Saqqara

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Trappiramide van Djoser
Trappiramide van Djoser
Overzicht Saqqara
Overzicht Saqqara
Memphis en zijn necropolis; de piramidevelden van Giza tot Dahsjoer
Werelderfgoed cultuur
Land Vlag van Egypte Egypte
UNESCO-regio Arabische Staten
Criteria i, iii, iv
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 86
Inschrijving 1979 (3e sessie)
Kaart
Saqqara
Saqqara
Saqqara
29° 52′ NB, 31° 12′ OL
UNESCO-werelderfgoedlijst

Saqqara (of Sakkara, Saqqarah, Arabisch: سقارة) is een necropolis (dodenstad) uit het Oude Egypte, die ongeveer 30 kilometer ten zuiden van het huidige Caïro ligt. Het bekendste monument in de necropolis is de wereldberoemde trappiramide. Het gebied heeft een oppervlakte van ongeveer 7 km bij 1,5 km.

Saqqara was in de Egyptische oudheid een grafveld behorend bij de (hoofd)stad Memphis. De eerste piramide in de geschiedenis, de trappiramide van Djoser, werd gebouwd in de 3e dynastie. 16 andere koningen van Egypte bouwden ook een piramide in Saqqara. Gedurende de gehele faraonische periode werden er grafmonumenten aangelegd door hoge ambtenaren.

Ten noorden van het gebied dat met de naam Saqqara wordt aangeduid, ligt Aboesir; ten zuiden ligt Dahsjoer. Het hele gebied van Giza tot en met Dahsjoer was in verschillende perioden in gebruik als necropolis van Memphis, en is door UNESCO aangemerkt als werelderfgoed.

De naam Saqqara is mogelijk afgeleid van Sokar, een oud-Egyptische dodengod.

Vroeg-dynastieke Periode[bewerken]

Al tijdens de 1e dynastie lieten hoge ambtenaren zich begraven in mastaba's aan de noordkant van het Saqqara-plateau. De koninklijke begraafplaats in deze tijd was te Abydos. In de 2e dynastie werden in Saqqara de eerste koningen van Egypte begraven in ondergrondse galerijen. De laatste koning van de tweede dynastie, Chasechemoey, liet zich in Abydos begraven maar bouwde in Saqqara een enorme rechthoekige ommuring, de Gisr el-Mudir. Waarschijnlijk was dit de inspiratie voor de monumentale omheiningsmuur die de trappiramide van Djoser omgeeft. Het grafcomplex van Djoser bestaat verder uit een groot aantal dummy-gebouwen en een secundaire mastaba (het zogenaamde 'zuidgraf') en werd aangelegd door Djosers architect Imhotep. De Franse architect en Egyptoloog Jean-Philippe Lauer heeft het grootste deel van zijn leven besteed aan het opgraven en restaureren van het grafcomplex van Djoser.

Monumenten uit de Vroeg-dynastieke Periode[bewerken]

Oude Rijk[bewerken]

Bijna alle koningen van de 4e dynastie kozen andere locaties voor hun piramides. Tijdens de tweede helft van het Oude Rijk, de 5e en 6e dynastie, was Saqqara opnieuw het koninklijke grafveld. De piramides van de 5e en 6e dynastie zijn niet van massief steen, maar hebben een kern van puin en zijn daardoor minder goed bewaard dan de wereldberoemde piramides van hun voorgangers op het Giza-plateau. Oenas, de laatste koning van de 5e dynastie, liet als eerste Piramideteksten aanbrengen op de muren van de kamers in zijn piramide. Tijdens het Oude Rijk was het gebruikelijk dat hovelingen zich lieten begraven in mastaba's rond de piramide van de koning die zij dienden. In Saqqara ontstonden zo clusters van privégraven rond de piramidecomplexen van Oenas en Teti.

Monumenten uit het Oude Rijk[bewerken]

Monumenten uit de Eerste Tussenperiode[bewerken]

Middenrijk[bewerken]

Vanaf het Middenrijk was Memphis niet langer de hoofdstad van Egypte en lieten de koningen elders hun grafcomplexen bouwen. Er zijn weinig particuliere grafmonumenten uit deze periode in Saqqara.

Monumenten uit de Tweede Tussenperiode[bewerken]

Nieuwe Rijk[bewerken]

Tijdens het Nieuwe Rijk was Memphis als tweede stad van Egypte een belangrijk administratief en militair centrum; vanaf het midden van de 18e dynastie lieten veel hoge ambtenaren in Saqqara een graf voor zich bouwen. Horemheb legde als generaal een groot graf aan, maar werd als farao begraven in de Vallei der Koningen bij Thebe.

Veel grafmonumenten uit eerdere periodes waren tijdens het Nieuwe Rijk in verval. Prins Chaemwase, een zoon van farao Ramses II, verrichtte veel herstelwerkzaamheden in Saqqara. Hij restaureerde onder andere de Piramide van Oenas en liet daarover een tekst op de piramide aanbrengen. Chaemwase liet het Serapeum bouwen, de begraafplaats voor de mummies van de heilige Apis-stieren, en is hier zelf ook begraven. Het Serapeum met één ongeschonden begraving van een Apis-stier en het graf van Chaemwase zijn ontdekt door de Franse Egyptoloog Auguste Mariette.

Monumenten uit het Nieuwe Rijk[bewerken]

  • Verschillende groepen tombes van hoge ambtenaren, onder andere het graf van Horemheb en het graf van Maya en Merit. Reliëfs en beelden uit deze twee graven bevinden zich in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden.

Na het Nieuwe Rijk[bewerken]

Ook na het Nieuwe Rijk, toen er verschillende hoofdsteden in de Delta waren, bleef Saqqara in trek als begraafplaats voor ambtenaren. Het gebied werd in deze tijd een belangrijke trekpleister voor pelgrims die verschillende cultuscentra bezochten. Niet alleen nam de activiteit rond het Serapeum een hoge vlucht, maar er werden ook ondergrondse galerijen aangelegd waarin grote aantallen mummies van ibissen, bavianen, katten, honden en valken werden begraven.

Monumenten van de Late Tijd, Ptolemaeïsche periode en Romeinse tijd[bewerken]

Onderzoek naar de oudheden in Saqqara[bewerken]

Vroege reizigers en verzamelaars[bewerken]

In de tweede helft van de zestiende eeuw bezochten de eerste Europese reizigers het gebied. Geleerden van de expeditie van Napoleon Bonaparte (1798-1801) namen beschrijvingen en afbeeldingen van monumenten op in de Description de l'Égypte. In de periode die volgde (ca. 1815-1845), kregen verschillende mensen toestemming van de Egyptische overheid om oudheden te verzamelen en naar Europa te brengen. Onder andere de Britse consul-generaal Henry Salt, de Franse consul-generaal Bernardino Drovetti en de Griekse handelaar Giovanni d'Anastasi (later ook consul-generaal voor Zweden en Noorwegen) verzamelden topstukken en verkochten deze aan Europese musea. Vaak hielden zij de exacte locatie van hun vondsten geheim uit angst voor hun concurrenten.

Archeologisch onderzoek[bewerken]

De Pruisische expeditie naar Egypte in 1842-1845 onder leiding van Karl Lepsius produceerde een wetenschappelijke kaart van Saqqara. In de tweede helft van de negentiende eeuw verrichte Auguste Mariette veel werk in Saqqara. Hij ontdekte o.a. het Serapeum en veel Ouderijks mastaba's. In 1881 werden de piramideteksten ontdekt door Gaston Maspero. James Quibell, Cecil Firth en Gustave Jéquier deden in de eerste helft van de twintigste eeuw opgravingen. Philippe Lauer en Bryan Emery begonnen in deze tijd hun onderzoek naar respectievelijk de trappiramide van Djoser en de archaïsche/vroegdynastieke grafvelden; zij pakten hun werk na de Tweede Wereldoorlog weer op. Het werk van Emery werd voortgezet door Geoffrey Martin, die in 1975 een samenwerking aanging met Hans Schneider van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Deze missie doet sindsdien opgravingen in het Nieuwerijks grafveld ten zuiden van het klooster van Apa Jeremias; in 1999 trokken de Engelsen zich terug en ging het RMO (Maarten Raven) samenwerken met de Universiteit Leiden (René van Walsem). Onder de graven die door deze missie zijn (her)gevonden bevinden zich die van Horemheb, Maya & Merit, Tia & Tia, Ramose, Inioeia, Pay & Raia, Meryneith en Ptahemwia. (Fragmenten van) reliëfs en beelden uit verschillende van deze graven waren al langer in bezit van musea in Leiden, Cairo, Berlijn, Londen, Parijs, Bologna etc. Een dubbelbeeld dat in 2001 werd gevonden in het graf van Meryneith is tentoongesteld in het Egyptisch Museum (Caïro).

Vele andere opgravingsteams van allerlei nationaliteiten waren en zijn actief in Saqqara, met name:

  • de Egyptische Oudheidkundige Dienst (o.a. Zakaria Goneim, trappiramide van Sechemchet; 1951-1955 - Magdi el-Ghandur, mastaba van Kaemnofret; 1994-1997 - Mohammed Hagras, archaïsch grafveld in noord-Saqqara; 1995-2003 - Zahi Hawass, grafveld rond de piramide van Teti; 1994-2008)
  • verschillende projecten van de Egypt Exploration Society (vroeger Bryan Emery, Harry Smith, Geoffrey Martin, nu David Jeffreys, Paul Nicholson, Janine Bourriau)
  • Jean-Philippe Lauer (voor de Egyptische Oudheidkundige Dienst en de Mission Archéologique Française de Saqqara, complex van de trappiramide van Djoser; 1926-2001)
  • Mission Archéologique Française de Saqqara (voorheen Jean Leclant, nu Audran Labrousse; sinds 1951)
  • het team van Cairo University (voorheen Soad Maher en Sayed Tewfik, nu Ola el-Aguizy, Nieuwerijks en Ouderijks graven in de buurt van het klooster van Apa Jeremias; sinds 1977)
  • de Duitse missie (Hartwig Altenmüller en Ahmed Moussa, later Peter Munro, nu Günter Dreyer, grafveld langs de toegangsweg van de piramide van Oenas; sinds 1970)
  • de Italiaanse missie (Edda Bresciani, rotsgraven uit de Late Tijd in zuid-Saqqara; sinds 1972)
  • Mission archéologique française du Bubasteion (Alain Zivie, Nieuwerijks graven; sinds 1980)
  • het Schotse Saqqara Geophysical Survey Project (Ian Mathieson en Jon Dittmer; sinds 1990)
  • de Japanse missie (Sakuji Yoshimura en Nozomu Kawai, "heuvel van Chaemwase" op de grens van Aboesir en Saqqara; sinds 1991)
  • de missie van het Louvre (Christiane Ziegler; sinds 1991)
  • het team van het Pennsylvania Museum (David Silverman, grafveld rond de piramide van Teti; sinds 1992)
  • de Australische missie (Naguib Kanawati en Alexandra Woods, Ouderijks graven rond de piramide van Teti; sinds 1994, vervolg op Egyptische opgravingen van Zaki Saad en Mahmud Abd-er-Raziq)
  • de Poolse missie (Karol Myśliwiec, mastaba van Merefnebef; sinds 1996)
  • het team van het Institut Français d'Archéologie Orientale (IFAO), Caïro (Vassil Dobrev, laat-Ouderijks graven in zuid-Saqqara; sinds 2000)

Plunderingen in 2011[bewerken]

Tijdens de revolutie in januari/februari 2011 vonden plunderingen plaats in de grafvelden van Saqqara, Aboesir en Dahsjoer. Magazijnen werden geopend door plunderaars op zoek naar schatten, maar de monumenten bleven grotendeels onbeschadigd.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]