Byblos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Byblos
Jbeil
جبيل
Plaats in Libanon Vlag van Libanon
Byblos
Byblos
Situering
Gouvernement Libanongebergte
District Jbeil
Coördinaten 34° 7′ NB, 35° 39′ OL
Algemeen
Inwoners 44.379
Foto's
Haventje van Byblos
Haventje van Byblos
Portaal  Portaalicoon   Azië
Byblos
Werelderfgoed cultuur
ByblosCrusaderCastle1.jpg
Land Vlag van Libanon Libanon
UNESCO-regio Arabische Staten
Criteria iii, iv, vi
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 295
Inschrijving 1984 (8e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst

Byblos (Grieks: Βύβλος; Assyrisch: Gubla; Arabisch: Jbail ) is een historische Fenicische havenstad in het huidige Libanon. De stad ligt ten noorden van Beiroet aan de Middellandse Zee.

De geschiedenis van de stad gaat terug tot het derde millennium voor Christus. In de bronstijd was het de belangrijkste haven van de Levant, vooral voor de handel in cederhout naar Egypte. Uit deze handelsnederzetting ontstond een stadstaat. De stadskoningen van Byblos waren vazallen van de Egyptische Farao's. Ook werd veel bast geproduceerd, de grondstof voor papyrus. Daardoor werden later ook de heilige geschriften van het christendom daar gekopieerd. Men vermoedt dat daarvan de naam Bijbel afkomstig is. In de tweede helft van het tweede millennium v.Chr. wordt de stad Ugarit de belangrijkste havenplaats in de Levant.

In 1984 is Byblos door UNESCO tot Werelderfgoed verklaard.

Geschiedenis[bewerken]

Eerste tekenen van bewoning dateren uit het 6e millennium v.Chr.

Rond 2850 v.Chr. was Byblos een Egyptische kolonie of handelshaven. In die tijd werd ook de Tempel van Baälat Gubla gesticht, die tot de Romeinse tijd in gebruik bleef. Baälat Gubla was aldus Herodotus stadsgodin van Byblos, die er door de Feniciërs werd gehuldigd.

Tussen 2347 en 2335 stuurde Farao Teti van de 6de dynastie (ook Merenptah en Othoes) expedities naar Kanaän. In Byblos zijn sporen van hem gevonden.

Vanaf de 16e eeuw v.Chr. schreven de Baäls ('Heren') hun naam in Proto-Sinaïtisch in een cartouche zoals farao's, maar omschreven hun functie als 'ondergeschikte' gouverneurs.

In de 15e eeuw v.Chr. ontstaat de Filistijnse pentapolis van de vijf steden: Sidon, Tyros, Byblos, Aradus en Beiroet.

Tabletten uit de periode tussen 1400 en 1200 v.Chr. wijzen op een significante Hurritisch sprekende minoriteit in Ugarit van Cyprioten, Hettieten, Egyptenaren, mannen uit Tyrus, Byblos, Mesopotamië en Palestina.

Rond 1220 v.Chr. worden Sherden rond Byblos gesignaleerd in de Amarna brieven.

Geschriften uit Berytus (Beiroet) melden dat de Baälat nog steeds de voornaamste godheid van Byblos was in de 4e eeuw v.Chr. Veel berichten uit Byblos melden dat die plaats nauw verbonden was met Egypte. Hier werd de godin zowel onder de naam Isis-Hathor als Baälat vereerd. Veel symbolen van de godin en haar uraeuscobra zijn te midden de ruïnes van de tempel met fundamenten uit 2800 v.C. teruggevonden.

Volgens de Egyptische mythologie zou Isis hier zijn heen gereisd om het lichaam van haar dode broer/echtgenoot Osiris terug te krijgen. Zelfs in 150 na Chr. schrijft Lucianus over de dood van de minnaar van de godin, toen bekend als Adonis, die in Aphaca, dicht bij Byblos, plaats vond waar hij begraven werd, en hij onthult dat de geheime riten van Adonis die van Osiris zijn.

Vanaf de 11e eeuw komen de kruisvaarders het gebied beheersen, waaruit het Graafschap Tripoli voortkomt. De oude stad wordt dan Gibelet genoemd en wordt toegevoegd als grafelijk domein (zie ook Leenschap Gibelet).

Recente geschiedenis[bewerken]

De haven van Byblos raakte tijdens de Israëlisch-Libanese oorlog van 2006 net als een groot gedeelte van de Libanese kust vervuild met aardolie uit een kapotgeschoten tank.

Opgravingen[bewerken]

De eerste publicaties over Byblos stammen uit 1864 van Renan. Vanaf 1921 tot aan het einde van de jaren 1970 is de vindplaats onderworpen aan een stelselmatige serie opgravingen, eerst onder Montet, later zijn opvolger Dunand in samenwerking met het Libanese Departement van Oudheden. De stad was gelegen op een rotsachtig uitsteeksel in zee rond een bron die het hele jaar door als watervoorziening kon dienen. De nabijheid van de bossen van de Libanon was van groot belang voor de ontwikkeling van de stad. Egypte had grote behoefte aan hout en had zelf geen bossen.

De tempel van de stadsgodin Baälat Gubla (ook Baälat Gebel) is waarschijnlijk al rond 2800 v.Chr. gesticht en werd geleidelijk uitgebreid. Er zijn resten gevonden van een tempel die op fundamenten van voor 2800 v.Chr. stond en die aan de Egyptische godin Hathor was gewijd. De contacten met Egypte waren al vroeg van belang. Er zijn scherven van vazen van Menkaura, Unas en zowel Pepi I als Pepi II gevonden. Een inscriptie van Sneferu verklaart de Egyptische aanwezigheid: het cederhout van de Libanon.

Het heiligdom is tot in de Romeinse tijd in gebruik gebleven.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • N. Jidéjian, Byblos through the ages, Beiroet, 1968 - JP. Thiollet, Je m'appelle Byblos, 2005. ISBN 2-914-266-04-9