Kanaän (gebied)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
'Kanaän in de tijd van de aartsvaders', kaart uit 1880 van The American Sunday School Union. Oranje (linksonder): Kanaänieten; bruin (rechts): Shem en zijn nakomelingen; roodbruin (boven): Siniten, Hamathieten, etc. (zie o.a. Genesis 10:18)

Kanaän was in de Oudheid een gebied overspannen door een intens handelsnetwerk van Syrië tot Egypte en de Middellandse Zee, via Anatolië tot aan de Zwarte Zee en rond 2000 v.Chr. zelfs over zee met de Harrapaanse beschaving van de Indusvallei.[1]

Inleiding[bewerken]

De naam Kanaän komt al voor in Egyptische teksten van de 16e eeuw v.Chr.. De Amarna-brieven noemen het in Akkadisch Ki-na-ah-num, in verband met steden langs de Fenicische kust en tot in Boven-Galilea. Egyptische bronnen maken eveneens melding van enkele veldtochten die in Ka-na-na, net binnen Azië, uitgevochten werden (met name de Slag bij Megiddo). De Hettieten waren vaak in conflict met de Egyptenaren, met wie ze vochten over de heerschappij over Kanaän. Af en toe werden Hettietische, Hoerrietische en Kassietische prinsessen naar Egypte gestuurd als echtgenoten van farao's van de Achttiende Dynastie (1570-1300 v.Chr.), om zo de goede betrekkingen te garanderen.

De Bijbel (ca. 600 v.Chr.) identificeert Kanaän met Libanon - voornamelijk de kuststad Sidon - maar laat het "Land van Kanaän" zuidwaarts doorlopen over Gaza naar de "Beek van Egypte" en oostwaarts naar de Jordaanvallei, inclusief het huidige Israël en de Palestijnse gebieden. Het is dan een gebied, gelegen ten westen van de rivier Jordaan (Genesis 28:1)[2], dat bij benadering overeenkwam met het hedendaagse Israël en Palestina plus aangrenzend kustland en delen van Libanon en Syrië. Voor die tijd bestreek het Oude Kanaän een nog groter gebied, maar exacte beschrijving is lastig, omdat het geen politieke eenheid of staatsvorm kende. In het gebied lag een aantal goed georganiseerde, maar onafhankelijke steden. Voor zover bekend heeft geen van de Kanaänitische steden een dominante positie ingenomen. In dit zuidelijk gedeelte waren veel etnische groepen.

Archeologen hebben verschillende opgravingen verricht in het gebied. De stad Ugarit in het noorden van het huidige Syrië werd in 1928 ontdekt. Hoewel haar cultuur en religie overeenkwam met die in Kanaaän, beschouwden de inwoners van Ugarit de Kanaänieten op den duur als buitenlanders. Veel van wat men thans weet over de regio komt van de opgravingen aldaar. Andere bronnen zijn Oude Egyptische, Mesopotamische en Hebreeuwse teksten (de Bijbel). De Kanaänieten zijn altijd beschouwd als een etnische groep die zich vanuit Libanon uitbreidde. Recente bronnen suggereren ook een tweede origine, namelijk vanuit het Arabisch Schiereiland, zonder evenwel bewijzen hiervoor aan te voeren.

Geschiedenis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Geschiedenis van Kanaän voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De geschiedenis van Kanaän speelt zich af in en rond het gebied dat overeenkomt met de Levant, al sinds de prehistorie een druk doorgangs- en verblijfsgebied geweest voor menselijke stammen en volken van diverse origine, van en naar diverse windstreken. Op deze plaatsen zijn dan ook geregeld meerdere culturen in botsing gekomen. Tegelijk was het gebied vaak een smeltkroes waarin verworvenheden van aangrenzende culturen samenvloeiden.

Het gebied ligt op de overlappingszone van vier oude culturen: de Mesopotamische in het oosten, de Anatolische in het noorden, Minoïsch Kreta in het westen en de Egyptische in het zuiden. De invloeden van deze cultuurgebieden hebben vaak grote druk op elkaar uitgeoefend, wat leidde tot het opkomen en verdwijnen van diverse koninkrijken en koninkrijkjes.

Oorspronkelijke cultuur[bewerken]

Al is de bodem er niet zo vruchtbaar, het regende er veel tot circa 5000 v.Chr.. Daarom kwam er toch landbouw op gang op de bergflanken. Naarmate het minder ging regenen zakte de landbouw af naar de valleien. Muren rond de vroege nederzettingen zoals Jericho waren soms eerder een bescherming tegen overstroming dan tegen vijanden.

Het oude land Kanaän bestond weldra uit welvarende steden met vruchtbare omliggende landbouwgebieden onder gezag van een tempel, aan het hoofd waarvan een priesteres stond. Deze heerseres werd op zeker moment Baälat genoemd (wat 'meesteres' betekent in het Kanaänitisch) en haar gemaal was dan 'de Baäl' ("heer"). Hittietische en Hoerritische teksten gebruiken hetzelfde teken voor Baäl als de Akkadiërs. De Godin van Ugarit was zoals overal in deze streek de Moedergodin en werd vooral in zuidelijk Kanaän onder de naam Ashtoreth vereerd.

In Hazor zijn heel wat Astartebeeldjes opgegraven, wat op de verwantschap met deze Moedergodin wijst, die zowat overal rondom de Middellandse Zee werd vereerd. Ook ovale Astarteplaketten in klei zijn gevonden, votieven met daarop de naakte Godin Asherah afgebeeld, met in de handen papyrusstengels of slangen, en op het hoofd twee lange spiraalvormige krullen, identiek aan die van de Egyptische Hathor. Dit wijst op sterke connecties met zowel het Oude Egypte, dat er aan de kust enkele havens en kolonies had, als met Kreta, waar de Slangengodin algemeen vereerd werd. De gemaal van Asherah was El naar wie de teksten evenwel als Thor-El verwijzen.

Tegen de 14e eeuw v.Chr. was een groot gedeelte van de bevolking van Ugarit Hoerritisch.

De Filistijnen waren een van de 'zeevolkeren' die vestigingen in Kanaän hadden en een aandeel in de handel met de kuststreken rondom de Middellandse Zee en in het vervoer van goederen en personen. De Kanaänieten hadden reeds vroeg de naam handelaars te zijn die een zeer ruim gebied bedienden tot voorbij het Nabije Oosten. In de Bijbel wordt "Kanaäniet" enkele keren zelfs als synoniem voor "handelaar" gebruikt, wat erop wijst dat dit aspect van de cultuur het opvallendst was. Een beroemd exportproduct was de zeer gewilde purperkleurstof, die uit twee soorten zeeslakken werd bereid.

Tussen ca. 1200 en 1100 v.Chr. raakte het grootste deel van Kanaän bezet door Israëlieten. Sommige wetenschappers veronderstellen dat dit volk van buiten Kanaän kwam,[3] terwijl anderen menen dat ze afstammen van de Kanaänietische bevolking.[4] Het noordelijke deel van Kanaän kwam onder Aramees bestuur. Het overblijvend gebied dat onder Kanaänietisch bestuur bleef werd door de Grieken Fenicië genoemd, hetgeen 'purper' betekent, verwijzend naar de beroemde kleurstof die het land produceerde.

Veel later schreef Hecataeus in de 6e eeuw v.Chr. over Fenicië, dat het voorheen χνα werd genoemd, een naam die Philo van Byblos vervolgens opnam in zijn mythologie als eponym voor de Feniciërs: "Khna dat later Phoinix werd genoemd". Hij haalt fragmenten van Sanchuniaton aan waarin Byblos, Berytus en Tyrus als de eerste steden worden genoemd die ooit gebouwd werden onder de heerschappij van de mythische Kronos, en waarvan de inwoners de visvangst, jacht, landbouw, scheepsbouw en het schrift uitvonden.

Ook Augustinus van Hippo meldt dat de zeevarende Feniciërs hun land als Kanaän aanduidden. Dit wordt verder bevestigd door munten uit Laodicea waarop als legende staat "Laodicea, metropolis in Kanaän". Ze dateren uit het regeertijdperk van Antiochus IV (175-164 v.Chr.)

De Feniciërs stichtten in het eerste millennium v.Chr. verspreid over het Middellandse Zeegebied diverse koloniën, waaronder Carthago. Augustinus vermeldt dat de buitenmensen nabij Hippo (dat waarschijnlijk van Punische oorsprong was) zichzelf in zijn dagen nog steeds Chanani noemden.

Tijdsindeling over Kanaän[bewerken]

Bijbelse figuren in Kanaän[bewerken]

Etymologie van het woord Kanaän[bewerken]

De naam Kanaän komt in Egyptische hiërogliefen als kAnana voor op de Merneptah Stele in de 13e eeuw v.Chr.

De herkomst van het woord Kanaän is onzeker, mogelijk is het gerelateerd aan het Egyptische woord voor westland. Een andere mogelijkheid is dat het gerelateerd is aan een woord dat rode purper(wol) betekent en dat Kanaän het land was waar dit rode purper uit geëxporteerd werd, een betekenis die overgedragen zou zijn van die van het woord Fenicië. Een andere verklaring, dat het woord Kanaän laagland betekent in tegenstelling tot Aram dat hoogland betekent, is minder waarschijnlijk.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Ergener, Reşit Anatolia land of Mother Goddess (1988), Hitit publication Ankara, ISBN 975 7521 02 7.
  • Stone M., Eens was God als Vrouw belichaamd. De onderdrukking van de riten van de vrouw, Katwijk, 1979. ISBN 9060775821
  • Walker, Barbara G. The Woman's Encyclopedia of Myths and Secrets (1986), Harper & Row, Londen, ISBN 0 06 250925 X
  • de Vaux, Roland Ancient Israel, (1965)
  • Patai, Raphael The Hebrew Goddess (1967), derde editie (1990) Wayne State University Press, ISBN 0-8143-2271-9
  • Lewis, Bernard The Arabs in History, (2002), Oxford University Press, USA; 6New Ed edition, page 17
  • Kerrigan,Michaël; Alan Lothian, Piers Vitebsky (1998) Midden-Oosterse Mythen, De eerste Heldendichten, Time-Life books BV, Amsterdam, ISBN 9053902147
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Kerrigan,Michaël; Alan Lothian, Piers Vitebsky (1998) Midden-Oosterse Mythen, De eerste Heldendichten, p. 14
  2. Jacob en Esau Bijbel&Koran, bezocht 29-5-2012
  3. Canaan (historical region), Encyclopaedia Britannica. Geraadpleegd op 27 mei 2013
  4. Tubb, Jonathan, Canaanites, 1998, pp. 13-14.