9 augustus 2014.
Vraagteken
Levensboom van Ašerah

Ašerah, Ašera(t) of Asjera[1] was de oudste Moedergodin van Kanaän, identiek aan de Ugaritische Godin Athirat of ʼAṯirat. In een Sumerische inscriptie uit 1750 v.Chr. komt zij voor als vrouw van Anu of El (de vadergod van het Kanaänietisch pantheon). Baäl is een van haar kinderen. Zij is ook "De Vrouw die de Zee doorkruist" en "De Moeder van de Goden". Ze wordt afgebeeld in de vorm van een boom.

Etymologie[bewerken]

Het woord ašerah met kleine letter betekent zoveel als pilaster of alleenstaande zuil of paal, symbool van de Moedergodincultus dat veelvuldig in Kanaänietisch gebied is aangetroffen. Het is tevens de aanduiding van een heilige boom, een groene boom die als referentieteken van leven gold en waarbij meestal een lokale boomcultus werd voltrokken, zoals ook in India nu nog vaak gebeurt. Meestal stonden er twee zulke bomen bij een tempel. Ezechiël meldt over de aanhangers van de cultus: Zij brachten een tak (van de heilige boom) aan hun neus. Ašerim waren oorspronkelijk vijgenbomen, de wilde of Egyptische vijgenboom, die in het Oude Egypte beschouwd werd als 'het lichaam van de Koningin op Aarde'.

Niet-Bijbelse bronnen[bewerken]

In Ugaritische teksten van voor 1200 v.Chr. wordt de Godin Athirat driemaal vernoemd: ʼart ym, ʼAirat yammi, 'Athirat van de Zee' of in vollediger vertaling 'Zij die handel drijft op zee'. De naam wordt door de meeste vertalers en commentatoren beschouwd als afkomstig van de Ugaritische wortel ʼar 'strijd' verwant met de Hebreeuwse wortel ʼšr met dezelfde betekenis.

In genoemde teksten is Athirat de partner van de god El en wordt een referentie gemaakt naar 'de zeventig zonen van Athirat', waarschijnlijk dezelfde als 'de zeventig zonen van El'. Zij wordt niet echt onderscheiden van Aštart (Astarte), en Aštart wordt gelinkt aan de Mesopotamische godin Isjtar. Ze wordt verder ook nog Elat genoemd, de vrouwelijke vorm van El, die heerseres betekent en Qodesh 'Heiligheid'. Qadešu waren heilige vrouwen of tempelpriesteressen (vgl. Naditu).

Belangrijke cultusplaatsen naast Ugarit waren de havensteden Sidon en Tyrus, waar zij de plaatselijke stadsgodin was. De god Baäl werd er als een van haar kinderen aangezien.

Deze godin komt ook als Ašratum of Ašratu af en toe voor in Akkadische bronnen.

Bij de Hittieten komt deze godin voor als Ašerdu(s) of Asertu(s), of ook nog Aserdu(s), gemalin van Elkunirsa, en moeder van ofwel 77 ofwel 88 zonen.

Archeologen vonden dat tot in de 6e eeuw v.Chr. huisaltaren werden ingericht, of op zijn minst figurines werden gehouden van Ašerah, die in alle sites opmerkelijke oveenkomsten vertonen.

Bijbel[bewerken]

In de Bijbel wordt 40 maal naar 'Asjera' gerefereerd (naar 'Astarte' slechts 9 keer; Astarte zou haar dochter zijn of een ander aspect van haar zuster Anath (de zuster-vrouw van Baäl). De naam Asjera is soms een goddelijk persoon, soms een heilig symbool van die goddelijke persoon en wordt altijd in negatief verband genoemd, als (symbool voor) een afgodin. In de Statenvertaling van 1637 en de hertalingen van 1888 (Jongbloed-editie) en 1977 komt de naam Asjera niet voor: er wordt gesproken van 'een afgrijselijke afgod in een bos' (SV 1977 1 Koningen 15:13, 2 Kronieken 15:16) of 'een (gesneden) beeld van het bos' (SV 1977 2 Koningen 21:7, 23:4, 23:7). In andere Nederlandse bijbelvertalingen komt de naam Asjera wel voor.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Stone M., Eens was God als Vrouw belichaamd. De onderdrukking van de riten van de vrouw, Katwijk, 1979. ISBN 9060775821
  1. Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993-2002) s.v. "Asjera". Microsoft Corporation/Het Spectrum.