Polen (volk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Polen zijn een West-Slavisch volk. De meesten van hen hebben het Pools als moedertaal.

Verspreiding[bewerken]

Het volk leeft vooral in het land Polen, waar ze 98,7% van de bevolking uitmaken. Daarnaast leven Poolse minderheden in Letland (2,5%), Litouwen (6,74%), Slowakije (0,1%), Tsjechië (0,5%), Oekraïne (0,45%), Hongarije (3,8%) en Wit-Rusland (4%).

Polen heeft 38.383.809 (2013) inwoners. In de laatste 200 jaar zijn vele Polen naar het buitenland vertrokken. In de Verenigde Staten leven ruim 10 miljoen mensen van Poolse afkomst, maar ook Brazilië (2 miljoen) heeft een grote groep Poolse immigranten. Voor Duitsland is het moeilijker aan te geven hoe groot de groep is, omdat grote delen van het huidige Polen tot 1945 Duits waren en veel Polen een Duits paspoort hebben.

Polen in Nederland[bewerken]

De relaties van Polen met Nederland, kennen een eeuwenlange traditie die meer 700 jaar terug gaat. Handel was de reden voor de eerste contacten, tot volledige bloei komend met de opkomst van de Hanzehandel. In de 15e t/m 17e eeuw lagen aan de kust van de Oostzee vele belangrijke havens en handelscentra. Een daarvan was buiten kijf Gdańsk, dat een centrum van wereldhandel werd, zowel van Brandenburg, Polen, de Kruisridders, de Pruisen en bovenal de Nederlanders. Poolse vlotters transporteerden veel attractieve goederen naar Gdańsk, zoals graan, hout, huiden, zout en andere natuurproducten, waar Poolse magnaten en leenheren zich aan verrijkten. Die goederen werden vervolgens met enorme winsten in West- en Zuid-Europa verkocht door de Nederlanders. Op die handel in Gdańsk hebben vele Nederlanders hun fortuin gebouwd, dat het fundament zou worden voor het latere Nederlandse handelsimperium. Nederlandse mennonieten vestigden zich in Polen (zie Olędrzy).

In de tweede helft van de 17e eeuw kwam onomkeerbaar een einde aan de periode van bloeiende ontwikkeling van Pools-Nederlandse betrekkingen. Polen was toen verwikkeld in oorlogen met Kozakken, Zweden, Russen, Brandenburgers en verdediging van het land had alle prioriteit. De Republiek der Nederlanden voerde van haar kant een handelsoorlog met Engeland en probeerde de expansiedrift van de Franse koning in te tomen. Vanaf het begin van de zeventiende eeuw vluchtten Asjkenazische Joden uit Polen naar de Nederlanden.[1]

Een nieuw hoofdstuk in de Pools-Nederlandse relaties breekt aan voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en duurt tot tot begin jaren 1960. Toen namelijk vestigden zich grote groepen Poolse mijnwerkers mijnen in Zuid-Limburg. Brunssum werd het centrum van de bloeiende Poolse kolonie.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de soldaten van de Poolse 1e Pantserdivisie van generaal Stanisław Maczek en de van de Eerste Onafhankelijke Parachutistenbrigade van generaal Stanisław Sosabowski voor de bevrijding van Nederland gevochten. De eerste trok in de herfst van 1944 het zuiden van Nederland binnen, waaruit ze succesvol de Duitse bezetter verdreef. In de herinnering van de Nederlanders staat vooral de beslissing gegrift van generaal Maczek, die dankzij zijn tactische kundigheid Breda bevrijdde, zonder de stad te beschadigen en met minieme verliezen onder de burgerbevolking. Een veel moeilijker, schier onuitvoerbare taak werd daarentegen gesteld aan de brigade van generaal Sosabowski, die in september 1944 werd afgeworpen bij Driel in het kader van Operatie Market Garden. Zonder voldoende ondersteuning had deze geen mogelijkheid de haar gestelde taak uit te voeren. Aan deze feiten herinneren begraafplaatsen door heel Nederland.

Tijdens de Koude Oorlog werden de relaties tussen beide landen bevroren, aangezien Polen en Nederland tot tegengestelde politieke en militaire blokken behoorden. Enige vorm van diepere samenwerking was daardoor onmogelijk. Maar vanaf midden jaren zestig van de vorige eeuw kan een zekere verbetering in de relaties tussen de twee landen vastgesteld worden.

Tijdens de opkomst van Solidarność begin jaren 80 en de daaropvolgende versoepeling van de uitreismogelijkheden, kwam wederom een groep, meestal hoogopgeleide, Polen naar Nederland toe. Veel Nederlanders bracht de Polen spontane hulp door materiële hulpgoederen te sturen. Uit veel van die initiatieven zijn stedenbanden gegroeid. Poolse en Nederlandse steden en gemeenten zagen de grote waarde van economische, culturele en sportieve contacten. Vooral na het uitroepen van de staat van beleg door generaal Jaruzelski bleven vele Polen achter in Nederland.

Na de omwenteling in Polen begon de wederopbouw van Pools-Nederlandse relaties. Net zoals dat in de 16e en 17e eeuw was, werden weer zakelijke contacten de motor van de samenwerking. Enkele honderden Pools-Nederlandse joint-ventures werden opgericht, de meeste grote Nederlandse bedrijven en banken richtten filialen op in Polen. Nederland is sinds jaren een van de belangrijkste en grootste buitenlandse investeerders in Polen.

Ook de administraties van beide landen hechten veel waarde aan de wederzijdse relaties. Er zijn fora voor samenwerking van krijgsmachten en politie en vanaf 1999 bestaat er een mechanisme voor jaarlijkse intergouvernementele consultaties, de zogenaamde Utrecht Conferentie, waar de meest voor beide landen meest wezenlijke kwesties worden besproken.

Vandaag de dag zijn de Pools-Nederlandse contacten in volle bloei. Dat komt tot uiting in de brede economische, culturele en sportieve samenwerking. Steeds meer Polen besluiten zich in Nederland te vestigen en ook het aantal Nederlanders dat zich in Polen vestigt, groeit. Tegenwoordig emigreren (veelal tijdelijk) steeds meer Polen, een klein deel met hun gezinnen, naar Ierland, Groot-Brittannië, Australië, Nederland, en andere EU-landen. Ze werken meestal in de landbouw, bouw en vrouwen vaak als au pair, verpleegkundige of in de horeca. Ook hoger opgeleide Polen gaan steeds vaker naar het buitenland, wat voor een zekere braindrain zorgt in Polen zelf.

In Nederland woonden op 1 januari 2012 65.086 Polen; in 2004 (voor de toetreding van Polen tot de EU) waren dit er 7.431.[2]Blijkens cijfers van het CBS (Mediamonitor gepubliceerd op 7 maart 2013) staan de Polen met 166.310 personen hiermee na de Duitsers op de tweede plaats als EU-ingezetenen in Nederland.[3]

Werkgevers zijn zeer te spreken over het arbeidsethos en de lage kosten van Poolse werknemers. Verspreid over het zuiden en westen van Nederland zijn Poolse cafés geopend en kleine Poolse supermarkten. Winkels van supermarktketen C1000 in met name het Westland, Limburg en de grote steden hebben een schap met een assortiment Poolse producten. Polen blijken het Nederlands relatief snel op te pikken als ze eenmaal besloten hebben dat ze in Nederland blijven wonen. Herhaalde anekdotes over overlast door dronken Polen zijn niet in die mate terug te vinden in de politiecijfers.[4] Een aantal werkgevers verzorgt de huisvesting van hun Poolse werknemers, vaak op campings. In december 2007 werd in Wateringen het eerste Polenhotel in gebruik genomen.[5]

Externe link[bewerken]

Bekende Polen of personen van Poolse afkomst[bewerken]

Marie Curie, opgegroeid in Polen

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties