1960-1969

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
De pil
kolonisatie in 1945

Eeuwen: 19e eeuw20e eeuw21e eeuw

Decennia: 1940-1949 - 1950-1959 - 1960-1969 - 1970-1979 - 1980-1989

Jaaroverzichten: <<< - 1960 - 1961 - 1962 - 1963 - 1964 - 1965 - 1966 - 1967 - 1968 - 1969 - >>>

[bewerken] Gebeurtenissen en ontwikkelingen

De jaren 60 of zestiger jaren

(De term: zestiger jaren werd vroeger als een germanisme beschouwd, maar is de laatste jaren aanvaard.[1] De zestiger jaren staan ook wel bekend als de protestjaren of roaring sixties. De uit het Engels afkomstige term the sixties wordt, ondanks het veelvuldig gebruik, wel als anglicisme beschouwd.)

[bewerken] Dekolonisatie

In de jaren zestig werden in hoog tempo de meeste overblijvende kolonies, vooral in Afrika, onafhankelijk. Met de onafhankelijkheid kwamen echter ook nieuwe problemen: veel landen werden al snel politiek instabiel en lokale leiders, legerleiders en zelfbenoemde ¨volksvertegenwoordigers¨ streden om de macht. Het resultaat was meestal dat een dictatuur werd gevestigd in de voormalige kolonie waarbij de potentiële rijkdommen van het land in de zakken verdwenen van de dictator en zijn achterban. Het ironische van deze zakkenvullerij is dat de verkregen rijkdommen nu bijna geheel naar westerse banken, beleggingsfondsen en groeimarkten gesluisd werden. De inheemse bevolking was veelal slechter af onder de nieuwe situatie dan onder het voormalige koloniale bewind. Tijdens het koloniale bewind werd een deel van de winsten die in het land gemaakt werden weer geïnvesteerd in infrastructuur en objecten als ziekenhuizen en scholen in de kolonie zelf. Op zoek naar een nieuwe identiteit na de koloniale periode werd er geexperimenteerd met diverse Marxistische modellen waaronder ook Communisme.

Ook waren de grenzen tussen de nieuwe landen nog de oude koloniale grenzen, die vaak weinig of niets te maken hadden met de verdeling van de diverse bevolkingsgroepen over het gebied, wat dan bijna onvermijdelijk tot spanningen tussen deze verschillende bevolkingsgroepen leidde. In bijvoorbeeld Congo (Leopoldville) probeerde de provincie Katanga zich onafhankelijk te maken, en kwam het tot een burgeroorlog. Wellicht nog bloediger was de Biafra-oorlog tussen Nigeria en de opstandige provincie Biafra (1967-1970).

Vietnamoorlog

Vietnam was na de onafhankelijkheid verdeeld in een noordelijk en een zuidelijk deel. Het noordelijke deel was communistisch, het zuidelijke deel was pro-Amerikaans. De verdeling was oorspronkelijk bedoeld tijdelijk te zijn, tot verkiezingen hadden plaatsgevonden, maar geen van beide helften leek van zins deze daadwerkelijk doorgang te doen vinden. Wel was er in het zuiden een communistische guerrillagroep, in het Westen bekend als de Vietcong.

De Amerikanen stuurden 'militaire adviseurs' naar Zuid-Vietnam, en raakten geleidelijk aan steeds meer betrokken in de oorlog. Uiteindelijk werd in 1964 de Amerikaanse aanwezigheid op grote schaal opgevoerd, met zowel grondtroepen als grootschalige bombardementen op Noord-Vietnam. Ondanks steeds hardere militaire acties, slaagden Amerikanen en Zuid-Vietnamezen er niet in om de tegenstander echt terug te drijven.

Amerika
  • In de Verenigde Staten ontstaat er ook weerstand tegen de oorlog. Sommigen, vooral jonge linkse mensen, achten de oorlog een foute inmenging in een binnenlands conflict. Hiertegenover stelt de gevestigde orde de dominotheorie: als Vietnam communistisch werd, zouden vervolgens een voor een ook de andere landen in de regio volgen. Daarnaast zijn er problemen wegens de vele doden die de oorlog eist, het schijnbare gebrek aan vooruitgang, en berichten van ernstige mensenrechtenschendingen (zoals het bloedbad van My Lai) door de Amerikanen en Zuid-Vietnamezen.
  • President Lyndon Johnson haalt bij de eerste voorverkiezingen van 1968 zo weinig stemmen, dat hij zijn kandidatuur voor een tweede termijn intrekt. Na een rumoerige campagne, waarin Robert Kennedy wordt vermoord en studenten een varken kandidaat willen stellen op de Democratische Conventie, wordt de Republikein Richard Nixon gekozen. In plaats van de beloofde vrede brengt hij voorlopig echter een intensivering van de oorlog.
  • Succes van de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten. President Lyndon Johnson ondertekent in 1964 de 'Civil Rights Act'. Maar er groeit naast de vreedzame Burgerrechtenbeweging ook een militante stroming van zwarte jongeren: de Black Panther Party, die zich laten leiden door de visie van de vermoorde activist Malcolm X. zijn in de steden toenemende spanningen en botsingen tussen zwarten en de politie. En in de zuidelijke staten pleegt de racistische Ku Klux Klan aanslagen op zwarte burgers die gebruik willen maken van hun verworven burgerrechten. Uiteindelijk wordt in 1968 de leider van de burgerrechtenbeweging, Martin Luther King, in Memphis vermoord.

[bewerken] Wetenschap en techniek

[bewerken] Televisie

De intrede van de televisie veroorzaakt een complete verandering in het interieur. De (eet)tafel met de lamp erboven verdwijnt als het centrale punt van de huiskamer. Nieuw centrum is het bankstel, waarvan alle componenten gericht staan op het middelpunt: het tv-toestel.

[bewerken] Popmuziek

Kunst
Andere gebeurtenissen in de jaren zestig

[bewerken] Referenties

  1. Spellingsuggestie van de Nederlandse Taalunie
Persoonlijke instellingen