Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Pepi I was een farao van de 6e Dynastie. De koning was bekend onder de namen: Pepi, Merira en Phios.
Pepi I was de zoon van Teti en Iput. Als prins had hij de hulp nodig van krachtige individuen in Opper-Egypte om Oeserkare van de troon te stoten, omdat hij zijn vader had vermoord. Deze individuelen waren van belang tijdens zijn bestaan als farao, twee van zijn gemalinnen waren zelfs dochters van zijn vizier uit Opper-Egypte. Pepi I zijn tijd als farao wordt gemarkeerd met een agressieve expansiedrift in Nubië. Egypte begon weer te handelen met lang verloren gebieden zoals Libanon en Somalische kust. De adel werd belangrijker en krachtiger, een van de koningsofficieren Weni vochten in Azië voor de koning.
Van de regeringsdata is nog erg onduidelijk. Allereerst, uit analyse blijkt dat de Zuid-Saqqara steen analen geeft hem 48 tot 49 regeringsjaren, maar dit wordt niet overgenomen door de Turijnse koningslijst die hem 44 jaar geeft. De jaren worden geteld door de gebeurtenissen, het tellen van het vee wordt per twee jaar gedaan alhoewel dit wordt betwist. De farao vierde ook zijn Hebsed feest (30 regeringsjaren) dus dit gaat niet echt op.
Twee koperen beeldhouwwerken van Pepi I en zijn zoon Merenre zijn gevonden in Hierakonpolis. Zij beelden de koningen uit die symbolisch de negen vreemde volkeren (negen bogen) verpletteren. Pepi I was een voorbeeldig bouwer die vele projecten uitvoerde in Opper-Egypte: Dendera, Abydos, Elephantine en Hierakonpolis. Andere werken zijn gemaakt door een hoge officier: Weni de oudere die een kanaal heeft gegraven bij de eerste cataract voor de koning. Hij hielp de koning ook bij het veroordelen van een koningin Weret-Yamtes, zij had revolte tegen de koning geplant.
[bewerk] Bouwwerken
- Tempels van Tanis, Boebastis, Abydos, Dendera en Koptos
- Pyramidecomplex bij Sakkara
- Piramide van Pepi I