Adad
Adad was in de Akkadisch-Babylonische mythologie de stormgod van regen, wind en donder. Als zijn vader werd in het algemeen Anu beschouwd.
Adad zorgde voor de jaarlijkse gunstige winden en regens waardoor de rivieren gingen overstromen en vruchtbaar slik op het land brachten. Hij droeg dan ook het epitheton Heer van de Overvloed. Hij was in staat in de toekomst te kijken en behoorde ook bij de goden die ooit een vernietigende zondvloed over de mensheid joegen.
Adad werd vaak voorgesteld terwijl hij op een stier (teken van vruchtbaarheid) rechtstond, zwaaiend met een bundel van drie bliksemschichten in beide handen.
Het Assyrische heiligdom stond in Kurba'il. Het Babylonische cultuscentrum van Adad/Ishkur was Karkara in het zuiden. Shala was zijn echtgenote en zij werd vereerd in een tempel genaamd E. Durku.
In de Syrische mythologie van de Amorieten in Ugarit in Noord-Kanaän heette hij Hadad. Het is ook dezelfde stormgod als in de Sumerische mythologie de god Ishkur.
Zie ook [bewerken]
| Godheden en oerwezens in de Mesopotamische mythologieën | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|