Sinti
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Sinti is de naam waarmee een nomadenstam uit noord-west Europa zichzelf aanduidt. Ze vormen samen met de Roma een nomadisch volk dat hoofdzakelijk in Oost-Europa leeft, en dat oorspronkelijk uit India komt. Bij de plaatselijke bevolking staan Roma doorgaans bekend onder de pejoratieve naam zigeuners. De Sinti zijn samen met de Roma-stam een van de twee grote stammen uit het Roma-volk. Sinti leven meer in West-Europa, in tegenstelling tot de leden van de Roma-stam.
De Sinti stammen vermoedelijk uit Sindh (tegenwoordig een van de vier provincies van Pakistan) of van de oevers van de Sindhu (Indus) in India en zouden vandaar naar het hof van Perzië zijn gemigreerd waar ze vaak als muzikant werk zochten. Van Perzië zwermden ze uit over Europa en Noord-Afrika. In hun muziek namen ze de traditionele muziek op uit de landen waar ze doorheen trokken.
Sinti hebben een groot aantal uitmuntende muzikanten voortgebracht, onder wie de legendarische gitarist Django Reinhardt. De Sinti Häns'che Weiss maakte in de jaren zeventig in Duitsland een plaat waarop hij over de holocaust van de zigeuners zong in zijn eigen taal. Het gevolg was een woede-uitbarsting onder zijn volk, omdat men niet wilde dat de taal bekend werd bij de Gadje, zoals ze de niet-Sinti noemen. Veel jonge Duitsers hoorden pas over de vernietiging van de zigeuners door deze plaat.
Sinti hebben vaak onder armoedige omstandigheden aan de rand van een plaats geleefd. Tegenwoordig reizen ze nog maar weinig. Meestal wonen ze op woonwagenkampen.
Inhoud |
[bewerk] België
Sinti worden in België manouche genoemd. Deze benaming is feitelijk foutief, want manouch is het Sanskriet woord voor mens, waar ook ons woord man van afstamt. De Sinti zijn Roma, net als al de anderen die hun herkomst hebben in de streek tegenwoordig omschreven als Sinti en gelegen in het ruime grensgebied van India en wat nu Pakistan heet.
Ze zijn al in de 15e eeuw naar België getrokken, en wonen tegenwoordig hoofdzakelijk in de driehoek Brussel-Antwerpen-Gent. Hun aantal bedraagt tussen de 1000 en de 1500. Er wonen vrijwel geen Sinti-muzikanten meer in België. De Belgische Sinti-muzikanten zijn vrijwel allemaal naar Nederland getrokken omdat het leven daar voor hen gemakkelijker zou zijn.
Een van de bekendste Belgische Sinti is Maria Leimbergen uit Aalst. Ze heeft acht jaar voor een vaste standplaats gestreden, en schreef hierover een boek: 'Mijn strijd als Sinti-vrouw'.
[bewerk] Nederland
Al voor 1868 kwamen er Sinti naar Nederland. Ze hadden Belgische, Duitse, of Franse paspoorten en trokken al langere tijd door West-Europa. De grootste groep vestigde zich tussen 1900 en 1920 in Nederland, en was afkomstig uit Duitsland en Frankrijk. In 1928 werden ze door de Nederlandse overheid samen met de zeer kleine groep Roma tot "zigeuners" betiteld. Ze werden beschouwd als armlastig en asociaal, en de rijksoverheid probeerde hen te onderdrukken, waarbij een rol speelde dat in 1918 de Woonwagenwet van kracht was geworden om meer greep op woonwagenbewoners te krijgen. Plaatselijke overheden behandelden de "zigeuners" dikwijls minder streng.
In Nederland bevinden zich ongeveer 4.500 Sinti, van wie circa 500 uit families die hier al enkele generaties verblijven. Bekende Sinti-families in Nederland zijn de Rosenbergs (bekend van het Rosenberg Trio), de familie Weiss (bekend van het zigeunerorkest Tata Mirando), de familie Reinhardt, de familie Lafertin, de familie Brandt, de familie Mettbach en de familie Steinbach. Veel Nederlandse Sinti zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog naar Auschwitz gedeporteerd en zijn daar vergast. Het Sinti-meisje Settela Steinbach was een van hen. Slechts dertig Sinti-overlevenden keerden na de oorlog terug naar Nederland. Ze kregen nauwelijks steun van de overheid en kregen ook geen compensatie voor hun verloren gegane bezittingen. Pas in februari 2000 veranderde er iets; premier Kok betuigde namens de Nederlandse regering spijt aan de Sinti, en er werd besloten een vergoeding te geven voor de bezittingen die zij waren kwijtgeraakt.
Bij de behandeling van het Europese Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden in de Tweede Kamer werden echter alleen de Friezen, en niet de Sinti en de Roma als nationale minderheden erkend. Toen het verdrag op 30 november 2004 in de Eerste Kamer werd behandeld, vroegen GroenLinks, PvdA en SP om Sinti en Roma als nationale minderheden te erkennen. Senator Ed van Thijn vroeg zich zelfs openlijk af welk recht Nederland nog had om Turkije aan te spreken op de behandeling van minderheden als Nederland daar zelf geen werk van maakte? Maar de regeringsfracties hielden voet bij stuk.
Uit een onderzoek uit 2004, dat in het kader van de Monitor racisme en extreem-rechts werd verricht, blijkt dat Sinti in Nederland nog altijd worden achtergesteld en gediscrimineerd, net als de Roma.

