Integratie (sociologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Integratie is het proces waarbij verschillende componenten samensmelten tot een geheel. In de sociologie en in de politiek is integratie een veelgebruikte term om de samensmelting van meerdere bevolkingsgroepen in de maatschappij aan te duiden.

Een kenmerk is dat beide groepen aanpassingen maken. Wanneer er sprake is van eenzijdige aanpassing heet dit assimilatie.

Integratie in Nederland[bewerken]

Geschiedenis[bewerken]

Er zijn in Nederland altijd al minderheden geweest. Tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zochten tienduizenden Vlamingen en Brabanders er een onderkomen voor de Spaanse Inquisitie, in de zeventiende en achttiende eeuw gevolgd door hugenoten en de zogenaamde Salzburger emigranten. Voor de Tweede Wereldoorlog waren dat onder meer de Joden. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw hebben ca. 350.000 Indische-Nederlanders de overtocht vanuit de republiek Indonesië naar Nederland gemaakt. In de jaren zestig kende Nederland ook een toestroom van zogenaamde gastarbeiders. Dit waren arbeidskrachten uit het Middellandse Zeegebied. Aanvankelijk uit de Zuid-Europese landen, later ook uit Turkije en Marokko. Er was nog geen integratiebeleid vanuit de overheid omdat men verwachtte dat de gastarbeiders terug zouden keren. Velen besloten echter te blijven en hun gezin te laten overkomen.

In de jaren zeventig gaat de economie achteruit en neemt de werkloosheid toe. Vanaf 1975 stopt de werving van gastarbeiders en worden toelatingseisen verscherpt.

Op dat moment blijkt dat bepaalde groepen niet geïntegreerd zijn in de Nederlandse cultuur. Zij hebben hun eigen gemeenschappen gevormd en de autochtone Nederlanders weten weinig van hun gebruiken en gewoonten.

Als de onafhankelijkheid van Suriname rond 1970 in beeld komt, blijkt een groot deel van de bevolking, die de Nederlandse nationaliteit heeft, naar Nederland te komen. Eerder kwamen voornamelijk Surinamers (en Antillianen) naar Nederland om daar te studeren of een betere baan te vinden.

Later komen er ook veel asielzoekers uit andere landen naar Nederland. Velen komen in de illegaliteit terecht en zijn zo een makkelijke prooi voor werkgevers. De belangrijkste oorzaken voor de toestroom van asielzoekers zijn de slechte economische situatie (bijvoorbeeld in Oost-Europa) en oorlogen (bijvoorbeeld voormalig Joegoslavië en Somalië).

De koppelingswet uit 1998 maakte het onmogelijk voor illegalen om een sofinummer te krijgen. Voor ingeburgerde illegalen die zes jaar onafgebroken hebben gewerkt en belasting hebben betaald komt er een witwasregeling die hen een werk- en verblijfsvergunning oplevert.

Ontwikkelingen[bewerken]

Sinds de jaren tachtig zijn er verschillende ontwikkelingen geweest die een mate van verontwaardiging en intolerantie ten opzichte van de islam veroorzaakten. Voorbeelden zijn de fatwa die uitgesproken werd over Salman Rushdie naar aanleiding van De Duivelsverzen, de aanslagen van 11 september 2001, de aandacht voor dictatoriale islamitische regimes zoals in Iran, de uitspraken van bepaalde imams in Nederland en de kritiek van Pim Fortuyn en oud-VVD-kamerlid Ayaan Hirsi Ali.

Omdat veel asielzoekers islamitisch zijn, bemoeilijkt dit de integratie en dreigt er een polarisatie tussen autochtonen en allochtone moslims.[bron?]

In België en later ook in Nederland wordt de Arabisch-Europese Liga (AEL) opgericht: een politieke organisatie die de belangen van Arabische immigranten behartigt. Voorman Dyab Abou Jahjah neemt de integratie van Armeniërs in Libanon, die hun eigen taal konden spreken en eigen scholen hadden, als voorbeeld.

In 2003 stelt de Tweede Kamer de commissie-Blok in welke het integratiebeleid van de afgelopen dertig jaar in kaart zal brengen en adviezen zal geven over het in de toekomst te voeren beleid. Zij stelde dat de integratie grotendeels tot geheel geslaagd was, maar dat dit niet aan het overheidsbeleid te danken was.

Zie Commissie-Blok voor meer details over de commissie en haar rapport.

Cijfers[bewerken]

Op 27 februari 2008 telde Nederland 16.404.282 inwoners. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek[1] telt Nederland 3.216.255 personen met een niet-Nederlandse achtergrond. 1.450.101 hiervan zijn afkomstig uit westerse landen (Europa of Amerika), 1.766.154 zijn afkomstig uit niet-westerse landen.

Daarbij moet worden opgemerkt dat dit cijfer samenhangt met de manier waarop het CBS een "niet-westerse" immigrant heeft gedefinieerd en dat deze manier afwijkt van andere definities van de westerse cultuur en westerse wereld. Als het bijvoorbeeld gaat om niet-westerse allochtonen in de klassieke zin van het woord "westers" (West-Europa en haar genealogische en filosofische erfgenamen in voornamelijk West-Europa, Noord-Amerika, Zuid-Amerika en Oceanië), dan zijn er bijvoorbeeld minder niet-westerse immigranten.

Zestig procent van de allochtonen woont in de Randstad

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties