Palestijnen
| Palestijnen | ||||
| Palestijnse kinderen | ||||
| Totale bevolking | 10 miljoen | |||
| Verspreiding | Midden-Oosten | |||
| Taal | Arabisch | |||
| Geloof | Islam (95%), Christendom (4%), Bahaïsme (<1%), Druzisme (<1%), Jodendom (<1%), Samaritanisme (<1%) | |||
| Verwante groepen | Arabieren | |||
|
||||
De term Palestijnen wordt gebruikt voor groepen inwoners van het Midden-Oosten. In principe worden hiermee inwoners van het voormalige Palestina bedoeld. De term kan echter verwarrend werken: in de tijd van het Britse mandaatgebied Palestina golden zowel Joden als Arabieren als Palestijn; tegenwoordig wordt de term Palestijnen meestal specifiek gehanteerd voor Arabieren van wie de families in het mandaatgebied Palestina hebben geleefd.
| Land | Aantal | Bevolkingsaandeel |
|---|---|---|
| 500 duizend | 3% | |
| 270 duizend | 0,3% | |
| 1,5 miljoen | 20% | |
| 2,7 miljoen | 40% | |
| 400 duizend | 10% | |
| 3,8 miljoen | 100% | |
| 280 duizend | 1% | |
| 400 duizend | 1,5% |
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
In de tijd van het Ottomaanse Rijk was Palestina geen afgebakend geografisch gebied. Bestuurlijk was het gebied dat na 1920 als Palestina werd aangeduid verdeeld over de Sanjak (district) Jeruzalem en de Vilayet Beiroet. Het maakte deel uit van de landstreek Syrië, die in 1920 werd verdeeld tussen Frankrijk (het huidige Syrië en Libanon) en het Verenigd Koninkrijk (Palestina inclusief Transjordanië). In 1921 werd de Jordaan door Winston Churchill als oostgrens voorgesteld. In deze tijd was er ook geen homogeen Palestijns volk, maar woonden een groot aantal bevolkingsgroepen in het gebied: Arabieren (moslims en christenen), Joden, Bedoeïenen, Turken, Armeniërs, Bosniërs en andere groepen. Het eerste Palestijnse nationalisme stamt uit het begin van de 20e eeuw en was sterk Syrisch georiënteerd; Palestijnen namen bijvoorbeeld deel aan het Syrisch-Palestijns congres in 1921 waar de onafhankelijkheid van Groot Syrië (huidige Syrië, Libanon, Jordanië en Palestina) voor de Volkenbond werd bepleit.
[bewerken] Definities
Er zijn meerdere definities van de term Palestijnen mogelijk. Hoe breder de definitie is, des te groter het aantal Palestijnen.
[bewerken] Breed
De bredere definitie van de term Palestijnen - vaak in historische context - verwijst naar alle voormalige bewoners van het Britse mandaat over Palestina en/of hun nakomelingen, dus inclusief de Palestijnse joden. Hoewel Transjordanië tot 1923 ook onder het mandaat viel, werd het door de Britten tot een apart gebied benoemd. De toenmalige inwoners van wat nu Jordanië is, waren voornamelijk nomadische bedoeïenen en geen Palestijnen.
Onder deze definitie vallen ook de Israëlische Palestijnen, de Palestijnen (Arabieren) die in Israël wonen.
[bewerken] Smal
In de smalste definitie spreekt men alleen over inwoners van de gebieden onder bestuur van de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse overheid in de Westelijke Jordaanoever, en van de Gazastrook (samen met Oost-Jeruzalem ook bekend als de Palestijnse Gebieden).
[bewerken] Nationalisme
Het Palestijnse nationalisme was in 1948 nog zwak. VN-onderhandelaar Folke Bernadotte[1] schreef in dat jaar in zijn dagboek:
- Zij hebben ook nooit een specifiek Palestijns nationalisme ontwikkeld. Daarom is de eis voor een aparte Arabische staat in Palestina relatief zwak. Het lijkt erop dat de meeste Palestijnse Arabieren er onder de huidige omstandigheden best tevreden mee zouden zijn als zij door Transjordanië worden ingelijfd.[2]
Het Palestijns nationalisme is met name in de jaren zestig opgekomen, samen met de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO (Palestine Liberation Organization). Nog in 1977 gaf Zahir Muhsein echter aan dat er tussen Jordaniërs, Palestijnen, Syriërs en Libanezen geen verschillen zouden bestaan en dat de Palestijnse identiteit alleen om politieke redenen benadrukt werd.
[bewerken] Vluchtelingen
Naast de Hoge Commissie voor Vluchtelingen van de VN werd in 1949 voor de Palestijnse vluchtelingen een aparte organisatie opgericht: de UNRWA (UN Relief and Works Agency). Deze organisatie definieert Palestijnse vluchtelingen anders dan andere vluchtelingen, namelijk:
- personen die in Palestina woonden tussen juni 1946 en mei 1948, die zowel hun huis als hun bron van inkomsten zijn kwijtgeraakt als gevolg van het Arabisch-Israëlisch conflict in 1948; en bovendien: de nakomelingen van deze personen.
Volgens de officiële schatting van de VN waren er oorspronkelijk 711.000 vluchtelingen.[3] Dat aantal is volgens de definities van de UNWRA inmiddels opgelopen tot ruim 4 miljoen. Volgens de definities van de Hoge Commissie zijn er echter nog ongeveer 200.000 over.
Deze 200.000 vluchtelingen en hun 4 miljoen nakomelingen wonen veelal in vluchtelingenkampen in de Palestijnse Gebieden, Jordanië, Libanon, Egypte, Syrië en Irak. Alleen in Jordanië en Israël kregen zij burgerrechten.
Israël heeft nooit categorisch geweigerd vluchtelingen en hun nakomelingen in Israël op te nemen zoals verwoord door Ben-Goerion[4]. In 1949 bood Israël aan om 100,000 vluchtelingen op te nemen en financiële compensatie te betalen aan Arabieren die land hadden verloren[5]. Een aantal dorpen en steden in Israël is bevolkt door vluchtelingen van rond 1948.[6]
Op 11 december 1948 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de niet bindende resolutie 194 aan, waarin werd voorgesteld dat vluchtelingen die naar hun woongebieden willen terugkeren en met hun buren in vrede willen leven dit zo snel mogelijk moest worden toegestaan, en dat schadevergoeding moest worden betaald voor de bezittingen van degenen die niet wensten terug te keren. De Arabische landen in de VN stemden tegen de resolutie. Israël weigerde de onvoorwaardelijke toelating van (alle) Palestijnse vluchtelingen, daarbij onder meer aanvoerend dat hun toelating een bedreiging voor Israël zou betekenen. Wel zegt Israël bereid te zijn over toelating van een aantal vluchtelingen te willen onderhandelen.[7][8]
[bewerken] Behandeling van Palestijen in omringende landen
In tegenstelling tot in Syrie en Jordanie, leeft in Libanon nog twee derde van de Palestijnen in kampen. Volgens studie van de UNHCR is 56% van de vluchtelingen werkloos.[9] Degenen die wel werken, doen dat in laaggewaardeerde beroepen. Het resultaat van dit alles is dat 66% van de Palestijnen in Libanon leeft onder de armoedegrens van zes dollar per dag per persoon. Een reeks van Libanese wetten beperken het recht op burgerschap, op bezit van onroerend goed en op bepaalde beroepen, zoals juridisch, geneeskundig, journalistiek, enz. Tot 2005 was het de Palestijnen wettelijk verboden in 72 beroepen werkzaam te zijn. Nu is dit aantal teruggebracht tot 50. Nog steeds is het Palestijnen niet toegestaan om in Libanon werkzaam te zijn als arts, journalist, apotheker of jurist.[10]
De behandeling van Palestijnse vluchtelingen in Jordanië is volgens een (onbekende) inwoner van de Westbank min of meer vergelijkbaar met die in Libanon. Palestijnse vluchtelingen maken meer dan 50% van de inwoners van Jordanie uitm. Ze krijgen ze 18 zetels van de 110 in het Jordaanse parlement.
In Syrië mochten Palestijnen tot 1968 geen huizen bezitten. Volgens de Syrische wet mogen alle Arabieren het Syrische staatsburgerschap verkrijgen, op voorwaarde van een vaste verblijfplaats en middelen tot levensonderhoud. De Palestijnen zijn de enige Arabieren die buiten deze wet vallen. De meesten werken in laagwaardige beroepen in de dienstensector (41%) en de bouw (27%). 23% gaat niet naar de basisschool.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Palestinians op Wikimedia Commons. |