Libanon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Libanon (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Libanon.
الجمهورية اللبنانية
Al-Jumhūriyyah al-Lubnāniyyah

République libanaise

Vlag van Libanon
(Details)
Wapen van Libanon
(Details)
Libanon
Basisgegevens
Officiële landstaal Arabisch
Hoofdstad Beiroet
Regeringsvorm Parlementaire democratie
Staatshoofd President Michel Suleyman
Regeringsleider Premier Tammam Salam
Religie Islam 59,7%, Christendom 39%, Andere 1,3%
Oppervlakte 10.452 km² [1] (1,6% water)
Inwoners 3.759.134 (2007)[2]
4.131.583 (2013)[3] (395,3/km² (2013))
Overige
Volkslied Koullouna Lilouataan Lil Oula Lil Alam
Munteenheid Libanees pond (LBP)
UTC +2 (zomer: +3)
Nationale feestdag 22 november
Web | Code | Tel. .lb | LB | 961
Voorgaande staten
Frans Mandaat Libanon Frans Mandaat Libanon 1943
Topografie
Libanon
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken

Libanon, (Arabisch: لبنان), officieel de Republiek Libanon, is een klein en dichtbevolkt land gelegen aan de uiterste oostkust van de Middellandse Zee. In het zuiden grenst het aan Israël en in het oosten en noorden aan Syrië.

Het land behoort tot de Arabische Liga.

Naam[bewerken]

De naam Libanon komt uit de Semitische stam lbn, wat "wit" betekent, waarschijnlijk een verwijzing naar het besneeuwde Libanongebergte. Julius Caesar noemde Libanon Lub Na'a, wat "Wit Land" betekent in het Semitisch.

De naam kwam op zijn vroegst voor in teksten uit de Bibliotheek van Ebla uit het derde millennium v.Chr.

Geschiedenis (1920-heden)[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Geschiedenis van Libanon voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nadat in de Eerste Wereldoorlog het Ottomaanse Rijk verslagen was door de geallieerden, werden in 1920 - na de Conferentie van San Remo - Libanon en Syrië Franse mandaatgebieden. De Fransen bestuurden Libanon met behulp van de katholieke Maronieten, die toen de meerderheid van de bevolking uitmaakten.

In 1943 werd het Franse mandaat over Libanon opgeheven, mede dankzij het grote Libanese verzet, en werd Libanon een onafhankelijke republiek. Toen werd het zogenaamde Nationaal Pact gesloten waarbij werd bepaald dat de president altijd een Maronitisch christen zou zijn, de premier een soenniet en de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden een sjiiet. Ook werd bepaald dat tijdens een eventueel Arabisch conflict Libanon neutraal zou blijven. Het land zou zich cultureel zowel op Europa als op de Arabische Landen oriënteren.

Gedurende de jaren 1940 en 1950 was de situatie stabiel, hoewel er wel degelijk ongenoegen waarneembaar was bij de sjiieten, die ondanks het feit dat hun bevolkingsgroep steeds toenam, een tweederangsrol bekleedden in de regering. De jaren 1950 en 1960 waren tijden van grote economische voorspoed en een ver doorgedreven markteconomie.

In 1958 kwamen moslims in opstand en eisten een nieuwe volkstelling. Zij meenden dat de volkstelling uit 1932 achterhaald was en dat zij inmiddels de meerderheid van de bevolking uitmaakten. Verder werden de islamitische gebieden achterstallig door de overheid onderhouden en genoten zij hierdoor niet de de kwaliteit van scholen, ziekenhuizen en infrastructuur, en eisten dan ook een verbetering hiervan. De Libanese regering gaf geen gehoor aan deze eisen van de moslims en met Amerikaanse steun werd de opstand onderdrukt.

In 1973 vond er een uitbarsting van geweld plaats tussen regeringsmilities en de in Libanon verblijvende Palestijnen van de PLO. Daarnaast brak er een strijd uit tussen de falangisten van Pierre Gemayel en diverse islamitische partijen. In 1975 brak de Libanese Burgeroorlog uit.

De verschillende partijen in de burgeroorlog raakten onderling verdeeld, wat de onoverzichtelijkheid in het conflict deed toenemen. In 1976 trokken Syrische troepen Libanon binnen, later gevolgd door VN-troepen en het Israëlische leger (1977 en 1982).

Beiroet tijdens de burgeroorlog (1978)

In 1989 werd uiteindelijk onder druk van Arabische landen het Vredesakkoord van Taif gesloten. De Israëlische troepen vertrokken in mei 2000 uit het zuidelijke deel van Libanon, na herhaalde aanvallen van Hezbollah en de overtuiging dat het geweld zou afnemen als Israël vertrekt uit Libanon.

Op 14 februari 2005 werd oud-premier Rafik Hariri bij een bomaanslag gedood. Hierna ontstonden enorme massademonstraties, waarin de terugtrekking van Syrische troepen geëist werd. Deze demonstraties en de bijbehorende protesten worden de Cederrevolutie genoemd. Hierop verlieten de Syrische troepen Libanon.

In 2006 brak opnieuw een oorlog uit met Israël. Nadat de Hezbollah-militie twee Israëlische militairen krijgsgevangen had gemaakt en vanaf het omstreden stukje grondgebied dat bekendstaat als de Shebaa-boerderijen[bron?] Katjoesjaraketten afvuurde, viel Israël Libanon binnen. Naast de stellingen van Hezbollah werden wegen en bruggen vernietigd en het vliegveld beschadigd. Naar schatting ruim een miljoen mensen gingen op de vlucht en meer dan 1300 [bron?] Libanese burgers kwamen om het leven, een derde daarvan kinderen[bron?]. Aan Israëlische zijde vielen zowel burger- als militaire slachtoffers. Meer dan 4.000 Israëli's raakten gewond en meer dan 350.000 moesten hun huizen in het noorden van het land verlaten.[4][5]

Op 12 juli 2006, vuurden Hezbollah-militanten raketten af op Israëlische grensplaatsen als afleiding voor een aanval met een antitankraket op twee gepantserde Humvees die patrouilleerden langs de Israëlische kant van het grenshek. Van de zeven in de jeeps aanwezige Israëlische soldaten, werden er drie gedood, twee raakten gewond en twee werden gevangengenomen en afgevoerd naar Libanon. Vijf anderen werden gedood in een mislukte Israëlische reddingspoging. Israël bracht in reactie hierop met luchtaanvallen ernstige schade toe aan de civiele infrastructuur in Libanon (inclusief de luchthaven van Beiroet). Vervolgens trokken grondtroepen de door Hezbollah militair gecontroleerde delen van Libanon binnen. Hierop volgde een conflict dat een maand lang duurde en waarin 3.970 door Hezbollah afgevuurde raketten in het noorden van Israël, veelal stedelijke gebieden, landden en 1.200 burgers (voornamelijk Libanezen) en 160 soldaten (voornamelijk Israëli's) om het leven kwamen. Het conflict kwam officieel op 14 augustus 2006 tot een einde, toen de VN-Veiligheidsraad opriep tot een staakt-het-vuren tussen Hezbollah en Israël. Zie verder: Israëlisch-Libanese oorlog van 2006.

In het voorjaar van 2008 zijn er gevechten geweest, waarbij Hezbollah belangrijke delen van Beiroet innam als gevolg van de regeringsbeslissingen die Hezbollah beperkingen oplegden in Libanon. Hezbollah beschouwde dit als verraad van deze regering, omdat dit alleen voordelig zou zijn voor Israël. Bij dit geweld kwamen 80 mensen om het leven.[6]

Staatsinrichting en politiek[bewerken]

Saad Hariri, de voormalige Libanese premier
Nuvola single chevron right.svg Zie Politiek in Libanon voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Libanon is een onafhankelijke republiek. In het zogenaamde Nationale Pact van 1943 is vastgelegd dat de belangrijkste functies in de politieke macht verdeeld zijn over de belangrijkste etnisch-religieuze groepen:

De macht is aldus volgens de confessionele groepen verdeeld. In het parlement is de verhouding tussen moslims en christenen gelijk maar ten gevolge van het feit dat de president en de opperbevelhebber van het leger christenen zijn, ligt het zwaartepunt van de politieke macht nogal eens in het christelijke kamp.

Deze verdeling is gebaseerd op een volkstelling uit 1932 en later herzien bij het Vredesakkoord van Taif. Inmiddels vormen de moslims de meerderheid van de Libanese bevolking. Tijdens de verkiezingen van 2005 was de verdeling van de stemgerechtigde christenen-moslims ruwweg 40% versus 60%.

De wetgevende macht berust bij Kamer van Afgevaardigden die 128 zetels heeft en voor vier jaar is verkozen. Alle in Libanon wonende Libanezen van 21 jaar en ouder hebben stemrecht.

Geen der partijen heeft ooit een absolute meerderheid behaald zodat in Libanon altijd coalities moesten worden gevormd om te kunnen regeren.

Verkiezingen van juni 2005[bewerken]

Vóór de verkiezingen van juni 2005 sloten de verschillende politieke partijen diverse lijstverbindingen. De overwinning ging naar de coalitie genaamd Lijst Martelaar Rafik Hariri, die geleid werd door Rafik Hariri's zoon Saad Hariri. Zijn coalitie won 72 van de 128 zetels. De uitslag luidde als volgt:

Partij Zetels
Lijst Martelaar Rafik Hariri 72
Verzets- en Ontwikkelingsblok 35
Vrije Patriottische Beweging 21

Fouad Siniora vormde hierna een regering. Deze bestond uit 24 personen, twaalf christenen en twaalf moslims. Ook Hezbollah maakte deel uit van de regering.

Verkiezingen van juni 2009[bewerken]

De jongste verkiezingen in Libanon hadden plaats op 7 juni 2009. De uitslag luidde[7]:

Partij Zetels
de 14 maart-coalitie (of pro-westerse coalitie van soennieten, druzen en een deel van de christenen onder leiding van Saad Hariri) 71
de 8 maart-coalitie (of Hezbollah en bondgenoten (o.a. christelijke partij van Michel Aoun) 57

Op 27 juni 2009 verklaarde de nieuwe Libanese premier Saad Hariri een regering van nationale eenheid te zullen vormen. Hij verwachtte dat de vorming van het kabinet zeer moeilijk zou verlopen. Het duurde dan ook tot 9 november 2009 voor de regering Hariri werd geïnstalleerd.

Op 12 januari 2011 viel deze regering nadat elf ministers ontslag hadden genomen. Deze elf ministers zijn afkomstig uit de Hezbollah-beweging en partijen die eraan gelieerd zijn. De shi’itische Hezbollah-beweging is woedend over de activiteiten van het door de Verenigde Naties gesteunde Hariri-tribunaal dat vanuit Leidschendam de moord op Rafik Hariri (vader van Saad) onderzoekt. De beweging vreest dat het tribunaal aanklachten jegens prominente leden van Hezbollah zal formuleren en stelt dat Israël achter de aanslag stond.

De Libanese president Michel Suleyman benoemde op 25 januari 2011 de soennitische miljardair Najib Mikati tot nieuwe premier. Hij zegt er voor alle Libanezen te willen zijn gedurende zijn ambtstermijn. Reeds in 2005 leidde Mikati gedurende drie maanden een overgangsregering.

Bestuurlijke indeling[bewerken]

Libanon is onderverdeeld in zes gouvernementen die weer zijn onderverdeeld in 25 districten.

Demografie[bewerken]

Bevolkingsgroei van Libanon

Libanon kent, zoals haar buurlanden, een zeer diverse bevolkingssamenstelling:

Etnische/Religieuze Minderheid Aantal Bevolkingsaandeel in %
Alawieten 100 duizend 2,5% (etnische Arabieren)
Arabieren 3,75 miljoen 93% (Christenen, Alawieten, Druzen, Soennieten alsook Sjiieten)
Armeniërs 160 duizend 4% (Christenen)
Assyriërs 100 duizend 2.5% (Christenen)
Christenen 1,6 miljoen 41% (etnische Arabieren, Armeniërs, Assyriërs, Grieken)
Druzen 250 duizend 6,25% (etnische Arabieren)
Koerden 80 duizend 2% (met name soennieten)
Palestijnen 400 duizend 10% (etnische Arabieren, met name soennieten, enkele Christenen)
Sjiieten 1 miljoen 27% (etnische Arabieren)
Turkomannen 80 duizend 2% (veelal soennieten)
Tsjerkessen onbekend onbekend (veelal soennieten)

Religie[bewerken]

In Libanon worden zeventien verschillende geloofsgemeenschappen officieel erkend. De moslims maken volgens de gegevens van het CIA World factbook ongeveer 60% van de bevolking uit, de christenen 39%.[7] De officiële erkenning geldt voor vier religieuze gemeenschappen van de islam (o.a. sjiieten, soennieten, alawieten), voor de druzen en voor twaalf christelijke kerken. Religie is in Libanon ook van uitermate groot belang in politiek, staat en recht (met name huwelijksrecht). In 1932 vormden christenen in Libanon met 53% nog de meerderheid van de bevolking, maar grootschalige emigratie van Libanese christenen naar de Verenigde Staten, Brazilië en Europa sinds 1880 tot na 1990 deden het evenwicht verschuiven. Tot het vredesakkoord van Taif hadden de christenen gezamenlijk 60% van de parlementszetels in het sterk geconfessionaliseerde Libanon in handen, terwijl de moslims met 40% van de zetels genoegen moesten nemen. Sinds het akkoord in 1989 zijn de zetels gelijkelijk verdeeld (50 %, 50%), hoewel de christenen inmiddels niet langer een bevolkingsmeerderheid vormen. Het verdrag van Taif (1989) gaf aan Rafik Hariri en daarmee ook aan Saoedi-Arabië en de soennieten een feitelijk belangrijker rol binnen het politiek bestel, hetgeen tot nieuwe spanningen met de sjiieten leidt.

Moslims[bewerken]

Stroming Aantal Bevolkingsaandeel in %
Sjiisme - Alawieten 100 duizend 2,5%
Sjiisme - Druzen 250 duizend 6,25%
Sjiisme - Zeveners onbekend onbekend
Sjiisme - Twaalvers 1,2 miljoen 30%
Soennieten 1 miljoen 27%

De moslims zijn verdeeld over druzen, soennieten, sjiitische twaalvers, sjiitische zeveners en alawieten.

De soennieten wonen verspreid over het land maar vooral in het noordwesten en het centrum. Zij maken 30% van de bevolking uit. De soennieten onderhouden nauwe banden met overwegend soennitische staten in het Midden-Oosten zoals Bahrein en Saoedie-Arabië.

De sjiieten wonen vooral in het zuiden en het noordoosten van Libanon, meer bepaald in de Beekavallei (Beqaa). Er wordt aangenomen dat zij thans 30% van de bevolking uitmaken. De sjiieten onderhouden nauwe banden met hun geloofsgenoten in Iran en zijn vooral internationaal bekend vanwege Hezbollah (een politieke organisatie met een sterke militie).

De alawieten vormen een kleinere minderheid en naar buitenstaanders toe sterk seculier. Zij wonen met name in Tripoli en konden sinds de Syrische overheersing (jaren 1980) een rol van betekenis spelen daar ook de eerdere Syrische president Hafiz al-Assad en zijn opvolger en zoon president Bashar al-Assad tot hun geloofsgemeenschap behoren.

De intra-islamitische verstandhoudingen hebben in de recente geschiedenis van Libanon tot gewapende conflicten geleid. In 2012 levert dit ook tot spanningen en kleinschalige gevechten tussen met name de alawieten en soennieten in Tripoli.

Druzen[bewerken]

De druzen zijn ontstaan als een afsplitsing van het sjiisme maar beschouwen zich niet meer als moslims, wel als monotheïsten. Zij maken ongeveer 4% van de totale Libanese bevolking uit. Zij wonen vooral in het Midden-Libanese Choufgebergte. Enkele voorname families zijn de clans van Jumblatt en Yazbak. De laatste decennia spelen zij via hun Progressieve Socialistische Partij een politieke rol van betekenis.

Christenen[bewerken]

Kerk Aantal Bevolkingsaandeel in %
Armeens-apostolische Kerk 160 duizend 4%
Armeens-katholieke Kerk 12 duizend 0,3%
Assyrische Kerk van het Oosten onbekend onbekend (ook Assyrische vluchtelingen uit Irak en Syrië)
Chaldeeuws-katholieke Kerk onbekend onbekend (ook Assyrische vluchtelingen uit Irak en Syrië)
Grieks-orthodox patriarchaat van Antiochië 320 duizend 8% (ook Palestijnen)
Maronitische Kerk 880 duizend 22%
Melkitische Grieks-katholieke Kerk 200 duizend 5%
Syrisch-orthodoxe Kerk van Antiochië 50 duizend 1,25%

De meerderheid van de christenen behoort tot de Maronitische Kerk. De Maronieten maken circa 22% van de bevolking uit. Door emigratie (vanwege de verschillende gewapende conflicten sinds de onafhankelijkheid van Libanon) en relatief lage vruchtbaarheidscijfer neemt het relatieve aandeel van de christenen in Libanon al decennia lang af. Sinds de Irakoorlog en Syrische burgeroorlog is het aantal christenen echter weer enigszins toegenomen omdat Assyrische christelijke vluchtelingen naar Libanon trekken. Zie ook: Christendom in het Midden-Oosten.

De christenen wonen vooral in het centrale westelijke deel van het land rondom Beiroet, Deir el-Qamar, Damour, Jounieh, Jbeil, Batroun, Chekka, Zahlé, Zgharta, Marjeyoun, Baabda, en Bchareh, in het Libanongebergte.

Etnische minderheden[bewerken]

Libanon is niet alleen op religieus maar ook op etnisch gebied buitengewoon divers. Libanon kent onder andere de volgende minderheden:

Verspreid over het Libanese grondgebied bestaan Palestijnse vluchtelingenkampen. Deze Palestijnen zijn meestal tijdens de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 naar Libanon gevlucht. Ze hebben in de meeste gevallen geen Libanees paspoort verkregen waardoor zij nog altijd stateloos zijn. In totaal zijn er 12 Palestijnse vluchtelingenkampen met 225.125 inwoners. In heel Libanon wonen 409.714 Palestijnse vluchtelingen. Ongeveer 10% van hen is christelijk en ze behoren voornamelijk tot het Oosters-orthodoxe Patriarchaat van Antiochië.[8].

Veel christelijke Libanezen, maar ook sommige niet-christelijke Libanezen zien zichzelf niet als Arabisch maar eerder als afstammelingen van de oude Kanaänieten en wensen Feniciërs genoemd te worden.[7]

Ook zijn er in Libanon veel buitenlandse gastarbeiders werkzaam. Vaak doen zij hun werk onder erbarmelijke omstandigheden. Soms komt hun werk neer op een moderne vorm van slavernij[9]. Niet zelden zijn zij ook slachtoffer van racisme of xenofobie [10]. Er worden regelmatig misstanden over deze situatie gerapporteerd.[11]

Geografie[bewerken]

Satellietfoto van Libanon

Libanon grenst in het westen aan de Middellandse Zee met een kustlijn van 225 km. Ten noorden en oosten van het land ligt Syrië (grenslijn 375 km) en ten zuiden grenst het aan Israël (grenslijn 79 km).

Parallel met de vlakke kuststrook loopt het Libanongebergte. De oostgrens met Syrië wordt gemarkeerd door het gebergte van de Anti-Libanon. Het woord Libanon (ook "Loubnan" of "Lebnan") komt van het Aramese woord laban wat 'wit' betekent, een verwijzing naar de besneeuwde pieken van de Libanonberg. Tussen de twee gebergtes loopt de Bekavallei.

Het land heeft door zijn hoge bergen geen gebrek aan water. De belangrijkste rivieren zijn de Litani en de Orontes (of Asi).

De hoogste berg van Libanon is de Qurnat as Sawda', 3088 m hoog.

Al sinds de tijden van de Feniciërs is Libanon een belangrijke leverancier van hout. De Libanonceder is nog steeds het symbool van het land en is opgenomen in de vlag van Libanon. De ceders zijn thans (gezien hun geringe aantal) beschermd en mogen niet meer gekapt worden.

Economie[bewerken]

De bevolking van Libanon staat in de Arabische wereld bekend om haar handelsgeest en is hoog opgeleid. In het gehele Midden-Oosten zijn hoog opgeleide Libanezen te vinden die als expat werken.

De belangrijkste economische sectoren zijn de handel, de financiële dienstverlening, het toerisme en de industrie. Ongeveer 12% van de beroepsbevolking is in de landbouw werkzaam. De Libanese wijnbouw is ook in het Westen beroemd.

Cultuur[bewerken]

Libanon maakt deel uit van de Arabische wereld. Het land heeft altijd opengestaan voor modernisering onder Europese en vooral Franse invloed.

De officiële taal is Arabisch. Daarnaast wordt ook Frans en Engels gesproken. Libanese Armeniërs hebben Armeens als hun moedertaal. Libanese Koerden hebben Koerdisch als hun moedertaal.

Cultuurgeschiedenis[bewerken]

Het huidige Libanese grondgebied was, gedurende duizenden jaren de thuisbasis van een groot aantal beschavingen en culturen. Het werd oorspronkelijk bewoond door de Feniciërs, veroverd en bezet door de Assyriërs, de Perzen, de Grieken, de Romeinen, de Arabieren, de Kruisvaarders, de Ottomaanse Turken en in de recente geschiedenis door de Fransen. De Libanese cultuur is door de millennia heen beïnvloed geweest door deze verschillende volkeren. De bevolking van Libanon, samengesteld uit verschillende etnische en religieuze groeperingen, heeft bijgedragen tot de specifieke literatuur en de verschillende muzikale stijlen die onder meer in de festivals tot uitdrukking komen. De Libanese keuken heeft eveneens deze multiculturele invloed ondergaan. In vergelijking met het merendeel van de inwoners van Zuidwest-Azië is de Libanese bevolking goed opgeleid. Sedert 2003 is 87,4% van de bevolking geletterd[7]. De Libanese samenleving is modern en vergelijkbaar met bepaalde culturen van het Europese Middellandse Zeegebied. Libanon wordt vaak beschouwd als de toegangspoort van Europa naar West-Azië maar ook in Azië als de poort naar de Westerse wereld.

Literatuur, muziek en media[bewerken]

De belangrijkste en in elk geval de meest bekende Libanese schrijver is Gibran Khalil Gibran (1883-1931) die naar de VS emigreerde. In zijn vroeger woonhuis in Bchareh bevindt zich thans het 'Khalil Gibran museum' waar ook schilderijen van zijn hand worden tentoongesteld.

Libanon geldt naast Egypte als een van de belangrijkste centra van de moderne Arabische muziekwereld. Beroemde zangeressen uit Libanon zijn onder andere Fairuz, Nancy Ajram en Haifa Wehbe.

Vanuit Libanon werken verschillende tv-stations die in de hele Arabische wereld per satelliet te ontvangen zijn. Bekend is onder meer New TV, dat ook een Arabische versie van Idols uitzendt. Libanon kent verschillende kranten in het Arabisch, Engels en Frans.

Libanese keuken[bewerken]

De Libanese keuken wordt algemeen beschouwd als de beste en meest verfijnde van de Arabische wereld. Dit omdat de keuken ontzettend veel invloeden heeft vanuit het buitenland, zoals van Armeniërs, Perzen en Koerden.

Bekende gerechten uit de Libanese keuken zijn taboulé, hoummous en falafel en de knoflooksaus toum, die samen met de mezze worden opgediend.

Keukens van omliggende landen, zoals de Turkse keuken, zijn beïnvloed door de Libanese keuken. Een voorbeeld hiervan is het gerecht lahmacun, wat een samentrekking is van twee Arabische woorden voor vlees en deeg.

Bezienswaardigheden en toerisme[bewerken]

De Romeinse Bacchustempel in Baalbek

Libanon telt drie grote historische steden: Beiroet, Sidon en Tyrus. Bekende archeologische opgravingen zijn te vinden in Anjar, Byblos, Baalbek en de tempel van Echmoun.

Daarnaast worden Deir el-Qamar en Beiteddine in het Choufgebergte, Bcharreh, de Qadishavallei en de ceders bezocht.

's Zomers trekt het land vele welgestelde toeristen uit de Arabische wereld die er in de bergen koelte zoeken en van het leven genieten in het mondaine Beiroet. Beiroet heeft ook een beroemd nachtleven.

's Winters wordt er geskied in de bergen.

Defensie[bewerken]

Het Libanese leger (Lebanese Armed Forces) bestaat uit circa 72.100 manschappen, waarvan ruim 1000 bij de luchtmacht en zo'n 1100 bij de marine. Het leger is een belangrijke stabiliserende factor van het land, maar tijdens de Libanese Burgeroorlog heeft het een dubieuze rol gespeeld.

Naast het reguliere leger zijn er ook milities actief. Hezbollah heeft een grote legermacht die vooral in het zuiden opereert. Ten tijde van de Israëlisch-Libanese Oorlog van 2006 vocht Hezbollah, en niet het leger, met Israël.

Libanon wordt regelmatig geconfronteerd met schendingen van haar territorium door Israëlische jachtvliegtuigen [12]. Het Syrische leger heeft zich in 2005 teruggetrokken uit Libanon.

In het zuiden van Libanon is een stabilisatiemacht van de Verenigde Naties aanwezig.

Libanon ontvangt jaarlijks militaire hulp uit de Verenigde Staten ter grootte van ongeveer 400 miljoen dollar.

De verschillende Libanese milities vechten onderling met enige regelmaat conflicten uit. Deze conflicten hebben vaak betrekking op geopolitieke conflicten zoals in 2011 en 2012 gewapende incidenten in Tripoli tussen soennitische milities en alawitische milities in de context van de Syrische burgeroorlog.[13][14]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Verenigde Naties 2011
  2. (en) Laatste census 3 maart 2007 (via V.N.)
  3. (en) Niet officiële schatting CIA Factbook juli 2013 (berekend door US Bureau of the Census)
  4. The Second Lebanon War (2006), Israel Ministry of Foreign Affairs
  5. Hezbollah's Rockets and Civilian Casualties, Human rights Watch
  6. NRC, 15 mei 2008, Libanon trekt maatregelen tegen Hezbollah in
  7. a b c d CIA World Factbook
  8. UNRWA: palestine refugees
  9. (en) Madagascar maids: Misery in the Middle East, nieuwsbericht bij de BBC, 19 augustus 2011]
  10. (en) Lebanese Media and the “Scourge of the Foreigners", artikel in krant Al Akhbar, 21 oktober 2011
  11. (en) UN urges Lebanon to investigate Ethiopian maid's death, nieuwsbericht bij de BBC, 3 april 2012.
  12. Leger Israel oefent boven Libanon om Hezbollah angst in te boezemen, artikel in NRC Handelsblad, 8 oktober 2012
  13. http://www.aljazeera.com/news/middleeast/2012/12/2012124152513238762.html
  14. http://www.dailystar.com.lb/News/Local-News/2012/Dec-09/197791-higher-defense-council-addresses-north-lebanon-clashes.ashx#axzz2EfI4wFdi